Als het ijs smelt …

De stijging van de zeespiegel heeft als belangrijkste oorzaken (bron 1, zie onderaan de pagina):

  • uitzetting van het water door stijging van de gemiddelde temperatuur van het water, en
  • het toevoegen van water aan de oceanen door het smelten van het landijs.

Het ijs op aarde is aan het smelten. Gletsjers, zee-ijs op de Noordpool, landijs in de bergen en op Groenland, de Zuidpool. Als drijvend ijs smelt, stijgt de zeespiegel niet. Als landijs smelt, dan wel. Voor actuele informatie over de stand van smelten, zie de bron 2 hieronder.

Hoe zou de aarde er uit zien als AL het ijs zou smelten? National Geographic heeft berekeningen gemaakt, en landkaarten van de continenten. De gemiddelde temperatuur op aarde zal stijgen, doordat het reflecterend vermogen van het aardoppervlak kleiner wordt (het zgn ‘albedo’). De stijging van de zeespiegel door het toevoegen van water aan de oceanen is ongeveer 70 meter. In het plaatje de gevolgen voor West-Europa. Meer informatie en plaatjes van de andere continenten: kijk op de bron 3, onderaan deze pagina.

Wat zijn de gevolgen voor Nederland? Ons land ligt laag, veel gebieden zelfs onder het huidige niveau van de zeespiegel. Stijging van de zeespiegel is een bedreiging vanuit zee: dijken en duinen leveren te weinig bescherming, gebieden zijn kwetsbaar door het water dat via zeearmen, riviermondingen en havens kan binnendringen. Maar ook het afwateren van de grote rivieren en het afvoeren van regenwater kan problemen opleveren als de zeespiegel hoger komt. Er wordt onderzoek gegaan naar hoe Nederland moet reageren – gebaseerd op de aannames dat het ons lukt om de temperatuurstijgingen beperkt te houden en dat er geen onverwachte processen optreden. Dat laatste zou kunnen, als er kantelpunten bereikt worden: stilvallen van oceaanstromingen, plotseling versneld smelten van landijs, onverwacht snel stijgen van de gemiddelde watertemperatuur.

Meer over Nederlands onderzoek kun je bijvoorbeeld vinden bij Rijkswaterstaat en Deltares. Zie bron 4 en 5.

Zijn de aannames achter ‘Koepel Goes’ realistisch? De SF-roman ‘Koepel Goes’ is géén toekomstvoorspelling, maar speculatieve fictie. De aanname dat de zeespiegel zal stijgen met een paar meter in een paar jaar is niet realistisch. Vermoedelijk niet, tenminste, want als er inderdaad kantelpunten optreden zijn de huidige modellen niet goed in staat te voorspellen wat er gebeurt. Crisissen zijn natuurlijk altijd onverwacht.

‘Koepel Goes’ is niet bedoeld als een beschrijving van wat gaat komen of als een waarschuwing voor wat gaat komen. De verhalen spelen gewoon in omstandigheden die zouden kunnen gaan komen. De stijging van de zeespiegel is bezig en gaat door – zeker niet zo explosief als in het boek, maar wel onontkoombaar. De gevolgen voor Zeeland (en de rest van Nederland en de rest van de wereld) zijn er – ze komen zeker minder snel dan in het boek, maar zijn wel even ingrijpend. De maatschappelijke ontwrichting is onvermijdelijk – misschien wordt die minder acuut, maar vermoedelijk wel dramatisch.

De stijging van de zeespiegel is begonnen en zal onontkoombaar doorgaan, maar we kunnen en moeten nog wel werken aan vermindering van de toekomstige ellende. Tegelijk is het noodzakelijk dat Nederland de maatregelen neemt om met de komende problemen om te gaan. Waterbouwkundig, maatschappelijk, technisch, organisatorisch. In plannen maar ook in genomen beslissingen.

Dat omgaan met water: wij kunnen dat, want we zijn Nederland – of is dit te optimistisch? ‘Koepel Goes’ kijkt daar wat pessimistischer tegenaan. Hoe het ook zij: we gaan de komende decennia met het klimaat en de zeespiegelstijging veel meemaken. De gevolgen zullen niet wachten op onze besluitvorming, de wereld zal doorgaan. Ook in Nederland – ‘Koepel Goes’ beschrijft naast de strijd tegen het water ook het vermogen van Nederlanders om in veranderende omstandigheden met het water om te gaan, hun leven vorm te geven, en zelfs gelukkig te worden.

Bronnen:

  1. https://www.nationalgeographic.nl/de-stijging-van-de-zeespiegel-uitgelegd
  2. https://zacklabe.com/antarctic-sea-ice-extentconcentration/
  3. https://www.nationalgeographic.com/magazine/article/rising-seas-ice-melt-new-shoreline-maps
  4. https://www.deltaprogramma.nl/documenten/vragen-en-antwoorden/hoe-zit-het-met-de-zeespiegelstijging
  5. https://www.deltaprogramma.nl/deltaprogramma/kennisontwikkeling-en-signalering/zeespiegelstijging
  6. https://wettum.org/koepel-goes/

‘Koepel Goes’ is er weer!

Verkrijgbaar: ebookpaperbackbestellen via deze site

Productieprobleem opgelost! Gelijk maar inhoudelijk herzien aan de hand van feedback (daar ben ik altijd blij mee!): het eerste verhaal is anders opgezet en er is een extra kort verhaal toegevoegd. Positief geformuleerd: voor het eerst een tweede druk!

Het is officieel: 2023 was het natste jaar uit de Nederlandse geschiedenis. In december kwam het water hoog: waterschappen stelden dijkbewaking in, rivieren overstroomden, de Maeslantkering werd voor het eerst in de geschiedenis automatisch gesloten, er was dijkbewaking aan de Westerschelde, de Oosterscheldekering werd gesloten wegens hoogwater.

Hopen dat het beter wordt, gaat niet helpen. Het water komt…

‘Het water staat hoger dan vorige week, volgens mij.’ Job kijkt in de richting van Wolphaartsdijk, het dorp dat door het overlopende Veerse Meer blank is gezet. ‘Ik zie ook meer golfslag, denk ik.’ Roy zwijgt. Hij weet dat het niet Jobs bedoeling is om een beschrijving van de omgeving te geven. Job is bezig te verwerken dat zijn geboortegrond de strijd tegen het stijgende zeewater heeft verloren.

In het eerste deel van de bundel ‘Koepel Goes’ beschrijven in elkaar grijpende korte verhalen de worsteling van het onderlopende Zeeland. Politici, boeren, bewoners, techneuten … In het onderlopende land moet een nieuwe woonplaats worden gebouwd voor Zeeuwen die voor het water vluchten: Koepel Goes.

‘Wat een volkomen idioot voorstel.’ Burgemeester Huisman van Middelburg staat woest op, zijn stoel kiept met een luide klap achterover. ‘Nooit, nooit, nooit zullen we accepteren dat Middelburg ondergaat in het water. Nooit!’ Woedend stampt de burgervader door de vergaderzaal.

In het tweede deel spelen de korte verhalen zich af ín die geïsoleerde Koepel, waar honderdduizend Zeeuwen een nieuwe maatschappij hebben gevormd. Het is een complexe samenleving. Woonverdiepingen die aparte wijken zijn, een stad met ongelijkheid en criminaliteit. De korte verhalen gaan over detectives, bewoners, jongeren. Maar het meest gaan ze over hoe de nieuwe Zeeuwen in Koepel Goes leven nadat hun land is ondergelopen.

Meer informatie vindt u op de pagina ‘Koepel Goes’

Mijn SF-schrijverij in 2023

Eind 2021 begon ik na mijn pensionering met mijn nieuwe uitdaging: sf-verhalen vertellen. Sindsdien…

Het waren twee ontzettend leerzame jaren. Ik ontving feedback van proeflezers, juryrapporten, redacties en recensies. Iedereen die daar aandacht en tijd in heeft gestoken: mijn dank daarvoor! Bij het nalezen vond ik zelf niet al mijn verhalen sterk en dacht ik: dat moet beter. Goede en constante kwaliteit is een uitdaging!

Redactie… Het is niet mijn hobby: tahl- en tiepvouten, zinsbouw, leestekens en nog veel meer. Ik moet bij het herschrijven van zinnen beter opletten bij het herschrijven van zinnen -dit dus-, gecompliceerde zinnen vermijden, niet te veel uitleggen, minder technobabbel, meer synoniemen gebruiken, niet te veel opsommen -dit dus-. En nog een paar dingetjes.

Het moment waarop iets definitief is, is ontzettend moeilijk is vast te stellen. Het drukken op ‘verzend’ is altijd spannend. Misschien heeft iedereen dat, maar ik in ieder geval wel: binnen twee minuten na het definief maken, zie je de eerste tekortkomingen.

In 2023 verschenen er korte verhalen (ook in een bundel), boeken en recensies. De meeste reacties waren positief – dat bemoedigt. De voor mij belangrijkste SF-momenten waren:

  • In februari werd de uitslag van de Harland Award bekend. Ik was blij met het juryrapport, maar mijn uitslag was slecht (en terecht…). Veel geleerd!
  • In maart eindigde mijn verhaal ‘De markt van 100 werelden’ op de 9e plek van de wedstrijd ‘Charlatans’ (Uitgeverij Godijn). Het kreeg een plekje in de bundel. Een opsteker.
  • In april verscheen mijn verhalenbundel ‘Het zal anders’. In eigen beheer, dat was een speurtocht. De recensies zijn positief (op Hebban 4 sterren!), de tahlvoudjes gaan eruit in de 2e druk.
  • In augustus verscheen ‘Kwantumschuim’. Het schrijven was leuk, de acht redactierondes waren ploeteren en lezers vonden tóch nog foutjes. Het boek blijkt geen allemansvriend: sommige recensies zijn heel positief, anderen lezen liever mijn korte verhalen. Zo werkt het…
  • Ook in augustus verscheen Ganymedes 23. Mijn verhaal ‘Haar ware zelf’ staat in deze ‘staalkaart van wat de Nederlandstalige fantastische literatuur voortbrengt’. Ik vond het zelf bij nalezen nog steeds een goed verhaal, al kan de pointe wel wat scherper.
  • Ook in augustus werd mijn zeer korte verhaal ‘Onweer op komst’ één van de winnaars van de NRC-schrijfwedstrijd ‘Myopia’. Bemoedigend!
  • In oktober verscheen mijn verhaal ‘Geheugenmanagement’ in EdgeZero 2023: de beste Nederlandstalige SFFH-verhalen uit 2022. Daar ben ik trots op en met het verhaal zelf ben ik ook bij nalezen nog blij.
  • In november kwam de uitslag van de Waterloper-wedstrijd. Mijn inzendingen werden gediskwalificeerd op een vormfout. Dom, volgend jaar beter opletten.
  • In december was ik druk met de redactie van ‘Koepel Goes’, gepland voor december of januari. Ik heb geen idee hoe het zal worden ontvangen…

Mijn uitdagingen voor 2024 zijn:

  • Blijven schrijven. Het is gewoon te leuk! Korte verhalen sowieso, misschien in ’24 of ’25 een nieuwe bundel ‘Het zal weer anders’ (werktitel)? Iets anders nog? En een geheime droom: een verhaaltje in het buitenland?
  • Lezers… Meer lezers is fijn, maar mijn SF en stijl spreken duidelijk niet iedereen aan. Dat is niet erg, maar (stabiele) kwaliteit blijft essentieel.
  • Ik wil blijven bijdragen aan onze NL-SF. Recensies. Als critical friend of proeflezer. Beurzen en conventies. Samen ons genre laten groeien…

Al met al: ik ben blij met 2023 en heb enorm veel zin in volgend jaar. Ik droom rustig verder…

Bespreking ‘Het zal anders’

De website Out of This World publiceerde een zeer uitgebreide ‘verhaal-voor-verhaal-bespreking’ van mijn SF-verhalen bundel ‘Het zal anders’. Voor wie twijfelt of deze bundel aardig is om aan te schaffen: hieronder de hele bespreking. Met dank aan Finn Audenaert voor zijn inzet hiervoor.


BESPREKING

SF-auteur Charles van Wettum is een van de productiefste auteurs van het moment. Hij publiceerde onlangs de boeiende en originele roman Kwantumschuim (recensie volgt). Momenteel is hij hard aan de slag met een ander groot schrijfproject. Tussendoor pent hij korte verhalen. Tegenwoordig probeert hij 2 verhalen per maand te schrijven, wat een stevig gemiddelde is. Zo publiceerde hij onlangs nog een leuk verhaal op Wattpad getiteld ‘De grote jacht’, een SF-tribuut aan Herman Melvilles Moby Dick. Je leest het hier. Tel daarbij de verhalen die eerder verschenen, en dan merk je dat Charles al een mooi oeuvre bij elkaar schreef.Een tijd geleden schreef ik al voor het fijne blad Fantastische Vertellingen een recensie van Het zal anders. Een mooie titel trouwens, die me wat doet denken aan de fraaie SF-bundel Er zal eens… van Anaïd Haen en Django Mathijsen (2020, Zilverspoor). Ik breng graag Charles’ bundel opnieuw onder de aandacht met een herbespreking, gebaseerd op een tweede lezing van zijn bundel.

Charles is – gelukkig! – niet het soort auteur dat twee- of driemaal hetzelfde type verhaal schrijft. Zeker, hij is into ‘hard SF’… of daar staat hij toch voor bekend. Maar bijvoorbeeld zijn vlot geschreven SF-whodunit-bundel Sherlock & Rex, de dokter in het donker (St. Fantastische Vertellingen, 2023) laat toch vermoeden dat Charles veel breder gaat dan enkel ‘hard SF’. En jawel, een tweede lezing van Het zal anders bevestigt voor mij deze aanname. Laat ons een kijkje nemen naar de verhalen in de bundel…

‘Teruggaan valt niet mee’. De filosofische overpeinzingen zijn pas voor later in de bundel, want Charles valt meteen met de deur in huis: non-stop actie die begint in… een supermarkt? Heerlijk doordeweekse locatie om een multiversumverhaal mee te beginnen. Greg lust nog wel een pizza. Dat hongerke, zoals we dat zo mooi in het Vlaams zeggen, is het begin van een doldwaas avontuur, dat de lezer lekker entertaint. Gregs oog valt op een bijzondere spiegel in de winkel. Als hij die vastneemt, valt hij er pardoes door. Strange dimensions await! Enkel de wiskunde kan hem redden, zo blijkt. Snedig geschreven, geen enkel dood moment in het verhaal. Een mooi eerbetoon ook aan H.G. Wells’ The Time Machine. Ook bij deze herleesbeurt schoot ik in de lach bij de laatste zin. Charles heeft een goed gevoel voor humor, zoveel is zeker.

‘Datazee’ (eerder verschenen in het SF/F/H-jaarboek Ganymedes-21). Een mooie instap in wat ik graag het Wettumverse noem. Het internet van de toekomst is alomtegenwoordig en heet ‘datazee’. Enkele belangrijke elementen uit dit verhaal, veelal worldbuilding, kome, terug in andere vertellingen van Charles, zowel in deze bundel als in andere verhalen van zijn hand. Het is dan ook beslist een meerwaarde om in Charles’ oeuvre deze rode draad te volgen naar allerlei verrassende plekken. Heel geslaagd in dit verhaal is de hoofdpersoon, of moet ik ‘hem’ de hoofdpersonen noemen? De geïntegreerde persoonlijkheden Waltz en Mazurka (ha, die namen, hoe leuk), die het normaal gezien zo goed met elkaar kunnen vinden, zijn in conflict geraakt. Het gaat om, of all things, auteursrechten. Enkel de AI-servicerechtbank kan verlossing brengen… Charles’ prognose van hoe het internet zich ontwikkelt, lijkt me een goede inschatting. Ook de innerlijke strijd ‘tussen’ de bipersoon wordt goed weergegeven. Het einde van het verhaal is verrassend. Ja, daar is Charles goed in. Het verhaal stemt tot nadenken: de auteur zegt hier rake dingen over eenzaamheid, vind ik, en hoe moeilijk het is om daarmee om te gaan. ‘Alleen zijn’, dat lijkt in de toekomst een marteling – de maatschappij is er niet op ingericht.

‘Crathos’. Hoewel de bundel bestempeld wordt als SF, is dit eerder een fantasy-verhaal, met een gepast licht gezwollen stijl. Toch blijven Charles’ zinnen helder en overzichtelijk; hij trapt niet in de val van het purple prose (dat de schrijver van deze recensie helaas al te bekend is van zijn eigen schrijfsels…) Het helpt zeker dat Charles niet vaak een bijzin gebruikt als hij er ook gewoon een aparte zin van kan maken. Daar kunnen we met zijn allen nog wel iets van leren. Goed dus, dat evenwicht tussen toon en stijl. Het verhaal is gauw verteld – en daarom vertel ik het beter niet! Laat het me hierbij houden. De machtige strijdster Crathos voelt zich in de steek gelaten. Wie moet het ontgelden? Ook hier weer wordt de lezer vergast op een onverwachte afloop.

Hoe Henri zich ontwikkelt’Emoties, zeg je? Ja, daar hou ik ook wel van in verhalen. Het is te zeggen: de emoties die een verhaal bij een lezer kan oproepen. De zieleroerselen van de personages zelf hoeven wat mij betreft niet uitgebreid neergepend te worden. Nee, laat alles maar duidelijk worden door de actie. Henri’s moeder en vader hebben het niet makkelijk: een hypochonder en een autist (zo benoemd in het verhaal) met een kind, maar laat ons vooral niet aan labeling doen. Twee goedbedoelende ouders die het niet onder de markt hebben met hun baby. Wat opvalt, is dat Charles treffend de gezinsdynamiek beschrijft. Je voelt als lezer goed aan wat precies de verhouding is tussen de vader en de moeder, wie op welk vlak (om even een lelijke uitdrukking in dit verband te gebruiken) de overhand heeft. De zorg voor baby Henri overheerst hun leven. Hij ontwikkelt zich zo snel. En in de buitenwereld gaat het ook al niet goed. Het toenemende aantal zwaartekrachtgolven baart zorgen. Dat is dus meteen het thema van dit verhaal: angst en hoe ermee om te gaan. Ik leefde echt mee met de hoofdpersonen, ook bij deze tweede lezing. Missie geslaagd.

Verstrengeling’. Ook in dit verhaal openbaart Charles een stukje van zijn Wettumverse. Deze vertelling – komt ie! – verstrengelt op onnavolgbare wijze een bijbels verhaal met geloofwaardige SF-technologie. De gevoelens van de hoofdpersonen zijn zo puur dat ik me bij het lezen enigszins schaamde over het feit dat ik dacht: ‘Waar trappen jullie nou in?’ En daarmee bedoel ik de hoofdpersonen. Zo ontstaat een mooie dialoog tussen het verhaal en de lezer, vind ik. Natuurlijk zal niet iedereen het verhaal op deze manier ervaren. Het hangt er maar vanaf hoe cynisch of optimistisch je bent in het echte leven, denk ik dan maar. Mooie bonus in dit verhaal: een goed gebruik van afwisselende vertelperspectieven. Houdt het verhaal levendig. Zorgt voor vaart. En nergens verliest Charles het overzicht uit het oog.

‘Bijles’. Een wrange bespiegeling over verliefdheid. Ik weet niet of Charles bewust ‘Verstrengeling’ en ‘Bijles’ na elkaar plaatste, maar voor mij werkt deze – even tonen dat ik graag Scrabble speel – juxtapositie wel. De Chinese Chyou en de westerse ik-figuur lijken het wel met elkaar te kunnen vinden, daar op de maan. Maar kunnen ze hun cultuurverschillen overwinnen, dat is de vraag. ‘Liefde is een dimensie,’ zegt Chyou. Tja, wat moet je daar als verliefde Anglo mee? Dit verhaal levert een scherp commentaar op leidinggeven: hoe doe je dit op een integere manier?

‘Big Bang’ (eerder verschenen op Out Of This World in het kader van de schrijfwedstrijd Big Bang, onder de oorspronkelijke titel ‘Geboorte’) Een neootje (denk aan een soort baby, en denk dus ook aan Henri hierboven) moet in de Korf een universum kiezen. Daar ligt dan zijn bestemming. Charles werkt goed de hiërarchie in de Korf uit. Je krijgt als lezer een volledig beeld van de ‘samenleving’, for lack of a better word. Ik beschouw dit verhaal eerder als een filosofische bespiegeling, met een warm kloppend hart. Wat is de waarde van perfectie? Die vraag kwam bij me op bij het lezen.

‘Uit Afrika’. In een onder water gelopen wereld houdt Becca zich staande in een kleine gemeenschap. Ze wil een kind, maar mag ze wel kiezen wie de vader wordt? De worldbuilding is hier perfect geïntegreerd in het plot. Dit is het kortste verhaal in de bundel.

‘Dat maakt ons mens’. Ik kan me geen andere titel dan deze voorstellen voor dit verhaal. Is het mogelijk om in een wereld waarin emoties sterk gereguleerd worden en ieder (of beter: iedere deelpersoonlijkheid) de ander in evenwicht houdt – denk ook aan de bipersoon in ‘Datazee’ – nog echt mens te zijn? Een noodsituatie verstoort het delicate evenwicht. Javi/Donna moet(en) moeilijke keuze maken… Dit verhaal is knap uitgewerkt als je bedenkt hoeveel verschillende deelpersoonlijkheden in gesprek gaan in het begin van het verhaal. Alweer weet Charles als verteller het overzicht te behouden.

‘Wolken van Jupiter’. Zoals ik al aangaf in mijn bespreking van deze bundel voor Fantastische Vertellingen, is het slotverhaal voor mij het kroonjuweel van deze uitgave. Mijn mening hierover is niet veranderd. Dit verhaal leest als een volwaardige roman, ondanks de beperkte lengte. Het bejaarde echtpaar Harald en Jocky bestudeert de Jupiterwolken. Alleen wil de boel al een hele tijd niet meer vlotten: er is geen nieuw bewijs gevonden van leven op de planeet. Het project loopt onvermijdelijk op zijn einde. Als lezer kan je een mooie parallel trekken met de relatie tussen Harald en Jocky: zij moeten steeds maar verliezen incasseren. Voor wie is dit het schrijnendst? Voor Harald die zich pijnlijk van alles bewust is? Of voor Jocky, die alles noodgedwongen heeft moeten loslaten? Charles beschrijft op monumentale wijze de liefde van een echtpaar in moeilijke omstandigheden. Razend knap.Het zal anders is een gevarieerde bundel, Charles is een originele verteller. Ik kijk uit naar ander werk van hem. Aanrader.​

‘Kwantumschuim’ komt eraan…

Op 30 augustus verschijnt hij: mijn eerste (echte? dikke?) boek: ‘Kwantumschuim’. Ik vind het enorm spannend. Dat schijnt normaal te zijn, zelfs Stephen King is nerveus en sommige schrijvers hebben zelfs spijt van hun (toch succesvolle) boek. Ik mag dus ook…

Inmiddels heb ik een paar jaar ervaring met korte verhalen. Ik heb er opgestuurd naar tijdschriften en wedstrijden – ik heb daarop veel feedback gehad (o.a. vernietigende juryrapporten, en dat was terecht), ik heb heel veel geleerd en er zijn inmiddels behoorlijk wat verhalen geplaatst in tijdschriften en bundels. Ik heb daar leuke reacties op gekregen en zelfs een paar keurige uitslagen in wedstrijden. Dat leerproces is belangrijk voor me: fouten maken en dan proberen het de volgende keer beter te doen.

Met korte verhalen is fouten maken makkelijk: het verhaal wordt gewoon niet geplaatst, niemand weet ervan, je leert ervan, je gebruikt die ervaringen. Verhalen die lezers onder ogen krijgen, zijn de vertelsels waarin het leren al heeft plaatsgevonden. Compilatie in een bundel (‘Het zal anders’) of wat langere korte vertellingen (zoals in ‘De dokter in het donker‘) zijn in feite continuering van het leerproces ‘kort verhaal’, niet echt iets nieuws.

Maar een boek… Ah, dat is andere koek. Natuurlijk heb ik op delen terugkoppeling gehad en daarmee kunnen werken – maar eerlijk gezegd: ik ben een solist, ik wil autodidact zijn en alle fouten zélf maken. Na het schrijven, herschrijven, herschikken en eindschrijven heb ik minstens tien keer heb ik het hele boek gelezen, doorgewerkt, herzien, aangepast, geredigeerd en verbeterd. Is het genoeg?

Waar ‘Kwantumschuim’ tekortschiet, is dat dus allemaal volledig van mij. Er zijn zoveel prachtige mogelijkheden om dingen niet goed te doen: de hoofdpersonen en hun ontwikkeling en hun interactie, tijdlijnen en plotholes, de wereldbouw en interne consistentie, het tempo van het verhaal en de spanningsbogen. En natuurlijk tahlfouten, stijlfouten, domheden, tekstverwerkingsfouten, kromme zinnen, onlogische overgangen, et cetera. Ik ben zó benieuwd in welke valkuilen ik allemaal getrapt ben…

Zenuwachtig, dus. Het eerste ellendige moment is de ‘enter’ waarmee je verklaart dat dit de definitieve tekst is. Vanaf dat moment is het document niet meer te veranderen, al je missers zijn in steen gebeiteld. Als je verder wilt, is het hiermee – dat is hard! Het tweede ellendige moment is als je de print-opdracht geeft. Fouten op papier zijn nog véél erger dan die op een beeldscherm, om jezelf te beschermen kun je alleen nog besluiten het niemand te laten weten zodat al je falen onzichtbaar blijft. Het derde en alles definiërende moment is dat je aan anderen laat weten dat het boek eraan komt. Bij deze dus. Nu kan ik écht niet meer terug.

Ondanks alle mogelijke bloopers: ik hoop dat er minstens een paar lezers zijn die dit een leuk boek vinden. Vermoedelijk niet iedereen en dat hoort natuurlijk ook zo: het is harde sf met een mensenkant (tenminste: zo is het bedoeld). Het is het soort boek dat ik zelf graag lees en dat is natuurlijk niet naar ieders smaak. Prima. Het boek is daarnaast ook nog onderdeel van mijn eigen ontwikkeling, dus als u feedback zou willen geven: graag (boekbesprekingen kunnen bijvoorbeeld op Hebban, of persoonlijk, of langs welke weg u het zelf ’t liefst doet). Kritisch is prima, opbouwend zou leuk zijn 😉 . Ik leer ervan en misschien zal een volgend boek (dat komt er misschien wel?) daardoor beter zijn. Je weet nooit …

‘Kwantumschuim’ komt uit als e-book (ook in KOBO-plus) en paperback. Leverbaar vanaf 30 augustus. Wilt u het wel hebben maar niet langs deze kanalen, mail me dan even op sciencefiction@planet.nl.

Ik ga op 2 september naar de Fantasticon. Misschien zie ik u daar…

Ik zag ‘Oppenheimer’

Wil je weten hoe een atoombom werkt, wat het verschil is tussen atoomsplitsing en atoomfusie, wat de problemen zijn om een atoombom te ontsteken? Niet kijken, dat ga je niet horen.  

Wil je meer weten over de organisatievorm van het Manhattanproject, de logistiek ervan, het winnen en bewerken en verrijken van uranium en plutonium? Niet kijken, het wordt niet uitgelegd. 

Wil je betrokken natuurkundigen leren kennen, van Einstein tot Teller, van Heisenberg tot Gödel, van Fuchs tot Feynman? Ze komen langs, het is leuk om ze te herkennen als je ze al een beetje kent, maar let op: we horen niet veel over hen, over hun genialiteit. We krijgen geen CV’s of introducties.  

Ik vond het (toch) een uitstekende film. 

De jaren ’30 

De atoombom werd theoretisch voorbereid door de relativiteitstheorie, de kwantummechanica en de ontwikkeling van de daarbij behorende laboratoriumtechniek. De discussies tussen theoretici vanaf 1904 waren intensief, er waren veel (vooral Duitse) fysici bij betrokken en er braken af en toe geweldige ruzies uit. De confrontaties tussen de Deen Bohr en Duitser (later Amerikaan) Einstein zijn legendarisch geworden.

De oorzaken van hun heftige disputen waren karakterverschillen, filosofische verschillende uitgangspunten bij de interpretatie van theorieën, verschillen in maatschappelijke achtergronden. En soms ook een beetje verschil in het begrip van de nieuwe natuurkunde – overigens is de fundamentele discussie die in die jaren werd gevoerd nog steeds niet volledig tot een einde gebracht.   

In de jaren ’30 kreeg door de opkomst van het nationaalsocialisme het wereldje van natuurkundigen een extra scherpe kant: er ontstond een kloof tussen Duitse fysici die geen afstand tot het regime namen (zoals vooral Heisenberg) en fysici die het slachtoffer van de nazi’s werden (waaronder de joden Einstein en Oppenheimer). De kloof verdiepte door het uitbreken van de oorlog, de twee partijen kwamen in een race terecht voor het vertalen van de natuurkundige theorieën in een praktische toepassing: de atoombom. 

Het is duidelijk dat de ontwikkeling van natuurkunde niet los staat van de politieke omgeving. Wetenschap is onderdeel van de cultuur, ze interfereert met de normen en waarden van de maatschappij. Natuurkunde is niet los verkrijgbaar. 

Project Manhattan 

Het team van Oppenheimer is zo breed al de mensheid.  

Er zijn wetenschappers die zo opgaan in hun theorieën dat ze alleen maar geïnteresseerd zijn in zo groot mogelijke bommen, hun interesse is ‘alleen maar’ wetenschappelijk: als we het toch eens voor elkaar zouden kunnen krijgen. Of hun bom misbruikt wordt, is niet hun probleem, zij hebben hem alleen maar gebouwd. 

Er zijn wetenschappers die idealen hebben voor de wereld na de oorlog. Ze willen dat landen samenwerken, samen aan een wereldrechtsorde bouwen, vrede maken voor de volgende generaties. Sommigen proberen hun eigen politici te ondersteunen om Amerika zover te krijgen, anderen werken samen met niet-Amerikaanse onderzoekers en zoeken daarbij de randen om van wat hun eigen geheime diensten nog acceptabel vinden. Weer anderen proberen wereldvrede te forceren door te zorgen dat wetenschappers van andere landen beschikken over dezelfde informatie als zijzelf, een handeling die in de categorie ‘verraad’ terecht komt wanneer de informatie geheim is. 

Er zijn zelfs wetenschappers die niet willen meewerken aan projecten als het ontwikkelen van technologie waarmee de aarde vernietigd kan worden. Zij komen in films over deze onderwerpen natuurlijk niet voor, tenzij ze chantabel zijn met het argument ‘als de vijand ze heeft (of: zou kunnen krijgen), dan moeten wij ze ook hebben voor het evenwicht’.  

Fysici zijn net gewone mensen, vindt u niet? In de film vindt u alle soorten terug. 

De communistenjacht 

Direct na de Hete Oorlog kwam de wereld terecht in de Koude Oorlog. Atoombomtechnologie bij zowel Rusland als Amerika zorgde voor een instabiel militair evenwicht in combinatie met een gigantisch ideologisch wantrouwen. Het wantrouwen werd binnen beide betrokken blokken uitgevochten, in Amerika leidde het tot een communistenjacht die tot op de dag van vandaag het denken splijt. Onnodig om op te merken dat zowel toen als nu de definitie van communist net zo fluïde is als de haat van degene die de term wil gebruiken om (politieke) tegenstanders kapot te maken. 

Ook fysici (waaronder Oppenheimer) kwamen terecht in de gehaktmolen van politieke afrekeningen, verdachtmakingen, carrière-brekende anonieme beschuldigingen, gewone jaloezie van ambitieuze collega’s of bedrogen echtgenoten. En ja, af en toe werd er door het vervolgingsapparaat van geheime diensten, gewetenloos-ambitieuze politici en conservatievemoraalgedreven jachthonden inderdaad een echte spion ontmaskerd. Vermoedelijk. 

Het is net de gewone wereld, vindt u niet? In de film vindt u hem terug.  

Natuurkunde en de manier van denken   

Tijdens mijn kandidaatsstudie Natuur- en Sterrenkunde heb ik een (verloren gegane) scriptie geschreven over het boek ‘L’homme-machine’ van de Franse arts-filosoof Jean de la Mettrie. Het ging over de mechanisering van het mensbeeld: een mens kan worden teruggebracht tot eigenschappen van materie. De vraag die ik onderzocht, was op welke manier zo’n natuurwetenschappelijk (juiste of onjuiste – dat doet er even niet toe) visie invloed heeft op de levensovertuiging van gewone mensen in de tijd daarna. Los van hoe je de invloed waardeert: denk aan de afbraak van de macht van religieuze instellingen, de opkomst van materialistische ideologieën en hun ‘normen’ (nazisme, communisme, nihilisme en vele anderen), de ‘maakbaarheid van de mens’ in de moderne geïndividualiseerde samenleving. 

Natuurlijk heeft ook het theoretische vak kernfysica via de technologie van de atoombom de wereld diepgaand beïnvloed. Het veiligheidsgevoel is flinterdun als er elk moment wereldwijde allesvernietigende oorlog kan uitbreken. Welke hoop op een toekomst heb je, als er genoeg atoombommen zijn om de aarde honderden keren te vernietigen? Wat is de zin van het leven, als de mensheid op het punt staat om zichzelf uit te roeien?  Hoe nationalistisch moet je zijn als de ‘ander’ een atoombom heeft?

De meeste fysici denken na, ook over maatschappelijke ontwikkelingen. Maar heeft dat invloed op de keuzes die zijzelf maken? Verandert het hoe de wetenschap zich ontwikkelt? Is de ontwikkeling van wetenschap autonoom, of kan de mensheid daar keuzes in maken? Gebeurt alles wat kan? 

Dit zijn de vragen van onze moderne wereld, denkt u niet? U vindt ze in de film. 

Conclusie: een uitstekende film 

Volgens mij heeft de film een mooi en diep thema.  

‘Oppenheimer’ gaat niet primair over de natuurkunde achter de atoombom en zelfs niet over de ontwikkeling ervan, al speelt die een rol.  

De film gaat niet primair over het leven van de fysicus Oppenheimer, al is dat een verhaallijn. 

De film gaat niet over de afrekening met Oppenheimer door communistenjagers en geheimzinnige mannen op de achtergrond, al vult dat een groot deel van de film.  

Volgens mij gaat ‘Oppenheimer’ ten diepste over de driehoeksverhouding cultuur, politieke werkelijkheid en wetenschapsbeoefening. Over wat politiek en cultuur doen met wetenschap en wetenschappers.  Over hoe de (vaak naïeve) wetenschap speelbal is van degenen die haar voor hun karretje spannen. Over wat de gevolgen zijn van wetenschappelijke prestaties (als ik de atoombom zo mag noemen) voor het denken en voelen van de wereld. 

De urgentie om na te denken over de gevolgen van onze nucleaire vermogens is sinds 1989 weggesleten. Met de oorlog die Rusland nu heeft ontketend is de actualiteit ineens weer groter – misschien komt het denken ook met deze film weer terug. Niet alleen over de directe dreiging van de vele landen die inmiddels over nucleaire wapens beschikken, maar ook over de manier waarop mijn/ ons denken, mijn/ ons wereldbeeld, mijn/ ons toekomstbeeld is gevormd door deze gevolgen van wetenschap. En of ik/ wij daarmee wel zo blij zijn.  

Ik denk dat we wel keuzes hebben.   

Slotopmerking 

Wat een fantastisch geluidsspoor! 

Reflectie op mijn eerste anderhalf jaar SF

Beginnen met verhalen schrijven is spannend. Elk verhaal is een kindje, als het wordt gepubliceerd laat je het los en dan gebeurt er van alles… Reacties, adviezen, waardering of juist niet?

Natuurlijk heb ik de afgelopen jaren vóór mijn pensionering veel geschreven: beleidsnota’s, stukken in personeelsbulletins, jaarverslagen, projectaanvragen. Toch heb ik gemerkt dat het echt anders is: in verhalen zit minder zakelijks en meer van jezelf. Dat maakt je kwetsbaar op het moment dat je ze los moet laten. Er komen reacties van redacteuren, van recensenten, van lezers en (bij wedstrijden) via jury-verslagen. Ze komen privé, op social media en op bijvoorbeeld Hebban . Dan zet je die veelheid van visies op een rijtje en soms denk je: ik doe dit voor mezelf en niet voor de reacties. Maar ondertussen is voor schrijvers gelezen worden natuurlijk wel waar het om gaat.

Hoe verging het mij? Gewoon, net als bij iedereen: lekker schrijven, soms hard werken. Leuk creatief bezig zijn én ellendige uren correctiewerk. Adrenaline als een verhaal geaccepteerd wordt, frustratie als het geweigerd wordt, nog meer frustratie als er geen enkele reactie komt. Vaak begrip voor inhoudelijke of redactionele opmerkingen, een enkele keer de irritatie van ‘dan heb je slecht gelezen!’ of ‘je hebt er niets van begrepen, denk eens een keertje na!’ (en dat is dus, realiseer je je later, allebei de verantwoordelijkheid van de schrijver…).

Kortom: niet anders dan je zou mogen verwachten en dat is dus prima. Er zijn aardig wat verhalen geplaatst in verschillende (online) tijdschriften en verzamelbundels. In een paar wedstrijden heb ik redelijk gescoord (en een paar keer ook niet 😉 ). Ik ben blij met hoe mijn verhalen en boekjes zijn geland. Leuke reacties, zinvolle leerpunten, mooie kritische en ook waarderende opmerkingen.

Mijn leerpunten zijn duidelijk: ik moet meer aandacht geven aan details, aan afwerking, aan woordgebruik, aan taalkundige redactie, aan variatie in woordgebruik en soms aan heldere uitleg over de wetenschappelijke achtergrond (als je schrijft, ben je er zo mee bezig dat je kunt vergeten dat een lezer wat informatieachterstand heeft). Dat ga ik dus allemaal doen en veel ben ik aan het automatiseren, leren blijft mijn kerncompetentie.

Waardering is er ook. Op mijn site verwijs ik bij mijn boekjes naar de sites waar boekbesprekingen zijn verschenen, bij sommige bundels zijn opmerkingen gemaakt over mijn eigen verhalen en die zijn eigenlijk altijd positief. Dat is om blij mee te zien.

Op de site van de NCSF ( Nederlands Contactcentrum voor Science Fiction) scheef de vaste recensent Jos Lexmond bij zijn bespreking van mijn verhalenbundel Het zal anders’ (eBook / paperback) : ‘Bij diverse eerdere gelegenheden, zoals het recenseren van tijdschriften en/of bundels waar Charles van Wettum eerder in opgenomen was, heb ik al gezegd dat Charles een natuurtalent is, die veel te laat met het vertellen van verhalen begonnen is. Maar gelukkig… hij is begonnen én gearriveerd! Je komt hem tegenwoordig overal tegen en zijn verhalen zijn prachtig, humorvol en divers. Hij schrijft als ‘De Groten’ van de jaren zeventig en tachtig. Wat mij betreft mag Charles daar tot het eindigen der dagen mee doorgaan. Met zijn originaliteit blijft alles wat hij schrijft, meer dan interessant! ‘

Dat is natuurlijk heel bemoedigend, ik ga dus gewoon door 😉. Ik kan me voorstellen dat je denkt: dan wil ik ook wel eens iets lezen. Dat kan, maar een waarschuwing: het is science fiction – een apart genre, dat ik bovendien bedrijf op de manier die in de ‘gouden jaren’ gebruikelijk was – vrij ‘hard’ (= wetenschappelijk), met een wat naar het zakelijke neigend taalgebruik. Maar het gaat wél altijd over mensen (soms: wezens), over hoe zij zich gedragen in de omstandigheden die ik voor ze verzin. SF is het, SF blijft het 😀. Als je het desondanks toch wilt: info over mijn verhalen (met links naar een paar typische verhalen die gratis online te lezen zijn) vind je op www.wettum.org/sf . Info over mijn (e)boekjes staat op www.wettum.org/boeken.

Reacties op mijn eerste boekje

In januari 2023 verscheen mijn eerste boekje. Mét verkleinwoord: het zijn twee novellen – te kort voor roman en te lang voor kort-verhaal, samen ca 100 pagina’s. Stichting Fantastische Vertellingen heeft het uitgegeven: ‘De dokter in het donker’. In Fantastische Vertellingen 65 (maart 2023) stonden twee besprekingen. 

Johan Klein Haneveld (johankleinhaneveld.blogspot.com) schrijft: ‘De werelden die Van Wettum heeft verzonnen zijn fascinerend. In het eerste verhaal bevinden we ons in koepelsteden in het onder water gelopen Nederland. Hij weet ze zo te beschrijven dat duidelijk is waar we ons als lezer bevinden, zelfs als we zo’n omgeving niet kennen. De planeet Madonna in het tweede verhaal, met ander licht en fascinerende buitenaardse wezens, is ook goed beschreven en naar mijn mening behoorlijk origineel,’ en: ‘Zijn verhalen zijn ook nog eens heel toegankelijk geschreven, wat een plus is!’ en: ‘Voor zowel lezers van het SF-genre als voor detectivelezers de moeite waard.’ 

Finn Audenaert (Finnaudenaert.weebly.com) schrijft: ‘Een financieel directeur met een gapend gat boven zijn zes ogen? Een medische androïde die plots van de aardbodem verdwenen lijkt? Geen probleem, Sherlock en Rex waden vastberaden door de datazee op zoek naar de oplossing. Dat gaat gepaard met stevig denkwerk en nog steviger actie. Heerlijk!’ 

Op de site van de uitgever werd deze reactie achtergelaten: ‘SF is niet het genre dat ik graag lees, maar dit boekje van Charles van Wettum boeide me toch. Vooral omdat het maatschappelijke thema’s van het hier en nu raakt. Daarmee hield dit sf-verhaal mij in gedachten langer bezig dan verwacht. Vandaar gewoon 5 sterren. Een aanrader.’ 

Olav Heirman (ervaren SF-lezer) schrijft: ‘De dokter in het donker biedt een interessante vraagstelling die raakt aan de maatschappelijke functie van de gezondheidszorg. Het verhaal eindigt met een optimistische noot. Het 2de verhaal, Moord onder een blauwe zon, vond ik héél origineel van wereldopbouw. Aandacht voor kleine details maakt het detectiveverhaal leuk om lezen. 

‘Vermist in Koepel Goes’ is (voorlopig?) ebook, het verscheen op 9 maart 2023. Olav Heirman schreef 2 dagen(!) na het verschijnen: ‘Charles van Wettum gaat hier dieper in op de geschiedenis en opbouw van de Koepelsteden die na het onderlopen van een deel van Nederland een groot deel van de bevolking herbergen… Het verhaal is groter en complexer dan enkel de zoektocht naar verloren experimenteel hoogtechnologisch materiaal. De auteur heeft de persoonlijkheid en het karakter van Sherlock goed uitgewerkt…. Het biedt de mogelijkheid om in de toekomst nog meer verhalen rond Sherlock & Rex te schrijven. Ik ben alleszins al fan.’ 

Al met al: mijn eerste verkenning van het iets-langer-dan-korte-verhaal is me bevallen. Ik heb mijn doelen voor het komende jaar helder: doorgaan met korte verhalen en langzamerhand kijken of steeds langere verhalen bij me gaan passen. Misschien, misschien komt er een kans voor iets van de omvang ‘roman’. En misschien loop ik tegen de grenzen van mijn mogelijkheden aan en wordt het iets anders. Er gebeurt in ieder geval iets, en ik heb het naar mijn zin.

Het mooi uitgevoerde gedrukte boek ‘De dokter in het donker’ is o.a. hier te bestellen. Het ebook ‘Vermist in Koepel Goes’ is o.a. hier te bestellen.

SF na het pensioen

Mijn eerste volle pensioenjaar is voorbij. Even terugkijken, dus. Met een heel leuke afsluiter van het jaar…

In het najaar van 2021 ging ik met vervroegd pensioen. Het was een goed moment om afscheid te nemen van ‘mijn schooltje’: het JTC in Roosendaal: fantastisch team van medewerkers, geweldige sfeer, toffe leerlingen, prachtige gebouwen, hard gegroeid en met goede resultaten. Na een ontzettend leuk afscheid kwam het beruchte zwarte gat – dus niet: ik heb mij in 2022 geweldig vermaakt.

Vooruitlopend op mijn pensioen had ik vanaf 2019 wat geoefend met een jeugdliefde: het schrijven van korte sf-verhalen. Maar ja: schrijven is gewoon een vak, je moet het leren en je moet veel uren maken. Vanaf eind 2021 had ik de tijd en ik heb sindsdien van die nieuwe wereld genoten. Nieuwe mensen leren kennen, een nieuw netwerk opbouwen, nieuwe ervaringen opdoen, nieuwe vaardigheden trainen. Wat een leuke mensen zitten er in dat wereldje, wat een bijzondere activiteiten, wat een talenten!

Wat heb ik in 2022 gedaan? Ik heb korte verhalen geschreven, er zijn er gepubliceerd in onder andere het tijdschrift Fantastische Vertellingen, het jaarboek Ganymedes, de verenigingsbladen SF Terra en HSF, en op een paar websites. Ik heb boekbesprekingen geschreven, o.a. op Hebban – wie schrijft, moet veel lezen. Ik heb vooral veel geleerd, leren blijft leuk. Als afsluiter van 2022 is sinds vandaag (29 december) mijn eerste solo-boekje verkrijgbaar: ‘de dokter in het donker’. Klein, maar (hopelijk) fijn. Elke reactie wordt gewaardeerd – leren blijft mijn kerncompetentie 😉 .

Uitgever: Stichting Fantastische Vertellingen, Remco Meisner. 
Omslag: Marcel Ozymantra.
December 2022

Ook in 2022 was ik actief in raden van toezicht in de sectoren die mij lief zijn omdat ze gaan over mensen en wat voor hen essentieel is: onderwijs en zorg. Dat blijf ik doen met veel enthousiasme.

En nu op weg naar 2023. Doorgaan met de goede dingen. Nieuwe dingen leren, nieuwe dingen proberen. Nieuwe verhalen schrijven en wie weet nog iets meer.

Ik wens iedereen een mooi, gezond en uitdagend 2023!

Mijn korte science fiction

‘Science Fiction gaat niet over techniek, maar over mensen. 

Niet over horror, maar over leven. Niet over anderen, maar over ons. ‘

Met deze tekst opent mijn overzichtspagina met publicaties in science fiction (www.wettum.org/sf) .

Goede SF verkent de grenzen van wetenschap en de invloed daarvan op mens en maatschappij. SF is geen voorspeller van de toekomst: soms zitten de schrijvers er radicaal naast, soms toevallig niet erg ver. SF is wel een manier om ons te laten nadenken over ‘what if’. We verkennen we opties en dilemma’s, (on)mogelijkheden en (on)wenselijkheden, grenzen van (on)menselijkheid. Ik vind het een waardevolle manier van filosoferen. Soms theoretisch, maar ‘niets is zo praktisch als goede theorie’ (Kurt Lewin).

In augustus 2022 komen er twee verhalenbundels uit waarin korte verhalen van mij zijn opgenomen:

  • In Ganymedes 22 staat mijn verhaal ‘Beëindiging´. Een simpel detectiveverhaaltje in de nabije toekomst, met de vraag naar de macht van werkgevers over werknemers.
  • In Fantastische Vertellingen 63 staat het verhaal ‘Het beste ruimtepak ever’, over effecten van superieure kwaliteit.
  • Eveneens in Fantastische Vertellingen 63 staat het verhaal ‘Geheugenmanagement’, met een beeld van het opslaan van mensen in een digitaal systeem.

Grenzen van SF zijn niet scherp: Fantasy en Horror zijn buren. Ik zelf houd niet van schrikken om het schrikken. Ik houd niet van magie (al geldt nog steeds het adagium van Arthur C. Clark: ‘elke voldoende geavanceerde technologie is niet te onderscheiden van tovenarij’). Ik houd meer van boeken dan van film, ik wil mijn eigen voorstelling maken.

Ik houd van voorstelbare werelden met invoelbare hoofdpersonen. En soms maak ik een uitstapje…