Maanbasis in 2032?

NASA heeft plannen gepresenteerd om een permanente basis op de zuidpool van de maan te bouwen. Hij zou rond 2032 in gebruik moeten worden genomen. In begin zal de nederzetting vier permanente bewoners krijgen, maar in de loop van de jaren zal dat doorgroeien.

De ruimtebasis gaat fungeren als springplank voor o.a. toekomstige bemande Marsmissies. Er is voor nu een investering van $20 miljard voorzien. Die zal ook nog wel doorgroeien.

Een ambitieuze planning…

Van 2026 tot 2028 ligt de focus op veilig en betrouwbaar transport. Commerciële partners voeren goederentransporten uit om materialen op de maan te krijgen, terwijl ondertussen de benodigde technologieën (zoals slimme bouw van woonruimte, zuurstof- en watervoorziening, nieuwe maanrovers en nucleaire stroomvoorziening) worden ontwikkeld en getest.

Tussen 2029 en 2032 gaat daadwerkelijke constructie van start. Met twee missies per jaar wordt er gebouwd aan een bewoonbaar complex.

Vanaf 2032 zal de basis bewoonbaar zijn, zodat astronauten er langdurig kunnen verblijven.

Het is een grote verandering in strategie. De ontwikkeling van de Lunar Gateway (het idee tot nu toe: een klein ruimtestation in een baan om de maan) is voorlopig stilgelegd. Alle prioriteit ligt nu bij de infrastructuur op het maanoppervlak zelf.

Ontwerp

Het ontwerp van de NASA-maanbasis (Artemis Base Camp) is een modulair: een groot aantal (soms onderling verbonden) units. Het zal uiteindelijk een gebied van honderden vierkante kilometers beslaan, vergelijkbaar met de grootte van een stad. Het is specifiek ontworpen om de extreme omstandigheden op de maan te weerstaan. Dan moet je denken aan lastige problemen, zoals kosmische straling, zonnewind, heftige schommelingen in temperatuur en maanstof.

De kern van de basis bestaat uit vaste verblijfplaatsen voor de astronauten. Zij wonen straks in de Foundation Surface Habitat (FSH). Daarnaast komen er werkstations, opslagruimten en later ook laboratoria.

Een deel van de structuur wordt opblaasbaar. Dat is om gewicht en ruimte te besparen tijdens het transport vanaf de aarde. Gebouwen krijgen een stevige metalen kern met uitvouwbare, opblaasbare kunststof wanden.

Ook zal NASA maanstof (regoliet) gaan gebruiken als schild. Alle leefmodules worden afgedekt met een 2 tot 3 meter dikke laag stof als een schild tegen dodelijke kosmische straling en micrometeorieten.

SF

Natuurlijk zijn er veel SF-verhalen die op een maanbasis spelen. Bijvoorbeeld het korte verhaal ‘Bijles’ uit de bundel ‘Het zal anders’ (www.wettum.org/het-zal-anders ).

In het verhaal is de leiding van de maanbasis in handen van Chinezen – die zijn op dit moment trouwens bezig aan een eigen maanbasis, ook op de zuidpool van de maan en misschien al klaar in 2031! De vriendelijke dochter van de commandant geeft bijles aan een jongen uit de mijnwerkerswijk. Wanneer de machtsverhoudingen op Aarde verschuiven, moet op de maan… Nee, dat verhaal moet je zelf maar lezen 😉.

Bronnen

De NASA-site: https://www.nasa.gov/moonbase/

https://www.nasa.gov/lunar-surface-technology/

Het Chinese maanprogramma: https://en.wikipedia.org/wiki/Chinese_Lunar_Exploration_Program

https://nos.nl/artikel/2607705-nasa-wil-begin-jaren-30-een-basis-op-de-maan-bouwen-en-cancelt-ruimtestation

NASA wil een maanbasis bouwen met het formaat van een grote stad

431

In mei 2026 won ik met het korte SF-verhaal ‘431’ de tweede plek in de verhalenwedstrijd ‘De boodschap’ van de Vlaamse website ‘Out of this world’. Ik was er vereerd en content mee! Hier onderaan vindt u de link naar het verhaal, maar ik verzoek u: lees svp eerst even verder…

Van een lezer kreeg ik de suggestie dat de inhoud van mijn verhaal gewoon allemaal (‘ maar wel leuk’) verzonnen was. Het antwoord daarop is: sorry, maar nee! Ik geef toe: ik heb af en toe veel te veel fantasie, maar in dit geval…Misschien kunt u het niet op voorhand geloven, maar alle door mij beschreven pogingen om betekenis te zoeken achter getallen zijn realistisch. Echt voorkomend. En niet eens zomaar bij een paar individuen, maar in behoorlijk brede bewegingen.

Zowel de schoondochter met haar engelennumerologie, als de vader met zijn kaballistische berekeningen, als de zoon met zijn metafysische wiskundige speculaties weerspiegelen daadwerkelijk voorkomende benaderingen van onze werkelijkheid. Ze zijn verschillende kanten van de diepmenselijke zoektocht naar betekenis. Naar antwoorden op existentiële vragen. Naar ‘een boodschap’. Die zoeken we allemaal en overal (ja, misschien cynische lezer: ook u, op de een of andere manier!) en op allerlei creatieve manieren. Misschien vindt u de manier waarop mijn hoofdpersonen het doen tamelijk vreemd, maar laat mij u verzekeren: dat komt vooral doordat u die van uzelf al zo gewend bent dat de vreemdheid daarvan u niet meer opvalt (terzijde: in mijn visie is de boodschap dat er geen boodschap kan zijn ook een boodschap. Het vergt ook ‘een sprong van vertrouwen’, zoals mijn hoofdpersonen die hebben gemaakt – vgl Kierkegaard).

Hebben mijn hoofdpersonen hiermee ‘Waarheid’ te pakken? Ach, wie zal het weten … In ieder geval geeft het hen een stukje vastheid. Een stukje betekenis. Iets wat elk mens nodig heeft.

De titel van het verhaal is niet een toevallig getal. Het getal 431 is in veel van de tradities, interpretaties en overwegingen een bijzonder getal, en mijn hoofdpersonen zijn vanuit hun achtergronden behoorlijk goed op de hoogte! Het zal een geïnteresseerde lezer weinig moeite kosten om met wat zoekmachines heel veel van de betekenissen te achterhalen. Het zijn er meer dan ik in mijn korte verhaal kwijt kon.

Het verhaal vindt u hier: https://ootw-magazine.weebly.com/fiction/charles-van-wettum-vierhonderdeenendertig

Meer van mijn SF-verhalen lezen? U vindt een lijst van gratis te lezen digitale publicaties hier: http://www.wettum.org/sf

Mijn boeken en verhalenbundels staan op http://www.wettum.org

Zwaartekracht in Mercurius

Nee, het is geen schrijffout: ik bedoel niet de zwaartekracht op Mercurius, maar echt die erin: ‘Zwammen’ is een SF-roman die speelt in het binnenste van Mercurius. Diep onder het planeetoppervlak. In de grotten daar (lees hier meer over die grotten).

Mijn SF houd ik graag zo natuurwetenschappelijk realistisch mogelijk (al is het natuurlijk geen 100%, het blijft tenslotte naast ‘science’ ook ‘fiction’). Toen ik dus besloot dit boek te laten spelen op – of eigenlijk: in – Mercurius, moest ik iets met de zwaartekracht.

Hier wil ik uitleggen wat en hoe. Ik probeer het zo te schrijven dat het voor iedereen te volgen is, ook zonder kennis van wiskunde of natuurkunde. En trouwens: voor het boek heb je deze of andere voorkennis totaal niet nodig!

Stapeltje  van het boek Zwammen.

Zwaartekracht

Als je op een planeet of een maan staat, is je gewicht afhankelijk van hoe groot die planeet is. Nauwkeuriger: van 1) de massa van de planeet en 2) de afstand tot het middelpunt van die planeet.

Wij zijn gewend aan de zwaartekracht op het oppervlak van de aarde – daarom noemen we de zwaartekrachtversnelling (de maat voor zwaartekracht) bij ons: 1 g (spreek uit: één gé). De enige andere plek in ons heelal waarvan wij tot nu toe op het oppervlak de zwaartekracht hebben ervaren (nou ja, ‘wij’ – ik bedoel: een paar mensen), is op de maan. Op de beelden daarvan zie je dat de astronauten daar probleemloos hoger en verder konden springen. Op de maan is de zwaartekracht(-versnelling) 0,17 g. Hun gewicht was dus ongeveer zes keer zo laag, en ja: dat springt dus veel makkelijker.

Foto van Mercurius

Op de planeet van de roman ‘Zwammen’, de kleine rotsplaneet Mercurius (zie de foto hierboven) is de zwaartekracht 0,38 g. Dit planeetje is de kleinste van ons zonnestelsel en staat vlak bij de zon. Dat heeft allerlei leuke effecten – zie voor veel meer hierover de bronnen onderaan dit artikel. Wat mij nu interesseert, is de zwaartekracht. Voor wandelaars op het oppervlak is die 38% van de Aardse zwaartekracht(-versnelling) en dat betekent dus dat bezoekers op het oppervlak van Mercurius ongeveer een derde van het gewicht hebben dat zij op Aarde zouden voelen.

De zwaartekracht op het oppervlak

We gaan eens even naar de zwaartekracht op Mercurius kijken. Zie de figuur hierboven.

Je staat op Mercurius (voor de verhouding ben je hier veel te groot getekend: in werkelijkheid zou het poppetje ongeveer de hoogte moeten hebben van de dikte van de opperhuid van de kleine teen van zijn linkervoet. Maar ja, dan zie je niks).

De zwaartekracht wordt veroorzaakt doordat elk deeltje van de hele planeet aan elk deeltje van jouw lichaam trekt. Sommige deeltjes van de planeet zitten verder naar links, andere verder naar rechts en die trekken dus scheef aan je. Als we er even vanuit gaan dat alle massa in het binnenste van de planeet precies egaal is verdeeld (natuurkundigen zeggen dan: de dichtheid is overal gelijk), dan trekken de deeltjes je gemiddeld recht naar beneden: naar het middelpunt van de planeet. Zie het plaatje hieronder.

Newton stelde de beroemde formule op om zwaartekrachtversnelling te berekenen. Zijn formule daarvoor is:

g = G.M / r^2

In woorden: G maal M, gedeeld door r in het kwadraat. ‘Kwadraat’ betekent: r keer r

In deze formule is ‘G’ de zogenaamde ‘zwaartekrachtconstante’, een heel klein maar vast getal dat je kunt opzoeken in de tabellenboek of op internet. ‘M’ is de massa van de planeet in kilogrammen – in dit geval: de massa van Mercurius. Tenslotte is ‘r’ de afstand van jou tot het middelpunt van de planeet, gemeten in meters. Als je op de grond staat, is dat gelijk aan de straal van de planeet.

Aan de formule kun je zien:

  • als de massa onder je voeten groter wordt (de M), wordt ook de zwaartekracht groter.
  • als de afstand tot het centrum groter wordt (de r), wordt de zwaartekracht juist kleiner.

Voor Mercurius kun je getallen opzoeken op de wiki-pagina onderaan dit artikel. Voor nu hoeven we het niet uit te rekenen: wat voor ons verdere verhaal belangrijk is, is het kwadraatje van ‘r’ – straks zul je zien waarom.

We duiken de planeet in

Het gaat het met de zwaartekracht als je in een planeet afdaalt? Je graaft een gat naar beneden, neemt de lift omlaag, en dan …

Het figuurtje hierboven geldt niet meer, het wordt nu zoals hieronder. Voor de uitleg is er een hulpcirkeltje verschenen en de pijlen van de krachten komen nu van alle kanten. Er zijn twee verschillende effecten.

Effect 1: je komt dichter bij het middelpunt van de planeet. Dus in de formule van Newton: de ‘r’ wordt kleiner.

Effect 2: een deel van de planeet zit niet meer onder je, maar boven je. Of beter gezegd: aan alle kanten rondom je. Er is een schil van de planeet waarin de massa verder van het middelpunt vandaan zit dan jijzelf.

Effect 2 is heel bijzonder: het is wiskundig vrij eenvoudig (maar we doen het hier niet) om uit te rekenen hoe groot de zwaartekracht is van zo’n schil op iemand die zich binnen die schil bevindt. En misschien voelt de uitkomst niet logisch aan, maar het is wel waar: het maakt dan niet uit wáár precies die persoon zich binnen die schil bevindt, overal binnen de schil is de zwaartekracht nul. Helemaal niets.

In een holle schil ben je gewichtsloos – het maakt daarvoor niet uit hoe dik die schil is. De trekkracht van alle massa-deeltjes in de schil is naar links, naar rechts, naar boven en naar onder. Alles bij elkaar vallen al die krachten altijd precies tegen elkaar weg. Wat er overblijft? Helemaal niets. Gewichtloosheid. Vind je dit boeiend? Kijk voor meer informatie in de bron hieronder.

Hier is het net anders, want de schil is niet leeg: er bevindt zich nog een bolletje aan planeet onder onze voeten (figuur 3). Als dat bolletje er niet was, dan waren we gewichtsloos – maar het bolletje is er wel, en de massa in dat bolletje trekt nog steeds aan ons. Het poppetje dat zich IN de planeet bevindt, heeft dus alleen nog zwaartekracht van het deel van de planeet dat zich onder zijn voeten bevindt! Het deel dat dichter bij het centrum zit dan hijzelf. En dat kunnen we uitrekenen met de Wet van Newton. Daarvoor moeten we even rekenen – als je dat wel gelooft, kun je het volgende stukje overslaan en direct naar CONCLUSIE gaan.

Lager word je lichter

Het bolletje onder onze voeten is kleiner dan de hele planeet. Dus: minder massa onder je voeten. Dus: kleinere zwaartekracht. Dat is logisch. Ho, even, zul je nu zeggen: maar je bevindt je wel dichter bij het centrum! De ‘r’ is kleiner geworden, en daardoor zou de zwaartekracht juist groter moeten worden.

Dat klopt! Er zijn de twee effecten die we al eerder zagen: kleiner door minder massa (een kleinere ‘M’), en groter door de kleinere straal (de ‘r’). Hoe verhouden die twee effecten zich?

We nemen even aan dat we afdalen tot halverwege de planeet. Met andere woorden: de ‘r’ wordt 2x zo klein. Wat gebeurt er nu met de massa die zich in dat bolletje bevindt?

Wel, het volume van het bolletje onder je voeten kun je uitrekenen met een formule. Daarin komt de ‘r’ weer voor, maar dan in de derde macht: r^3 ( = r keer r keer r). Als de bol 2x zo klein wordt, dan neemt de omvang af met de derdemacht van 2, dus met 2 x 2 x 2 is 8. En als het volume (de inhoud) van de bol 8x zo klein wordt, wordt natuurlijk ook de massa die zich daarin bevindt, 8x zo klein (weer op de voorwaarde dat de massa egaal verdeeld is). Conclusie: een twee keer zo kleine ‘r’ is 8 keer zo kleine ‘M’.

Tegelijk: als de bol 2x zo klein wordt, zitten we ook 2x dichter bij het centrum. In de formule van Newton ging dat met een kwadraat. Dus: 2x zo dicht bij het centrum betekent 2 x 2 = 4 keer zo grote kracht.

Twee effecten, dus, die tegelijk optreden. Daardoor wordt de zwaartekracht enerzijds 8x zo klein, en anderzijds tegelijk 4x zo groot. Samen betekent dat: 2 keer zo klein.

Conclusie

De eindconclusie is dus: als je afdaalt van het oppervlak van Mercurius en je bent halverwege, dan weeg je nog maar de helft. Doorredenerend voor andere fases in onze afdaling: als de ‘r’ nog maar een kwart is, dan weeg je ook nog maar een kwart. op een achtste weeg je nog maar een achtste.

Als je vanaf het oppervlak 10% van de straal zakt, weeg je 10% minder. Als je helemaal in het midden aankomt, ben je gewichtloos. Bizar, toch?

Wanneer is dit belangrijk?

Op Aarde voelen we dit nooit. De diepste mijn op Aarde is ongeveer vier kilometer diep – dat is verschrikkelijk diep, maar nog steeds minder dan één procent van de straal van de Aarde. De zwaartekracht is daar lager, maar dat is dus ook minder dan een procent – zo weinig, dat het niet is te merken. Nog dieper graven is voor mensen (op dit moment?) onmogelijk: de aarde wordt heter en op de meeste plekken een paar kilometer lager al vloeibaar.

Op Mercurius is dat anders. De vloeibare kern is van het mini-planeetje is minuscuul (onderzoekers denken: nog maar ca 10% van de totale straal). De rest van de planeet is gewoon harde rots. Je kunt dus gangen boren of zelfs afdalen in bestaande grotten (als die er zijn, zie daarvoor deze blog). Afdalen tot halverwege of zelfs nog lager, is (theoretisch) mogelijk. En dan …

Precies: dan worden we dus lichter. De zwaartekracht wordt lager. Aan het oppervlak van Mercurius wegen we ongeveer 38% van ons aardse gewicht. Halverwege de reis naar het centrum is dat nog 19%. Op driekwart nog 10%.

Ja, dat geeft speciale effecten! Om daar meer van te weten, moet je het boek lezen …

Bronnen:

Meer over het boek: www.wettum.org/zwammen

Meer over zwaartekracht: Zwaartekracht – Wikipedia

Meer over zwaartekracht op de planeten: Hoe sterk is de zwaartekracht op de planeten? – Kuuke’s Sterrenbeelden

Meer over het Schil-effect (de bolschilstelling): Bolschilstelling – Wikipedia

Meer over Mercurius: Mercurius (planeet) – Wikipedia

Zijn er grotten op Mercurius?

Mercurius. Het binnenste planeetje van ons zonnestelsel. Vlak bij de zon zelf – met een dag van 58 aardse dagen wordt het oppervlak aan de kant van de zon geroosterd en koelt het aan de achterzijde af tot ver onder het vriespunt van water.

Mercurius

Geen dampkring, wel ‘hollows’

Als Mercurius ooit een dampkring heeft gehad, dan is de nabijheid van de zon daar fataal voor geweest. De zonnewind is een permanente stroom deeltjes die door de zon wordt uitgestoten en ter hoogte van Mercurius het dichtst is. Zelfs Mars is daardoor zijn dampkring al kwijtgeraakt – en die staat veel verder weg. Een dampkring rond Mercurius had geen schijn van kans: de planeet is gestript van alle deeltjes en die zijn inmiddels in de verten van het zonnestelsel verdwenen.

Binnenste planeten zijn altijd zwaar. In de gasschijf waaruit planeten ontstaan, zakken zwaardere elementen omlaag, de zwaartekrachtput van de centrale ster in. Ze verzamelen zich in de regio waar later de binnenplaneten ontstaan. Als binnenste van ons zonnestelsel moet Mercurius verzadigd zijn van zware elementen.

Uit metingen blijkt dat dit inderdaad het geval is: NASA constateert dat de planeet een ‘opvallend grote dichtheid’ heeft, voor de verklaring ervan denkt men dat er een metalen kern moet zijn die ruim de helft van het volume van de planeet uitmaakt. Dat is extreem veel, er zijn dan ook theorieën die suggereren dat vroeg in het ontstaan de proto-planeet een deel van zijn oppervlak (met relatief lichte elementen) is kwijtgeraakt, zodat alleen het zwaarste deel achterbleef.

Bij het afkoelen van die bijna massieve metalen bol door de hittestraling ontstonden er vanzelfsprekend scheuren. De buitenschil werd als eerste hard en daaronder krompen de metalen en rotsen bij afkoeling. Het gevolg? Krimpscheuren. Kloven. Kieren. Barsten. Holtes. Instortingen. De restanten bij het stollen van de bovenste lagen zijn op het oppervlak zijn nog herkenbaar, ze worden ‘hollows’ genoemd. Op dit moment wordt vermoed dat het instortingsgaten zijn, al is er ook de alternatieve theorie dat bij inslagen van grotere meteorieten uit de schil materiaal omhoog komen, waarvan vervolgens delen door het ruige oppervlakteklimaat vergaan.

Wat ook de oorsprong is: deze ‘hollows’ zouden een plek kunnen zijn, waar mensen bij eventuele vestiging op Mercurius hun woonruimten zouden kunnen bouwen. Misschien kunnen ze via zulke gaten zelfs dieper gelegen kloven en grotten bereiken. Daar zouden ze dan veilig zijn tegen de harde kosmische straling en zonnestraling. Veilig tegen de enorme temperatuursveranderingen aan het oppervlak doordat de schil de schommelingen absorbeert.

Het zou allemaal kunnen, maar we weten het nog niet.

Een harde schil. En daaronder?

De planeet begon als een grote vloeibare bol. Daarin zakten de zwaarste elementen naar beneden en de lichtere bleven daarop drijven – net zoals dat met de Aarde is gebeurd. Dat er eerst een harde schil ontstond (ook parallel met de Aarde), is vanzelfsprekend: een planeet koelt altijd af van buiten naar binnen. De enige manier om hitte kwijt te raken, is door straling en het oppervlak is het enige dat straalt. Het begon dus met een afkoelende schil en daaronder vloeibaar materiaal. Het ligt voor de hand dat er vormen van vulkanisme waren, waarbij vloeibaar heet materiaal via ‘lava-buizen’ vanuit de diepte over het koelere oppervlak werd verspreid en daar stolde – net zoals bij de Aarde.

Toen de harde schil dikker werd en de afkoeling doorging, trok de grens van vloeibare materie zich langzaam terug, terwijl de warmte nog steeds werd afgevoerd door geleiding en straling. Het is onwaarschijnlijk dat Mercurius ooit tektoniek heeft gekend, zoals de Aarde die wel heeft. Het ligt meer voor de hand dat het langzaam maar zeker aan alle kanten gelijkmatig afkoelde en stolde. Op dit moment wordt geschat dat de vloeibare kern nog ongeveer 400 km diameter heeft (van de totale 4800 km diameter van de planeet) – voor zover we nu weten is die vloeibare kern nodig om het magnetisch veld van Mercurius te verklaren.

Onder de (massieve?) schil was er voor de planeet geen manier meer om de door afkoelingskrimp ontstane kloven en kieren met materie op te vullen – behalve wat instortingen die in het begin zullen zijn opgetreden.

Nieuwe grotten, gangen, vulkanische pijpen en andere open ruimten die niet door instortingen verdwenen, moeten in de loop van de eeuwen zijn gevuld door gassen en water die in de vloeibare rotsen en metalen waren opgelost en bij stolling vrijkwamen. Omdat de schil massief was en daarmee mogelijk ondoordringbaar voor gassen, is het denkbaar dat water en gassen in het binnenste van Mercurius nog steeds aanwezig zijn.

Grot

Gaan we Mercurius ooit bezoeken?

Naar een binnenplaneet reizen is lastiger dan je zou denken. Je moet de omloopsnelheid van de aarde kwijt zien te raken en goed gemikt ‘naar beneden’ vallen. Naar de zon vallen kost merkwaardig genoeg meer energie dan een reisje naar ‘buiten’ in ons zonnestelsel. Ook het vinden van een goede baan is belangrijk: niet te dicht bij de zon komen is een hele opgave, en de lage massa van het planeetje maakt het navigeren voor een goede omloopbaan een precisiewerkje.

En als je er aankomt… Leven op het oppervlak van Mercurius is absoluut onmogelijk. Een variatie van ruim vierhonderd graden Celsius ‘overdag’ tot bijna min tweehonderd in de ‘nacht’. Keiharde straling en zonnewind. Bombardementen met (micro-)meteorieten. Nee: een beetje rondbanjeren op het oppervlak, dat wordt hem niet.

Maar dieper naar beneden… ah, dat is wel een uitdaging. Wanneer ontdekkingsreizigers via de ‘hollows’ in een gangenstelsel zou kunnen komen, dan zitten ze veilig voor de genoemde problemen. Als ze daarna door slim boren toegang zouden kunnen krijgen tot dieper gelegen grottenstelsels…

Maar waarom zouden we? Wel: de enige werkende drijfveer is geld. Wanneer de planeet werkelijk ontzettend geconcentreerd is opgebouwd uit zware metalen, zeldzame aarden… Het zijn elementen die voor bijvoorbeeld elektronica onmisbaar zijn, ze horen bij de kostbaarste elementen die we nu kennen, er zijn nu al enorme tekorten en de vraag ernaar neemt bij toenemende technologische ontwikkeling snel toe. Mijnbouw op Mercurius zou een heel goede concurrent kunnen worden voor mijnbouw op kometen, waar nu al onderzoek naar wordt gedaan – maar die is óók heel lastig: je moet achter kometen aanjakkeren, de opbrengsten zijn nog onzeker en dan moet je de opbrengsten ook nog naar de aarde terugbrengen. Stel je toch eens voor dat we een manier zouden kunnen vinden om die rijke elementenaders van Mercurius heel efficiënt te oogsten. Dan, ja dan…

Als er zoiets gaat gebeuren, dan is dat ver in de toekomst, natuurlijk. In de héél verre toekomst.

Mercurius is de wereld waarin de SF-roman ‘Zwammen’ speelt. Meer daarover op ‘Zwammen’.

Bronnen:

FV over ‘Zwervers’

In het kwartaaltijdschrift ‘Fantastische Vertellingen’ schrijft auteur Johan Klein Haneveld een recensie over de SF-verhalenbundel ‘Zwervers’.

Stapeltje boeken 'Zwervers'

‘De niche van de harde SF in ons taalgebied wordt de laatste jaren ingenomen door Charles van Wettum. Met hem kent ons taalgebied nu ook een auteur die zijn verhalen baseert op een grondige kennis van astronomie en natuurkunde: sciencefiction waarin de factor ‘science’ ook echt betekenis heeft.

Anders dan de schrijvers uit de jaren ’50 en ’60 en hun moderne navolgers, is het Van Wettum niet te doen om pure wetenschappelijke exploratie – niet voor niets noemt hij zijn eigen verhalen ‘SF met een hart’. Centraal staan persoonlijke dilemma’s, vaak in de relationele sfeer … Het loopt niet altijd goed af, vandaar de ondertitel: ‘is dit heelal ons thuis of een duister doolhof?’ Het gaat om mensenlevens die verscheurd worden door de afstanden tussen de sterren, de relativistische effecten en de mogelijkheden voor alternatieve universa …

De auteur trekt in zijn verhalen niet noodzakelijk de conclusie dat – als wij het heelal niet kunnen begrijpen en nietiger dan stof zijn – onze relaties en onze liefde dan per definitie ook betekenisloos zijn. Mensen worden verrast, maar raken zichzelf niet kwijt. De auteur put duidelijk uit opgedane levenservaring, want de personages zijn realistisch en maken erg menselijke beslissingen. Wellicht dat daarom de confrontatie tussen de ‘intellectueel sterke, maar emotioneel zwakke’ en de ‘gevoelige ander’ een terugkerend thema is.

De schrijfstijl is niet ‘wollig’, maar functioneel, zoals in de klassieke SF. Maar anders dan in die klassieke SF streeft de auteur naar diversiteit en komen vrouwen er niet bekaaid vanaf. De hoogmoed van de mens uit de klassieken wordt hier getemperd door kennis van onze geschiedenis. Was het in de oudere SF onze ratio, die ons ons menselijk maakte, in deze verhalen is het ons hart.

Voor wie van SF houdt waarin ‘science’ betekenis heeft… maar dan in een nieuw, modern jasje, is deze bundel een aanrader.”

Geïnteresseerd geraakt? Meer informatie over de bundel vind je op http://www.wettum.org/zwervers

Voor het ebook en kobo-plus kun je o.a. terecht bij http://www.kobo.com/nl/nl/ebook/zwervers . Bol en Amazon hebben daarnaast ook de paperback. Die laatste kan ook via de auteur: http://www.wettum.org/bestellen.

Recensie van ‘Viraal’

Op Goodreads verscheen een nieuwe review over Viraal door Ruben de Baerdemaker.

Voor- en achterzijde van het boek Viraal.

Een paar citaten daaruit:

“Wat een pageturner is deze roman! De 300 bladzijden zijn om voor je er helemaal erg in hebt. Het verteltempo ligt hoog, en de tijdsprongen komen steevast op het juiste moment.”

“Maar Viraal is meer dan de “thriller” die de kaft aankondigt: evengoed is dit een ideeënroman over polarisatie, over fake news en sociale media, over ideologisch getinte wetenschap en over pernicieus politiek discours.”

“Net als in zijn kortverhalen slaagt van Wettum erin wetenschappelijke inzichten te combineren met ethische vraagstukken, zonder daarbij drammerig of prekerig te worden, en hij vertelt intussen ook gewoon een goed verhaal. Het is een zeldzame, bewonderenswaardige combinatie van kwaliteiten…”

Link naar de hele recensie.

Link naar meer info over Viraal.

Link naar de kobo-site voor ebooks en kobo-plus.

De zegen van vergessen

Een paar opmerkingen over dit korte verhaal (zie de link onderaan), dat verscheen op de website Fantasize.

Is mijn geheugen een leugenaar?

Herinneringen zijn vreemde dingen. Soms weet ik zeker hoe iets is gegaan, maar als ik erover praat met mensen die hetzelfde hebben meegemaakt, dan blijken onze verhalen heel ver uit elkaar te lopen. Herkent u dat?

Feiten die voor mij essentieel waren, kunnen anderen zich niet eens meer herinneren. Hun zekerheden zijn dan voor mij weer volledig nieuw.

‘Waren mijn feiten wel echt feiten?’ vraag ik me dan af, ‘of zijn het dingen die ik heb ingevoegd, aangepast, of misschien zelfs volledig heb verzonnen?’ Misschien is mijn verhaal meer een constructie die in mijn eigen behoeften voorziet dan een ‘objectieve weergave’.

Het is een bekend fenomeen dat mensen valse herinneringen kunnen ontwikkelen. Al dan niet met (ondeskundige?) hulp lossen ze hun problemen op door zichzelf een nieuw verhaal te vertellen. Dat kan afwijken van hoe het écht was (geldt dat eigenlijk voor elke herinnering? wat is in dit verband ‘echt’?), maar in het geheugen ontstaan nieuwe fragmenten, worden observaties aangepast, krijgen nieuwe interpretaties een plaats. Samen ondersteunen ze een alternatieve reconstructie. Maken die geloofwaardig. Maken het wáár voor de mens die het zich herinnert.

Het nieuwe narratief brengt mogelijk andere mensen in de problemen, maar voor de eigen zorgen is het een oplossing. Hoewel (deels) onwaar voldoet het aan een belangrijk criterium: het is mogelijk om het te geloven.

Wat je je herinnert, dat ben je

Nu heb ik het steeds over ‘ze’, maar ik moet eerlijk zijn: zo werkt het geheugen van ieder mens, dus ook dat van mij. Herinneringen zijn het verhaal dat jij en ik onszelf vertellen om ons verleden structuur en betekenis te geven. Te kunnen verdragen.

Het opgestelde verhaal is gebaseerd op de (onvolledige?) informatie waarover wij beschikken. Op aannames en interpretaties die voor ons door hervertelling en inpassing steeds zekerder zijn geworden. Op ervaringen, of de illusie of reconstructies daarvan.

Sorry dat ik mijn en uw herinneringen zo hard aanpak, maar het is niet anders: zo werkt geheugen nu eenmaal. Onze huidige behoeften bepalen het verhaal dat ons geheugen ons vertelt.

Lees meer over ons geheugen in deze link.

Pesten

Pesten is afschuwelijk en gepest worden kan iemand voor het leven tekenen. Dat is absoluut waar.

Ik ben ook gepest. Tenminste: dat vertelden mijn ouders me en dus(?) herinner ik me een paar gebeurtenissen. Een wat stil en teruggetrokken jongetje, motorisch en sociaal niet sterk, nerderig: het was onvermijdelijk dat het in de harde wereld van kinderen gebruikt zou worden. Net zoals bij honderdduizenden (miljoenen? miljarden?) anderen hun schoolgenootjes een handvat vonden.

Ik was passief en deed er niets tegen. De judo waar ik naartoe werd gestuurd om weerbaarder te worden, was niet effectief. Voor zover ik me kan herinneren (maar wat betekent dat?) verdween het pesten na een tijdje vanzelf. Ik heb er geen trauma aan overgehouden, denk ik – behalve misschien mijn afkeer voor slachtofferschap.

Er zijn veel verhalen van mensen die zich herinneren dat ze zijn gepest. Ik leef met hen allemaal mee: het is afschuwelijk. Bij een aantal van hen zijn er inderdaad verschrikkelijke dingen gebeurd – daar doe ik niets aan af.

Pesters

Het is niet verbazend dat er veel minder verhalen zijn van mensen die zich herinneren dat ze anderen hebben gepest. Ik hoor ze in ieder geval veel te weinig om alle pestverhalen te kunnen verklaren. Waar zijn de pesters? De mee-schelders en mee-lopers? De passief-faciliteerders? Het moeten er meer zijn dan gepesten…

Vanzelfsprekend heb ik eventuele situaties waarin ikzelf een rol aan de pesterskant heb gespeeld verdrongen. Vermoedelijk waren die er wel (ik was een normaal kind) maar ze passen niet in het narratief dat ik graag aan mezelf vertel. Dus – zo werkt het nu eenmaal – zijn ze uit mij herinneringen verdwenen. Weggesleten uit het associatie-netwerk door te weinig gebruik.

Ik rationaliseer mijn overgebleven onschuld door te zeggen dat ‘pesten niet bij mijn karakter past’ (dat vind ik trouwens écht 😉). Of dat ik ‘nooit in die postie ben geweest’. Of gewoon: ‘dat deed ik nu eenmaal niet’. Vanzelfsprekend geloof ik mezelf… Net als jullie allemaal 😉.

Zelfbeschuldiging met pesten levert psychologisch en maatschappelijk niets op. Omgekeerd levert slachtoffer-zijn wél beloningen op. Ik krijg bijvoorbeeld een verklaring buiten mezelf voor problemen waar ik mee worstel. Of het levert aandacht op. Soms geeft het aan zorgen of zelfs aan het leven betekenis. Slachtoffer-zijn is functioneel, dader-zijn niet.

Voor de verhalen die ik mezelf vertel, is ‘voorzien in mijn behoefte’ cruciaal. Herinneringen die daarbij passen, herhalen we en onthouden we. Ze worden verankerd in de grote geschiedenis van ons leven en groeien met ons mee.

Het verhaaltje

Het verhaaltje ‘De zegen van vergessen’ gaat over dit tekort aan pesters en hun geheugens. Zelfs als de hoofdpersonen met feiten worden geconfronteerd …

Helaas: ze kunnen er niets aan doen. Zo werkt nu eenmaal ons geheugen.

Klokken?

Tijd verloopt niet voor iedereen even snel. En nee: het gaat hier niet over subjectieve ‘ervaring-van-tijd’ (die is er óók), maar over de harde, objectief meetbare tijd: wat we aflezen op onze klokken. En die is óók al ingewikkeld!

Relativiteitstheorie

Volgens de theorieën van Einstein hangt de snelheid waarmee tijd verloopt (dus: de lengte van een seconde) af van twee factoren:

  1. De snelheid waarmee je beweegt: hoe sneller je gaat, hoe langzamer de tijd verstrijkt.
  2. De grootte van de zwaartekracht op het punt waar je je bevindt: hoe sterker het zwaartekrachtveld (of beter: hoe meer ruimtetijd is vervormd), hoe langzamer de tijd verstrijkt.

Beide factoren zijn op verschillende plekken op Aarde een beetje verschillend. De snelheid hangt bijvoorbeeld af van de breedtegraad waarop je jouw klok zet: op de evenaar is de omloopsnelheid het grootst, op de beide polen het kleinst.

De zwaartekracht op een plek op aarde wordt voor het overgrote deel bepaald door de massa van de planeet onder onze voeten, en door de vorm van de aarde (die is net niet helemaal bolvormig). Maar ook alle massa om ons heen trekt een beetje en heeft dus invloed. Heel weinig, jazeker, maar wel een beetje. Met óntzettend nauwkeurige klokken, zouden verschillen meetbaar kunnen zijn.

Meten!

Ah, als het in theorie gemeten kan worden, dan gaan we dat natuurlijk proberen.

Onderzoekers van een gespecialiseerd instituut in Colorado plaatsten twee hypermoderne atoomklokken in aangrenzende laboratoria op dezelfde verdieping van hun gebouw. Ze maten gedurende zes maanden de verschillen in tikfrequentie. De klokken stonden op dezelfde hoogte, zodat verschillen door rotatie van de Aarde of door verschillen in zwaartekracht van de Aarde waren uitgesloten. Maar lokale verschillen in zwaartekracht (of nauwkeuriger gezegd: vervorming van de ruimtetijd) door massa in hun directe omgeving waren er nog steeds. Dat zou invloed moeten hebben, maar of het ook meetbaar zou zijn….

Het verschil? De klokken liepen 10 tot de macht -21 (!!!) seconden per seconde uiteen. Gruwelijk weinig – maar door het gebruik van de nieuwste technologieën was het verschil over in totaal zes maanden wél meetbaar! Ze konden het verschil verklaren met de massa van wanden, apparatuur en de geologische ondergrond.

Het experiment bewijst dat Einsteins algemene relativiteitstheorie meetbaar werkt. Er is ook een nuttige toepassing: met deze aanpak kunnen we dichtheidsvariaties in de aardkorst meten zonder te hoeven boren.

En dan SF…

Verschillen in het verstrijken van tijd speelt een rol in veel SF-verhalen. In mijn korte verhaal ‘Levenstijd ‘ vindt een bedrijf een manier uit om ruimtetijd als een doos te vouwen, zodat daarbinnen de tijd langzamer verstrijkt. De eerste toepassing wordt medisch, dus wanneer Herman… Nee, dat moet u zelf lezen. Het verhaal is te vinden in de SF-verhalenbundel ‘Zwervers’ (voor info: zie hieronder).

Jos Lexmond schreef voor het NCSF een recensie over ‘Zwervers’, waarin hij over dit verhaal zegt: ‘Pracht van een verhaal! Herman krijgt een motorongeluk en ligt op de intensive care. Niets functioneert meer, maar hij wordt in leven gehouden door de apparatuur! Sofia, zijn vriendin, is amper in verwachting van zijn kind. Wat volgt is de mogelijkheid van een ontwikkeling en wat daarna volgt… geweldig verteld. De ontwikkelingen zijn logisch, voorstelbaar én… dramatisch!’

Info over ‘Zwervers‘. Ebook hier.

Bron: University of Colorado Boulder JILA Institute, US National Institute of Standards and Technology NIST, Science Journal, 2025

Liefde en verstrengeling

Albert Einstein verwierp ooit kwantumverstrengeling als een ‘spookachtige actie op afstand’. Hij was sceptisch over het idee dat het meten van één deeltje direct de toestand van een ander deeltje over enorme afstanden in de ruimte zou kunnen bepalen.

En als je er over nadenkt, is het ook raar: twee deeltjes die in verschillende richtingen bewegen, elkaar niet meer aanraken en zelfs zover uit elkaar liggen dat ze geen krachten van elkaar meer voelen – en dan… Als je aan het ene deeltje meet, past het andere deeltje zich (plotseling?) aan die meting aan. Alsof ze informatie aan elkaar doorgeven. Op afstand. Zonder verbinding.

Inderdaad spooky, zoals Einstein opmerkte.

Maar het is er toch…

De moderne natuurkunde heeft al herhaaldelijk bewezen (met behulp van massaloze lichtdeeltjes of de interne spintoestanden van atomen), dat verstrengeling in de heel kleine wereld van elementaire deeltjes inderdaad optreedt. Onmiskenbaar. Het gebeurt, dat weten we, maar het mechanisme blijft onbegrijpelijk.

Tja, kwantumtheorie, dachten we. Die is nu eenmaal vreemd. Gelukkig werkt dat alleen over onzichtbaar kleine afstanden, dus we zouden er wel geen last van hebben…

Maar nu!

Nu hebben wetenschappers aangetoond dat dit verband ook bestaat in de daadwerkelijke fysieke beweging van massieve atomen. Die zijn nog steeds klein, natuurlijk, maar toch miljarden keren groter dan de omgevingen tot nu toe. Het effect ‘verstrengeling’ komt in de buurt van de wereld waarin wij leven. Waar wij de effecten kunnen gaan merken. Ah, dat is pas spooky!

Wat hebben ze gedaan? Door extreem koude heliumwolken te laten botsen, verspreidden de atomen zich in tegengestelde richtingen. Het onderzoeksteam leidde deze verspreide atomen door een gespecialiseerde materiegolfinterferometer. Ze zagen dat het traject van het ene atoom volledig afhankelijk bleef van zijn partner. Het meten van de beweging van het ene atoom bepaalde direct het pad van het andere.

Verstrengeling, dus. Wederzijdse afhankelijkheid van de beweging van twee deeltjes die niet met elkaar verbonden zijn! En over afstanden die veel groter zijn dan het piepkleine waarvoor het effect tot nu toe was aangetoond.

Deze doorbraak is meer dan een aardig experimentje in een laboratorium. Het suggereert dat kwantumeffecten ook spelen in onze ‘macro-wereld’. Steeds meer bewijzen…

Het ‘spooky’ komt onze kant op!

Liefde

In het korte verhaal ‘Verstrengeling’ (what’s in a name?) onderzoek ik het vreemde effect dat mensen die van elkaar houden soms véél meer van elkaar aanvoelen dan je rationeel kunt verklaren. Zou dit iets te maken kunnen hebben met verstrengeling?

Sommige onderzoekers beweren dat ons denken (en dus ons voelen? en dus liefde?) in wezen kwantummechanisch is. Het zou natuurlijk prachtig zijn als dat zo was. Als échte liefde een soort verstrengeling is. Twee zielen, aaneen gesmeed door elementaire natuurkrachten. Dat is pas romantisch!

Toch?

Mijn idee bij deze vraag staat in het korte SF-verhaal ‘Verstrengeling’. Je kunt het vinden in de SF-verhalenbundel ‘Het zal anders’. Mijn idee is… Ach, laat ik maar zeggen: niet voor de hand liggend, maar toch logisch.

Info over de bundel ‘Het zal anders’ kun je vinden op http://www.wettum.org/het-zal-anders .

Bestellen van een paperback kan via bol, amazon of http://www.wettum.org/bestellen.

Het ebookis o.a. te vinden op http://www.kobo.com/nl/nl/ebook/het-zal-anders

Bron

Het artikel over het onderzoek over verstrengeling vind je hier: Athreya et al, Bell correlations between momentum-entangled pairs of 4He* atoms. Lees meer op https://arxiv.org/abs/2502.12392

SPECTACULAIR: WIMPs gedetecteerd?

Italiaanse natuurkundigen hebben ’s werelds meest gevoelige detector gebouwd en mogelijk eindelijk donkere materie rechtstreeks gedetecteerd. 1400 (!) m diep onder de Gran Sasso-berg in Midden-Italië heeft het XENONnT-team in 2025 een vreemd meetresultaat gevonden. Het signaal past bij de theoretische eigenschappen van een WIMP-deeltje van ongeveer 40 GeV.

Donkere materie is een groot raadsel. Het maakt het grootste deel van ons heelal, maar wat het is? We zoeken…. Donkere materie bestaat, dat weten we door zijn zwaartekracht: het houdt sterrenstelsels bij elkaar en buigt licht rond clusters van sterrenstelsels. Experimenten om het te detecteren leverden geen resultaat op. Tot nu toe?

WIMPs zijn Weakly Interacting Massive Particles, nog onbevestigde zeer zware deeltjes die wel zwaartekracht en zwakke kernkracht kennen, maar geen elektromagnetische en sterke kernkracht. Ze zijn de belangrijkste theoretische kandidaat voor de identiteit van donkere materie. Bijna onmogelijk te detecteren, maar soms zouden ze een atoomkern zo hard kunnen raken dat de impact meetbaar is. Heeft XENONnT dit gemeten?

Het vreemde signaal heeft alle analyses doorstaan met een statistische significantie van 4,2 sigma – bijna de 5 sigma die natuurkundigen hanteren (99,977% zekerheid) voor ontdekking. Het team voert momenteel een uitgebreide dataverzamelingscampagne uit, gericht op het bereiken van 5 sigma medio 2026. Indien bevestigd, zou het de belangrijkste ontdekking in de natuurkunde zijn sinds het Higgs-boson – en wellicht de belangrijkste in de geschiedenis van de wetenschap.

Bron: WIMP Dark Matter Search Using a 3.1 Tonne-Year Exposure of the XENONnT Experiment, E.Aprile et al. (XENON Collaboration)

https://journals.aps.org/prl/abstract/10.1103/msw4-t342