De zegen van vergessen

Een paar opmerkingen over dit korte verhaal (zie de link onderaan), dat verscheen op de website Fantasize.

Is mijn geheugen een leugenaar?

Herinneringen zijn vreemde dingen. Soms weet ik zeker hoe iets is gegaan, maar als ik erover praat met mensen die hetzelfde hebben meegemaakt, dan blijken onze verhalen heel ver uit elkaar te lopen. Herkent u dat?

Feiten die voor mij essentieel waren, kunnen anderen zich niet eens meer herinneren. Hun zekerheden zijn dan voor mij weer volledig nieuw.

‘Waren mijn feiten wel echt feiten?’ vraag ik me dan af, ‘of zijn het dingen die ik heb ingevoegd, aangepast, of misschien zelfs volledig heb verzonnen?’ Misschien is mijn verhaal meer een constructie die in mijn eigen behoeften voorziet dan een ‘objectieve weergave’.

Het is een bekend fenomeen dat mensen valse herinneringen kunnen ontwikkelen. Al dan niet met (ondeskundige?) hulp lossen ze hun problemen op door zichzelf een nieuw verhaal te vertellen. Dat kan afwijken van hoe het écht was (geldt dat eigenlijk voor elke herinnering? wat is in dit verband ‘echt’?), maar in het geheugen ontstaan nieuwe fragmenten, worden observaties aangepast, krijgen nieuwe interpretaties een plaats. Samen ondersteunen ze een alternatieve reconstructie. Maken die geloofwaardig. Maken het wáár voor de mens die het zich herinnert.

Het nieuwe narratief brengt mogelijk andere mensen in de problemen, maar voor de eigen zorgen is het een oplossing. Hoewel (deels) onwaar voldoet het aan een belangrijk criterium: het is mogelijk om het te geloven.

Wat je je herinnert, dat ben je

Nu heb ik het steeds over ‘ze’, maar ik moet eerlijk zijn: zo werkt het geheugen van ieder mens, dus ook dat van mij. Herinneringen zijn het verhaal dat jij en ik onszelf vertellen om ons verleden structuur en betekenis te geven. Te kunnen verdragen.

Het opgestelde verhaal is gebaseerd op de (onvolledige?) informatie waarover wij beschikken. Op aannames en interpretaties die voor ons door hervertelling en inpassing steeds zekerder zijn geworden. Op ervaringen, of de illusie of reconstructies daarvan.

Sorry dat ik mijn en uw herinneringen zo hard aanpak, maar het is niet anders: zo werkt geheugen nu eenmaal. Onze huidige behoeften bepalen het verhaal dat ons geheugen ons vertelt.

Lees meer over ons geheugen in deze link.

Pesten

Pesten is afschuwelijk en gepest worden kan iemand voor het leven tekenen. Dat is absoluut waar.

Ik ben ook gepest. Tenminste: dat vertelden mijn ouders me en dus(?) herinner ik me een paar gebeurtenissen. Een wat stil en teruggetrokken jongetje, motorisch en sociaal niet sterk, nerderig: het was onvermijdelijk dat het in de harde wereld van kinderen gebruikt zou worden. Net zoals bij honderdduizenden (miljoenen? miljarden?) anderen hun schoolgenootjes een handvat vonden.

Ik was passief en deed er niets tegen. De judo waar ik naartoe werd gestuurd om weerbaarder te worden, was niet effectief. Voor zover ik me kan herinneren (maar wat betekent dat?) verdween het pesten na een tijdje vanzelf. Ik heb er geen trauma aan overgehouden, denk ik – behalve misschien mijn afkeer voor slachtofferschap.

Er zijn veel verhalen van mensen die zich herinneren dat ze zijn gepest. Ik leef met hen allemaal mee: het is afschuwelijk. Bij een aantal van hen zijn er inderdaad verschrikkelijke dingen gebeurd – daar doe ik niets aan af.

Pesters

Het is niet verbazend dat er veel minder verhalen zijn van mensen die zich herinneren dat ze anderen hebben gepest. Ik hoor ze in ieder geval veel te weinig om alle pestverhalen te kunnen verklaren. Waar zijn de pesters? De mee-schelders en mee-lopers? De passief-faciliteerders? Het moeten er meer zijn dan gepesten…

Vanzelfsprekend heb ik eventuele situaties waarin ikzelf een rol aan de pesterskant heb gespeeld verdrongen. Vermoedelijk waren die er wel (ik was een normaal kind) maar ze passen niet in het narratief dat ik graag aan mezelf vertel. Dus – zo werkt het nu eenmaal – zijn ze uit mij herinneringen verdwenen. Weggesleten uit het associatie-netwerk door te weinig gebruik.

Ik rationaliseer mijn overgebleven onschuld door te zeggen dat ‘pesten niet bij mijn karakter past’ (dat vind ik trouwens écht 😉). Of dat ik ‘nooit in die postie ben geweest’. Of gewoon: ‘dat deed ik nu eenmaal niet’. Vanzelfsprekend geloof ik mezelf… Net als jullie allemaal 😉.

Zelfbeschuldiging met pesten levert psychologisch en maatschappelijk niets op. Omgekeerd levert slachtoffer-zijn wél beloningen op. Ik krijg bijvoorbeeld een verklaring buiten mezelf voor problemen waar ik mee worstel. Of het levert aandacht op. Soms geeft het aan zorgen of zelfs aan het leven betekenis. Slachtoffer-zijn is functioneel, dader-zijn niet.

Voor de verhalen die ik mezelf vertel, is ‘voorzien in mijn behoefte’ cruciaal. Herinneringen die daarbij passen, herhalen we en onthouden we. Ze worden verankerd in de grote geschiedenis van ons leven en groeien met ons mee.

Het verhaaltje

Het verhaaltje ‘De zegen van vergessen’ gaat over dit tekort aan pesters en hun geheugens. Zelfs als de hoofdpersonen met feiten worden geconfronteerd …

Helaas: ze kunnen er niets aan doen. Zo werkt nu eenmaal ons geheugen.

Klokken?

Tijd verloopt niet voor iedereen even snel. En nee: het gaat hier niet over subjectieve ‘ervaring-van-tijd’ (die is er óók), maar over de harde, objectief meetbare tijd: wat we aflezen op onze klokken. En die is óók al ingewikkeld!

Relativiteitstheorie

Volgens de theorieën van Einstein hangt de snelheid waarmee tijd verloopt (dus: de lengte van een seconde) af van twee factoren:

  1. De snelheid waarmee je beweegt: hoe sneller je gaat, hoe langzamer de tijd verstrijkt.
  2. De grootte van de zwaartekracht op het punt waar je je bevindt: hoe sterker het zwaartekrachtveld (of beter: hoe meer ruimtetijd is vervormd), hoe langzamer de tijd verstrijkt.

Beide factoren zijn op verschillende plekken op Aarde een beetje verschillend. De snelheid hangt bijvoorbeeld af van de breedtegraad waarop je jouw klok zet: op de evenaar is de omloopsnelheid het grootst, op de beide polen het kleinst.

De zwaartekracht op een plek op aarde wordt voor het overgrote deel bepaald door de massa van de planeet onder onze voeten, en door de vorm van de aarde (die is net niet helemaal bolvormig). Maar ook alle massa om ons heen trekt een beetje en heeft dus invloed. Heel weinig, jazeker, maar wel een beetje. Met óntzettend nauwkeurige klokken, zouden verschillen meetbaar kunnen zijn.

Meten!

Ah, als het in theorie gemeten kan worden, dan gaan we dat natuurlijk proberen.

Onderzoekers van een gespecialiseerd instituut in Colorado plaatsten twee hypermoderne atoomklokken in aangrenzende laboratoria op dezelfde verdieping van hun gebouw. Ze maten gedurende zes maanden de verschillen in tikfrequentie. De klokken stonden op dezelfde hoogte, zodat verschillen door rotatie van de Aarde of door verschillen in zwaartekracht van de Aarde waren uitgesloten. Maar lokale verschillen in zwaartekracht (of nauwkeuriger gezegd: vervorming van de ruimtetijd) door massa in hun directe omgeving waren er nog steeds. Dat zou invloed moeten hebben, maar of het ook meetbaar zou zijn….

Het verschil? De klokken liepen 10 tot de macht -21 (!!!) seconden per seconde uiteen. Gruwelijk weinig – maar door het gebruik van de nieuwste technologieën was het verschil over in totaal zes maanden wél meetbaar! Ze konden het verschil verklaren met de massa van wanden, apparatuur en de geologische ondergrond.

Het experiment bewijst dat Einsteins algemene relativiteitstheorie meetbaar werkt. Er is ook een nuttige toepassing: met deze aanpak kunnen we dichtheidsvariaties in de aardkorst meten zonder te hoeven boren.

En dan SF…

Verschillen in het verstrijken van tijd speelt een rol in veel SF-verhalen. In mijn korte verhaal ‘Levenstijd ‘ vindt een bedrijf een manier uit om ruimtetijd als een doos te vouwen, zodat daarbinnen de tijd langzamer verstrijkt. De eerste toepassing wordt medisch, dus wanneer Herman… Nee, dat moet u zelf lezen. Het verhaal is te vinden in de SF-verhalenbundel ‘Zwervers’ (voor info: zie hieronder).

Jos Lexmond schreef voor het NCSF een recensie over ‘Zwervers’, waarin hij over dit verhaal zegt: ‘Pracht van een verhaal! Herman krijgt een motorongeluk en ligt op de intensive care. Niets functioneert meer, maar hij wordt in leven gehouden door de apparatuur! Sofia, zijn vriendin, is amper in verwachting van zijn kind. Wat volgt is de mogelijkheid van een ontwikkeling en wat daarna volgt… geweldig verteld. De ontwikkelingen zijn logisch, voorstelbaar én… dramatisch!’

Info over ‘Zwervers‘. Ebook hier.

Bron: University of Colorado Boulder JILA Institute, US National Institute of Standards and Technology NIST, Science Journal, 2025

Liefde en verstrengeling

Albert Einstein verwierp ooit kwantumverstrengeling als een ‘spookachtige actie op afstand’. Hij was sceptisch over het idee dat het meten van één deeltje direct de toestand van een ander deeltje over enorme afstanden in de ruimte zou kunnen bepalen.

En als je er over nadenkt, is het ook raar: twee deeltjes die in verschillende richtingen bewegen, elkaar niet meer aanraken en zelfs zover uit elkaar liggen dat ze geen krachten van elkaar meer voelen – en dan… Als je aan het ene deeltje meet, past het andere deeltje zich (plotseling?) aan die meting aan. Alsof ze informatie aan elkaar doorgeven. Op afstand. Zonder verbinding.

Inderdaad spooky, zoals Einstein opmerkte.

Maar het is er toch…

De moderne natuurkunde heeft al herhaaldelijk bewezen (met behulp van massaloze lichtdeeltjes of de interne spintoestanden van atomen), dat verstrengeling in de heel kleine wereld van elementaire deeltjes inderdaad optreedt. Onmiskenbaar. Het gebeurt, dat weten we, maar het mechanisme blijft onbegrijpelijk.

Tja, kwantumtheorie, dachten we. Die is nu eenmaal vreemd. Gelukkig werkt dat alleen over onzichtbaar kleine afstanden, dus we zouden er wel geen last van hebben…

Maar nu!

Nu hebben wetenschappers aangetoond dat dit verband ook bestaat in de daadwerkelijke fysieke beweging van massieve atomen. Die zijn nog steeds klein, natuurlijk, maar toch miljarden keren groter dan de omgevingen tot nu toe. Het effect ‘verstrengeling’ komt in de buurt van de wereld waarin wij leven. Waar wij de effecten kunnen gaan merken. Ah, dat is pas spooky!

Wat hebben ze gedaan? Door extreem koude heliumwolken te laten botsen, verspreidden de atomen zich in tegengestelde richtingen. Het onderzoeksteam leidde deze verspreide atomen door een gespecialiseerde materiegolfinterferometer. Ze zagen dat het traject van het ene atoom volledig afhankelijk bleef van zijn partner. Het meten van de beweging van het ene atoom bepaalde direct het pad van het andere.

Verstrengeling, dus. Wederzijdse afhankelijkheid van de beweging van twee deeltjes die niet met elkaar verbonden zijn! En over afstanden die veel groter zijn dan het piepkleine waarvoor het effect tot nu toe was aangetoond.

Deze doorbraak is meer dan een aardig experimentje in een laboratorium. Het suggereert dat kwantumeffecten ook spelen in onze ‘macro-wereld’. Steeds meer bewijzen…

Het ‘spooky’ komt onze kant op!

Liefde

In het korte verhaal ‘Verstrengeling’ (what’s in a name?) onderzoek ik het vreemde effect dat mensen die van elkaar houden soms véél meer van elkaar aanvoelen dan je rationeel kunt verklaren. Zou dit iets te maken kunnen hebben met verstrengeling?

Sommige onderzoekers beweren dat ons denken (en dus ons voelen? en dus liefde?) in wezen kwantummechanisch is. Het zou natuurlijk prachtig zijn als dat zo was. Als échte liefde een soort verstrengeling is. Twee zielen, aaneen gesmeed door elementaire natuurkrachten. Dat is pas romantisch!

Toch?

Mijn idee bij deze vraag staat in het korte SF-verhaal ‘Verstrengeling’. Je kunt het vinden in de SF-verhalenbundel ‘Het zal anders’. Mijn idee is… Ach, laat ik maar zeggen: niet voor de hand liggend, maar toch logisch.

Info over de bundel ‘Het zal anders’ kun je vinden op http://www.wettum.org/het-zal-anders .

Bestellen van een paperback kan via bol, amazon of http://www.wettum.org/bestellen.

Het ebookis o.a. te vinden op http://www.kobo.com/nl/nl/ebook/het-zal-anders

Bron

Het artikel over het onderzoek over verstrengeling vind je hier: Athreya et al, Bell correlations between momentum-entangled pairs of 4He* atoms. Lees meer op https://arxiv.org/abs/2502.12392

SPECTACULAIR: WIMPs gedetecteerd?

Italiaanse natuurkundigen hebben ’s werelds meest gevoelige detector gebouwd en mogelijk eindelijk donkere materie rechtstreeks gedetecteerd. 1400 (!) m diep onder de Gran Sasso-berg in Midden-Italië heeft het XENONnT-team in 2025 een vreemd meetresultaat gevonden. Het signaal past bij de theoretische eigenschappen van een WIMP-deeltje van ongeveer 40 GeV.

Donkere materie is een groot raadsel. Het maakt het grootste deel van ons heelal, maar wat het is? We zoeken…. Donkere materie bestaat, dat weten we door zijn zwaartekracht: het houdt sterrenstelsels bij elkaar en buigt licht rond clusters van sterrenstelsels. Experimenten om het te detecteren leverden geen resultaat op. Tot nu toe?

WIMPs zijn Weakly Interacting Massive Particles, nog onbevestigde zeer zware deeltjes die wel zwaartekracht en zwakke kernkracht kennen, maar geen elektromagnetische en sterke kernkracht. Ze zijn de belangrijkste theoretische kandidaat voor de identiteit van donkere materie. Bijna onmogelijk te detecteren, maar soms zouden ze een atoomkern zo hard kunnen raken dat de impact meetbaar is. Heeft XENONnT dit gemeten?

Het vreemde signaal heeft alle analyses doorstaan met een statistische significantie van 4,2 sigma – bijna de 5 sigma die natuurkundigen hanteren (99,977% zekerheid) voor ontdekking. Het team voert momenteel een uitgebreide dataverzamelingscampagne uit, gericht op het bereiken van 5 sigma medio 2026. Indien bevestigd, zou het de belangrijkste ontdekking in de natuurkunde zijn sinds het Higgs-boson – en wellicht de belangrijkste in de geschiedenis van de wetenschap.

Bron: WIMP Dark Matter Search Using a 3.1 Tonne-Year Exposure of the XENONnT Experiment, E.Aprile et al. (XENON Collaboration)

https://journals.aps.org/prl/abstract/10.1103/msw4-t342

John Karma

Het verhaaltje ‘John Karma – een SF-sprookje’ ligt klaar. Eén probleem: verhalen van rond de 10.000 woorden kun je eigenlijk nergens met goed fatsoen kwijt.

Te lang voor wedstrijden – logisch: het zou het toch al zware leven van jury-leden ondragelijk maken.

Te lang voor verhalenbundels – ook logisch: voor wat verscheidenheid heb je toch een stuk of wat verhalen nodig en dan krijg je al snel een enorme pil (Finn Audenaert kan met zo’n massa wegkomen, maar dat is dan ook een unieke redacteur).

Het is te kort voor een aparte boekje. Ca 35 pagina’s… Dus wat dan? Goed: het wordt dus een stand-alone-epub. Ook als kobo-plus. Cover gemaakt. Vanaf eind maart 2026: ‘John Karma – een SF-sprookje’.

Bacteriën in de ruimte

Bij de lancering zat het ISS (het International Space Station) vanzelfsprekend vol bacteriën. Elke bezoekende astronaut bracht sindsdien weer een pakketje mee. De meer dan twintig jaar onafgebroken menselijke aanwezigheid heeft het ruimtestation veranderd in een uniek ecosysteem vol micro-organismen, afkomstig van de aarde.

Evolutionaire druk

Normaal zou dat geen probleem zijn, maar de ruimte is geen gewone omgeving. Er is microzwaartekracht. Er zijn hogere stralingsniveaus (en dus meer kans op mutaties). Er is een verhoogde CO₂-concentratie en het schip heeft (uiteraard) een afgesloten luchtsysteem met continu hergebruik. Al die factoren zorgen voor intense ‘overlevingsstress’. En in de biologie betekent zulke ‘evolutionaire druk’ automatisch dat organismen zich aanpassen. Ontwikkelen. Nieuwe eigenschappen ontwikkelen en daarop vervolgens geselecteerd worden. Survival of the fittest.

Ze zijn er…

Onderzoekers bestudeerden stammen van een bacterie-soort, de Enterobacter bugandensis. Deze staat bekend om zijn resistentie tegen diverse antibiotica – ook een gevolg van een aanpassingsproces. Ze vonden dat bacteriën op het ISS eigenschappen hebben ontwikkeld die niet voorkomen bij dezelfde soorten op Aarde. Nieuwe eigenschappen, waardoor ze in de ruimte beter kunnen overleven.
Daarnaast zijn er nieuwe bacteriesoorten op het ruimtestation geïdentificeerd, die unieke eigenschappen vertonen. Ze kunnen beter stress verwerken, zijn beter in staat om te overleven in barre, voedingsarme omstandigheden en ontwikkelen bovendien effectief resistentie tegen antimicrobiële middelen

Gevaarlijk?

Het zijn geen ‘superbacteriën’ geworden en volgens de onderzoekers is er voor astronauten (op dit moment) geen gevaar. Op langere missies (bijvoorbeeld naar Mars) ligt dat mogelijk anders. Het is bekend dat het menselijk immuunsysteem in de ruimte verzwakt en deze resistente bacteriën kunnen dan wel degelijk een risico gaan vormen.

Bijvoorbeeld

Een voorbeeld van aan de ruimte aangepaste micro-organismen vind je in mijn korte SF-verhaal ‘Jaag onze paarden naar de sterren’, dat is opgenomen in de bundel ‘Anderen’. Ze zijn wat verder doorontwikkeld dan onze gasten op het ISS, en hebben dus ook wat andere (onverwachte) eigenschappen. Het is fictie, vanzelfsprekend. Mijn ongebreidelde fantasie. Maar wacht even… Zou het werkelijk ondenkbaar zijn dat…?

NCSF-recensent Jos Lexmond schreef over dit verhaal: “En… alweer een pracht van een verhaal, gelardeerd met een wolkje (zeg maar: Wolk) humor. Parasieten, SF schrijvers, laboranten, geheime dienst… zo maar wat figuren die aan bod komen in dit verhaal én… Charles die het zootje ment. Mooi, zo’n prachtig verhaal! Driewerf Hulde!!!”

De originele publicatie uit 2024 over de bacteriën in het ISS:
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/38521963/

Meer info over de bundel ‘Anderen’: http://www.wettum.org/anderen

Plastic-eters

Plasticafval… Het is inmiddels overal op aarde gevonden, van de bodem van de Marianentrog tot de top van de Mount Everest. Maar misschien is er nu een oplossing: bacteriën.

Een Duits onderzoeksteam identificeerde drie bacteriesoorten die samen ftalaatesters (PAE’s) kunnen afbreken. PAE’s zijn ziekmakende stoffen die worden gebruikt als weekmakers. Het opeten van deze PAE’s kan de verdere natuurlijke afbraak van plastics versnellen – en dat is natuurlijk geweldig!
Lees hier meer: https://www.frontiersin.org/journals/microbiology/articles/10.3389/fmicb.2025.1757196/full?

Dat zulke bacterieën ook in de natuur ontstaan, is bijna onvermijdelijk. Hoe meer plastic er in de natuur (in de zee, maar ook op vuilstortplaatsen) terecht komt, hoe groter de kans dat er zich organismen ontwikkelen die erop leren leven. En ja: zijn er al!
Zie bijvoorbeeld dit artikel over Rhodococcus: https://www.naturetoday.com/intl/nl/nature-reports/message/
Of dit over Streptomyces:
https://www.universiteitleiden.nl/nieuws/2020/11/bacterien-die-plastic-afbreken-unilever-research-prize-voor-masterstudent-jo-anne-verschoor#:~:text=Recyclen%20met%20bacteri%C3%ABn,’

In de overvloed van voedsel kunnen bacterie-kokonies ontstaan met elkaar aanvullende vaardigheden. De meest succesvolle specialisten daarin zullen zich snel kunnen voortplanten. Vervolgens verhuizen ze naar onze vuilnisbakken (dat is nog niet zo beroerd), dan naar onze keukens (‘he, schat, ons vacuümbakje sluit niet meer goed!’), dan naar de elektrische bedrading en vervolgens…
Ah, zie jij de SF ook al voor je?

Voor een boeiende KliFi-roman (waarin deze bacteriën totaal géén rol spelen, maar de gevolgen van klimaatverandering wél), kijk op http://www.wettum.org/koepel-goes

SF: gaat het hier nu om de techniek of om de mensen?

Iedereen die SF leest, komt die vraag wel eens tegen. Wetenschap en techniek zijn – in ieder geval in mijn beeld van SF – onderdeel van de wereldbouw. Soms best belangrijk, omdat ze nodig zijn (of zelfs bepalend) voor de plot of voor de gewenste ontwikkelingen bij de personages.

(Harde) SF

Het is mijn keuze: geen magie (ondanks de beroemde quote van Clarke), geen tovenaars, geen draken, geen superhelden of andere fantasy-elementen. In een verhaal is daarmee natuurlijk niks mis, maar het is gewoon niet mijn ding. Ik vind onze eigen werkelijkheid al zó ontzettend boeiend, er is daar zo veel te ontdekken en zo veel te presenteren, dat ik daar genoeg aan heb. Ik bouw mijn wereld graag in grote mate in overeenstemming met de wetenschap – het is een uitdaging om met een beperkte hoeveelheid trucs daarvan een mooi decor in elkaar te timmeren.

Ik probeer technobabbel te minimaliseren, al heb ik het soms voor het goede begrip van de lezer wel een stukje nodig 🙂 . Eerlijk gezegd: ik vind wereldbouw ook gewoon leuk. Het is een kans om aan de lezer iets onbekends over onze werkelijkheid mee te geven. Vaak een beetje uitleg, dus. Ik schrijf niet voor luie lezers.

Desondanks blijft de grootste, belangrijkste, centrale ruimte voor de spelers op het toneel. Want hoe boeiend ook: die wereld is niet meer dan het decor voor het échte verhaal. Centraal daarin staan menselijke thema’s. Mijn motto is niet voor niets ‘SF met een hart’.

Meestal schrijf ik korte verhalen, maar soms past mijn wereld niet in een kort stukje en groeit het ondanks mezelf uit tot iets groters. Een voorbeeld van zo’n organisch groeiproces is de spannende ‘harde-SF’-roman Kwantumschuim. Ah, jakkes: dat woord alleen al klinkt behoorlijk als technobabbel, toch? Lees tóch maar even verder!

Kwantumschuim

Een paar jaar geleden las ik een populair-wetenschappelijk boek van onze Nederlandse Nobelprijswinnaar Gerard van ’t Hooft over de allerkleinste deeltjes die er bestaan: quarks, strings, en andere allerkleinste zaken. Het beeld dat ik erbij kreeg, liet me niet los: ik wilde er een wereld van maken en daarin een verhaal laten spelen! Het verhaal werd steeds langer – er moest wel het een en ander worden uitgelegd en om info-dumps te voorkomen…. Uiteindelijk groeide het verhaal uit tot een volledige roman. Het kreeg de titel ‘Kwantumschuim’ – de wereld waarin de geschiedenis speelt is volledig bepalend voor de verhaallijnen. Om het decor in de wereld van piepkleine deeltjes mogelijk te maken, had ik ook een Kunstmatige Intelligentie in een kwantumcomputer nodig, dus die ontwikkeling heb ik ook een paar decennia doorgetrokken.

Toen kwam dit eruit: een spannend verhaal over de avonturen van een mensenteam in een bizarre wereld. Kwantumschuim is SF met respect voor de échte natuurwetten – maar tegelijk een boek over échte mensen. Gewone mensen, die zoeken naar betekenis, geluk en liefde. Vol begrip en afkeuring, trouw en verraad, liefde en haat, teleurstelling en voldoening, en alle andere ervaringen die ons menselijk maken. Met spannende strijd, onverwachte beslissingen en een explosief einde. Zelfs met écht vreemde aliens…

‘Kwantumschuim’ bleek aan te slaan, niet alleen bij nerds maar ook bij lezers die niet bij voorbaat SF-minded zijn. Een recensent (géén SF-fan, maar een doorgewinterde fantasy-lezeres) schreef: “Een boek grijpt me bij mijn strot als ik doorblader om te weten hoe het verhaal verder gaat. Ik heb dat gedaan tijdens het lezen van Kwantumschuim. Complimenten aan Charles Van Wettum! Ik zat er middenin en kon het boek met moeite wegleggen.”

Zo’n reactie… daar kan ik prima mee leven!

Meer informatie over het boek en ook de volledige recensie van deze mevrouw vind je op https://www.wettum.org/kwantumschuim

Een kort verhaal

Ongeveer 10% van mijn korte verhalen valt in de categorie ‘écht harde SF’. Het verhaal hieronder is daar een voorbeeld van. Alle natuurkunde uit het verhaal klopt en wordt een klein beetje uitgelegd – voor zover het nodig is om het te kunnen volgen. Alle hoofdpersonen zijn werkelijke bestaande natuurkundigen uit de eerste decennia van de 20e eeuw. Hun karakters en standpunten kloppen met hoe ze in werkelijkheid waren. Dat geldt voor allemaaal, op één persoon na. Wie dat is? Dat kun je opmaken uit de vertelling. Lees hem op https://www.fantasize.nl/actueel/vertelling-het-unificatiecriterium-van-botteschied-charles-van-wettum/

Ammonite

Er is een nieuwe ijsobject ontdekt. In ons zonnestelsel.

De ruimte (ver) buiten de baan van Neptunus is vol nog onbekende hemellichamen. Er zijn geen échte planeten: die zouden we hebben gezien door verstoringen op de banen van bijvoorbeeld Pluto of zelfs Neptunus zelf. Tenzij de kandidaten nog ontzettend veel verder weg staan en daardoor nauwelijks zwaartekracht meer uitoefenen – als die er zijn, vinden we ze ooit nog wel…

Met onze steeds betere telescopen en de AI die helpt met herkenningen vinden we wel steeds meer kleinere, zowel in de Kuipergordel als daarbuiten. Er is nu een nieuwe gevonden, en we noem onze jongeling Ammonite. De afstand tot de zon is minimaal 66 AE (Astronomische Eenheden = de afstand van de aarde tot de zon = 150.000.000 km) en hij draait in een zeer elliptische baan.

De afstand is ver buiten de bekende Kuipergordel (30-50 AE), net als het in 2003 ontdekte mysterieuze ijs(?)blok Sedna (straal 1000 km, minimale afstand ca 76 AE, baan zie illustratie).
De vreemde positie en baan van deze planetoïden zal veel informatie verstrekken over het ontstaan en de vroege geschiedenis van ons zonnestelsel. Mogelijk is er heel vroeg en heel verweg een botsing van jonge planeten geweest…. maar dat is nu nog heel speculatief. In ieder geval is er nog heel veel te ontdekken!

Lees meer over deze mooie ontdekking (er is nog niet ontzettend veel bekend) op de originele publicatie:
https://www.nature.com/articles/s41550-025-02595-7

Meer over Sedna op https://nl.wikipedia.org/wiki/90377_Sedna – Afbeelding: de baan van Sedna tov die van de planeten en Pluto.

Tijd is nog niet zo simpel

In SF-verhalen spelen auteurs graag met de verschillende visies op tijd en ik ben daar geen uitzondering op. Wil je iets meer over weten over het vreemde verschijnsel tijd? Hieronder wat opmerkingen.

Het lijkt zo eenvoudig: elke seconde gaat er een seconde voorbij en je hebt er geen invloed op. Dingen die later komen, worden beïnvloed door dingen die eerder gebeurden en niet andersom. Morgen is onbekend en gisteren is al voorbij. Ja, soms duurt een minuut voor je gevoel heel lang, maar op de klok tikken de secondes objectief af – altijd even lang, zonder ophouden.

Is het met tijd werkelijk zo duidelijk? Gelukkig niet, de wereld zou er maar saai op worden. Een paar complicaties op een rijtje.

De relativiteitstheorie heeft aangetoond dat het verloop van tijd afhangt van de snelheid waarmee je beweegt én van het zwaartekrachtsveld waarin je je bevindt. Of nauwkeuriger: van de vervorming van de ruimtetijd. Tijd staat niet los van de ruimte, maar is er onderdeel van. Zelfs het (plaatselijk?) achteruitlopen van tijd is mogelijk. Het klinkt absurd – maar de uitkomsten van de relativiteitstheorie zijn uitgebreid getest met waarnemingen en proefjes en de conclusie is duidelijk: hoe vreemd soms de conclusies ook lijken, de theorie klopt!

In de Kwantumtheorie kan tijd alle kanten op lopen: er is geen voorkeursrichting. Oorzaak en gevolg zijn daardoor niet altijd duidelijk: het zou ook andersom kunnen zijn. Er is ingewikkelde discussie over de rol van waarnemers op gebeurtenissen: volgens sommigen is de werkelijkheid onbepaald zolang er niet op de één of andere manier waargenomen of vastgelegd wordt. Op heel kleine schaal kan in deze visie tijd korrelig worden (gekwantiseerd, net als energie en lengte) en dus niet meer zo gladjes verlopen als wij hem ervaren.

In de Snaartheorie zijn er (op heel kleine schaal) veel meer dimensies dan de vier die wij kennen. Sommigen rekenaars houden het op twaalf, anderen komen nog veel hoger uit. De extra dimensies zijn niet ‘ruimte-dimensies’, maar extra ‘ruimtetijd’. Opgerold of verfrommeld. Meerdere tijdsachtige dimensies. Misschien. Hoe dat werkt? Niemand die het weet.

Er wordt gespeculeerd dat tijd niet objectief natuurkundig bestaat, maar een gevolg is van het bewustzijn dat waarnemingen doet. Ons brein (of nog speculatiever: onze geest) probeert een verhaal te maken van indrukken die wij binnen krijgen uit wat er ook ‘daarbuiten’ moge zijn. Maar voor dat verhaal heeft het samenhang nodig. Logica. Betelenis. Em dus: volgorde. En dus: tijd. Het is nodig, dus maakt ons bewustzijn het. Misschien is tijd dus toch nog iets simpels: we maken het zelf.

Al met al is tijd gecompliceerd en daar ben ik als SF-verteller blij mee. Hieronder volgen twee links naar verhalen waar ik met tijd speel.

Vertelling: Hole 9 – Charles van Wettum | Fantasize

Vertelling: Tijd is een harde meesteres – Charles van Wettum | Fantasize

Mocht je meer over het vreemde verschijnsel ‘Tijd’ willen weten, dan vind je hieronder een paar links die je verder zouden kunnen helpen.

https://theconversation.com/is-time-a-fundamental-part-of-reality-a-quiet-revolution-in-physics-suggests-not-273841

Over ruimtetijd: https://nl.wikipedia.org/wiki/Ruimtetijd

Over tijd in kwantumtheorie: https://en.wikipedia.org/wiki/Quantum_spacetime

Over snaartheorie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Snaartheorie

Over de perceptie van tijd: https://www-ebsco-com.translate.goog/research-starters/psychology/time-perception