Kwantumschuim bestaat!

Kwantumschuim bestaat.

Jazeker, dat de boeiende ‘harde’ SF-roman met die naam bestaat, dat wist u waarschijnlijk wel (of niet? Dan nu…). Maar dat ook de digitale wereld op bizar kleine schaal, waarin hij speelt, écht bestaat? Dat is misschien wél een verrassing.

Om van de roman te genieten, hoef je overigens daarover hélemaal níets te weten. Dus ook niet wat hieronder staat. Ga voor het boek maar een van links hieronder en geniet ervan!

Info: https://www.wettum.org/kwantumschuim .

Naar het ebook: https://www.kobo.com/nl/nl/ebook/kwantumschuim .

Paperback bij de auteur: https://www.wettum.org/bestellen .

Als je het wél boeiend vindt er meer over te weten, dan kun je hieronder verder lezen. Het is een eenvoudige inleiding, met aan het einde een paar links om verder te lezen, voor als je dat zou willen. Lees mee, en verbaas je met mij over onze werkelijkheid op de kleinste schaal.

Digitale wereld

De moderne theoretische natuurkunde vermoedt (en heeft inmiddels voorzichtige bevestigingen daarvan gevonden) dat op de allerkleinste schaal onze werkelijkheid korrelig is.

In onze huidige, bewezen natuurkundige modellen (zoals Einsteins algemene relativiteitstheorie) die vanuit onze macro-omgeving zijn opgesteld, is de ruimte analoog. Dat wil zeggen: het heelal is als een glad, oneindig deelbaar laken. Dat is fijn voor die theorieën, want bij berekeningen hoef je geen rekening te houden met allerlei rare effecten die horen bij korreligheid.

Het probleem: ze gelden niet meer op de allerkleinste schaal – en daar treden er juist wél die rare effecten op. In de ‘gewone’ modellen ontstaan op heel kleine schaal fouten. Verkeerde uitkomsten, die niet meer passen bij de waarnemingen. We hebben geen keus: als we in de heel erg kleine afstanden terecht komen, moeten we gaan werken met de vreemde theorieën van de kwantummechanica.

De allerpiepkleinste afstand waarover we kunnen denken, is de Planck-schaal: ongeveer 10^-35 meter. Dat is eerst 34 nullen achter de komma en dan pas de 1. Kleiner kan iets in onze werkelijkheid niet zijn.

LKZ

Op die allerpiepkleinste schaal denken natuurkundigen aan een ‘digitale’ of discrete structuur van de ruimte. De twee voornaamste benaderingen zijn dan de LKZ en de HP.

De SF-roman ‘Kwantumschuim’ gebruikt het idee van Loop-Kwantum-Zwaartekracht (LKZ). Deze theorie veronderstelt dat de ruimte is opgebouwd uit ondeelbare kwanta, ‘pixels’. Net zoals een digitaal beeldscherm van dichtbij uit pixels bestaat. Iets dat kleiner is dan zo’n pixel kan simpelweg niet bestaan.

De kwantumtheorie voorspelt dat op de kleinste schaal deeltjes en hun bijbehorende anti-deeltjes constant worden gecreëerd en vernietigd. Het is ook mogelijk dat er (daarnaast?) nog onbekende Planckdeeltjes bestaan, en/of minuscule zwarte gaten. Het borrelende geheel is veel te klein om rechtstreeks waar te nemen en zal dat ook altijd blijven. De eigenschappen moet je dus afleiden uit effecten die ze hebben op grotere schaal.

Ook een beetje HP?

In ‘Kwantumschuim’ wordt nog een aanvullende aanname gedaan, namelijk dat het schuim programmeerbaar is. Dat er 1-en en 0-en in te vinden zijn. Dat is géén ongewoon idee, al past het wat meer bij de Holografische benadering van kwantummechanica (die oa wordt gebruikt bij snaar-theorieën -zie voor meer daarover de PS1 onderaan dit artikel).

Toegepast op Loop-ZwaarteKracht zou een idee hiervoor kunnen zijn dat een bezette energiepositie een ‘0’ oplevert en een onbezette positie een ‘1’. Een ‘1’ is dan een soort roosterpositie, waar een deeltje had kunnen zitten, maar waar het uit is weggeslagen door bijvoorbeeld het opvangen van een beetje energie. Het gevolg is een ‘deeltjespaar’, bestaande uit het uitgestoten deeltje en de lege plek. Ze blijven bestaan tot ze worden gerecombineerd: het deeltje valt terug in de lege plek.

De aanpak past qua gedachte bij de kwantumtheorie voor vacuüm (als je daarover meer wilt weten: zie de link hieronder).

Is de achtergrond van ‘Kwantumschuim’ volledig hypothetisch? Tja. Lees de artikelen en je ziet: het basisidee pas wel bij de modellen, maar de uitwerking niet. Ja, absoluut: het is verzonnen. Bedacht. Fictie.

Is het theoretisch fout? Ja, ongetwijfeld. Het correcte verhaal is veel ingewikkelder. Volledig wiskundig. Voor niet-ingewijden zoals u en ik totaal onbegrijpelijk. Maar toch: áls het zo zou zijn… Het is zeker boeiend!

Cover van het SF-boek KWantumschuim

Anoka

Wanneer het zou kunnen, dan is het volkomen logisch dat de AI Anoka de mogelijkheid om het schuim te programmeren ook inderdaad gebruikt. Dat opent mogelijkheden! Wat er vervolgens gebeurt, is onontkoombaar. Zij en haar menselijke partners gaan aan de slag om … Nee, ik stop. Om te weten wat er gebeurt op het moment dat het kwantumschuim gebruikt kan worden, moet u het boek lezen.

Roderick Leeuwenhart schrijft in zijn bespreking in het kwartaalblad Fantastische Vertellingen: ‘Het is een boek met heerlijke ideeën – en die kunnen een SF-roman prima dragen. Ik ben blij dat we een schrijver als Charles van Wettum hebben die zijn boeiende verhaalwereld met zichtbaar elan uitwerkt en blijft uitbreiden.’

Info over de SF-roman ‘Kwantumschuim’ (met meer meningen van lezers) vind je op: https://www.wettum.org/kwantumschuim

Bestellen paperback (2e druk) kan bij de auteur: https://www.wettum.org/bestellen

Het Ebook is te vinden op alle platforms, oa bij kobo : https://www.kobo.com/nl/nl/ebook/kwantumschuim

Cover van het SF-boek KWantumschuim

Extra informatie

PS1: HP

HP staat voor de alternatieve theorie het ‘Holografisch Principe’. Geïnspireerd door de theoretische natuurkunde van zwarte gaten, stelt HP dat onze driedimensionale realiteit een projectie kan zijn van binaire informatie (bits) die gecodeerd staat op een verafgelegen tweedimensionale grens. We leven volgens dit model in het binnenste van een zwart gat. Alles wat we zien en meemaken is een soort projectie, die door ons brein wordt waargenomen en vertaald in onze realiteit. In deze benadering is informatie — de structuur 0-en en 1-en op de binnenzijde van de schil — de meest fundamentele bouwsteen van het universum. Nog fundamenteler dan materie of energie.

PS2: Waarom is de zoektocht naar het schuim zo moeilijk?

De Planck-schaal van 10^-35 meter is onvoorstelbaar klein. Als we een Planck-deeltje zouden willen meten, hebben we ongeveer een miljard maal een miljard meer energie nodig dan onze huidige deeltjesversnellers behalen. Dit lijkt ook in de toekomst onbereikbaar. Maar misschien kan er een ander experiment worden bedacht om kwantumschuim te meten.

De Fermilab Holometer (zie de link hieronder) was ontworpen om het HP te testen. Het zocht naar kwantumruis en was in staat om positieveranderingen te detecteren die kleiner waren dan 10^-18 meter. Er werd geen effect gemeten, maar 10^-18 is natuurlijk nog lang geen 10^-34.

Daartegenover heeft Jakob Bekenstein gepubliceerd dat hij het verschijnsel wél heeft aangetoond – al ligt het bij hem op de grens van meetbaarheid (zie de link hieronder). De interpretatie van de resultaten van de onderzoeken is onderwerp van zéér heftige discussie.

PS3: Kwantumvacuüm

Het pure kwantumvacuüm is geen lege ruimte, maar de absolute grondtoestand (de laagste energietoestand) van alle kwantumvelden. Wanneer je energie toevoegt aan dit vacuüm, breng je een kwantumveld in een aangeslagen toestand. Dit uit zich direct in de creatie van fysieke deeltjes (zoals fotonen of elektronen), die dus om het zo eens te formuleren ‘een lege plek achterlaten in het rooster van grondtoestanden’. De lege plek wordt pas weer gevuld bij recombinatie van de ontstane deeltjes.

Bronnen

Over kwantumschuim: https://nl.wikipedia.org/wiki/Kwantumschuim

LKZ: https://nl.wikipedia.org/wiki/Loop-kwantumzwaartekracht

Kwantumvelden: https://nl.wikipedia.org/wiki/Kwantumveldentheorie

https://news.fnal.gov/2015/12/holometer-rules-out-first-theory-of-space-time-correlations/

https://www.visionair.nl/wetenschap/universum/kwantumschuim-aangetoond-op-een-bureautafel/

Video:

https://www.facebook.com/share/r/1BYtkenCcr/

Bestaat Planeet Negen?

Het is een boeiende vraag: is er ver aan de rand van ons zonnestelsel misschien nog een onbekende planeet? Verder weg dan Pluto, maar nog wel draaiend rond onze zon. Misschien ergens in de Kuipergordel. Of zelfs nog daarbuiten.

Als zo’n planeet er is, zouden we hem niet zomaar kunnen zien. Hij zou te klein zijn door de afstand. Koud en zonder eigen lichtbron – zelfs als hij al het zonlicht zou weerkaatsen, is dat op die afstand ontzettend weinig. Je zou hem alleen met de sterkste telescopen kunnen zien, en zelfs dan nog alleen wanneer je precies zou weten waar je zou moeten kijken.

Alleen de eventuele zwaartekracht: die zouden we kunnen opmerken. Planeet Negen zou zich kunnen verraden door de invloed die hij heeft op stenen in de buurt. Mogelijk zelfs op de baan van Pluto, of op andere objecten uit de Kuipergordel. Tenminste: als de massa van de onbekende planeet groot genoeg is.

Dit is trouwens Mercurius....

Is er iets?

Sommige onderzoekers zien in de banen van verre ruimterotsen een vreemde clustering. Stenen, ver voorbij Neptunus, waarvan de banen iets meer geordend lijken dan je uit toeval zou verwachten. Is dat een bewijs, of zelfs maar een aanwijzing? Ah, de meningen zijn verdeeld.

De astronomen Mike Brown en Konstantin Batygin stelden ‘Planeet Negen’ voor als verklaring dat verschillende ijzige lichamen die buiten de baan van Pluto rond de zon draaien op volgens hen statistisch onwaarschijnlijke paden. Het lijkt wel, zeggen ze, of er een onzichtbare massa aan hen trekt en hen bij elkaar houdt. Hun computersimulaties laten zien dat de paden van deze objecten zich zouden verspreiden, als er niet een ‘herdersobject’ zou zijn: een grote massa die de banen van de kleinere stenen in een soort houdgreep heeft (het verschijnsel van ‘herders’ is niet onbekend: Saturnus heeft bijvoorbeeld herdersmaantjes die de structuur van de ringen ‘bewaken’).

Uit hun berekeningen van de banen volgt voor Planeet Negen een massa voor de planeet van ongeveer 5 tot 10 keer de massa van de aarde. Een échte planeet, dus, en geen Plutootje. Helaas zijn de resultaten nog te onzeker om een precieze plaats van Planeet Negen te voorspellen, dus een waarneming zit er nog niet in.

Alternatieven

Maar het is nog niet volkomen zeker dat Planeet Negen nodig is om de waarnemingen te verklaren. Sommige wetenschappers beweren dat de zogenaamde ‘clustering van banen’ een illusie is die wordt veroorzaakt door de manier waarop we gericht naar objecten zoeken. We zien daardoor ‘wat we verwachten te zien’ en het is in deze visie dus niet een planeet, maar een waarnemingsbias. Ah, het zou kunnen. Een bias is een bekende valkuil van elke wetenschappelijke zoektocht.

Andere onderzoekers suggereren dat de vreemde paden echt kunnen zijn, maar dat ze het gevolg van cumulatie van miljarden jaren werkende zwaartekracht van de totale Melkweg.

Tenslotte zouden de gemeten ongewone banen ook nog gewoon toeval kunnen zijn. Gewoon een clubje ijzige objecten die door een gemeenschappelijke oorsprong of ander toevallig effect in het grijze verleden nog steeds (de restanten van) een kudde-achtig gedrag vertonen.

Vera C. Rubin

We moeten dus verder zoeken. Gelukkig kan dat. We hebben daarvoor sinds kort een perfect instrument: het Vera C. Rubin Observatorium. De Rubin is een gloednieuw astronomisch observatorium op de berg Cerro Pachón in Chili. De telescoop ervan heeft een camera van 3,2 gigapixel, en is daarmee de grootste camera die ooit is gebouwd voor astronomie. Elke foto legt een gebied vast van 45 keer de grootte van een volle maan. Door de extreme gevoeligheid kan Rubin ook heel lichtzwakke objecten detecteren.

In plaats van een telescoop op één specifieke plek te richten, zal Rubin de hele zichtbare hemel op het zuidelijk halfrond om de paar nachten scannen. Dat zal tien jaar worden volgehouden.

Gaan we Negen zien?

Omdat Planeet Negen zo ver weg is, zou het er op een foto moeten uitzien als een zwakke, puntige ster die langzaam tegen de achtergrond van stationaire sterren drijft. De helderheid zal afhangen van het albedo: Negen kan ijzig zijn en dus relatief veel licht weerkaatsen, maar ook zwart en daarmee vrijwel onzichtbaar. Maar zelfs als Rubin de Planet Negen niet direct vastlegt, zal het in kaart brengen van duizenden nieuwe ijzige rotsen kunnen bevestigen of de zwaartekrachtclustering echt is, of gewoon een toevalstreffer.

Wanneer Planeet Negen bestaat en zich binnen het voorspelde zoekgebied bevindt, zal ze waarschijnlijk binnen de komende 18 tot 24 maanden worden geïdentificeerd. We wachten het af!

Intussen..

Natuurlijk is er in de SF al veel gespeculeerd. Over onbekende planeten en andere verbazende verschijnselen in ons zonnestelsel.

Zo gaan in het korte verhaal ‘Altijd weer die pubers’ twee onderzoekers op bezoek bij een vreemde asteroïde in de gordel tussen Mars en Jupiter. Hij valt op: hij is donkerder dan je zou verwachten, en wanneer ze er aankomen… Nee, daarvoor moet je het verhaal lezen!

Het staat in de bundel ‘Anderen’ en het ebook daarvan kun je oa hier vinden: https://www.kobo.com/nl/nl/ebook/anderen. Meer info op www.wettum.org/anderen

Verder lezen?

Meer informatie kun je hier vinden.

https://en.wikipedia.org/wiki/Planet_Nine

https://www.reddit.com/r/Physics/comments/16ooin5/the_so_called_ninth_planet_and_evidence_strength/

https://www.forbes.com/sites/jamiecartereurope/2025/05/21/planet-nine-will-be-found-by-2027-scientists-say-as-hints-found/

https://www.nationalgeographic.com/science/article/vera-rubin-observatory-new-telescope-science-mysteries

Tijdreizen bestaat! Of toch niet?

Verander het verleden en geniet van de toekomst. Het lijkt me ideaal!

Experimenteel bewijs

Er zijn in de afgelopen drie decennia onderzoeken gedaan, die suggereren dat de toekomst het verleden kan beïnvloeden. Goed, dat was op het piepkleine kwantumniveau, maar toch…

Het klinkt zo goed, dat we er best even over kunnen nadenken, want zou het niet heerlijk zijn als we het verleden kon veranderen? Als je aan je vroegere zelf tips kon geven om rijk te worden. Als je jezelf kon waarschuwen voor fouten die je gaat maken. Als je als ouder je problemen in de opvoeding van je kinderen kon voorkomen. Als je…

Ja, dat zou geweldig zijn, maar natuurlijk kan het niet. Of misschien toch? Even een beetje natuurkunde…

De pijl van de tijd

De natuurwetten, zoals wij die op dit moment kennen, zijn allemaal tijdsymmetrisch. Met andere woorden: ze hebben geen voorkeur voor een tijd die vooruit gaat of achteruit. De enige – en echt harde – uitzondering is de Tweede Hoofdwet van de Thermodynamica: een gesloten systeem beweegt zich altijd un de richting van meer wanorde. Meer chaos, of in de exacte term: meer entropie.

Toch ervaren mensen uitsluitend een tijd die vooruit gaat. Ligt dat aan de invloed van die tweede hoofdwet, of ligt het aan onszelf? Creëert ons bewustzijn misschien de pijl? Is tijd een illusie, veroorzaakt door ons brein die de omgeving voor ons interpreteert en tegelijk misschien vereenvoudigt?

Het zou aardig zijn als we een experiment zouden kunnen bedenken, waarin de pijl achteruit wijst. Ah, en dat blijkt nog niet zo eenvoudig.

Kwantumwisser en Delayed Choice

De experimenten zijn gebaseerd op theorieën uit de jaren ’70. De meest eenvoudige heet ‘de kwantumwisser’ en de geavanceerdere varianten heten ‘delayed choice’.

John Wheeler baseerde zijn gedachten-experiment op het bekende (maar heel vreemde) verschijnsel dat in een één-spleet-experiment elektronen zich gewoon als deeltjes gedragen, maar in een twee-spleten-experiment plotseling een interferentie-patroon vertonen. Dat laatste kan alleen kan als het golven zijn.

Blijkbaar ‘kiest’ het elektron of het zich als een deeltje of als een golf laat zien. Maar dan is de logische vraag: hoe weet een elektron in vredesnaam of er in een opstelling één of twee spleten zitten?

In allerlei opstellingen is vervolgens door onderzoekers geprobeerd het elektron te foppen: op het laatste moment een spleet openen of sluiten (zelfs zonder dat de onderzoeker het zelf weet), achteraf spleten open of dicht laten zijn – er is enorm veel creativiteit in gestoken (via de links kun je hier veel meer lezen). Langzaam kwam het vreemde resultaat bovendrijven: de waarschijnlijkheidsgolf van het elektron strekt zich uit naar het verleden!

Vreemde resultaten…

In het bekende Delayed-Choice Quantum Eraser experiment uit 1999 werd de informatie over welke route het deeltje nam (de which-way information) eerst opgeslagen, maar daarna op een slimme manier gewist voordat het deeltje het scherm raakte.

Zodra de informatie werd gewist, keerde het golfpatroon direct terug. Dit bewees onomstotelijk dat de wetten van Wheeler kloppen: de natuur houdt alle opties open, tot het moment dat de informatie definitief en onomkeerbaar in onze realiteit wordt vastgelegd. De waarnemer bepaalt (‘met terugwerkende kracht?’) de uitkomst.

In deze en andere slim bedachte opstellingen vervaagt op kwantumschaal het onderscheid tussen gebeurtenissen in het verleden en die in de toekomst: metingen die je doet op een later tijdstip, kunnen het resultatenpatroon van eerdere metingen bepalen. De richting van tijdsverloop is niet meer eenduidig.

Het onderzoek werd gedaan aan zgn ‘verstrengelde’ deeltjes. Daarvoor bleek te gelden – zoals een onderzoeker het ‘zo simpel mogelijk’ zei: de latere keuze voor een meting had gemiddeld invloed op eerdere resultaten van een andere meting.

Voor de duidelijkheid: de onderzoekers menen dat er geen informatie terugreist in de tijd reist. Het ‘retrocausale verband’ wordt pas zichtbaar wanneer de resultaten van beide metingen achteraf met elkaar worden vergeleken. Het is nooit waarneembaar vóórdat de latere meting is voltooid. Tenminste: zo lijkt het op dit moment te zijn – het experimenteren gaat nog steeds door.

Het is wel duidelijk dat in de kwantummechanica resultaten uit het verleden soms gevoelig zijn voor beslissingen uit de toekomst.

Betekent dit tijdreizen?

Nee, voor degenen die dat graag zouden willen, is er (nog?) geen reden om vrolijk te worden:

1) het is op kwantumschaal (kleiner dan microscopisch);

2) sommige onderzoekers noemen het resultaat ‘statistisch’, dus een gemiddeld effect over meerdere metingen;

3) er kan (op dit moment?) volgens deskundigen geen informatie naar het verleden sijpelen;

4) het bepalen van de betekenis van de metingen hoort bij de Kopenhaagse interpretatie van kwantumtheorie, en die is niet onomstreden.

Ondanks al die nuanceringen, hebben sommige natuurkundigen, waaronder John Wheeler, geopperd dat het universum zelf een ‘participatief karakter’ heeft. Dat betekent in dit geval dat huidige waarnemingen een rol spelen bij het bepalen van aspecten van het verleden.

Het is een radicale opvatting. Zéér omstreden. Maar boeiend! En bovendien: (nog?) niet definitief door experimenteel bewijs uitgesloten. Het is te begrijpen dat er onder natuurkundigen heftig over wordt gediscussieerd en dat er steeds nieuwe varianten op de experimenten worden verzonnen en uitgevoerd. Het verleden veranderen, al is het nog maar zo weinig… Het lijkt wel een sprookje!

Verhaaltjes

Het hele verhaal van hierboven is natuurlijk een snoeptrommel voor harde SF. Ikzelf heb er driftig in gegraaid.

1. Jezelf in het verleden tips geven om rijk te worden? Ja, dat zou ik graag doen! Lees hoe het zou kunnen werken in ‘John Karma – een SF-sprookje’. Alleen als ebook, te vinden op oa: https://www.kobo.com/nl/nl/ebook/john-karma-een-sf-sprookje

2. Fouten in de opvoeding van je kinderen verbeteren? Net als iedere ouder lijkt me dat geweldig. Of het lukt? Lees dat in het korte verhaal ‘Haar ware zelf’. Het staat in de bundel ‘Zwervers’. Meer info op https://www.wettum.org/zwervers

3. Wil je weten hoe de grote wetenschappelijke geesten (zoals Einstein en Bohr) zélf het verleden manipuleren voor het winnen van hun meedogenloze discussies? Lees dan (gratis) het korte digitale SF-verhaal ‘Het unificatiecriterium van Bottenschied’ op de website van Fantasize: https://www.fantasize.nl/actueel/vertelling-het-unificatiecriterium-van-botteschied-charles-van-wettum/

Links

De theoretische basis voor de ‘delayed choice’ ligt bij John Wheeler (artikelen uit 1978, 1983). Het experiment werd in 2000 gepubliceerd door Yoon-Ho Kim, R. in Physical Review Letters Kijk hier: https://journals.aps.org/prl/abstract/10.1103/PhysRevLett.84.1

Meer over Delayed Choice: https://de.wikipedia.org/wiki/Delayed-Choice-Experiment

Meer over de Kwantumwisser: https://de.wikipedia.org/wiki/Quantenradierer

Algemeen over tijdreizen:

https://www.quest.nl/tech/wetenschap/a46796289/tijdreizen/

De SpudCell

Hebben wetenschappers in Minnesota (USA) synthetisch leven gecreëerd? Zie voor bronnen de links helemaal onderaan.

Cellen

In een laboratorium aan de Universiteit van Minnesota eet, groeit, concurreert, deelt en repliceert een kleine klodder ‘spul’. Het blobje doet bijna alles wat een levende cel doet. De makers van de SpudCell zijn heel overtuigd: ze zeggen dat het de eerste synthetische cel is, die een volledige cellulaire levenscyclus voltooit.

De aankondiging van de synthetische cel begin juli 2026 maakte de tongen los. De centrale vraag is natuurlijk: leeft die klodder inderdaad?

Wat is de StudCell?

De SpudCell lijkt grotendeels op een levende cel. Het blobje is samengevoegd uit een lijst met niet-levende ingrediënten. Desondanks heeft het een lipidemembraan (een soort celwand) en een klein genoom (genetische informatie). Het kan elementaire cellulaire functies uitvoeren – maar zeggen de meeste deskundigen: het leeft niet. Het blobje heeft hulp van buitenaf nodig om door te gaan, en zelfs dan kan het zijn levenscyclus niet langer dan een paar generaties handhaven. Na slechts vijf generaties breekt er iets in de SpudCell en begint het functioneren te stotteren.

Kok gezocht

De conclusie moet zijn dat het blobje misschien toch niet zo dicht bij het leven komt, als de makers ons graag willen laten geloven. De reden daarvoor kan te maken hebben met de afwezigheid van een cruciale structuur in cellen, die het ribosoom wordt genoemd.

In ‘gewone’ cellen vertaalt het de genetische instructies van het DNA om eiwitten te maken. Die eiwitten zijn vervolgens de arbeiders die bijna alles doen wat een cel nodig heeft om te overleven en te gedijen. Denk aan DNA als het kookboek en RNA als de kok die het gerecht maakt.

De SpudCell heeft geen kok. Er is wél genetische informatie met de instructies voor voeding, groei, kopiëren en delen. Maar de cel heeft niet zijn eigen ribosomen. In plaats daarvan leent de cel ribosomen van de bacterie Escherichia coli: de onderzoekers leveren die aan in druppeltjes, samen met de voedingsstoffen. Met deze hulp houden SpudCells hun eiwitproductie een tijdje vol. Niet erg lang, overigens: na vijf delingsrondes verslechteren ze. Kort daarna leggen ze het loodje.

Conclusie

Al met al: de SpudCell lijkt zeker op een levende cel, maar mist een essentieel onderdeel. Het leeft ook niet lang genoeg om het ontbrekende element te kunnen ontwikkelen of vervangen. Volgens een heel beperkte definitie kan je het een paar generaties lang heel optimistisch ‘leven’ noemen, maar ‘overleven’ is toch wat anders.

Tegelijk stelt deze ontwikkeling in het laboratorium ons voor het dilemma of onze definitie van ‘leven’ misschien te klassiek is, teveel gericht op hoe wijzelf leven al kennen.

Hoe je er ook tegenaan kijkt: dit onderzoek is een stap. Een stap in de richting van ontworpen, gemanipuleerd leven. Of we dat willen? Ah, dat is weer een heel andere vraag. De mens is niet erg goed in het zichzelf beperken.

Andere definities?

Zijn er andere definities van ‘leven’ mogelijk? Zou leven op extreme plaatsen op Aarde of zelfs buiten de Aarde gebaseerd kunnen zijn op andere processen dan die zich in onze eigen cellen afspelen? Het is een boeiend terrein voor SF om te experimenteren.

In de SF-bundel ‘Anderen – verhalen over aliens en dus over ons’ staan o.a. twee verhalen waarin het leven niet gebaseerd is op koolstof, maar op silicium. Er is een verhaal over leven dat bestaat uit gascellen en magnetische veldlijnen. Een verhaal over microscopisch leven, dat…

De mogelijkheden zijn eindeloos. De gevolgen van zulke keuzen leiden tot uitdagende werelden, waarin zich spannende verhalen afspelen.

En nu dus cellen in eem lab. Soms gaat de werkelijkheid behoorlijk hard… Wil je daarop voorbereid zijn? SF biedt vaak tools om er van tevoren over na te denken!

Bronnen over de SpudCell

https://twin-cities.umn.edu/news-events/worlds-first-synthetic-cell-complete-life-cycle-could-revolutionize-biological

https://www.newscientist.nl/nieuws/de-spudcell-is-de-meest-geavanceerde-kunstmatige-cel-tot-nu-toe/

https://www.science.org/content/article/lab-created-spudcell-marks-major-step-toward-building-life-scratch

Bronnen over ‘Anderen’:

Https://www.wettum.org/anderen

Https://www.kobo.com/nl/nl/ebook/anderen

Alice op het randje van de werkelijkheid

In mijn SF-verhalen speel ik graag met de randjes van onze realiteit. Een voorbeeld is het verhaaltje ‘Alice in kwantumland’ – daar kom ik later op terug. In deze blog gaat het over de vreemdheid van onze wereld.

Model en werkelijkheid

De geniale fysicus en geweldige docent Richard Feynman maakt onderscheid tussen ‘wetenschappelijke modellen’ en ‘de werkelijkheid’.

De natuurkunde werkt mathematisch, niet intuïtief. De uitkomsten van de modellen passen vaak niet bij het gevoel dat wij aan ons dagelijks leven ontlenen over wat kan en wat niet kan. Toch: wiskunde beschrijft het universum met verbazingwekkende precisie. Onze intuïtie gokt maar een beetje.

Wat Feynman zegt, is: modellen zeggen niet hoe de werkelijkheid is, maar hoe hij zich gedraagt. Dat is een écht verschil.

Brein vs wiskunde

Menselijke ervaringen zijn gebaseerd op een minuscuul klein deel van de werkelijkheid: wij zijn (evolutionair en/of individueel) gevormd bij gemiddelde temperatuur, gemiddelde snelheid, gemiddelde grootte. In dat kleine stukje van de realiteit is ons brein gevormd: ons waarnemen, ons denken, onze intuïtie en onze logica. Onze hersenen denken dat we daarmee alles kunnen begrijpen. Neem het ze niet kwalijk: zo is de boel nu eenmaal bedraad.

Wiskunde werkt anders. De strakke formele aanpak. Het gebruik van imaginaire getallen, oneindige reeksen, integralen en matrices en nog meer zaken ‘die niet echt bestaan’. De berekeningen zijn niet gebonden aan wat wij ons kunnen voorstellen. En wat blijkt?

De modellen doen soms bizarre voorspellingen. Uit de berekeningen komen nieuw te vinden deeltjes tevoorschijn. Onbekende krachten. Niet te begrijpen kwantumeffecten. Idiote relativistische verschijnselen. De voorspellingen gaan in tegen ons boerenverstand en onze intuïtie. Alles in ons roept: dit kán niet waar zijn! Maar (verrassing): als we gaan meten, blijken ze te kloppen.

Massa, elektron

De modellen zijn dus heel erg goed in het voorspellen van het gedrag van onze realiteit. Maar hoe zit het met ons zicht op ‘het diepste wezen’ ervan?

Neem bijvoorbeeld massa. We definiëren het op macroniveau als ‘de hoeveelheid materie’ en op deeltjesniveau als ‘interactie met het Higgsveld’. De formules kloppen, want de voorspellingen zijn correct, of het nu gaat over botsende biljartballen, of de energieopbrengst van kernsplitsing, of over de banen van deeltjes in een bellenvat. Maar wat massa ten diepste ‘is’?

Tussen haakjes: u begrijpt hopelijk dat een antwoord als ‘het is een verschijningsvorm van energie’ alleen het probleem maar verlegt. En verergert.

Ander voorbeeld: het elektron. Een bolletje kunnen we ons voorstellen: we denken aan biljartballen. Draaien, botsen, en verplaatsen – veel experimenten met elektronen laten zich ermee verklaren. Dat hetzelfde bolletje zich bij andere experimenten gedraagt als een golf, is lastiger te begrijpen. Golven zelf snappen we wel: we hebben het wateroppervlak als voorbeeld. Daarmee kunnen we uitdoving en versterking in een twee-spleten-experiment begrijpen.

Dat het elektron tegelijk deeltje en golf is, is al lastiger, omdat er in onze macro-omgeving geen parallel voor is. Wat er eigenlijk ‘golft’ is ook ingewikkeld: er is geen drager. En het wordt nog idioter: dat het ene elektronbolletje anderen op afstand dwingt om rekening met hem te houden (het zgn Pauli-uitsluitingsprincipe); dat een groepje elektronen zich als een vloeistof kan gedragen; dat elektronen onderling zo volledig identiek zijn dat serieuze onderzoekers zich afvragen of we niet naar allemaal kopietjes van één elektron zitten te kijken; dat energieën van een elektron in een atoom gekwantificeerd zijn… Het zijn allemaal eigenschappen, die niet passen bij hoe wij intuïtief onze wereld ervaren. De denkmodellen voor ons brein ontbreken.

Onkenbaar

Het wezen van de dingen… Feynman zegt ongeveer (in mijn woorden 😉) : ‘Theorieën zeggen er niets over. Aan de verleiding om het model als realiteit te zien, moeten we niet toegeven.‘ Bescheidenheid, dus.

Massa. Spin. Lading. Electron. Wat is het precies? De modellen geven geen antwoord. Ze komen niet verder dan ‘het is een eigenschap die we gebruiken in berekeningen’. De diepste grond blijft niet alleen onbekend, maar is blijkbaar ook wetenschappelijk onkenbaar. Waarom dingen zijn zoals ze zijn, waarom ze doen zoals ze doen: we hebben vanuit onze modellen geen flauw idee.

Onze fantasie zegt er ook niets wezenlijks over, want die is beperkt tot wat wij ons kunnen voorstellen. Wij kunnen ons geen ‘diepste wezen’ voorstellen waaruit de benodigde eigenschappen volgen – zelfs als we het willen, blijft onze bedrading er ongeschikt voor. Dezelfde beperking geldt als we het proberen met ‘een sprong in het geloof’ – religieus of anderszins (zie de PS helemaal hieronder).

Alice

De meest vreemde effecten treden op in de kwantumwereld. Het domein is vol onvoorstelbare en contra-intuïtieve effecten. Golfvergelijkingen in plaats van objecten, waarschijnlijkheden in plaats van locaties, interferentie en superpositie, tunneleffect, verstrengeling, de invloed van de waarnemer. De allergewoonste dingen in die wereld zijn te vreemd voor ons denken.

Ik vroeg me af: wat zou er gebeuren als een rationeel mens die wereld zou betreden? Iets als ‘Alice in Wonderland’, maar dan met een écht wonderlijk land: ‘Alice in Kwantumland’. Een land waarin de vreemde kwantumwetten onze intuïtieve werkelijkheid vervangen. Niet een land met oppervlakkige rariteiten zoals een verdwijnende kat, maar écht fundamenteel vreemd. Ik gebruikte mijn gedachten erover in een kort verhaal over een vrouw, die…

Nee, ‘Alice in Kwantumland’ moet u zelf lezen. Het is een van de vijftien verhalen in de SF-bundel ‘Zwervers – liederen van tijd en ruimte’, met als ondertitel ‘is dit heelal ons thuis, of een duister doolhof?’

Informatie over deze bundel vindt u op: hptts://www.wettum.org/zwervers. Via de bestelpagina kunt u daar ook de paperback bestellen.

Het ebook is oa te krijgen bij kobo: https://www.kobo.com/nl/nl/ebook/zwervers-liederen-van-tijd-en-ruimte Ook als kobo-plus.

PS: de wetenschappelijke methode volgens Karl Popper

Uitspraken over het ‘wezen van de dingen’ die in een (geloofs-)overtuiging worden gedaan, zijn niet (natuur-) wetenschappelijk, om de eenvoudige reden dat onze wetenschap daar niet over gaat. Die gaat over gedrag.

Voor onszelf kan spreken over het ‘wezen van de realiteit’ wel degelijk betekenisvol zijn (ik ben zelf zeer geïnspireerd door Jezus). Echter: pas wanneer er consequenties worden geformuleerd voor het gedrag van de werkelijkheid, ontstaat er een raakvlak met (natuur-) wetenschap. Je kunt dan denken aan uitspraken: ‘volgens … is de aarde plat’, ‘klimaatverandering bestaat niet’, ‘edelstenen hebben genezende kracht’, of ‘helderziend bestaat’. Dat zijn modellen geworden. Ze zijn toetsbaar.

Of het nu om astrologie gaat, magische of paranormale verschijnselen, platte aarde-theorieën, jonge Aarde-model, aardstralen, edelstenen-geneeskunde, homeopathie, waren-de-goden-kosmonauten, Atlantis, Aliens, of welk andere modeluitspraak uit overtuiging dan ook: drie vragen bepalen of het in wetenschappelijk opzicht betekenisvol is.

1) Is het in overeenstemming met (of nog mooier: verklaart het) alle reeds gedane waarnemingen? Zo niet: dan klopt het model niet;

2) Doet het model ‘riskante’ en toetsbare voorspellingen? Zo niet: dan voegt het niets toe en is het wetenschappelijk zinloos;

3) Zijn de (riskante) uitspraken falsificeerbaar? Zo niet: een model dat elke mogelijke uitkomst verklaart, verklaart niets. Het heeft geen betekenis.

Meer hierover lezen? Begin uw zoektocht dan bijvoorbeeld bij Karl Popper.

Natuurlijk kan een niet-wetenschappelijk denkmodel wel degelijk ethische of anderszins nuttige bijdragen leveren aan het mensenleven: ‘(natuur-) wetenschappelijk’ is niet alles in het leven en zeker ook niet het belangrijkste. Waar iemand inspiratie vindt, waarden en normen herkent, zijn behoefte aan veiligheid of andere menselijke behoeften ziet vervuld, mag ieder mens uiteraard zelf bepalen.

Het einde

Er zijn twee theorieën over hoe ons heelal zal eindigen. Als de gemiddelde dichtheid van het heelal groot genoeg is, zal door de zwaartekracht de uitdijing stoppen en stort het heelal weer in: de Big Crunch-theorie. Als de gemiddelde dichtheid te klein is, blijft de uitdijing eeuwig doorgaan en sterft het heelal de koudedood: de Big Freeze.

Het meten van ‘de gemiddelde dichtheid’ is niet eenvoudig. Donkere materie, donkere energie, schattingen van gewone materie op heel grote afstand… Het is een zaakje voor specialisten. Voor meer informatie, zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Dichtheidsparameter

De Big Crunche

Volgens de huidige inzichten is de Big Freeze-theorie het meest waarschijnlijke scenario voor het einde van alles. Donkere energie (we weten er verder nog helemaal niets van, maar alleen dit: ) zorgt ervoor dat het heelal eindeloos zal uitdijen, en dat zelfs steeds sneller. Hierdoor koelt alles af tot onmogelijk koud. Alles zal in de kou verdwijnen.

In het Big Crunch-model zal de zwaartekracht uiteindelijk de overhand krijgen op de donkere energie. De huidige uitdijing van het universum vertraagt eerst, stopt dan, keert om en vervolgens trekt het heelal weer samen. Eerst langzaam, maar daarna steeds sneller. Dit zal na vele miljarden jaren gaan leiden tot een gigantische implosie van alles wat er is. Dit proces is het omgekeerde van het ontstaan van ons universum, de Big Bang.

Wanneer het heelal kleiner wordt, komt alles dichter bij elkaar. Het universum wordt dan steeds heter. Niet alleen sterrenstelsels komen in botsing en smelten samen, maar ook de straling van sterren en kosmische achtergrondstraling wordt samengeperst (de zogenaamde blauwverschuiving). Op het eind lopen temperaturen zo extreem op dat steroppervlakken spontaan ontbranden nog voordat ze met elkaar in botsing komen.

In de allerlaatste fase wordt atoom- en molecuulbinding verbroken. Alle materie, energie, ruimte én tijd wordt samengeperst tot één extreem heet punt – in theorie misschien zelfs met een oneindige dichtheid, een zogenaamde singulariteit.

Sommige natuurkundigen speculeren dat deze gigantische compressie kan fungeren als bron voor een nieuwe oerknal, wat resulteert in een cyclisch universum dat eeuwig blijft uitdijen en samentrekken. Dit noemen ze dan de Big Bounce.

Een vluchtplaats?

Indien het tóch de Big Crunche zou worden, dan zijn er op langere termijn geen plekken die veilig zijn: alles zal in de enorme hitte ondergaan. Maar er zijn wel gebieden in het heelal waar de ellende langzamer greep krijgt op de ruimtetijd. Waar de hitte net iets trager doordringt. Waar de entropie (een maat voor de chaos die het gevolg is van de hitte) net iets langzamer stijgt.

Vermoedelijk is de Boötes-leegte zo’n plek. ‘Leegtes’ (Engels: voids) zijn er meer in ons heelal. Het zijn enorm uitgestrekt gebieden, omringd door miljoenen melkwegstelsels, waarin zich nauwelijks melkwegstelsels, gaswolken of andere brokken materie bevinden. Je zou het kunnen vergelijken met de leegten van lucht in zeepbellen – de grootste structuur van ons heelal lijkt daar daadwerkelijk op (zie de blauwe figuur hierboven).

De Boötes-leegte is een van de grootste voids. Als er dus tegen die tijd nog levende wezens zijn, en als die een miljard jaar of zo langer willen leven, dan zullen ze daar hun toevlucht zoeken. De grootste leegte zal waarschijnlijk het langst de entropie laag kunnen houden. De temperaturen beperkt kunnen houden. Het zal de laatste kuil zijn – totdat ook daar de Big Crunch toeslaat en ook het laatste toevluchtsoord in ons universum zal wegzinken in de allesvernietigende entropie.

De laatste kuil

Het far-future SF-verhaal ‘De laatste kuil’ speelt precies in die tijd en op die plaats. Ongeveer 20 miljard jaar in de toekomst. Tijdens de Big Cruch. In de Boötes-leegte, op het moment dat de andere lage-entropie-kuilen vollopen met hitte, en dit de enige plek is waar nog – even – leven mogelijk is: de laatste kuil.

Je kunt het verhaal digitaal hier lezen: https://edge-zero.com/de-laatste-kuil-charles-van-wettum/

Het verhaal staat ook in de verzamelbundel ‘Anderen – verhalen over aliens en dus over ons’ , samen met 24 andere originele, goede Nederlandse SF-verhalen. Zie daarvoor www.wettum.org/anderen. Hier kun je de paperback bestellen.

De bundel is er ook als ebook: https://www.kobo.com/nl/nl/ebook/anderen

Meer over de Big Cruch en de vraag of dat het eind van ons heelal zal worden (spoiler: bijna zeker niet): https://nl.wikipedia.org/wiki/Big_Crunch

Meer over de leegtes in ons universum: https://en.wikipedia.org/wiki/Void_(astronomy)

Een bizar getal…

In het SF-verhaal ‘Teruggaan valt niet mee’ speelt niet alleen Pizza Hawaii een rol, maar ook één van de meest bizarre getallen uit onze werkelijkheid: de Fijnstructuurconstante.

Hieronder daarover wat uitleg. Het verhaal vind je als openingsverhaal in het boekje ‘Het zal anders’.

Het getal

De meeste natuurkundige constanten hebben een eenheid, zoals meter, kilogram of seconde. Hun numerieke waarde hangt af van het gekozen meetsysteem en heeft op zichzelf geen absolute betekenis. De fijnstructuurconstante α is anders. Het is een zuiver getal – ongeveer 1/137,035999084 – zonder eenheid, onafhankelijk van enige meetconventie en niet te beïnvloeden door de keuze van andere schalen. Het is hetzelfde getal in elk eenhedenstelsel dat welke beschaving op welke planeet dan ook zou kunnen gebruiken. Het is een van de meest fundamentele getallen in de natuur en bepaalt alles wat te maken heeft met de wisselwerking tussen licht en materie: de sterkte van de elektromagnetische kracht, de onderlinge afstand tussen energieniveaus in atomen, de helderheid van spectraallijnen en zelfs het bestaan ​​van de chemie zoals wij die kennen.

α duikt overal op in de kwantumelektrodynamica als koppelingsconstante: het getal dat bepaalt hoe sterk een elektron op een foton reageert. Als α ook maar iets zou afwijken, zouden atomen zoals wij die kennen niet kunnen bestaan. Bij een waarde van 1/100 zouden elektronen in een spiraalbaan op de atoomkern terechtkomen, te snel voor stabiele chemie. Bij een waarde van 1/200 zouden atomen te groot worden en chemische bindingen te zwak voor de vorming van complexe moleculen. Het lijkt erop dat het universum alleen leven kan herbergen als α binnen een nauw bereik valt; dat dit getal zich daadwerkelijk in dat bereik bevindt, kan door de huidige theorieën niet worden verklaard.

Feynman omschreef α als “een van de grootste mysteries in de natuurkunde, een magisch getal dat ons bereikt zonder dat de mens begrijpt waar het vandaan komt.” Elke poging om het getal af te leiden uit fundamentele principes is mislukt. De snaartheorie levert een ‘landschap’ van mogelijke waarden op. Antropische argumenten stellen dat we de waarde 1/137 waarnemen omdat andere waarden geen waarnemers zouden toelaten. Geen van beide is een echte afleiding; beide zijn in feite een erkenning dat het getal afkomstig is uit een bron die buiten ons huidige theoretische bereik ligt. Na een eeuw van uiterst nauwkeurig natuurkundig onderzoek is α tot op twaalf decimalen gemeten en gebruikt voor voorspellingen met een nauwkeurigheid van één op een biljoen, maar er is nog geen enkel aanknopingspunt gevonden voor de vraag waarom het getal juist deze waarde heeft. Het belangrijkste zuivere getal in de kwantummechanica is aangekomen zonder afzender, en die is er ook nooit bijgekomen.

Auteur van de Week?

In juni 2026 was ik een week lang ‘auteur van de week’ op een FB-boekenpagina. Zes stukjes geschreven. Mijn best voor gedaan. In de tijd verdwenen – zo gaat dat. In een (ongetwijfeld tevergeefse) poging de stukjes een iets langer leven te geven, herplaats ik ze hier.

Maandag.

Deze week ben ik hier ‘auteur van de week’. Zeer vereerd, en leuk iedereen hier te ontmoeten! Auteur vind ik trouwens een te groot woord voor wat ik doe. Ik noem mezelf ‘verhalenverteller’. Om precies te zijn: SF-verhalenverteller.

Sciencefiction – ik vind het geweldig! Als je iets van (mijn) SF wilt proeven: ik geef elke dag een link naar een verhaal(tje) – zie helemaal onderaan.

Eerst heel kort over mezelf. Charles, dus. Echtgenoot, vader van vier en opa van dertien. In 2021 gepensioneerd na een leven werken in het onderwijs. Ik schrijf sinds een paar jaar verhalen. Ik vind dat leuk, maar wel moeilijk: ik heb inmiddels veel geleerd en leer nog dagelijks verder.

Mijn eerste publicatie was in 2019: een kort verhaaltje in het tijdschrift Fantastische Vertellingen. Als ik het nu lees, denk ik… (nee, dat komt misschien nog wel – dat gevoel hoort bij leren). Sindsdien zijn er korte verhalen verschenen in bundels en tijdschriften. Als selfpubber heb ik een paar verhalenbundels en drie romans uitgebracht (zie voor een overzicht https://www.wettum.org). Er is nog van alles onderweg…

Een SF-verhaal lezen? Dat kan: ‘Hole 9’ staat in mijn verzamelbundel ‘Zwervers’, je vindt het digitaal hier: https://www.fantasize.nl/actueel/vertelling-hole-9-charles-van-wettum/

Dinsdag: SF schrijven – hoe kom je erop?

Iedereen heeft in zijn jeugd wel een paar momenten die hem voor het leven hebben gevormd. Soms positief, soms negatief. Ze hebben grote impact, en ze veranderen je. Radicaal. Of je het wilt of niet.

Voor mij was één van die momenten in 1969: ik keek ’s nachts op tv naar de maanlanding en het was betoverend!
Mensen op de maan! Een voetstap die nooit zou verdwijnen! Zo ver weg en toch rechtstreeks op tv! Ik was compleet ondersteboven, en zoals dat gaat met nieuwsgierige elfjarigen: ik wilde veel meer weten. Over het heelal en hoe dat daar allemaal werkt. Over ruimtevaart. En bovenal: ik wilde astronaut worden.
Als voorbereiding las ik alles wat ik kon vinden. Over sterren, planeten, raketten, natuurkunde en alle aanverwante onderwerpen. Eerst in pa’s dikke Winkler-Prins encyclopedie. Daarna boeken uit de bieb en zelf verzamelen. Populair-wetenschappelijk, maar ook verhalend. Ik ontdekte schrijvers als Verne, Asimov, Niven, Van Vogt, Heinlein, Clarke en vele anderen. Ik las álles.

Mijn paar vluchtige pogingen tot het schrijven liepen niet goed af. Bij een sf-opstel reageerde mijn docent Nederlands met: ‘Dat kan helemaal niet.’ Onvoldoende. Andere korte verhalen bleven daarna onafgemaakt. Een wel voltooid omvangrijker manuscript werd een paar keer afgewezen en is in de stroom van verhuizingen verdwenen. Het schrijven smoorde.

Nog steeds grenzeloos nieuwsgierig startte ik in 1975 met de studie natuur- en sterrenkunde. Als 2e jaars student solliciteerde ik op de unieke vacature voor ESA-astronaut. Vanzelfsprekend was ik kansloos (nog niet eens afgestudeerd!); het werd Wubbo Ockels. Het leven gong door: ik trouwde, studeerde af, ging lesgeven, werd vader – er gebeurde van alles. De volgende vacature voor een Europese ruimtevaarder kwam in 1998. Voor mij veel te laat.

Het leven was druk. Pas een paar jaar voor mijn pensionering kwam er weer ruimte in mijn hoofd voor SF. Eerst lezen, maar al snel ook de behoefte om te schrijven. Mijn eerste verhaal (geschreven in 2019 op basis van een idee uit 1975) werd geaccepteerd door het tijdschrift Fantastische Vertellingen. Daarna…

‘Goede SF’ vind ik nog steeds geweldig! ‘Goed’ is voor mij de combinatie van creativiteit en harde logica. Grenzeloze fantasie en kille wetenschap. De meedogenloze Realiteit en het alles mogelijk makende ‘what if’. De zich razendsnel ontwikkelende technologie en de altijd blijvende menselijkheid.
Hard en hart. ‘Goede SF’ put voor mij uit het beste van twee boeiende werelden.

Een SF-verhaal waarin dat (volgens mij 😉) zichtbaar wordt, lees je hier:
https://edge-zero.com/geheugenmanagement-charles-van-wettum/

Woensdag: SF met een hart

Schrijven? Eerlijk gezegd vind ik het ontzettend moeilijk. Er is zo verschrikkelijk veel waar je tegelijk aan moet denken! Het basisidee voor het verhaal zelf is voor mij meestal geen probleem: ik kom een boeiend artikel tegen, of ik lees iets intrigerends, en plop: daar hebben we een eerste idee. Het is een start voor wat een verhaal zou kunnen worden.

Voor mijn verhalen gebruik ik een dubbelloops-aanpak. Linkerloop is de wereldbouw, en daar zit (meestal) de ‘SF-creativiteit’. Rechterloop zijn de hoofdpersonen en hun levens vol relaties en problemen en dagelijkse dingetjes. Hen wil ik (meestal) op ‘gewone mensen’ laten lijken om hun ervaringen invoelbaar te houden.
Voor een interessante plot moeten (van mezelf) die twee samenhangen. De wereldbouw moet een zinvolle rol spelen in het verhaal – anders wordt het SF-element irrelevant. Tegelijk moeten de personages ervaringen opdoen die voor ons herkenbaar zijn – anders worden de personages oninteressant. Gelukkig zijn zowel onze realiteit als mensen boeiend en gevarieerd genoeg voor heel veel inspiratie.
Een paar dagen na het eerste idee staat meestal een grove versie van het verhaal op papier. Pas dan begint het échte ploeteren. De zoektocht maar goede en afgeronde verhaallijnen. Spanningsbogen. Geloofwaardigheid van de hoofdpersonen. Een (liefst verrassende) plot met een intrigerende plottwist (en vooral geen gaatjes laten vallen!). Point-of-view. Goede woordkeuze. Functionele en afwisselende zinsbouw. Realistische dialogen. Betekenisvolle karakterontwikkeling. Taalvouten verwijderen, en dus ook dus tahlfouten, taalfouden dus en dus taalfauten. Stopwoorden. Leestekens,,,,!!!!!!!!!
Als alles klaar is, leg ik het opzij. Een tijdje later… Herlezen. Proeflezers. Lezen op een ander medium. Kromme tenen bij alles wat fout is, niet lekker loopt, inconsequent is, veel beter kan. Frustratie, af en toe héél veel frustratie.

Ja, ik vind schrijven moeilijk. Het is een ambacht. Altijd maar blijven leren van fouten. Verbeteren. Feedback zoeken (wat mij betreft: hoe scherper hoe beter – een paar keer slikken, soms nog héél vaak slikken en dan weer vooruit!). Kritische zelfreflectie, en weer verbeteren. Dezelfde tekst zo lang doorworstelen dat je er stevig van baalt. Schrijven is voor mij gewoon écht hard werken. Zoals met alles: ze zeggen dat je ergens 10.000 uur mee bezig moet zijn voor je er een beetje goed in wordt. En dan nog is het échte, ambachtelijke arbeid.

Maar gelukkig: aan het eind van de tunnel is er (meestal) de bevrediging van een verhaal. Soms is het niet helemaal geworden wat je ervan gehoopt had, soms is het (onverwacht?) een pareltje. Hoe dan ook: het maakt het werk goed, want ‘dit heb ík gemaakt’!

Een voorbeeld? Hieronder een ‘hard SF met een hart’-verhaal. Het heeft heeft zowel een bizarre wereld als redelijk invoelbare hoofdpersonen. Het is inmiddels een paar jaar oud – als ik het nu zou schrijven, zou ik sommige dingen anders hebben gedaan (maar betekent dat ook: beter…?). Hoe dan ook: ik vind het een leuk en geslaagd verhaal.
https://www.fantasize.nl/actueel/vertelling-hak-en-elite-en-het-trekken-van-de-ijzeraders-charles-van-wettum/

Donderdag: onze realiteit zit vol mogelijkheden

Met sciencefiction kun je heel veel kanten op – zoals ook al blijkt uit de grote variëteit in films en series die op streamingsdiensten te zien zijn.
Elke auteur mag natuurlijk van alles verzinnen (en ik adviseer: geniet ervan!) – maar voor mijn eigen verhalen blijf ik graag dicht bij wat min of meer natuurwetenschappelijk verantwoord is: wat op de een of andere manier ooit misschien zou kunnen.

Dus voor mij geen tovenaars en dwergen en elfen, geen superhero’s of gevechten met lichtzwaarden. Soms is er een wetenschappelijke aanpak te vinden (voor draken is me dat een paar keer aardig gelukt 😀 ), maar verder…

De eis van ‘min of meer wetenschappelijk’ biedt geweldige kansen. Zelfs binnen de grenzen van wat wij weten, is onze werkelijkheid bizar. Ik wil graag de lezers van mijn verhalen kennis laten maken met de onbekende, intrigerende, vaak contra-intuïtieve of zelfs onlogische uithoeken van onze realiteit. ‘Echt’ is vreemd genoeg. Om zulke situaties op te roepen, zijn er heel wat verschillende aanpakken mogelijk.

  1. ‘What if’ is een bekend uitgangspunt. Stel dat iets in onze geschiedenis anders was gelopen. Stel dat we uitvinden hoe we in de tijd kunnen reizen (en ja: theoretisch natuurkundig kan dat!). Stel dat…
  2. ‘Extrapoleren’ is een bron van inspiratie: neem een ontwikkeling en trek die door. Zet vervolgens mensen in die wereld en kijk wat er gebeurt. Computers en AI, zeespiegelstijging, energievoorziening, grondstoffentekorten, miniaturalisatie, afnemende rekenvaardigheden, kapitalisme, dalend geboortecijfer, migratie… de lijst met mogelijkheden voor extrapolatie is eindeloos.
  3. Aan de grenzen van onze kennis is onze wereld enorm boeiend. Denk aan de wereld van het hele grote, of juist die van het hele kleine. Kwantumtheorie. AI. Relativiteit. Bizarre vormen van (aards) leven. Vreemde objecten in de ruimte. Eigenaardigheden in wetenschappelijke waarnemingen. Overal zijn er situaties die oproepen tot ‘stel je toch eens voor dat…’

Binnen de soms absurde werelden die de SF kan bouwen, leven de hoofdpersonen van de verhalen. Ze hebben er ruzie, maken vrienden, worden verliefd en plegen misdaden. Ze zijn soms held, soms lafaard, meestal twijfelaar. Af en toe leider, vaker machteloos volger. Ze zijn er net zoals gewone mensen. Daarom zijn mijn ‘SF met een hart’- verhalen ook vaak ‘gewoon’. Romantisch, of spannend, of verrassend, of verdrietig, of eng, of … Net als het normale leven, maar (het blijft wel SF 😀): altijd in bijzondere omstandigheden.

Een voorbeeld? Hieronder een verhaal over gewone mensen in een echte SF-omgeving, waarbij een huidige trend (in dit geval: doping in de sport) uitdagend ver wordt doorgetrokken. Veel plezier ermee!
https://ootw-magazine.weebly.com/fiction/charles-van-wettum-de-dag-dat-nederland-de-sprint-won

Vrijdag: Klimaatfictie

Vanzelfsprekend is ‘klimaat’ een thema in veel hedendaagse SF. Het is een actuele crisis, gevaarlijk en veelzijdig. Eventuele oplossingen (als we daaraan al toekomen) doen een groot beroep op technologie en maatschappij. Het lijkt een beetje op de crisis van de atoombom zoals die was in de jaren ’60 en ’70.
Dat het klimaat verandert, is glashelder. In welke richting, hoe snel en wat precies de gevolgen zullen zijn: dat is nog niet helemaal duidelijk. Juist dat onbekende maakt het een bron voor speculatie. Heerlijk veel ruimte voor creativiteit.

De verhalen die rondom klimaatproblematiek ontstaan, noemen we klimaatfictie: KliFi of CliFi. Als inderdaad het klimaat achteruit blijft hollen, dan gaan we dat merken! Denk aan stijging van de zeespiegel, stijgende temperaturen, wereldwijde veramdering in weerpatronen, droogte en zoetwaterschaarste, en nog veel meer. Daarmee verandert de maatschappij op wereldschaal, op het niveau van landen, maar ook het leven van elk individueel mens.
Met het verkennen van gevolgen gaan veel SF-verhalen over crisissen en technische oplossingen – die soms helpen en soms ook niet.

Ook een van mijn eigen boeken is KliFi. ‘Koepel Goes’ speelt in het onderlopende Zeeland. Het bevat zeven verschillende, maar op elkaar aansluitende kortere verhalen waarin Zeeland onderloopt en de inwoners worden ondergebracht in een enorme betonnen bunker. De bouw ervan, de betrokken mensen, het leven erin… Twee hoofdstukken uit de mozaïekbundel zijn zelfs detective-verhalen.

Hieronder een kort KliFi-verhaal over waterschaarste. Het zou zomaar kunnen gebeuren, deze zomer bij mij in de straat: https://www.fantasize.nl/tag/de-waterman/

Extreme consequenties van een klimaatramp kun je ook bij een ander ras laten plaatsvinden. Dat is voor ons iets minder bedreigend: https://www.lowlandsfiction.nl/post/het-tankstation-op-kepler-62-charles-van-wettum

Voor- en achterzijde van het boek Viraal.

Zaterdag: SF én thriller – kan dat?

Een SF-verhaal kan vanzelfsprekend best spannend zijn, maar ik denk dat gemiddeld ‘thriller-lezers’ en lezers van harde SF verschillend ‘soorten’ leesinteresses hebben. De laatsten houden naast spanning vaak ook van wereldbouw, beschrijvingen van exotische eigenschappen, en een beetje verklaring ervan. Thriller-liefhebbers hebben meestal waarschijnlijk minder affiniteit met zulke uitwijdingen en gaan meer voor de klik van plottwists, heftige gebeurtenissen, en spektakel.

Zijn de eisen strijdig? Nee. Of minstens: niet per definitie, want er zijn best veel boeken die de twee genres combineren. De doorgewinterde SF’er zal dan vaak merken dat de wereldbouw wat beperkter is. Daar staat tegenover dat juist het ‘onbekende’ een bron van grote spanning kan zijn.

Ook ik heb het gedaan: SF én thriller. Op de boekpagina van ‘Viraal’ schrijft ik: “Is dit een thriller? Jazeker, het is een spannend boek. Geen who-done-it, geen spionage, geen stromen bloed of rondsluipende misdadigers, maar de spanning van een ingrijpend incident, en als gevolg daarvan onzekerheid, onmogelijke keuzes, vertrouwen, verraad. Goed doen is soms goed, soms onduidelijk, soms onmogelijk en soms fout. Geen spanning is zo groot als onzekerheid, in individuele mensenlevens en in de maatschappij.”
Dat de spanning geslaagd is, blijkt uit de recensie van Jos Lexmond: ‘Ik werd het boek in gesleurd en het liet me niet meer los. Het is een heel ander verhaal dan dat we van Charles gewend zijn, maar jongens… wat is het mooi. En Spannend! Jazeker… met een hoofdletter!

Dus: als je een lezer van spannende boeken bent en eens iets wilt proberen, dat niet helemaal de gebaande thriller-paden volgt: probeer ‘Viraal’! De boekpagina vind je hier: https://www.wettum.org/viraal

Interesse in een kort maar wel spannend SF-verhaal? Misschien kan dit je bevallen:
https://ootw-magazine.weebly.com/fiction/charles-van-wettum-bridge-in-de-convectiezone

Zwak?

Foto bij de titel: binnenzijde van de bellenkamer, (C)CERN

Een verborgen natuurkracht? Ah, de natuur is wonderbaarlijker dan wij denken en er gebeurt zoveel boeiends waar we geen idee van hebben.

Foto: buitenzijde bellenkamers (C)CERN

Vandaag: één van de vier (bekende, of zijn er toch nog meer?) elementaire natuurkrachten van ons universum. Hij heet: ‘zwakke kracht’, of ‘zwakke kernkracht’, en hij is verbazend goed verborgen.

Hoe kun je een verborgen kracht vinden?
Wel, je bouwt een heel nauwkeurig bellenvat. Dat vul je met gigazuivere stof. Eromheen zet je grote magneten en heel erg goede camera’s. Vervolgens jaag je er deeltjes doorheen. Losse deeltjes. Als er deeltjes in een bellenvat binnenkomen en met andere deeltjes botsen, dan maken ze een spoor van piepkleine belletjes. Als zo’n botsing een echte voltreffer is (bam, recht op een piepkleine atoomkern geknald en zo hard, dat het deeltje de kern binnendringt) dan barst er in die kern iets uit elkaar en ontstaan er vaak nieuwe geladen deeltjes. Die veroorzaken op hun beurt ook belletjes op hun weg.
Door de magnetische velden worden de banen van al die nieuwe gevormde geladen deeltjes gekromd.

De vorm van die bellenbanen fotografeer je, en zo kun je met een heleboel gepuzzel geladen deeltjes identificeren. Elektronen, positronen, en een hele dierentuin aan andere, inmiddels bekende elementaire bouwsteentjes.

Een opname uit een bellenkamer (C)CERN

Bijna alle deeltjes zijn op deze manier te zien. Behalve neutrino’s. Die heten niet voor niets ‘spookdeeltjes’. Massaal aanwezig (er gaan er op dit moment ontelbaar veel dwars door je lichaam 😀 – veel plezier ermee!), maar omdat ze maar heeeeeeel zelden met andere deeltjes botsen, gaan ze eigenlijk altijd gewoon overal doorheen. Ook door de Aarde. Ook door bellenvaten. Alleen ontzettend af en toe…
Omdat neutrino’s geen lading hebben, laten ze zelf geen sporen achter in detectoren. Wetenschappers moeten daarom op zoek naar de geladen deeltjes die ze creëren op het moment dat ze die heel enkele keer wél interactie aangaan.

In 1973 ving het Gargamelle-experiment van CERN – een bellenvat gevuld met vloeibaar freon – een neutrino op dat onzichtbaar binnenkwam, interactie aanging en vervolgens weer onzichtbaar verder ging. Bij de botsing verscheen er een nieuw, tot dan toe onbekend deeltje in beeld. Nog nooit gezien, maar op basis van de theorie wel voorspeld. Het kindeke had dan ook al een naam: het Z-boson.

Het bestaan van het Z-boson was voorspeld uit de theorie over krachten in atoomkernen. Het is het deeltje dat de ‘zwakke kernkracht’ veroorzaakt. Waar de ‘sterke kernkracht’ ervoor zorgt dat de deeltjes in de kern bij elkaar blijven en niet elke kern onmiddellijk uit elkaar valt, is de ‘zwakke kernkracht’ een piepkleine afstotende kracht die in atoomkernen juist radioactief verval veroorzaakt. Datzelfde verval is ook producent van neutrino’s. Buiten atoomkernen speelt deze kracht geen enkele rol.
Dat het Z-boson daadwerkelijk werd waargenomen, maakte het een historische moment. Een belangrijke ondersteuning van de elektrozwakke theorie, volgens welke de zwakke kernkracht en de elektromagnetische kracht verschillende varianten zijn van dezelfde kracht. We horen er meer van!

SF

SF leeft dus, zowel in het grote, wijde heelal als in de piepkleine wereld van elementaire deeltjes.

Wil je verhaaltjes lezen die (o.a.) spelen op de rafelige randjes van onze realiteit? Kijk in een van mijn verhalenbundels.

Hou je meer vam romans? Die zijn er ook. Kijk op www.wettum.org

Lees hier meer over het Gargamelle-experiment van CERN:
https://home.cern/science/experiments/gargamelle/

Klimaatfictie

Sciencefiction is vaak heel actueel. Het is dat vooral wanneer het gebruik maakt van het uitvergroten van trends die op dit moment al bezig zijn. Dat kan technologisch zijn of sociaal, maar ook klimatologisch. Klimaatfictie (CliFi of KliFi) is inmiddels een compleet subgenre geworden, met meestal als centrale vraag: hoe gaat ons leven worden wanneer we blijven doorgaan met onze klimaatveranderende activiteiten? Dat de wereld op dat gebied geweldige problemen tegemoet gaat, is vrijwel zeker…

Zeeland onder water

Ik heb twintig jaar in Zeeland gewoond, vlak achter de duinen op Walcheren. In de provincie is de herinnering aan 1953 nog steeds op veel plaatsen aanwezig. Het leek me een goed idee om een SF-verhaal te schrijven dat speelt in Zeeland en gaat over de stijging van de zeespiegel.
Het werd niet een recht-voor-zijn-raapse roman, maar een serie kortere verhalen rondom één gegeven: de radicale oplossing voor huisvesting in een overstroomd Zeeland.

Wilt u eens lezen hoe het Nederland bij heel hoog water, overstromingen of dijkdoorbraken zou kunnen vergaan? Er is heel veel onderzoek naar gedaan, kijk bijvoorbeeld hier op de Atlas Leefomgeving. Een goede site!

Overstromingskaart van Nederland

Bij een forse overstroming van westelijk Nederland zullen er ruim tweehonderdduizend Zeeuwen en vermoedelijk nog twee- tot driemiljoen anderen op de vlucht slaan voor het stijgende water – ziet u op de kaart het stuk in Noord en Zuid Holland achter de duinen? En langs de rivieren?

Denkt u dat die mensenmassa probleemloos in het hogergelegen oosten van ons land terecht zal kunnen? Ze zien ons al aankomen… Of hoopt u er op dat we met z’n allen in Duitsland zullen worden toegelaten? Ach, hopen mag altijd, maar als we eerlijk zijn, weten we wel beter: we zullen de problemen met onze huisvesting zelf moeten oplossen.

In de KliFi-roman ‘Koepel Goes’ kiest hoofdpersoon Meta Boonen ervoor om vast te beginnen aan het ontwerp van gigantische betonnen woonbunkers, die op het onderlopende land worden gebouwd. Ze heten ‘koepels’.

Koepel Goes

Omdat het gevaarte voor Zeeuwse vluchtelingen wordt gebouwd op het gebied rond Goes-Oost en ’s Heer Arendskerke, wordt de naam van die lokale bunker Koepel Goes, en daarom heet het boek dat erover gaat: ‘Koepel Goes – verhalen uit een verdronken land’.

Het zijn zeven samenhangende verhalen in een mozaïekbundel. Ze gaan over de ontwikkeling en de bouw van de Koepel – u weet vam bouwen in Nederland: dat gaat niet vanzelf! Het gaat over de inhuizing en de pijn van het verlies van je ‘oude thuis’. Over het leven van de honderdduizend bewoners in die koepel, met alle technologie en sociale wrijvingen en getto-vorming en misdaad en corruptie. Het is het gewone leven, zeg maar, maar dan binnen: in Koepel Goes.

Meer info…

Meer informatie over de wetenschappelijke achtergronden bij het boek kun je vinden op de site https://www.wettum.org/koepel-goes : bronnen over klimaatonderzoek, actuele informatie over Nederlands beleid en de kwetsbaarheid van ons land.

Het tempo waarin de zeespiegel stijgt, is in ‘Koepel Goes’ vermoedelijk iets overdreven. Vermoedelijk, want naast het vele wat er wél belend is, zijn er ook nog wat onbekende factoren. Belangrijk kan bijvoorbeeld de warmte-opslag in oceanen zijn. Of de Warme Golfstroom en wat er gebeurt als die stilvalt. Heeft El Niño inloed, en hoe dan? De snelheid van het smeltem van het landijs van de zuidpool is nauwelijks voorspelbaar. Het kantelen van landplaten door gewichtsverandering evenmin. En ongetwijfeld worden er nog meer factoren bekend in de komende decennia. De stijging van de zeespiegel in Nederland zal niet langzamer gaan dan we nu denken, maar (veel?) sneller? Het zou kunnen. Ik weet het niet.

Het boek ‘Koepel Goes’ heeft ook een eigen FB-pagina met actuele informatie.

Een lezer zegt…

Een recensent schreef over ‘Koepel Goes’: “Charles beschreef in 7 onderling verbonden verhalen het leven in deze koepel. Want mensen blijven mensen, ook al verplaats je ze. De auteur weet op een realistische manier deze verhalen te brengen, van de constructie tot de bewoning. Met de eraan verbonden problemen, zoals misdaad, corruptie en zelfs gettovorming.
Dit is het eerste boek dat ik van Charles lees, en het is me ten zeerste bevallen … Een aanrader voor wie originele, realistische Nederlandstalige SF wil ontdekken! “
Daar voeg ik (zonder enig eigenbelang) direct aan toe: en wie wil dat niet?

Een kort KliFi-verhaal

Het korte KliFi-verhaal ‘De waterman’ speelt in de straat waar ik op dit moment woon. Natuurlijk zijn alle karakters fictief. Zou dat echt zo zijn? Eh… Ja, natuurlijk! Al zit in elk verhaal vanzelfsprekend altijd iets van de schrijver zelf en van de mensen uit zijn directe omgeving (kijk maar uit met schrijvers die je kent! Voor je het weet….).
Het verhaal vind je hier:  https://www.fantasize.nl/actueel/vertelling-de-waterman-charles-van-wettum/

De waterman. (C) Marvel van der Sleen

De afbeelding van van Marcel van der Sleen.