Een paar opmerkingen over dit korte verhaal (zie de link onderaan), dat verscheen op de website Fantasize.
Is mijn geheugen een leugenaar?
Herinneringen zijn vreemde dingen. Soms weet ik zeker hoe iets is gegaan, maar als ik erover praat met mensen die hetzelfde hebben meegemaakt, dan blijken onze verhalen heel ver uit elkaar te lopen. Herkent u dat?
Feiten die voor mij essentieel waren, kunnen anderen zich niet eens meer herinneren. Hun zekerheden zijn dan voor mij weer volledig nieuw.
‘Waren mijn feiten wel echt feiten?’ vraag ik me dan af, ‘of zijn het dingen die ik heb ingevoegd, aangepast, of misschien zelfs volledig heb verzonnen?’ Misschien is mijn verhaal meer een constructie die in mijn eigen behoeften voorziet dan een ‘objectieve weergave’.

Het is een bekend fenomeen dat mensen valse herinneringen kunnen ontwikkelen. Al dan niet met (ondeskundige?) hulp lossen ze hun problemen op door zichzelf een nieuw verhaal te vertellen. Dat kan afwijken van hoe het écht was (geldt dat eigenlijk voor elke herinnering? wat is in dit verband ‘echt’?), maar in het geheugen ontstaan nieuwe fragmenten, worden observaties aangepast, krijgen nieuwe interpretaties een plaats. Samen ondersteunen ze een alternatieve reconstructie. Maken die geloofwaardig. Maken het wáár voor de mens die het zich herinnert.
Het nieuwe narratief brengt mogelijk andere mensen in de problemen, maar voor de eigen zorgen is het een oplossing. Hoewel (deels) onwaar voldoet het aan een belangrijk criterium: het is mogelijk om het te geloven.
Wat je je herinnert, dat ben je
Nu heb ik het steeds over ‘ze’, maar ik moet eerlijk zijn: zo werkt het geheugen van ieder mens, dus ook dat van mij. Herinneringen zijn het verhaal dat jij en ik onszelf vertellen om ons verleden structuur en betekenis te geven. Te kunnen verdragen.
Het opgestelde verhaal is gebaseerd op de (onvolledige?) informatie waarover wij beschikken. Op aannames en interpretaties die voor ons door hervertelling en inpassing steeds zekerder zijn geworden. Op ervaringen, of de illusie of reconstructies daarvan.
Sorry dat ik mijn en uw herinneringen zo hard aanpak, maar het is niet anders: zo werkt geheugen nu eenmaal. Onze huidige behoeften bepalen het verhaal dat ons geheugen ons vertelt.
Lees meer over ons geheugen in deze link.

Pesten
Pesten is afschuwelijk en gepest worden kan iemand voor het leven tekenen. Dat is absoluut waar.
Ik ben ook gepest. Tenminste: dat vertelden mijn ouders me en dus(?) herinner ik me een paar gebeurtenissen. Een wat stil en teruggetrokken jongetje, motorisch en sociaal niet sterk, nerderig: het was onvermijdelijk dat het in de harde wereld van kinderen gebruikt zou worden. Net zoals bij honderdduizenden (miljoenen? miljarden?) anderen hun schoolgenootjes een handvat vonden.
Ik was passief en deed er niets tegen. De judo waar ik naartoe werd gestuurd om weerbaarder te worden, was niet effectief. Voor zover ik me kan herinneren (maar wat betekent dat?) verdween het pesten na een tijdje vanzelf. Ik heb er geen trauma aan overgehouden, denk ik – behalve misschien mijn afkeer voor slachtofferschap.
Er zijn veel verhalen van mensen die zich herinneren dat ze zijn gepest. Ik leef met hen allemaal mee: het is afschuwelijk. Bij een aantal van hen zijn er inderdaad verschrikkelijke dingen gebeurd – daar doe ik niets aan af.

Pesters
Het is niet verbazend dat er veel minder verhalen zijn van mensen die zich herinneren dat ze anderen hebben gepest. Ik hoor ze in ieder geval veel te weinig om alle pestverhalen te kunnen verklaren. Waar zijn de pesters? De mee-schelders en mee-lopers? De passief-faciliteerders? Het moeten er meer zijn dan gepesten…
Vanzelfsprekend heb ik eventuele situaties waarin ikzelf een rol aan de pesterskant heb gespeeld verdrongen. Vermoedelijk waren die er wel (ik was een normaal kind) maar ze passen niet in het narratief dat ik graag aan mezelf vertel. Dus – zo werkt het nu eenmaal – zijn ze uit mij herinneringen verdwenen. Weggesleten uit het associatie-netwerk door te weinig gebruik.
Ik rationaliseer mijn overgebleven onschuld door te zeggen dat ‘pesten niet bij mijn karakter past’ (dat vind ik trouwens écht 😉). Of dat ik ‘nooit in die postie ben geweest’. Of gewoon: ‘dat deed ik nu eenmaal niet’. Vanzelfsprekend geloof ik mezelf… Net als jullie allemaal 😉.
Zelfbeschuldiging met pesten levert psychologisch en maatschappelijk niets op. Omgekeerd levert slachtoffer-zijn wél beloningen op. Ik krijg bijvoorbeeld een verklaring buiten mezelf voor problemen waar ik mee worstel. Of het levert aandacht op. Soms geeft het aan zorgen of zelfs aan het leven betekenis. Slachtoffer-zijn is functioneel, dader-zijn niet.
Voor de verhalen die ik mezelf vertel, is ‘voorzien in mijn behoefte’ cruciaal. Herinneringen die daarbij passen, herhalen we en onthouden we. Ze worden verankerd in de grote geschiedenis van ons leven en groeien met ons mee.
Het verhaaltje
Het verhaaltje ‘De zegen van vergessen’ gaat over dit tekort aan pesters en hun geheugens. Zelfs als de hoofdpersonen met feiten worden geconfronteerd …
Helaas: ze kunnen er niets aan doen. Zo werkt nu eenmaal ons geheugen.
















