
Het is 1 december. Vanaf vandaag is het ‘Zwervers’-ebook verkrijgbaar. Informatie op deze site http://www.wettum.org/zwervers
Ebook en kobo+ , verkrijgbaar bij kobo, bol en op alle andere ebook-adressen.


PS: paperback komt over 2 weken!

Het is 1 december. Vanaf vandaag is het ‘Zwervers’-ebook verkrijgbaar. Informatie op deze site http://www.wettum.org/zwervers
Ebook en kobo+ , verkrijgbaar bij kobo, bol en op alle andere ebook-adressen.


PS: paperback komt over 2 weken!
Er komt een nieuwe verhalenbundel: Zwervers!
Dertien korte SF-verhalen in die de grenzen van technologie verkennen, maar vooral gaan over ons. Over hoe nieuwsgierig we zijn en de gevolgen daarvan. Over wat technologie doet met ons als individu en ons als maatschappij. Over contra-intuïtieve natuurwetten en wat er gebeurt als we die grenzen ontmoeten.
De verhalen zijn soms spannend. Soms vertederend. Soms verdrietig, net als het leven. Maar ze hebben altijd iets om even verder over na te denken.

Het ebook komt rond 1 december. De paperback is gepland voor twee weken daarna. Meer informatie vindt u hier.
Hieronder vast het voorwoord – een korte gedachte over het idee achter deze bundel. Niet noodzakelijk bij het lezen van de verhalen: die zijn gewoon leuk, spannend, intrigerend, roerend. Wel aardig om te lezen voor wanneer je er over wilt doordenken.

Voorwoord
De mens leeft in piepklein reservaat.
De fysieke leefruimte waarin wij zijn ontstaan en waarin wij leven is een dunne schil rondom onze thuisplaneet. De hele woonruimte is niet meer dan een paar kilometer dik: als we verder omhoog gaan, wordt de omgeving vijandig. Nog verder weg worden de problemen om te overleven al snel groter. Het heelal is verzadigd van harde straling, rondvliegend gruis, jagende gas- en plasma wolken, verscheurende magnetische velden, waanzinnige explosies en vermoedelijk heel veel meer gevaren waar we nu nog niets van weten. Onze ‘veilige’ aarde is een piepkleine enclave, beschermd door atmosfeer en magnetosfeer. Nee, wij leven in een kosmologische rariteit, en buiten dat beschutte stukje ruimte… Het heelal is niet ingericht op het overleven van de mens.
Het echte probleem dat wij, mens, hebben met ‘onze’ werkelijkheid is fundamenteler: het grootste deel ervan is te vreemd voor ons. Onze intuïtie en onze logica zijn ontstaan in onze beperkte leefomgeving: gebaseerd op niet te hoge en niet te lage temperatuur, met niet te grote snelheid, onder niet te kleine en niet te enorme afmetingen. Verschijnselen buiten ons piepkleine referentiekader heeft onze soort nooit meegemaakt, ze hebben ons niet gevormd in ons denken en we hebben instrumenten nodig om er gedachten over te vormen. Zoals we telescopen nodig hebben om ver te kijken en microscopen om het kleine te zien, hebben we wiskunde en fysische modellen nodig om de werkelijkheid te beschrijven die ligt buiten het kleine stukje van de realiteit dat ons heeft gevormd. Kwantumprocessen, relativistische effecten en nieuwere vormen van natuurkunde zijn daardoor contra-intuïtief – letterlijk strijdig met hoe wij dingen aanvoelen. Principieel onvoorstelbaar. De modellen zijn wiskundig juist, ze worden bevestigd door fundamenteel onderzoek en waarnemingen, maar blijven voor onze menselijke logica absurd. Het is duidelijk: het universum is niet ingericht voor het welbevinden van de mens, en tegelijk is de mens niet toegerust op het begrijpen ervan.
Volgens mij is dit ongeveer onze situatie: de mens heeft net de deur van zijn geboortegrot geopend en steekt nieuwsgierig zijn hoofd naar buiten. Hij kijkt verbaasd rond naar de plek waar hij leeft. Alles is niet alleen anders dan in zijn kleine grotje, maar zelfs fundamenteel anders dan hijzelf. Hij zal altijd en overal bang moeten zijn. Elke stap daarbuiten is gevaarlijk voor zijn lichaam, bedreigend voor zijn geest, ongevoelig voor zijn welbevinden en vreemd aan zijn logica. Het is een paradox: hoe meer wij leren over ons heelal, des te moeilijker wordt het te begrijpen. Hoe dieper wij onderzoeken, des te meer verdwalen we in een bizar duister doolhof.
Toch ligt misschien ligt het meest onverklaarbare verschijnsel van ons heelal wel heel erg dichtbij: ons bewustzijn. Is dat bewustzijn een functie van materie – zodat bijvoorbeeld digitale systemen er ook over zouden kunnen gaan beschikken – of is het iets meer? Of misschien zelfs wel: iets anders? Heeft het te maken met de rol van waarnemer, die in sommige fysische theorieën zo’n vreemde rol speelt? Juist ons (menselijk?) bewustzijn, met zulke vreemde eigenschappen als zelfreflectie en creativiteit en onbaatzuchtige liefde en verlangen naar betekenis, zou wel eens het meest bizarre deel van de werkelijkheid kunnen zijn.
Ik vind dat hoopvol. Misschien ligt juist daar onze kans om meer te zijn dan zwervers in een onbegrijpelijk universum.

In de SF-roman ‘VIRAAL’ laat de auteur een bijzonder virus het in mensen aanwezige Denisova-DNA activeren. Het boek gaat ervan uit dat de beide mensensoorten tegelijk op de aarde rondliepen, met elkaar interageerden en DNA uitwisselden. De manier waarop de soorten met elkaar omgingen, krijgt vervolgens …. NEE ! Daarvoor moet u echt het boek lezen. Sorry – hier geen spoilers.

Wel op deze plaats aandacht voor het feit dat de uitgangspunten voor het boek door zeer recente vondsten (van ná het schrijven van VIRAAL!) ondersteund worden. Voor het deel dat op dit moment uit de vondsten geconcludeerd kan worden, tenminste.
Wat is er gebeurd? Wetenschappers hebben al in 2010 in een grot in Siberie een gefossiliseerde vinger en kies gevonden. De lichaamsdelen bleken niet van een Neanderthaler, noch van een moderne mens (Homo Sapiens), maar van een onbekende mensachtige: de Denisova-mens.
Denisova-mensen zouden samen met Sapiens voor nageslacht hebben gezorgd: hun DNA leeft voort in mensen. In eerste instantie werd gedacht: vooral in Melanesië, maar meer recent werden Denisova-genen ook gevonden bij inwoners van Tibet en zelfs bij inheemse bewoners van het Amerikaans continent. Een eerder in China gevonden schedel bleek dit jaar bij nader inzien (uit de DNA-test) ook een Denisova-mens. Die schedel is ca 140.000 jaar oud en gaf veel informatie. De Denisova-mens was waarschijnlijk lang – misschien wel 1.90 meter. Veel langer dan de Neanderthaler-mens die de meest bekende is van de mensensoorten die al rondliepen voordat Homo Sapiens op het toneel verscheen.
Van al deze mensensoorten bleek Sapiens de overlever. Waarom en hoe? Dat is nog onbekend.

Lees voor meer informatie over de ontdekking van de Denisova-mens en de manier waarop het DNA in Homo Sapiens terecht is gekomen het onderstaande artikel. Lees voor het incident waardoor Denisova-eigenschappen terugkomen, de gevolgen ervan voor de samenleving en de spanningen die dat oplevert de spannende maatschappelijke-SF-thriller VIRAAL – http://www.wettum.org/viraal. Verkrijgbaar als ebook op alle adressen (o.a. https://www.kobo.com/nl/nl/ebook/viraal), paperback bij amazon.nl, bol.com en de auteur via http://www.wettum.org/bestellen.
Zie ook: https://www.cell.com/cell/fulltext/S0092-8674(25)00627-0
Spectaculair bericht uit Oxford: in hun laboratorium laten ze licht reageren met virtuele deeltjes in het vacuüm (zie de link onderaan naar het artikel). Lastig te begrijpen? Ach, lees even verder…
Dit is kwantumschuim in de praktijk. Met licht kunnen mensen straks die deeltjes manipuleren. Ze aan en uit zetten, dus enen en nullen maken. Op een rijtje zetten, en dus: programmeren!
In de grootschalige SF-roman ‘Kwantumschuim’ wordt de lezer bij de hand meegenomen in het avontuur dat volgt op deze ontdekking. Het os een diepmenselijk verhaal vol ‘heerlijke ideeën’. Een vertelling die ‘adembenemend’ is en ‘eindeloos fascinerend’ (citaten van recensenten). Spannend en emotioneel. Uitdagend en toch vertrouwd.
Niet ingewikkeld, wél intrigerend. Geen techno-praat, wel de taal van liefde en vriendschap en verraad. Er zijn aliens, maar mensen kunnen nóg vreemder kunnen zijn. Van AI die opeens menselijk zijn.
Wij, gewone mensen betreden een nieuwe wereld. ‘Kwantumschuim’ vertelt het intrigerende verhaal en als extraatje: al lezend word je ook nog een beetje wijzer over de mysteries van het vacuüm. Voor meer links naar informatie over de wetenschap áchter de roman ‘Kwantumschuim’, kijk op www.wettum.org/kwantumschuim
De link naar het artikel:
https://www.physics.ox.ac.uk/news/oxford-physicists-recreate-extreme-quantum-vacuum-effects#

Naar het boek:
Boekinformatie: http://www.wettum.org/kwantumschuim
Ebook Kobo en Kobo+ : https://www.kobo.com/nl/nl/ebook/kwantumschuim?
Papaerback en Kindle: https://www.amazon.nl/Kwantumschuim-Charles-van-Wettum/dp/B0CC3QV2MS
Paperback: bol.com: https://www.bol.com/nl/nl/p/kwantumschuim/9300000156169991/?
Paperback via de auteur: www.wettum.org/bestellen
Stel je voor: je bent prijswinnaar in een wedstrijd op Facebook (het was bij de ScienceFiction & FantasyClub). De prijs die je wint is een exemplaar van het ‘harde SF’- boek KWANTUMSCHUIM (www.wettum.org/kwantumschuim).

Het is niet een vertrouwd genre voor onze prijswinnaar: ze heeft nog nooit ‘volwassenen SF’ gelezen en al helemaal geen SF uit de hoek van echte liefhebbers. Zo’n roman uit de ‘harde SF’-hoek is KWANTUMSCHUIM juist wel; een deskundig recensent schreef er ooit over: “Dit is sciencefiction voor de liefhebber. Voor lezers die zich verlekkerd vastbijten in de speelse wetenschap die Van Wettum aanvoert om het kwantumschuim te bevolken”. Die recensent heeft gelijk: ik schrijf ook (vaak?) SF zonder veel echte wetenschap en techniek, maar deze keer….
Onze prijswinnaar laat zich niet uit het lood slaan. Ze is vastberaden, ze begint er gewoon aan. En zich ergens in vastbijten: ja, dat kan ze!
Hoe het haar verging? Lees verder!

De prijswinnaar schreef na het voltooien van het leeswerk op de Faceboekpagina over haar ervaring:
Dit is geen recensie maar mijn leeservaring van Kwantumschuim van Charles van Wettum. Ik weet niet goed waar te beginnen, maar zal eerst een uitleg geven van mijn startpositie😁. Wat jullie moeten begrijpen is dat ik totaal geen verstand heb van 1) computers 2) wetenschap 3) natuurkunde 4) wiskunde 5) sterrenkunde etc. En dat heb je volgens mij allemaal wel nodig om SF te lezen en te begrijpen😉. Ook was dit voor mij het allereerste adult SF boek dat ik ooit gelezen heb.
Toen ik het boek kreeg ben ik er meteen aan begonnen. Ik zat al snel met flapperende oren m’n pagina’s om te draaien want er kwamen woorden voorbij waar ik nog nooit van had gehoord lol. Ik dacht, nou ja, het zal zichzelf wel uitwijzen. Maar hoewel ik het menselijke gedeelte ontzettend leuk vond (vooral Anoka, de AI), snapte ik het andere computer/ wetenschappelijke gedeelte natuurlijk niet zo. Ik wist ook niet of het verhaal op feiten berustte. En er was nog wat: ene hoofdpersoon Terry werd door het hele boek ‘hen’ genoemd. Ik dacht: wat is dit? Ik snapte het niet!
Oke. Na 2 dagen was het boek uit. Hoewel ik het verhaal ontzettend leuk vond, had ik niet helemaal een voldaan gevoel erbij. Dus ik ging naar m’n volgende boek, maar verdorie, Kwantumschuim en de personages bleven me achtervolgen in mijn hoofd, jaja😛. Dus ben ik eerst eens gaan zoeken naar een recensie. Die vond ik, geschreven door Johan Klein Haneveld. Hieruit begreep ik dat het wetenschappelijke deel van het verhaal best veel op feiten berust en ik ging er ook wat meer van begrijpen. Ik leerde ook dat Terry ‘hen’ wordt genoemd omdat hij genderneutraal is. Iets waar ik ook nooit zo mee bezig ben. Maar nu snapte ik alles wel wat beter.
Mijn volgende stap was: een paar woorden opzoeken die ik niet snapte. De uitleg daarvan was soms net zo moeilijk lol, maar heb ze voor mezelf zo makkelijk mogelijk onthouden en ben het boek nog eens gaan lezen, wat echt geen straf was hoor! Nu ik alles wat beter snapte ging het lezen een stuk vloeiender. Ik kan nu zeggen dat ik Kwantumschuim een ontzettend leuk boek vond en dat ik stiekem hoop dat er nog een vervolg op komt, want dat ga ik zeker lezen. Ik heb het boek inmiddels een paar dagen uit en toch blijft het rondjes draaien in mijn hoofd😁 Dat betekent vast dat ik positief verrast ben.
Dankjewel, Charles van Wettum, voor het mooie boek en dat mijn eerste leeservaring met SF een boek van jou was👌.

Wow… Dat deed wel even iets met me. Toen ik het had laten bezinken, was mijn reactie:
Hoi,… Ik was even stil na het lezen van jouw lezerservaring. Een beschrijving van een échte zoektocht – ik ben dankbaar dat je die moeite voor mijn kindje wilde doen
.
Ja, ik denk dat dit boek als eerste kennismaking met harde SF inderdaad behoorlijk stevige kost is. SF kan met minder wetenschap en techniek en dat doe ik ook vaak – maar hier niet
.
De manier waarop je daarmee bent omgegaan: respect! Het is leuk dat er toch thema’s meespeelden die je direct aanspraken: het boek heeft best wel wat lagen en die heb je er mooi uitgehaald. En dan jouw doorzettingsvermogen… ik ben er eigenlijk wel ontroerd door. Dank voor het delen hiervan!
PS: ik heb geen idee of er ooit een vervolg komt, ik ben er in ieder geval nog niet mee begonnen
.
Dus, lezer: misschien ben je al liefhebber van SF uit deze hoek. Misschien ben je net als deze prijswinnaar geïnteresseerd om er eens in te duiken en te onderzoeken wat het is. En houd je de optie open dat je tot de conclusie zou kunnen komen dat het eigenlijk wel heel erg leuk was? De wereld (ook die van boeken) is groot, en ook binnem deSF zijn er hoekjes vol pareltjes! Dus kom binnen en kijk op www.wettum.org/kwantumschuim . Het is er als ebook (en zelfs als kobo-plus) of als paperback (via Amazon.nl of bij de auteur via www.wettum.org/bestellen). Na afloop zou ik het leuk vinden om je ervaringen te horen!

Nu niet alleen als ebook, maar eindelijk ook als paperback: VIRAAL, de nieuwe SF-roman/thriller van Charles van Wettum.
De unboxing-video: https://youtube.com/shorts/Cv2GMdOf4Ns?feature=share
De informatie-pagina is www.wettum.org/viraal

Gerard Hendriks wordt tijdens een fietstocht over de permafrost van Siberië besmet met een onbekend virus. Als hij met zijn reisgenoten terugkomt in Nederland, is de besmetting wereldwijd al niet meer te stoppen. Gelukkig wordt er niemand ziek, blijkbaar is het virus volkomen onschuldig. Of lijkt dat alleen maar zo?
Ah, er is een schedel van een Denisova-mens geïdentificeerd! Uniek: voor het eerst is er van deze bijzondere mensensoort meer gevonden dan een vingerkootje. Deze mensensoort was bijzonder, met ongeveer hetzelfde hersenvolume als wij (Homo Sapien) en ook lichamelijk net zo groot. Alleen: Denisova verscheen heel veel eerder op het wereldtoneel en was gedurende 100.000 jaar (en dat is veel langer dan Sapiens bestaat) actief. En toch… Waarom heeft Homo Sapiens de tijd overleefd en Homo Denisova niet? Was het een verschil in intelligentie, of lag het toch aan iets anders? Ah, dat is iets om over na te denken! Lees de (SF-) roman/thriller ‘Viraal’ en denk daarna nog eens.
https://scientias.nl/dit-is-de-eerste-gevonden-schedel-van-de-mysterieuze-denisovamens/

De eerste lezers schreven: Spannend! * Hyper-empathie meets Covid * Absoluut realistisch * Triest en toch een beetje hoopvol * Schrijnend in zijn echtheid en menselijkheid * Vervreemdend en toch zo vertrouwd. Redacteur Karin van Veldhoven schreef: Wat een fijn boek heb je geschreven! Ik heb genoten.
Is het SF? Ja, maar het is geen technische of ‘harde’ SF. Het basisidee is zonder meer sciencefiction en ook in het vervolg verloochent de auteur zijn afkomst niet, maar het verhaal is geheel goed te volgen zonder voorkennis. Centraal staat de menselijke en maatschappelijke crisis – wat moet je in deze hopeloze situatie?
Is het een thriller? Jazeker: de essentie van menszijn staat op het spel! De keuzes die worden gemaakt, zijn… We weten het: bij mens-zijn hoort fouten maken. Waren het keuzes, misschien zelfs volkomen verkeerde keuzes, of was het eigenlijk onontkoombaar? Wat ook de oorzaak moge zijn: bij fouten horen consequenties en die zijn groot. Zal ‘de’ mens overleven en zo ja: hoe?
Lees meer over het boek op www.wettum.org/viraal .
In enkele jaren heeft Charles van Wettum een uitgebreide verzameling korte en langere verhalen gepubliceerd. Veel ervan in tijdschriften, anthologieën/ bundels en op websites, zie voor een overzicht www.wettum.org/sf . Zijn eigen bundels en romans zijn verzameld op www.wettum.org.
‘Charles van Wettum schrijft gewoon goed! Veel mooie, rake zinnen; ontroerende ook… De ideeën achter de verhalen zijn steevast heel sterk: hij baseert zich vaak op een astrofysisch, chemisch of filosofisch idee of en werkt het uit in de logica van een verhaal‘. Ruben de Baerdmaker op Goodreads over de verhalenbundel ‘Anderen’
Het Nederlands Contactcentrum voor Science Fiction schreef over de auteur: ‘Zijn verhalen zijn altijd prachtig, humorvol en divers.’
‘Ik ben blij dat we een schrijver als Charles van Wettum hebben die zijn boeiende verhaalwereld met zichtbaar elan uitwerkt en blijft uitbreiden.’ Roderick Leeuwenhart in een recensie over de roman ‘Kwantumschuim’
Paperback via Amazon.nl vanaf 8 juli op https://www.amazon.nl/Viraal-Wordt-oeroud-redding-ondergang/dp/B0F9ZXL8JF/ref=tmm_pap_swatch_0?
Paperback via de auteur op www.wettum.org/bestellen, desgewenst gepresonaliseerd (geef de wens daarvoor even aan in de ruimte voor adres & opmerkingen).
Ebook (ook als Kobo-plus) op alle bekende adressen, bijvoorbeeld https://www.kobo.com/nl/nl/ebook/viraal?
Een veellezer (maar vooral fantasy!) – ik noem haar even X – schreef op de geweldige facebook-pagina ‘SF & F-club’ (hier de link, aanbevolen!) een verslag van haar leeservaring met de SF-verhalenbundel ‘Anderen’. Het leidde tot een leuke bespreking. Eerst haar verslag, dan wat gedachten daarbij naar aanleiding van een deel van de discussie.

Zojuist heb ik Anderen van Charles van Wettum gelezen. In het boek staan 26 verhalen over aliens – en dus over ons. Om te beginnen raad ik jullie aan om de lezing te bekijken die Charles op 9000con gaf. Hierin vertelt hij meer over het onderwerp en zijn boek. Wat jullie gelijk zal opvallen is de kennis van Charles, maar nog meer: zijn enthousiasme over het onderwerp. Het was voor mij een erg leuk begin voordat ik met zijn boek begon.
Dan het boek. Het is vlot en toegankelijk geschreven. Ondanks de soms complexe onderwerpen, hoefde ik zinnen nooit opnieuw te lezen. De onderwerpen zetten aan tot nadenken. Zoals de titel van het boek belooft; deze verhalen gaan over ons. Soms wordt de spiegel serieus opgehouden – soms met spot.
Als niet natuurkundig-geschoolde, miste ik soms wat in de opbouw. In sommige verhalen zitten metingen die worden gedaan, bijvoorbeeld in “Het tankstation op Kepler 62”. Omdat die metingen mij niets zeggen, viel de conclusie wat onverwacht uit de lucht. Af en toe een tussenzinnetje toevoegen (“het zou toch niet zo zijn dat…”) kan mij als lezer helpen. Bij een ander verhaal, “De laatste kuil” komt er een tsunami van entropie die iemand doodt. In de thermodynamica is het de mate van chaos van deeltjes en energie – in de scène wordt wel gezegd dat de tsunami komt, maar niet hoe die eruit ziet. Hierdoor bleef ik met vragen zitten, meer beschrijving zou mij helpen. Dat gezegd hebbende: iemand die de terminologie wel kent, zal hier geen last van hebben.
Anderen verhalen vond ik verbluffend goed. Mijn favorieten waren: “Jaag onze paarden naar de sterren”: een schrijver en onderzoeker vinden een nieuwe parasiet die zich in mensen huisvest. Hier hebben karakters een eigen identiteit en het plot zet je op het puntje van je stoel. Er zit emotionele diepgang in, humor en stof tot nadenken. “Wat ons is gegeven”: deze mogen jullie helemaal zelf ontdekken. Prachtig, mysterieus, diepgaand en hoopgevend. “Het Interstellar-Zoo fenomeen” spot op een geloofwaardige manier met een zakenman die hogerop wil komen in de hiërarchie.
Mijn eindoordeel: ![]()
![]()
![]()
![]()

Mijn reactie op deze bespreking was:
“Dankjewel, X, voor het lezen en de mooie bespreking! Ja, je hebt gelijk: sommige verhalen spreken de een meer aan, andere verhalen een ander. Het is leuk te zien hoe lezers met verschillende voorkeuren uit het boek komen, en natuurlijk: de lezer bepaalt waar het over gaat. Goede verhalen hebben veel lagen!”
Naar aanleiding van:
Het is boeiend om te zien welke lezer welk verhaal als ‘beste’ beoordeelt. Misschien zijn de favoriete verhalen van X voor fantasy-liefhebbers wel de meest aansprekende in de bundel. Het zou zomaar kunnen…
Het verhaal ‘De laatste kuil’ werd door de jury van EdgeZero beschouwd als 7e in de wedstrijd voor het beste Nederlandstalige kortverhaal SF&F van 2023 en zo in de jaarbundel EdgeZero2024 opgenomen – maar X heeft gelijk: het is harde SF, gebaseerd op speculatieve kosmologie en vereist door de abstractie wel voorkennis op dat gebied. Ik kan me voorstellen dat het daardoor voor sommige lezers minder aanspreekt.
Andere lezers hadden andere favoriete verhalen. Een recensent vond ‘De zangers van Enceladus’ het beste verhaal, net als een lezer met een biologie-achtergrond – dat laatste is gezien het thema van het verhaal heel begrijpelijk. Door lezers met een mogelijk meer literaire invalshoek (?) werd ‘De grote jacht’ als Moby Dick-tribute als beste verhaal getipt. Dus inderdaad: zoveel zielen, zoveel gedachten. Ikzelf zie de breedte van voorkeuren als een goed teken voor de reikwijdte van de bundel.
Met de mooie bespreking van X en met de vier sterren die ze aan de bundel geeft ben ik in ieder geval heel blij!

‘Anderen – verhalen over aliens en dus over ons‘ is een bundel met 25 SF-verhalen. In de inleiding zegt de auteur: Wereldbouw en de constructie van levensvormen is boeiend, maar niet het doel van mijn verhalen. Frederick Pohl zei ooit: ‘A good science fiction story should be able to predict not the automobile but the traffic jam’. Ik trek het zelf graag nog door: sciencefiction gaat niet over auto’s en ook niet over files, maar over de mensen die in de file staan. Toegepast: een verhaal over Anderen gaat óók over onszelf. Het is een manier om na te denken over menselijkheid, over betekenis van het individu en de soort, over verantwoordelijkheden en mogelijkheden en grenzen.

Meer informatie over ‘Anderen’: www.wettum.org/anderen . Ebook bij alle adressen (ook kobo-plus), paperback bij Amazon.nl, bol.com of www.wettum.org/bestellen.
Maar ja, de bedoeling en wat lezers ervaren willen nog wel eens uit elkaar lopen. Dus wat vonden lezers ervan? Een paar ervaringen:
Ruben de Baerdemaker schrijft: “Ik was onder de indruk van dit boek, onder andere om deze redenen: 1. Charles van Wettum schrijft gewoon goed! Ik las veel mooie, rake zinnen; ontroerende ook. De taal in “De zangers van Enceladus” is niet minder dan betoverend. Deze auteur heeft een goed gevoel voor stijl en toon, en aandacht voor detail. 2. De ideeën achter de verhalen zijn steevast heel sterk … Hij baseert zich vaak op een astrofysisch, chemisch of filosofisch idee of (of meerdere) en werkt het uit in de logica van een verhaal … 3. Humor! De variatie in de verhalen was voor mij zeker een bonus, vooral omdat ze thematisch toch samenhangen. De manier waarop administratieve rompslomp en managementcultuur op de korrel genomen worden, is verfrissend als intermezzo … 4. De verhalen vertrekken vanuit een kijk op de wereld die natuurwetenschap verenigt met het spirituele … Dit boek speculeert over vormen van bewustzijn die het menselijke denken overstijgen – en daardoor de grenzen ervan blootleggen … 5. Intertext: van Wettum knipoogt regelmatig naar zijn voorgangers uit de Golden Age van SF – leuke easter eggs voor wie daarvan houdt. Samengevat: ik heb echt genoten van Anderen – het is knap geschreven, en levert veel stof tot nadenken.” Bron en volledige recensie: Goodreads
Karin van Veldhoven schrijft: “… Kortom: de schrijfstijl is prettig en vlot, de spanning zit er goed in. Herkenbare thema’s in zoals: hoogmoed, het grote geld, winstbejag, de mens met de houding, “ik weet het beter”, zorg en liefde naar elkaar. Een variëteit van menstypes en aliens, planeten, Melkweg etc. Aliens is een boek voor de scifi liefhebber én een uitnodiging voor andere lezers. Een aanrader!“ Bron en volledige recensie: Hebban

Jos Lexmond (NCSF): “… Veel te vlug aan het einde gekomen. Het had, wat mij betreft, nog wel een vijfentwintig verhalen langer mogen duren. De kwaliteit was hoog, de humor vol en de lat van het sense of wonder gebeuren, lag bij tijd en wijle hoog tot zeer hoog! … Als ik zou moeten kiezen welk verhaal ik het beste zou moeten noemen, dan (want daar heb ik natuurlijk al wel vast over nagedacht) had ik daar best wel moeite mee, maar uiteindelijk heb ik unaniem voor: De zangers van Enceladus gekozen. Niet dat andere verhalen me niet raakten, edoch dit verhaal raakte me diep door de impact van een goed bedoelende daad van onze toekomstige mede aardbewoners. Lof Charles!!! Hoe dan ook… als jullie als rechtgeaarde SF-liefhebber Anderen nog niet hebben gelezen… doen!!!” Bron en volledige recensie: NCSF – Nederlands Centrum voor SF.

Recensent Patrick van de Wiele schrijft op de site (bron en volledige recensie) Out Of This World: ‘Over het algemeen doen de verhalen terugdenken aan de “golden age of SF”, ten tijde van Asimov, Clarke, Heinlein, Pohl enz. Charles voegt er echter hier en daar zijn “droge” humor aan toe. En zo weet hij de aandacht van de lezer vast te houden. Ik heb dan ook van deze bundel genoten.’

Johan Klein Haneveld schrijft onder andere: “De bundel bevat enkele werkelijk fantastische verhalen. Er zijn verhalen waar de auteur zich probeert in te leven in niet-menselijke levensvormen en hun belevingswereld schetst. Dit geldt voor het vervreemdende ‘De pijn van herinneren’ en ‘Hak en Elite en het trekken van de ijzeraders’ – dat de overwegingen weergeeft van op silicium gebaseerde wezens. Ook goed zijn verhalen die wetenschappelijke speculatie ver doorvoeren, zoals het ‘extreme far future’ SF-verhaal ‘De laatste kuil’, dat (terecht) ook in de laatste ‘EdgeZero’ is opgenomen. ‘Brown’ speculeert over zogenoemde ‘bruine dwergen’ die zich tussen ster en planeet in bevinden en ik vond de ‘schuimwereld’ in ‘Schuimbal’ en wat daar gebeurde ook fascinerend … Verder zijn er verhalen waarin Van Wettum menselijke relaties wat meer onder de loep neemt… Zoals het huwelijk dat onder spanning staat in ‘Wat ons is gegeven’, waarbij een echtpaar een uitstapje maakt naar een bijzondere planeet. Ook de ontluikende relatie in ‘Jaag onze paarden naar de sterren’ en hoe die door een virus onder druk wordt gezet vond ik een goede basis bieden voor het verhaal. Verder is de relatie tussen moeder en zoon in het naar horror neigende SF-verhaal ‘Het was op een donderdag’ goed getroffen … Voor mij dus genoeg pareltjes in deze bundel om hem te kunnen aanbevelen, vooral voor wie geen genoeg kan krijgen van de stijl van de ‘gouden eeuw’ van de SF.” Bron en volledige recensie: Goodreads
Op 26 april mocht ik meepraten in de podcast Culture Coated (gemaakt door Wim Wilms van Radio Benelux België) over ‘SF en economie, maatschappij, beurzen en wat al niet meer’. De link naar de podcast (pas op: hij duurt twee uur!) staat hier direct onder. Hieronder naar aanleiding van het gesprek een paar gedachten over SF en technologische ontwikkelingen.
De SF-auteur Frederic Pohl heeft ooit (ongeveer) gezegd: ‘Goede SF voorspelt niet de auto, maar de file.’ Daarmee bedoelde hij natuurlijk: niet de technologische ontwikkeling staat centraal, maar de gevolgen ervan. Hij was zeer actief vanaf de Gouden Jaren van de SF, de jaren ’50 tot ’70, toen de mensheid over technische vooruitgang nog optimistisch was en iedereen (of toch in ieder geval beleidsmakers) meenden dat de problemen van de mens zouden kunnen worden opgelost door wetenschap, groeiende kennis en technologische ontwikkelingen – al moeten we eerlijk zijn: ook al in die decennia waren er SF-auteurs die de gevaren en nadelen daarvan in hun verhalen beschreven.
Zelf breid ik de oneliner van Pohl graag uit tot: ‘SF gaat niet over de auto, ook niet over de file, maar over de mens in de file’. Meer dan in de decennia net na de Tweede Wereldoorlog besteedt SF aandacht aan de invloed die de ontwikkelende wetenschap heeft op mensen, zowel indivdueel als in groepen.

Natuurlijk hebben wetenschap en technologie ons veel goeds gebracht. Ik denk aan voedselproductie, medische wetenschap, transport- en communicatiefaciliteiten, verhoging van arbeidsproductiviteit en daardoor economische groei en rijkdom – we zouden (met onze wereldbevolking, onze gewenning aan de dagelijkse gemakken en luxe) niet meer zonder kunnen leven.
De periode van de Koude Oorlog liet diepe sporen na. Er ontstond wantrouwen in de wetenschap door de toepassing ervan in wapens (nucleair, chemisch, biologisch). Het wantrouwen werd versterkt door politieke systemen die allemaal (?) onbetrouwbaar bleken, met hun oorlogen, politici, bedrijven en rijke particulieren die (massaal?) uit bleken te zijn op gewin. Vertrouwen in technologie niet alleen minder vanzelfsprekend, maar zelfs verdacht.
Steeds meer (directe of indirecte) nadelige neveneffecten van technologie zijn duidelijk geworden: milieuverontreiniging en afvalproblematiek, klimaatproblemen, overconsumptie en overbevolking, nieuwe ethische dilemma’s, privacy, schaalvergroting, ontmenselijking, sociale verarming en vereenzaming, nieuwe vormen van armoede en klassenverschillen.
Moderne SF legt meer nadruk op de problemen die juist technologie met zich meebrengt en is daardoor over het algemeen pessimistischer. Het is geen wonder dat binnen SF de dystopie tot een apart genre is uitgegroeid: het honoreert de angsten die veel mensen voelen wanneer ze om zich heen kijken naar de ontwikkelingen in de wereld. Daarbij gaat het niet alleen om de techniek zelf, maar juist ook om de ontwikkelingen die door techniek mogelijk worden gemaakt of er zelfs een automatisch gevolg van zijn. We kunnen er niets aan doen, ondanks onszelf gebeuren de dingen: groeiende sociale problemen, wereldwijde verstedelijking en volksverhuizingen, individuele overprikkelijking en overbelasting, consumentisme in persoonlijke en zakelijke relaties, en nog heel veel meer. Het gevoel van machteloosheid is niet te vermijden.
De wereld is ongetwijfeld onoverzichtelijker geworden. Veranderingen gaan steeds sneller, ze worden elk decennium moeilijker te volgen – en dat geldt niet alleen voor ouderen. De gevolgen worden tegelijk maatschappelijk steeds ingrijpender: de voor vrijwel iedereen onbegrijpelijke techniek leidt tot steeds ingewikkelder procedures, steeds gecompliceerdere wet- en regelgeving, voortdurende aanpassingen in omgangsvormen en maatschappelijke gewoonten.
Er is steeds meer wat onze wetenschappers kunnen: medisch, genetisch, weer en klimaat, ruimtevaart, productiemethoden, en nog veel meer. Dus komen er ook voortdurend ingewikkelder beslissingen bij en daarmee ook grote verantwoordelijkheid. Zonder dat wijzelf enige keus hebben, worden we afhankelijker van de deskundigheid van anderen, en daarmee ook van hun kwaliteit, hun inzichten en (niet in de laatste plaats:) van hun ethiek.
Helaas: de ervaring leert dat vertrouwen in deskundigen regelmatig (vaak?) beschaamd wordt. Soms is dat omdat de problemen te complex zijn. Soms omdat mensen en organisaties niet competent zijn, maar toch iets moeten of doen. Vaak missen beleidsmakers het benodigde instrumentarium of worden ze door de veeleisende maatschappij opgezadeld met onuitvoerbare opdrachten. En ja: soms gaan dingen ook gewoon fout omdat de betrokken medemensen schurken zijn die er geen enkel probleem mee hebben om de boel te belazeren. Een mens wordt er cynisch van.
De problemen met deskundigheid worden enthousiast misbruikt door charlatans die zich van alles roepen en op die manier geld, macht en aanzien verkrijgen door het manipuleren van de mensen die het ook allemaal niet meer kunnen volgen. Het is van alle tijden, maar met de social media is dat boevenwerk wel een stuk eenvoudiger geworden. En hoe moeten mensen zich ook redden? Het onderscheiden van betrouwbare informatie en desinformatie wordt met de dag moeilijker. Welke informatiekanaal levert nog échte feiten? Welke factchecker moet ik geloven? Het is waarachtig geen wonder dat wantrouwen de kop opsteekt.
In de onoverzichtelijke wereld hebben de afgelopen decennia (volgens mij) de oude, grote verhalen langzamerhand terrein verloren – of misschien moet ik zeggen: ze hebben andere vormen gekregen. Ik denk dan aan de secularisering (in ieder geval in West-Europa), aan het verdwijnen van de samenhangende maatschappelijke ideologieën als sociaaldemocratie (met haar zorg voor de zwakkeren), liberalisme (met de rechten én verplichtingen van het individu).
De grote verhalen leverden betekenis en een samenhangende visie op handelen, maar het lijkt me dat ze minder belangrijk zijn geworden, en/of anders functioneren. Soms zijn ze vervangen door seculiere uitgangspunten die minstens net zo meedogenloos worden ingezet als de oudere ideologieën: marktgeloof, meritocratie, indvidualisme dat als overtuiging verkleed egoïsme blijkt te zijn. Maar ook restanten of aangepaste vormen van die oude overtuigingen, complottheorieën, geloofjes, ‘alternatieve’ geneeswijzen of levenswijzen en zelfs oeroude religies worden gekozen als middel om te midden van de grote massa een eigen identiteit te vinden. Het is een zoektocht om in de onbegrijpelijkheid van de wereld structuur te vinden. Een plaatsje voor jezelf. Betekenis.
Misschien zou je ook ontwikkelingen als extreme klimaatangst hieronder kunnen/ moeten rekenen. Al is de klimaatontwikkeling zeker zéér zorgelijk en is ferm ingrijpen heel hard nodig, soms lijkt de beweging meer zingeving en zo een deel van de persoonlijkheid van deelnemers te zijn geworden. Over het algemeen wordt de overtuigingskracht daarmee niet groter.
Het is allemaal inderdaad niet meer te overzien. Terwijl wij ons bezighouden met onze eigen zaken (de auto) overkomen ons al de rampen die niet zozeer afhangen van onze individuele keuzes, maar wel van de collectieve (de files). Ze beperken ons, soms zijn er aanrijdingen, onze vrijheid wordt bedreigd. We raken beschadigd, we lopen mis waar we op hadden gerekend. Het is niet onze (individuele) schuld, maar we zijn wél slachtoffer. We hebben het zwaar…
We klagen dus wat af – terecht of niet terecht. Slachtofferschap is populair: het levert geen risico’s op en je krijgt er (in ieder geval in je eigen bubbel) erkenning voor. Het past naadloos bij onze geïndividualiseerde wereld waarin we op zoek zijn naar likes. Het geeft betekenis aan het leven.
Voor SF-schrijvers op zoek naar onderwerpen is onze moderne maatschappij een paradijsje: met alle nieuwe technologiëen en maatschappelijke ontwikkelingen (de auto’s) zijn er evenveel vormen van problemen, beperkingen, frustraties, slechte ontwikkelingen (de files). Er zijn eindeloos veel mogelijkheden voor verhalen over mensen die in de files zitten of langs de zijlijn staan toe te kijken.
Toch… Af en toe is het nuttig om je de oeroude wijsheid te herinneren: ‘je staat niet in de file, je bent de file’. Niet in je eentje, wel in je Eendje. Dat meenemen in verhalen helpt de lezers zich een kort moment een beetje realiseren dat er in het leven niet alleen machteloosheid en slachtofferschap is, maar ook verantwoordelijkheid. Jij in jouw klein hoekje van de files van deze ingewikkelde wereld, en ik in ’t mijn.
Misschien zit er een klein stukje groot verhaal in elk van die kleine hoekjes. In elk klein verhaal. SF draait – daarvan ben ik overtuigd – om betekenis.
Volgens mij begint het verhaal bij de diep menselijk behoefte om onze eigen wereld te begrijpen en te beheersen.
Onze basisbehoeften
De meest fundamentele drijfveer van de mens is om te voorzien in basisbehoeften: eten en drinken, gezondheid, veiligheid, voortplanting. Onderdeel van het vervullen van die behoeften is het bevredigen van onze nieuwsgierigheid: voor ons voortbestaan is het nodig dat we leren hoe de dingen in elkaar zitten, dat we greep krijgen op onze omgeving en ons bestaan.
Mensen hebben daarbij een dominante intuïtieve methodiek: we onthouden wat in een concrete situatie wel eens heeft gewerkt (of: wat lijkt te hebben gewerkt). Daaruit leiden we dan zoveel mogelijk algemene regels af, die we kunnen gebruiken voor ons toekomstige gedrag.
Voorbeelden? Je had hoofdpijn hebt en je wreef op je slaap met die ene plant en de hoofdpijn nam af. De pijn in je knie was gisteren minder en je had een zwarte steen in je broekzak. De keer dat je jouw voetbalteam won, had je die rode sokken aan. Toen het in een gesprek met iemand klikte, bleek die geboren in september. Toen je een klein prijsje in de loterij won, eindigde het lot op een zes. Voor de wiskundetoets waar je onverwacht een kleine voldoende voor kreeg, had een kruisje geslagen. Je zat in het bos en je hoorde het ruisen van de bladeren en het leek alsof er een stem sprak, en toen je thuis kwam reageerde je ineens goed op je geïrriteerde partner. Je keek in je beker met theebladeren, kreeg plotseling een idee wat er morgen zou gaan gebeuren en het gebeurde ook nog! Er vloog een duif op en direct daarna keek een leuke jongen lachend jouw kant op. Je richtte je aandacht gericht op het verkeerslicht en onmiddellijk sprong het op groen.
De menselijke valkuil is dat we geprogrammeerd zijn om toevalligheden verkeerd te interpreteren. Correlatie wordt causaliteit, incidentele werking wordt een methode, behoefte aan regie leidt tot zekerheden. Evolutionair is dat logisch: we kunnen beter iets herhalen wat niet werkt (dat kan immers geen kwaad) dan een keer iets missen wat wél werkt. Ook onze afkeer van onzekerheid is nuttig: alles wat we niet begrijpen, is gevaarlijk en elk klein wapentje in de strijd om te overleven is welkom.
Van intuïtie naar institutie naar instrument
Soms stuiten we langs de intuïtieve aanpak op werkelijk werkende verbanden. We hebben werkende kruiden ontdekt, we hebben proefondervindelijk procedures gevonden om de kans op ziekte kleiner te maken – zelfs als we het mechanisme erachter niet begrijpen, kan het werken. In andere gevallen leidt onze ingebakken behoefte aan structureren tot gewoonten die niet productief zijn: regendansen, astrologie, genezende stenen, en heel veel andere dingen. De grenzen zijn niet altijd scherp: de natuurwetenschapper Isaac Newton formuleerde niet alleen de wet van de zwaartekracht, maar zocht óók de steen der wijzen.
In de behoefte om de werkelijkheid te structureren en te beheersen, is het ontstaan van een religieuze stand en dogmatiek volgens mij onvermijdelijk. Naarmate we meer leren, worden systemen ingewikkelder. Er is veel kennis nodig en daar spelen deskundigen een rol in. Zij kunnen bijhouden welke regels er zijn, zij weten hoe het geleerde moet worden toegepast. Ik zie dat overal gebeuren: of het nu druïdenordes zijn, priesterkasten, gilden. Of medisch specialisten, consultants, coaches en influencers. Deskundigheid werkt!
Bij die deskundigen horen gewoonten en standaardaanpakken. Variërend van ‘zo doen we dat nu eenmaal’ tot ‘dit is de bewezen aanpak’. Ervaringen en inzichten worden vastgelegd in verhalen of in voorschriften, want ‘dat is de leer’. Er ontstaan opleidingen, cursussen, introducties en inwijdingen. Er worden officials aangesteld om de verdiensten van het systeem vast te leggen en te verdedigen. Mensen raken overtuigd, ze gaan in de leer bij deskundigen en worden volgelingen. De officials krijgen gezag en onontkoombaar gaat dat samen met macht. Natuurlijk lopen de belangen van volgelingen en officials parallel, maar net als alle organisaties krijgt ook de (formele of informele) instelling eigen belangen. Eén daarvan is het verkondigen of verdedigen van de eigen overtuigingen. Oftewel: het in stand houden van de eigen macht.
Voor slimme/ machtsbeluste/ onethische bestuurders is bovendien elke organisatie instrument voor het dienen van persoonlijke doelstellingen. Instituties worden instrument – los van de vraag of de gebruikers van macht nog enige affiniteit hebben met de inhoud krijgen zij de beschikking over middelen om volgelingen te manipuleren of in te zetten.
De trein van de geschiedenis loopt steeds over dezelfde sporen.
Religie en ideologie
Vanzelfsprekend geldt het bovenstaande niet voor de levensovertuiging die ik zelf aanhang. Toch?
Volgens mij geldt het bovenstaande voor ieder mens, voor iedere mensengemeenschap, voor iedere ideologie. Het bestaan van bovennatuurlijke entiteiten kan een onderdeel zijn van de modellen voor de werkelijkheid, maar het is daarvoor niet noodzakelijk – ook zonder ‘god’ of goden zijn we onderworpen aan de fundamentele menselijke processen.
Institutionele religies zijn wel de meest duidelijke illustratie. Verhalen rond het ontstaan van de wereld en mensen, verhalen over zingeving. Formalisering in leerstellingen en het ontstaan van formele of informele organisaties. Het ontstaan van religieus gezag en daarmee even vanzelfsprekend als afschuwelijk het misbruik ervan. Het vindt plaats in alle religies. In de godsdiensten met hun goden met eindeloos gevarieerde eigenschappen, maar ook in de godloze religies, zowel oude als moderne (bv scientology).
Het model geldt ook voor maatschappelijke ideologieën (denk aan communisme, kapitalisme, en m.i. alle anderen) en levensovertuigingen (denk aan vegetarisme of juist carnisme, fitness, en gebruik zelf verder uw eigen fantasie). Ontstaan uit de behoefte om te verklaren en te structureren en in zekere mate controle te krijgen. Vormgegeven met correlaties en al dan niet bewezen causaliteit. Formalisering met het ontstaan van leerstellingen en een kaste van deskundigen. Er zijn soms weldadige gevolgen voor aanhangers en niet-volgelingen die ervan afhankelijk zijn, maar even vaak zien we de onontkoombare machtsconcentratie waarbij ideologische belangen leiden tot manipulatie en misbruik en meedogenloosheid.
Fantastische verhalen
Het menselijk vermogen om in onze werkelijkheid systemen te bouwen is volgens mij grenzenloos, en daarmee ontstaat een even eindeloze bewegingsruimte voor fantastische literatuur.
Elk verhaal heeft een interne werkelijkheid en elk aansprekend verhaal doet een beroep op menselijke behoeften. Dat geldt ook voor fantasy en sciencefiction. Het wereldbeeld kan uiteraard afwijken van ons eigen, westerse, post-verlichting natuurwetenschappelijke wereldmodel – net zoals onze eigen verklarende systemen verschillen – maar het moet er wel zijn. Immers, zodra een invoelbare interne structuur ontbreekt, wordt een verhaal onnavolgbaar. Zelfs absurdistische verhalen doen hier een beroep op: zij geven weliswaar zelf niet aan wat de causaliteit is, maar kietelen wél onze onbewuste behoefte dat die er moet zijn.
De fantasie van onze fantastische auteurs kan dus zijn gang gaan: variërend van magisch tot strikt logisch tot onnavolgbaar intuïtief tot aansluitend bij wetenschappelijke of andere maatschappelijke causaliteiten. Lezers hebben wél behoefte aan een consequent systeem van causaliteit: willekeur werkt niet, want het is strijdig met de in de mens ingebouwde behoefte aan samenhang. Zolang de wereldbouw intern consequent is, zijn lezers bereid alles te accepteren. De verteller is de priester, de woorden bouwen de wereld, het verhaal wordt de werkelijkheid.
Sciencefiction en wetenschap
Wat mij persoonlijk aanspreekt in sciencefiction is het aanleunen tegen de natuurwetenschappelijke methode: een systeem om het verschil tussen correlatie en causaliteit systematisch te borgen. Daarbij wil sciencefiction gebruik maken van causaliteit die in onze eigen werkelijkheid bestaat of daar dicht tegenaan leunt.
Centraal in de natuurwetenschappelijke aanpak staat het zoeken naar mechanismen die verbanden leggen tussen verschijnselen (‘natuurwetten’) en het onderwerpen van die verbanden aan de eisen van meetbaarheid, toetsbaarheid, falsificeerbaarheid, reproduceerbaarheid. Het gaat niet om vertrouwen in de ‘natuurwetenschappelijke priester’, maar om het kritisch bevragen van verbanden, het aandragen van toetsbare alternatieven, het doen van falsificeerbare voorspellingen, en het uitvoeren van objectief toetsende metingen.
Gelukkig voor ‘harde’ sciencefiction-auteurs waaronder ik mezelf reken, is ook de toetsbare werkelijkheid niet eindeloos objectief. Juist in de extreme vormen van kwantummechanica, kosmologie en elementaire deeltjesfysica worden klassieke opvattingen over causaliteit steeds moeilijker toepasbaar – denk aan de steeds ingewikkelder rol van de waarnemer in het vaststellen van de uitkomsten van experimenten. Het betekent (voorlopig?) dat auteurs niet alleen een beroep kunnen doen op dingen die nog uitgevonden moeten gaan worden, maar dat er ook een fundamentele ruimte lijkt te zijn in het ‘onkenbare’ – waarmee sciencefiction ineens trekken lijkt te krijgen die voorbehouden waren aan fantasy.
De val van de wetenschap?
De homo universalis – het romantische idee van de wetenschapper die alle velden van kennis kan overzien – bestaat niet meer: alle velden van deskundigheid zijn zó ver gespecialiseerd, dat tóch ‘vertrouwen’ weer om de hoek komt kijken. Voor een niet-ingevoerde lezer zijn wetenschappelijke claims (bijna?) niet meer te controleren.
Tegelijk blijken wetenschappers helaas gevoelig voor druk vanuit belangengroepen (bijvoorbeeld financiers van onderzoek), voor ‘gewone’ menselijke zwakten (zoeken naar bevestiging in plaats van falsifiëring), voor ideologische vooroordelen (onderzoek doen met conclusies waar de maatschappij om vraagt). Individuele wetenschappers en soms ook hele instituten hebben zo hun integriteit te grabbel gegooid. Sommige (vooral niet-natuurwetenschappelijke?) velden van ‘wetenschap’ krijgen daarbij trekken die meer passen bij ‘religieuze’ instellingen.
Het gevolg? Ik ben bang dat voor niet in natuurwetenschappelijke methoden ingevoerde medemensen het onderscheid tussen échte wetenschap en religie verdwijnt. Dat onbetrouwbare en ideologisch gedreven wetenschappers er onontkoombaar toe leiden dat het verschil tussen science en religie vervaagt. Dat échte, integere wetenschappers onderworpen worden aan hetzelfde wantrouwen dat maatschappelijk thuishoort bij de officials van religies en ideologieën. Dat daarmee aanhangers van met échte wetenschap strijdige ideologieën (zoals ‘klimaatontkenners’ – wat een idioot woord!) de mogelijkheid krijgen om de zekere bedreigingen voor onze wereld te ontkennen.
Rijdt ook deze trein over dezelfde historische sporen? Ik ben bang van wel – ah, hier liggen thema’s voor sciencefictionverhalen. Is het toeval dat dystopieën meer voor de hand liggen dan utopieën?
Een conclusie?
Ah, in mijn opzet had ik hier ruimte vrijgehouden voor een mooie conclusie en een visie op de toekomst. Maar weet u wat? Ik zie daarvan af, ik verlaat mijn voornemen om (nog meer?) ideologische uitspraken te doen, en laat het bovenstaande gewoon zijn wat het is: losse gedachten over onze wereld.
PS Ik heb zelf wél een levensovertuiging: ik ben geen nihilist (en zélfs dat is een overtuiging die aan de kenmerken voldoet), maar wil Jezus Christus volgen. Wie daar interesse voor heeft, kan via een ander kanaal dan dit essay wel contact met me vinden.
