De SpudCell

Hebben wetenschappers in Minnesota (USA) synthetisch leven gecreëerd? Zie voor bronnen de links helemaal onderaan.

Cellen

In een laboratorium aan de Universiteit van Minnesota eet, groeit, concurreert, deelt en repliceert een kleine klodder ‘spul’. Het blobje doet bijna alles wat een levende cel doet. De makers van de SpudCell zijn heel overtuigd: ze zeggen dat het de eerste synthetische cel is, die een volledige cellulaire levenscyclus voltooit.

De aankondiging van de synthetische cel begin juli 2026 maakte de tongen los. De centrale vraag is natuurlijk: leeft die klodder inderdaad?

Wat is de StudCell?

De SpudCell lijkt grotendeels op een levende cel. Het blobje is samengevoegd uit een lijst met niet-levende ingrediënten. Desondanks heeft het een lipidemembraan (een soort celwand) en een klein genoom (genetische informatie). Het kan elementaire cellulaire functies uitvoeren – maar zeggen de meeste deskundigen: het leeft niet. Het blobje heeft hulp van buitenaf nodig om door te gaan, en zelfs dan kan het zijn levenscyclus niet langer dan een paar generaties handhaven. Na slechts vijf generaties breekt er iets in de SpudCell en begint het functioneren te stotteren.

Kok gezocht

De conclusie moet zijn dat het blobje misschien toch niet zo dicht bij het leven komt, als de makers ons graag willen laten geloven. De reden daarvoor kan te maken hebben met de afwezigheid van een cruciale structuur in cellen, die het ribosoom wordt genoemd.

In ‘gewone’ cellen vertaalt het de genetische instructies van het DNA om eiwitten te maken. Die eiwitten zijn vervolgens de arbeiders die bijna alles doen wat een cel nodig heeft om te overleven en te gedijen. Denk aan DNA als het kookboek en RNA als de kok die het gerecht maakt.

De SpudCell heeft geen kok. Er is wél genetische informatie met de instructies voor voeding, groei, kopiëren en delen. Maar de cel heeft niet zijn eigen ribosomen. In plaats daarvan leent de cel ribosomen van de bacterie Escherichia coli: de onderzoekers leveren die aan in druppeltjes, samen met de voedingsstoffen. Met deze hulp houden SpudCells hun eiwitproductie een tijdje vol. Niet erg lang, overigens: na vijf delingsrondes verslechteren ze. Kort daarna leggen ze het loodje.

Conclusie

Al met al: de SpudCell lijkt zeker op een levende cel, maar mist een essentieel onderdeel. Het leeft ook niet lang genoeg om het ontbrekende element te kunnen ontwikkelen of vervangen. Volgens een heel beperkte definitie kan je het een paar generaties lang heel optimistisch ‘leven’ noemen, maar ‘overleven’ is toch wat anders.

Tegelijk stelt deze ontwikkeling in het laboratorium ons voor het dilemma of onze definitie van ‘leven’ misschien te klassiek is, teveel gericht op hoe wijzelf leven al kennen.

Hoe je er ook tegenaan kijkt: dit onderzoek is een stap. Een stap in de richting van ontworpen, gemanipuleerd leven. Of we dat willen? Ah, dat is weer een heel andere vraag. De mens is niet erg goed in het zichzelf beperken.

Andere definities?

Zijn er andere definities van ‘leven’ mogelijk? Zou leven op extreme plaatsen op Aarde of zelfs buiten de Aarde gebaseerd kunnen zijn op andere processen dan die zich in onze eigen cellen afspelen? Het is een boeiend terrein voor SF om te experimenteren.

In de SF-bundel ‘Anderen – verhalen over aliens en dus over ons’ staan o.a. twee verhalen waarin het leven niet gebaseerd is op koolstof, maar op silicium. Er is een verhaal over leven dat bestaat uit gascellen en magnetische veldlijnen. Een verhaal over microscopisch leven, dat…

De mogelijkheden zijn eindeloos. De gevolgen van zulke keuzen leiden tot uitdagende werelden, waarin zich spannende verhalen afspelen.

En nu dus cellen in eem lab. Soms gaat de werkelijkheid behoorlijk hard… Wil je daarop voorbereid zijn? SF biedt vaak tools om er van tevoren over na te denken!

Bronnen over de SpudCell

https://twin-cities.umn.edu/news-events/worlds-first-synthetic-cell-complete-life-cycle-could-revolutionize-biological

https://www.newscientist.nl/nieuws/de-spudcell-is-de-meest-geavanceerde-kunstmatige-cel-tot-nu-toe/

https://www.science.org/content/article/lab-created-spudcell-marks-major-step-toward-building-life-scratch

Bronnen over ‘Anderen’:

Https://www.wettum.org/anderen

Https://www.kobo.com/nl/nl/ebook/anderen

Alice op het randje van de werkelijkheid

In mijn SF-verhalen speel ik graag met de randjes van onze realiteit. Een voorbeeld is het verhaaltje ‘Alice in kwantumland’ – daar kom ik later op terug. In deze blog gaat het over de vreemdheid van onze wereld.

Model en werkelijkheid

De geniale fysicus en geweldige docent Richard Feynman maakt onderscheid tussen ‘wetenschappelijke modellen’ en ‘de werkelijkheid’.

De natuurkunde werkt mathematisch, niet intuïtief. De uitkomsten van de modellen passen vaak niet bij het gevoel dat wij aan ons dagelijks leven ontlenen over wat kan en wat niet kan. Toch: wiskunde beschrijft het universum met verbazingwekkende precisie. Onze intuïtie gokt maar een beetje.

Wat Feynman zegt, is: modellen zeggen niet hoe de werkelijkheid is, maar hoe hij zich gedraagt. Dat is een écht verschil.

Brein vs wiskunde

Menselijke ervaringen zijn gebaseerd op een minuscuul klein deel van de werkelijkheid: wij zijn (evolutionair en/of individueel) gevormd bij gemiddelde temperatuur, gemiddelde snelheid, gemiddelde grootte. In dat kleine stukje van de realiteit is ons brein gevormd: ons waarnemen, ons denken, onze intuïtie en onze logica. Onze hersenen denken dat we daarmee alles kunnen begrijpen. Neem het ze niet kwalijk: zo is de boel nu eenmaal bedraad.

Wiskunde werkt anders. De strakke formele aanpak. Het gebruik van imaginaire getallen, oneindige reeksen, integralen en matrices en nog meer zaken ‘die niet echt bestaan’. De berekeningen zijn niet gebonden aan wat wij ons kunnen voorstellen. En wat blijkt?

De modellen doen soms bizarre voorspellingen. Uit de berekeningen komen nieuw te vinden deeltjes tevoorschijn. Onbekende krachten. Niet te begrijpen kwantumeffecten. Idiote relativistische verschijnselen. De voorspellingen gaan in tegen ons boerenverstand en onze intuïtie. Alles in ons roept: dit kán niet waar zijn! Maar (verrassing): als we gaan meten, blijken ze te kloppen.

Massa, elektron

De modellen zijn dus heel erg goed in het voorspellen van het gedrag van onze realiteit. Maar hoe zit het met ons zicht op ‘het diepste wezen’ ervan?

Neem bijvoorbeeld massa. We definiëren het op macroniveau als ‘de hoeveelheid materie’ en op deeltjesniveau als ‘interactie met het Higgsveld’. De formules kloppen, want de voorspellingen zijn correct, of het nu gaat over botsende biljartballen, of de energieopbrengst van kernsplitsing, of over de banen van deeltjes in een bellenvat. Maar wat massa ten diepste ‘is’?

Tussen haakjes: u begrijpt hopelijk dat een antwoord als ‘het is een verschijningsvorm van energie’ alleen het probleem maar verlegt. En verergert.

Ander voorbeeld: het elektron. Een bolletje kunnen we ons voorstellen: we denken aan biljartballen. Draaien, botsen, en verplaatsen – veel experimenten met elektronen laten zich ermee verklaren. Dat hetzelfde bolletje zich bij andere experimenten gedraagt als een golf, is lastiger te begrijpen. Golven zelf snappen we wel: we hebben het wateroppervlak als voorbeeld. Daarmee kunnen we uitdoving en versterking in een twee-spleten-experiment begrijpen.

Dat het elektron tegelijk deeltje en golf is, is al lastiger, omdat er in onze macro-omgeving geen parallel voor is. Wat er eigenlijk ‘golft’ is ook ingewikkeld: er is geen drager. En het wordt nog idioter: dat het ene elektronbolletje anderen op afstand dwingt om rekening met hem te houden (het zgn Pauli-uitsluitingsprincipe); dat een groepje elektronen zich als een vloeistof kan gedragen; dat elektronen onderling zo volledig identiek zijn dat serieuze onderzoekers zich afvragen of we niet naar allemaal kopietjes van één elektron zitten te kijken; dat energieën van een elektron in een atoom gekwantificeerd zijn… Het zijn allemaal eigenschappen, die niet passen bij hoe wij intuïtief onze wereld ervaren. De denkmodellen voor ons brein ontbreken.

Onkenbaar

Het wezen van de dingen… Feynman zegt ongeveer (in mijn woorden 😉) : ‘Theorieën zeggen er niets over. Aan de verleiding om het model als realiteit te zien, moeten we niet toegeven.‘ Bescheidenheid, dus.

Massa. Spin. Lading. Electron. Wat is het precies? De modellen geven geen antwoord. Ze komen niet verder dan ‘het is een eigenschap die we gebruiken in berekeningen’. De diepste grond blijft niet alleen onbekend, maar is blijkbaar ook wetenschappelijk onkenbaar. Waarom dingen zijn zoals ze zijn, waarom ze doen zoals ze doen: we hebben vanuit onze modellen geen flauw idee.

Onze fantasie zegt er ook niets wezenlijks over, want die is beperkt tot wat wij ons kunnen voorstellen. Wij kunnen ons geen ‘diepste wezen’ voorstellen waaruit de benodigde eigenschappen volgen – zelfs als we het willen, blijft onze bedrading er ongeschikt voor. Dezelfde beperking geldt als we het proberen met ‘een sprong in het geloof’ – religieus of anderszins (zie de PS helemaal hieronder).

Alice

De meest vreemde effecten treden op in de kwantumwereld. Het domein is vol onvoorstelbare en contra-intuïtieve effecten. Golfvergelijkingen in plaats van objecten, waarschijnlijkheden in plaats van locaties, interferentie en superpositie, tunneleffect, verstrengeling, de invloed van de waarnemer. De allergewoonste dingen in die wereld zijn te vreemd voor ons denken.

Ik vroeg me af: wat zou er gebeuren als een rationeel mens die wereld zou betreden? Iets als ‘Alice in Wonderland’, maar dan met een écht wonderlijk land: ‘Alice in Kwantumland’. Een land waarin de vreemde kwantumwetten onze intuïtieve werkelijkheid vervangen. Niet een land met oppervlakkige rariteiten zoals een verdwijnende kat, maar écht fundamenteel vreemd. Ik gebruikte mijn gedachten erover in een kort verhaal over een vrouw, die…

Nee, ‘Alice in Kwantumland’ moet u zelf lezen. Het is een van de vijftien verhalen in de SF-bundel ‘Zwervers – liederen van tijd en ruimte’, met als ondertitel ‘is dit heelal ons thuis, of een duister doolhof?’

Informatie over deze bundel vindt u op: hptts://www.wettum.org/zwervers. Via de bestelpagina kunt u daar ook de paperback bestellen.

Het ebook is oa te krijgen bij kobo: https://www.kobo.com/nl/nl/ebook/zwervers-liederen-van-tijd-en-ruimte Ook als kobo-plus.

PS: de wetenschappelijke methode volgens Karl Popper

Uitspraken over het ‘wezen van de dingen’ die in een (geloofs-)overtuiging worden gedaan, zijn niet (natuur-) wetenschappelijk, om de eenvoudige reden dat onze wetenschap daar niet over gaat. Die gaat over gedrag.

Voor onszelf kan spreken over het ‘wezen van de realiteit’ wel degelijk betekenisvol zijn (ik ben zelf zeer geïnspireerd door Jezus). Echter: pas wanneer er consequenties worden geformuleerd voor het gedrag van de werkelijkheid, ontstaat er een raakvlak met (natuur-) wetenschap. Je kunt dan denken aan uitspraken: ‘volgens … is de aarde plat’, ‘klimaatverandering bestaat niet’, ‘edelstenen hebben genezende kracht’, of ‘helderziend bestaat’. Dat zijn modellen geworden. Ze zijn toetsbaar.

Of het nu om astrologie gaat, magische of paranormale verschijnselen, platte aarde-theorieën, jonge Aarde-model, aardstralen, edelstenen-geneeskunde, homeopathie, waren-de-goden-kosmonauten, Atlantis, Aliens, of welk andere modeluitspraak uit overtuiging dan ook: drie vragen bepalen of het in wetenschappelijk opzicht betekenisvol is.

1) Is het in overeenstemming met (of nog mooier: verklaart het) alle reeds gedane waarnemingen? Zo niet: dan klopt het model niet;

2) Doet het model ‘riskante’ en toetsbare voorspellingen? Zo niet: dan voegt het niets toe en is het wetenschappelijk zinloos;

3) Zijn de (riskante) uitspraken falsificeerbaar? Zo niet: een model dat elke mogelijke uitkomst verklaart, verklaart niets. Het heeft geen betekenis.

Meer hierover lezen? Begin uw zoektocht dan bijvoorbeeld bij Karl Popper.

Natuurlijk kan een niet-wetenschappelijk denkmodel wel degelijk ethische of anderszins nuttige bijdragen leveren aan het mensenleven: ‘(natuur-) wetenschappelijk’ is niet alles in het leven en zeker ook niet het belangrijkste. Waar iemand inspiratie vindt, waarden en normen herkent, zijn behoefte aan veiligheid of andere menselijke behoeften ziet vervuld, mag ieder mens uiteraard zelf bepalen.

Het einde

Er zijn twee theorieën over hoe ons heelal zal eindigen. Als de gemiddelde dichtheid van het heelal groot genoeg is, zal door de zwaartekracht de uitdijing stoppen en stort het heelal weer in: de Big Crunch-theorie. Als de gemiddelde dichtheid te klein is, blijft de uitdijing eeuwig doorgaan en sterft het heelal de koudedood: de Big Freeze.

Het meten van ‘de gemiddelde dichtheid’ is niet eenvoudig. Donkere materie, donkere energie, schattingen van gewone materie op heel grote afstand… Het is een zaakje voor specialisten. Voor meer informatie, zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Dichtheidsparameter

De Big Crunche

Volgens de huidige inzichten is de Big Freeze-theorie het meest waarschijnlijke scenario voor het einde van alles. Donkere energie (we weten er verder nog helemaal niets van, maar alleen dit: ) zorgt ervoor dat het heelal eindeloos zal uitdijen, en dat zelfs steeds sneller. Hierdoor koelt alles af tot onmogelijk koud. Alles zal in de kou verdwijnen.

In het Big Crunch-model zal de zwaartekracht uiteindelijk de overhand krijgen op de donkere energie. De huidige uitdijing van het universum vertraagt eerst, stopt dan, keert om en vervolgens trekt het heelal weer samen. Eerst langzaam, maar daarna steeds sneller. Dit zal na vele miljarden jaren gaan leiden tot een gigantische implosie van alles wat er is. Dit proces is het omgekeerde van het ontstaan van ons universum, de Big Bang.

Wanneer het heelal kleiner wordt, komt alles dichter bij elkaar. Het universum wordt dan steeds heter. Niet alleen sterrenstelsels komen in botsing en smelten samen, maar ook de straling van sterren en kosmische achtergrondstraling wordt samengeperst (de zogenaamde blauwverschuiving). Op het eind lopen temperaturen zo extreem op dat steroppervlakken spontaan ontbranden nog voordat ze met elkaar in botsing komen.

In de allerlaatste fase wordt atoom- en molecuulbinding verbroken. Alle materie, energie, ruimte én tijd wordt samengeperst tot één extreem heet punt – in theorie misschien zelfs met een oneindige dichtheid, een zogenaamde singulariteit.

Sommige natuurkundigen speculeren dat deze gigantische compressie kan fungeren als bron voor een nieuwe oerknal, wat resulteert in een cyclisch universum dat eeuwig blijft uitdijen en samentrekken. Dit noemen ze dan de Big Bounce.

Een vluchtplaats?

Indien het tóch de Big Crunche zou worden, dan zijn er op langere termijn geen plekken die veilig zijn: alles zal in de enorme hitte ondergaan. Maar er zijn wel gebieden in het heelal waar de ellende langzamer greep krijgt op de ruimtetijd. Waar de hitte net iets trager doordringt. Waar de entropie (een maat voor de chaos die het gevolg is van de hitte) net iets langzamer stijgt.

Vermoedelijk is de Boötes-leegte zo’n plek. ‘Leegtes’ (Engels: voids) zijn er meer in ons heelal. Het zijn enorm uitgestrekt gebieden, omringd door miljoenen melkwegstelsels, waarin zich nauwelijks melkwegstelsels, gaswolken of andere brokken materie bevinden. Je zou het kunnen vergelijken met de leegten van lucht in zeepbellen – de grootste structuur van ons heelal lijkt daar daadwerkelijk op (zie de blauwe figuur hierboven).

De Boötes-leegte is een van de grootste voids. Als er dus tegen die tijd nog levende wezens zijn, en als die een miljard jaar of zo langer willen leven, dan zullen ze daar hun toevlucht zoeken. De grootste leegte zal waarschijnlijk het langst de entropie laag kunnen houden. De temperaturen beperkt kunnen houden. Het zal de laatste kuil zijn – totdat ook daar de Big Crunch toeslaat en ook het laatste toevluchtsoord in ons universum zal wegzinken in de allesvernietigende entropie.

De laatste kuil

Het far-future SF-verhaal ‘De laatste kuil’ speelt precies in die tijd en op die plaats. Ongeveer 20 miljard jaar in de toekomst. Tijdens de Big Cruch. In de Boötes-leegte, op het moment dat de andere lage-entropie-kuilen vollopen met hitte, en dit de enige plek is waar nog – even – leven mogelijk is: de laatste kuil.

Je kunt het verhaal digitaal hier lezen: https://edge-zero.com/de-laatste-kuil-charles-van-wettum/

Het verhaal staat ook in de verzamelbundel ‘Anderen – verhalen over aliens en dus over ons’ , samen met 24 andere originele, goede Nederlandse SF-verhalen. Zie daarvoor www.wettum.org/anderen. Hier kun je de paperback bestellen.

De bundel is er ook als ebook: https://www.kobo.com/nl/nl/ebook/anderen

Meer over de Big Cruch en de vraag of dat het eind van ons heelal zal worden (spoiler: bijna zeker niet): https://nl.wikipedia.org/wiki/Big_Crunch

Meer over de leegtes in ons universum: https://en.wikipedia.org/wiki/Void_(astronomy)

Een bizar getal…

In het SF-verhaal ‘Teruggaan valt niet mee’ speelt niet alleen Pizza Hawaii een rol, maar ook één van de meest bizarre getallen uit onze werkelijkheid: de Fijnstructuurconstante.

Hieronder daarover wat uitleg. Het verhaal vind je als openingsverhaal in het boekje ‘Het zal anders’.

Het getal

De meeste natuurkundige constanten hebben een eenheid, zoals meter, kilogram of seconde. Hun numerieke waarde hangt af van het gekozen meetsysteem en heeft op zichzelf geen absolute betekenis. De fijnstructuurconstante α is anders. Het is een zuiver getal – ongeveer 1/137,035999084 – zonder eenheid, onafhankelijk van enige meetconventie en niet te beïnvloeden door de keuze van andere schalen. Het is hetzelfde getal in elk eenhedenstelsel dat welke beschaving op welke planeet dan ook zou kunnen gebruiken. Het is een van de meest fundamentele getallen in de natuur en bepaalt alles wat te maken heeft met de wisselwerking tussen licht en materie: de sterkte van de elektromagnetische kracht, de onderlinge afstand tussen energieniveaus in atomen, de helderheid van spectraallijnen en zelfs het bestaan ​​van de chemie zoals wij die kennen.

α duikt overal op in de kwantumelektrodynamica als koppelingsconstante: het getal dat bepaalt hoe sterk een elektron op een foton reageert. Als α ook maar iets zou afwijken, zouden atomen zoals wij die kennen niet kunnen bestaan. Bij een waarde van 1/100 zouden elektronen in een spiraalbaan op de atoomkern terechtkomen, te snel voor stabiele chemie. Bij een waarde van 1/200 zouden atomen te groot worden en chemische bindingen te zwak voor de vorming van complexe moleculen. Het lijkt erop dat het universum alleen leven kan herbergen als α binnen een nauw bereik valt; dat dit getal zich daadwerkelijk in dat bereik bevindt, kan door de huidige theorieën niet worden verklaard.

Feynman omschreef α als “een van de grootste mysteries in de natuurkunde, een magisch getal dat ons bereikt zonder dat de mens begrijpt waar het vandaan komt.” Elke poging om het getal af te leiden uit fundamentele principes is mislukt. De snaartheorie levert een ‘landschap’ van mogelijke waarden op. Antropische argumenten stellen dat we de waarde 1/137 waarnemen omdat andere waarden geen waarnemers zouden toelaten. Geen van beide is een echte afleiding; beide zijn in feite een erkenning dat het getal afkomstig is uit een bron die buiten ons huidige theoretische bereik ligt. Na een eeuw van uiterst nauwkeurig natuurkundig onderzoek is α tot op twaalf decimalen gemeten en gebruikt voor voorspellingen met een nauwkeurigheid van één op een biljoen, maar er is nog geen enkel aanknopingspunt gevonden voor de vraag waarom het getal juist deze waarde heeft. Het belangrijkste zuivere getal in de kwantummechanica is aangekomen zonder afzender, en die is er ook nooit bijgekomen.

Auteur van de Week?

In juni 2026 was ik een week lang ‘auteur van de week’ op een FB-boekenpagina. Zes stukjes geschreven. Mijn best voor gedaan. In de tijd verdwenen – zo gaat dat. In een (ongetwijfeld tevergeefse) poging de stukjes een iets langer leven te geven, herplaats ik ze hier.

Maandag.

Deze week ben ik hier ‘auteur van de week’. Zeer vereerd, en leuk iedereen hier te ontmoeten! Auteur vind ik trouwens een te groot woord voor wat ik doe. Ik noem mezelf ‘verhalenverteller’. Om precies te zijn: SF-verhalenverteller.

Sciencefiction – ik vind het geweldig! Als je iets van (mijn) SF wilt proeven: ik geef elke dag een link naar een verhaal(tje) – zie helemaal onderaan.

Eerst heel kort over mezelf. Charles, dus. Echtgenoot, vader van vier en opa van dertien. In 2021 gepensioneerd na een leven werken in het onderwijs. Ik schrijf sinds een paar jaar verhalen. Ik vind dat leuk, maar wel moeilijk: ik heb inmiddels veel geleerd en leer nog dagelijks verder.

Mijn eerste publicatie was in 2019: een kort verhaaltje in het tijdschrift Fantastische Vertellingen. Als ik het nu lees, denk ik… (nee, dat komt misschien nog wel – dat gevoel hoort bij leren). Sindsdien zijn er korte verhalen verschenen in bundels en tijdschriften. Als selfpubber heb ik een paar verhalenbundels en drie romans uitgebracht (zie voor een overzicht https://www.wettum.org). Er is nog van alles onderweg…

Een SF-verhaal lezen? Dat kan: ‘Hole 9’ staat in mijn verzamelbundel ‘Zwervers’, je vindt het digitaal hier: https://www.fantasize.nl/actueel/vertelling-hole-9-charles-van-wettum/

Dinsdag: SF schrijven – hoe kom je erop?

Iedereen heeft in zijn jeugd wel een paar momenten die hem voor het leven hebben gevormd. Soms positief, soms negatief. Ze hebben grote impact, en ze veranderen je. Radicaal. Of je het wilt of niet.

Voor mij was één van die momenten in 1969: ik keek ’s nachts op tv naar de maanlanding en het was betoverend!
Mensen op de maan! Een voetstap die nooit zou verdwijnen! Zo ver weg en toch rechtstreeks op tv! Ik was compleet ondersteboven, en zoals dat gaat met nieuwsgierige elfjarigen: ik wilde veel meer weten. Over het heelal en hoe dat daar allemaal werkt. Over ruimtevaart. En bovenal: ik wilde astronaut worden.
Als voorbereiding las ik alles wat ik kon vinden. Over sterren, planeten, raketten, natuurkunde en alle aanverwante onderwerpen. Eerst in pa’s dikke Winkler-Prins encyclopedie. Daarna boeken uit de bieb en zelf verzamelen. Populair-wetenschappelijk, maar ook verhalend. Ik ontdekte schrijvers als Verne, Asimov, Niven, Van Vogt, Heinlein, Clarke en vele anderen. Ik las álles.

Mijn paar vluchtige pogingen tot het schrijven liepen niet goed af. Bij een sf-opstel reageerde mijn docent Nederlands met: ‘Dat kan helemaal niet.’ Onvoldoende. Andere korte verhalen bleven daarna onafgemaakt. Een wel voltooid omvangrijker manuscript werd een paar keer afgewezen en is in de stroom van verhuizingen verdwenen. Het schrijven smoorde.

Nog steeds grenzeloos nieuwsgierig startte ik in 1975 met de studie natuur- en sterrenkunde. Als 2e jaars student solliciteerde ik op de unieke vacature voor ESA-astronaut. Vanzelfsprekend was ik kansloos (nog niet eens afgestudeerd!); het werd Wubbo Ockels. Het leven gong door: ik trouwde, studeerde af, ging lesgeven, werd vader – er gebeurde van alles. De volgende vacature voor een Europese ruimtevaarder kwam in 1998. Voor mij veel te laat.

Het leven was druk. Pas een paar jaar voor mijn pensionering kwam er weer ruimte in mijn hoofd voor SF. Eerst lezen, maar al snel ook de behoefte om te schrijven. Mijn eerste verhaal (geschreven in 2019 op basis van een idee uit 1975) werd geaccepteerd door het tijdschrift Fantastische Vertellingen. Daarna…

‘Goede SF’ vind ik nog steeds geweldig! ‘Goed’ is voor mij de combinatie van creativiteit en harde logica. Grenzeloze fantasie en kille wetenschap. De meedogenloze Realiteit en het alles mogelijk makende ‘what if’. De zich razendsnel ontwikkelende technologie en de altijd blijvende menselijkheid.
Hard en hart. ‘Goede SF’ put voor mij uit het beste van twee boeiende werelden.

Een SF-verhaal waarin dat (volgens mij 😉) zichtbaar wordt, lees je hier:
https://edge-zero.com/geheugenmanagement-charles-van-wettum/

Woensdag: SF met een hart

Schrijven? Eerlijk gezegd vind ik het ontzettend moeilijk. Er is zo verschrikkelijk veel waar je tegelijk aan moet denken! Het basisidee voor het verhaal zelf is voor mij meestal geen probleem: ik kom een boeiend artikel tegen, of ik lees iets intrigerends, en plop: daar hebben we een eerste idee. Het is een start voor wat een verhaal zou kunnen worden.

Voor mijn verhalen gebruik ik een dubbelloops-aanpak. Linkerloop is de wereldbouw, en daar zit (meestal) de ‘SF-creativiteit’. Rechterloop zijn de hoofdpersonen en hun levens vol relaties en problemen en dagelijkse dingetjes. Hen wil ik (meestal) op ‘gewone mensen’ laten lijken om hun ervaringen invoelbaar te houden.
Voor een interessante plot moeten (van mezelf) die twee samenhangen. De wereldbouw moet een zinvolle rol spelen in het verhaal – anders wordt het SF-element irrelevant. Tegelijk moeten de personages ervaringen opdoen die voor ons herkenbaar zijn – anders worden de personages oninteressant. Gelukkig zijn zowel onze realiteit als mensen boeiend en gevarieerd genoeg voor heel veel inspiratie.
Een paar dagen na het eerste idee staat meestal een grove versie van het verhaal op papier. Pas dan begint het échte ploeteren. De zoektocht maar goede en afgeronde verhaallijnen. Spanningsbogen. Geloofwaardigheid van de hoofdpersonen. Een (liefst verrassende) plot met een intrigerende plottwist (en vooral geen gaatjes laten vallen!). Point-of-view. Goede woordkeuze. Functionele en afwisselende zinsbouw. Realistische dialogen. Betekenisvolle karakterontwikkeling. Taalvouten verwijderen, en dus ook dus tahlfouten, taalfouden dus en dus taalfauten. Stopwoorden. Leestekens,,,,!!!!!!!!!
Als alles klaar is, leg ik het opzij. Een tijdje later… Herlezen. Proeflezers. Lezen op een ander medium. Kromme tenen bij alles wat fout is, niet lekker loopt, inconsequent is, veel beter kan. Frustratie, af en toe héél veel frustratie.

Ja, ik vind schrijven moeilijk. Het is een ambacht. Altijd maar blijven leren van fouten. Verbeteren. Feedback zoeken (wat mij betreft: hoe scherper hoe beter – een paar keer slikken, soms nog héél vaak slikken en dan weer vooruit!). Kritische zelfreflectie, en weer verbeteren. Dezelfde tekst zo lang doorworstelen dat je er stevig van baalt. Schrijven is voor mij gewoon écht hard werken. Zoals met alles: ze zeggen dat je ergens 10.000 uur mee bezig moet zijn voor je er een beetje goed in wordt. En dan nog is het échte, ambachtelijke arbeid.

Maar gelukkig: aan het eind van de tunnel is er (meestal) de bevrediging van een verhaal. Soms is het niet helemaal geworden wat je ervan gehoopt had, soms is het (onverwacht?) een pareltje. Hoe dan ook: het maakt het werk goed, want ‘dit heb ík gemaakt’!

Een voorbeeld? Hieronder een ‘hard SF met een hart’-verhaal. Het heeft heeft zowel een bizarre wereld als redelijk invoelbare hoofdpersonen. Het is inmiddels een paar jaar oud – als ik het nu zou schrijven, zou ik sommige dingen anders hebben gedaan (maar betekent dat ook: beter…?). Hoe dan ook: ik vind het een leuk en geslaagd verhaal.
https://www.fantasize.nl/actueel/vertelling-hak-en-elite-en-het-trekken-van-de-ijzeraders-charles-van-wettum/

Donderdag: onze realiteit zit vol mogelijkheden

Met sciencefiction kun je heel veel kanten op – zoals ook al blijkt uit de grote variëteit in films en series die op streamingsdiensten te zien zijn.
Elke auteur mag natuurlijk van alles verzinnen (en ik adviseer: geniet ervan!) – maar voor mijn eigen verhalen blijf ik graag dicht bij wat min of meer natuurwetenschappelijk verantwoord is: wat op de een of andere manier ooit misschien zou kunnen.

Dus voor mij geen tovenaars en dwergen en elfen, geen superhero’s of gevechten met lichtzwaarden. Soms is er een wetenschappelijke aanpak te vinden (voor draken is me dat een paar keer aardig gelukt 😀 ), maar verder…

De eis van ‘min of meer wetenschappelijk’ biedt geweldige kansen. Zelfs binnen de grenzen van wat wij weten, is onze werkelijkheid bizar. Ik wil graag de lezers van mijn verhalen kennis laten maken met de onbekende, intrigerende, vaak contra-intuïtieve of zelfs onlogische uithoeken van onze realiteit. ‘Echt’ is vreemd genoeg. Om zulke situaties op te roepen, zijn er heel wat verschillende aanpakken mogelijk.

  1. ‘What if’ is een bekend uitgangspunt. Stel dat iets in onze geschiedenis anders was gelopen. Stel dat we uitvinden hoe we in de tijd kunnen reizen (en ja: theoretisch natuurkundig kan dat!). Stel dat…
  2. ‘Extrapoleren’ is een bron van inspiratie: neem een ontwikkeling en trek die door. Zet vervolgens mensen in die wereld en kijk wat er gebeurt. Computers en AI, zeespiegelstijging, energievoorziening, grondstoffentekorten, miniaturalisatie, afnemende rekenvaardigheden, kapitalisme, dalend geboortecijfer, migratie… de lijst met mogelijkheden voor extrapolatie is eindeloos.
  3. Aan de grenzen van onze kennis is onze wereld enorm boeiend. Denk aan de wereld van het hele grote, of juist die van het hele kleine. Kwantumtheorie. AI. Relativiteit. Bizarre vormen van (aards) leven. Vreemde objecten in de ruimte. Eigenaardigheden in wetenschappelijke waarnemingen. Overal zijn er situaties die oproepen tot ‘stel je toch eens voor dat…’

Binnen de soms absurde werelden die de SF kan bouwen, leven de hoofdpersonen van de verhalen. Ze hebben er ruzie, maken vrienden, worden verliefd en plegen misdaden. Ze zijn soms held, soms lafaard, meestal twijfelaar. Af en toe leider, vaker machteloos volger. Ze zijn er net zoals gewone mensen. Daarom zijn mijn ‘SF met een hart’- verhalen ook vaak ‘gewoon’. Romantisch, of spannend, of verrassend, of verdrietig, of eng, of … Net als het normale leven, maar (het blijft wel SF 😀): altijd in bijzondere omstandigheden.

Een voorbeeld? Hieronder een verhaal over gewone mensen in een echte SF-omgeving, waarbij een huidige trend (in dit geval: doping in de sport) uitdagend ver wordt doorgetrokken. Veel plezier ermee!
https://ootw-magazine.weebly.com/fiction/charles-van-wettum-de-dag-dat-nederland-de-sprint-won

Vrijdag: Klimaatfictie

Vanzelfsprekend is ‘klimaat’ een thema in veel hedendaagse SF. Het is een actuele crisis, gevaarlijk en veelzijdig. Eventuele oplossingen (als we daaraan al toekomen) doen een groot beroep op technologie en maatschappij. Het lijkt een beetje op de crisis van de atoombom zoals die was in de jaren ’60 en ’70.
Dat het klimaat verandert, is glashelder. In welke richting, hoe snel en wat precies de gevolgen zullen zijn: dat is nog niet helemaal duidelijk. Juist dat onbekende maakt het een bron voor speculatie. Heerlijk veel ruimte voor creativiteit.

De verhalen die rondom klimaatproblematiek ontstaan, noemen we klimaatfictie: KliFi of CliFi. Als inderdaad het klimaat achteruit blijft hollen, dan gaan we dat merken! Denk aan stijging van de zeespiegel, stijgende temperaturen, wereldwijde veramdering in weerpatronen, droogte en zoetwaterschaarste, en nog veel meer. Daarmee verandert de maatschappij op wereldschaal, op het niveau van landen, maar ook het leven van elk individueel mens.
Met het verkennen van gevolgen gaan veel SF-verhalen over crisissen en technische oplossingen – die soms helpen en soms ook niet.

Ook een van mijn eigen boeken is KliFi. ‘Koepel Goes’ speelt in het onderlopende Zeeland. Het bevat zeven verschillende, maar op elkaar aansluitende kortere verhalen waarin Zeeland onderloopt en de inwoners worden ondergebracht in een enorme betonnen bunker. De bouw ervan, de betrokken mensen, het leven erin… Twee hoofdstukken uit de mozaïekbundel zijn zelfs detective-verhalen.

Hieronder een kort KliFi-verhaal over waterschaarste. Het zou zomaar kunnen gebeuren, deze zomer bij mij in de straat: https://www.fantasize.nl/tag/de-waterman/

Extreme consequenties van een klimaatramp kun je ook bij een ander ras laten plaatsvinden. Dat is voor ons iets minder bedreigend: https://www.lowlandsfiction.nl/post/het-tankstation-op-kepler-62-charles-van-wettum

Voor- en achterzijde van het boek Viraal.

Zaterdag: SF én thriller – kan dat?

Een SF-verhaal kan vanzelfsprekend best spannend zijn, maar ik denk dat gemiddeld ‘thriller-lezers’ en lezers van harde SF verschillend ‘soorten’ leesinteresses hebben. De laatsten houden naast spanning vaak ook van wereldbouw, beschrijvingen van exotische eigenschappen, en een beetje verklaring ervan. Thriller-liefhebbers hebben meestal waarschijnlijk minder affiniteit met zulke uitwijdingen en gaan meer voor de klik van plottwists, heftige gebeurtenissen, en spektakel.

Zijn de eisen strijdig? Nee. Of minstens: niet per definitie, want er zijn best veel boeken die de twee genres combineren. De doorgewinterde SF’er zal dan vaak merken dat de wereldbouw wat beperkter is. Daar staat tegenover dat juist het ‘onbekende’ een bron van grote spanning kan zijn.

Ook ik heb het gedaan: SF én thriller. Op de boekpagina van ‘Viraal’ schrijft ik: “Is dit een thriller? Jazeker, het is een spannend boek. Geen who-done-it, geen spionage, geen stromen bloed of rondsluipende misdadigers, maar de spanning van een ingrijpend incident, en als gevolg daarvan onzekerheid, onmogelijke keuzes, vertrouwen, verraad. Goed doen is soms goed, soms onduidelijk, soms onmogelijk en soms fout. Geen spanning is zo groot als onzekerheid, in individuele mensenlevens en in de maatschappij.”
Dat de spanning geslaagd is, blijkt uit de recensie van Jos Lexmond: ‘Ik werd het boek in gesleurd en het liet me niet meer los. Het is een heel ander verhaal dan dat we van Charles gewend zijn, maar jongens… wat is het mooi. En Spannend! Jazeker… met een hoofdletter!

Dus: als je een lezer van spannende boeken bent en eens iets wilt proberen, dat niet helemaal de gebaande thriller-paden volgt: probeer ‘Viraal’! De boekpagina vind je hier: https://www.wettum.org/viraal

Interesse in een kort maar wel spannend SF-verhaal? Misschien kan dit je bevallen:
https://ootw-magazine.weebly.com/fiction/charles-van-wettum-bridge-in-de-convectiezone

Zwak?

Foto bij de titel: binnenzijde van de bellenkamer, (C)CERN

Een verborgen natuurkracht? Ah, de natuur is wonderbaarlijker dan wij denken en er gebeurt zoveel boeiends waar we geen idee van hebben.

Foto: buitenzijde bellenkamers (C)CERN

Vandaag: één van de vier (bekende, of zijn er toch nog meer?) elementaire natuurkrachten van ons universum. Hij heet: ‘zwakke kracht’, of ‘zwakke kernkracht’, en hij is verbazend goed verborgen.

Hoe kun je een verborgen kracht vinden?
Wel, je bouwt een heel nauwkeurig bellenvat. Dat vul je met gigazuivere stof. Eromheen zet je grote magneten en heel erg goede camera’s. Vervolgens jaag je er deeltjes doorheen. Losse deeltjes. Als er deeltjes in een bellenvat binnenkomen en met andere deeltjes botsen, dan maken ze een spoor van piepkleine belletjes. Als zo’n botsing een echte voltreffer is (bam, recht op een piepkleine atoomkern geknald en zo hard, dat het deeltje de kern binnendringt) dan barst er in die kern iets uit elkaar en ontstaan er vaak nieuwe geladen deeltjes. Die veroorzaken op hun beurt ook belletjes op hun weg.
Door de magnetische velden worden de banen van al die nieuwe gevormde geladen deeltjes gekromd.

De vorm van die bellenbanen fotografeer je, en zo kun je met een heleboel gepuzzel geladen deeltjes identificeren. Elektronen, positronen, en een hele dierentuin aan andere, inmiddels bekende elementaire bouwsteentjes.

Een opname uit een bellenkamer (C)CERN

Bijna alle deeltjes zijn op deze manier te zien. Behalve neutrino’s. Die heten niet voor niets ‘spookdeeltjes’. Massaal aanwezig (er gaan er op dit moment ontelbaar veel dwars door je lichaam 😀 – veel plezier ermee!), maar omdat ze maar heeeeeeel zelden met andere deeltjes botsen, gaan ze eigenlijk altijd gewoon overal doorheen. Ook door de Aarde. Ook door bellenvaten. Alleen ontzettend af en toe…
Omdat neutrino’s geen lading hebben, laten ze zelf geen sporen achter in detectoren. Wetenschappers moeten daarom op zoek naar de geladen deeltjes die ze creëren op het moment dat ze die heel enkele keer wél interactie aangaan.

In 1973 ving het Gargamelle-experiment van CERN – een bellenvat gevuld met vloeibaar freon – een neutrino op dat onzichtbaar binnenkwam, interactie aanging en vervolgens weer onzichtbaar verder ging. Bij de botsing verscheen er een nieuw, tot dan toe onbekend deeltje in beeld. Nog nooit gezien, maar op basis van de theorie wel voorspeld. Het kindeke had dan ook al een naam: het Z-boson.

Het bestaan van het Z-boson was voorspeld uit de theorie over krachten in atoomkernen. Het is het deeltje dat de ‘zwakke kernkracht’ veroorzaakt. Waar de ‘sterke kernkracht’ ervoor zorgt dat de deeltjes in de kern bij elkaar blijven en niet elke kern onmiddellijk uit elkaar valt, is de ‘zwakke kernkracht’ een piepkleine afstotende kracht die in atoomkernen juist radioactief verval veroorzaakt. Datzelfde verval is ook producent van neutrino’s. Buiten atoomkernen speelt deze kracht geen enkele rol.
Dat het Z-boson daadwerkelijk werd waargenomen, maakte het een historische moment. Een belangrijke ondersteuning van de elektrozwakke theorie, volgens welke de zwakke kernkracht en de elektromagnetische kracht verschillende varianten zijn van dezelfde kracht. We horen er meer van!

SF

SF leeft dus, zowel in het grote, wijde heelal als in de piepkleine wereld van elementaire deeltjes.

Wil je verhaaltjes lezen die (o.a.) spelen op de rafelige randjes van onze realiteit? Kijk in een van mijn verhalenbundels.

Hou je meer vam romans? Die zijn er ook. Kijk op www.wettum.org

Lees hier meer over het Gargamelle-experiment van CERN:
https://home.cern/science/experiments/gargamelle/

Klimaatfictie

Sciencefiction is vaak heel actueel. Het is dat vooral wanneer het gebruik maakt van het uitvergroten van trends die op dit moment al bezig zijn. Dat kan technologisch zijn of sociaal, maar ook klimatologisch. Klimaatfictie (CliFi of KliFi) is inmiddels een compleet subgenre geworden, met meestal als centrale vraag: hoe gaat ons leven worden wanneer we blijven doorgaan met onze klimaatveranderende activiteiten? Dat de wereld op dat gebied geweldige problemen tegemoet gaat, is vrijwel zeker…

Zeeland onder water

Ik heb twintig jaar in Zeeland gewoond, vlak achter de duinen op Walcheren. In de provincie is de herinnering aan 1953 nog steeds op veel plaatsen aanwezig. Het leek me een goed idee om een SF-verhaal te schrijven dat speelt in Zeeland en gaat over de stijging van de zeespiegel.
Het werd niet een recht-voor-zijn-raapse roman, maar een serie kortere verhalen rondom één gegeven: de radicale oplossing voor huisvesting in een overstroomd Zeeland.

Wilt u eens lezen hoe het Nederland bij heel hoog water, overstromingen of dijkdoorbraken zou kunnen vergaan? Er is heel veel onderzoek naar gedaan, kijk bijvoorbeeld hier op de Atlas Leefomgeving. Een goede site!

Overstromingskaart van Nederland

Bij een forse overstroming van westelijk Nederland zullen er ruim tweehonderdduizend Zeeuwen en vermoedelijk nog twee- tot driemiljoen anderen op de vlucht slaan voor het stijgende water – ziet u op de kaart het stuk in Noord en Zuid Holland achter de duinen? En langs de rivieren?

Denkt u dat die mensenmassa probleemloos in het hogergelegen oosten van ons land terecht zal kunnen? Ze zien ons al aankomen… Of hoopt u er op dat we met z’n allen in Duitsland zullen worden toegelaten? Ach, hopen mag altijd, maar als we eerlijk zijn, weten we wel beter: we zullen de problemen met onze huisvesting zelf moeten oplossen.

In de KliFi-roman ‘Koepel Goes’ kiest hoofdpersoon Meta Boonen ervoor om vast te beginnen aan het ontwerp van gigantische betonnen woonbunkers, die op het onderlopende land worden gebouwd. Ze heten ‘koepels’.

Koepel Goes

Omdat het gevaarte voor Zeeuwse vluchtelingen wordt gebouwd op het gebied rond Goes-Oost en ’s Heer Arendskerke, wordt de naam van die lokale bunker Koepel Goes, en daarom heet het boek dat erover gaat: ‘Koepel Goes – verhalen uit een verdronken land’.

Het zijn zeven samenhangende verhalen in een mozaïekbundel. Ze gaan over de ontwikkeling en de bouw van de Koepel – u weet vam bouwen in Nederland: dat gaat niet vanzelf! Het gaat over de inhuizing en de pijn van het verlies van je ‘oude thuis’. Over het leven van de honderdduizend bewoners in die koepel, met alle technologie en sociale wrijvingen en getto-vorming en misdaad en corruptie. Het is het gewone leven, zeg maar, maar dan binnen: in Koepel Goes.

Meer info…

Meer informatie over de wetenschappelijke achtergronden bij het boek kun je vinden op de site https://www.wettum.org/koepel-goes : bronnen over klimaatonderzoek, actuele informatie over Nederlands beleid en de kwetsbaarheid van ons land.

Het tempo waarin de zeespiegel stijgt, is in ‘Koepel Goes’ vermoedelijk iets overdreven. Vermoedelijk, want naast het vele wat er wél belend is, zijn er ook nog wat onbekende factoren. Belangrijk kan bijvoorbeeld de warmte-opslag in oceanen zijn. Of de Warme Golfstroom en wat er gebeurt als die stilvalt. Heeft El Niño inloed, en hoe dan? De snelheid van het smeltem van het landijs van de zuidpool is nauwelijks voorspelbaar. Het kantelen van landplaten door gewichtsverandering evenmin. En ongetwijfeld worden er nog meer factoren bekend in de komende decennia. De stijging van de zeespiegel in Nederland zal niet langzamer gaan dan we nu denken, maar (veel?) sneller? Het zou kunnen. Ik weet het niet.

Het boek ‘Koepel Goes’ heeft ook een eigen FB-pagina met actuele informatie.

Een lezer zegt…

Een recensent schreef over ‘Koepel Goes’: “Charles beschreef in 7 onderling verbonden verhalen het leven in deze koepel. Want mensen blijven mensen, ook al verplaats je ze. De auteur weet op een realistische manier deze verhalen te brengen, van de constructie tot de bewoning. Met de eraan verbonden problemen, zoals misdaad, corruptie en zelfs gettovorming.
Dit is het eerste boek dat ik van Charles lees, en het is me ten zeerste bevallen … Een aanrader voor wie originele, realistische Nederlandstalige SF wil ontdekken! “
Daar voeg ik (zonder enig eigenbelang) direct aan toe: en wie wil dat niet?

Een kort KliFi-verhaal

Het korte KliFi-verhaal ‘De waterman’ speelt in de straat waar ik op dit moment woon. Natuurlijk zijn alle karakters fictief. Zou dat echt zo zijn? Eh… Ja, natuurlijk! Al zit in elk verhaal vanzelfsprekend altijd iets van de schrijver zelf en van de mensen uit zijn directe omgeving (kijk maar uit met schrijvers die je kent! Voor je het weet….).
Het verhaal vind je hier:  https://www.fantasize.nl/actueel/vertelling-de-waterman-charles-van-wettum/

De waterman. (C) Marvel van der Sleen

De afbeelding van van Marcel van der Sleen.

27 juni: de reddingsmissie

27 juni 2026. SF in actie!

Houd het in de gaten: 27 juni 2026 zijn we getuige van de eerste onbemande reddingsmissie in de ruimte. Die missie is noodzakelijk, want: onze Swift is in gevaar!

De Swift-satelliet is een ruimtetelescoop die werd gelanceerd in 2004. Als aanvulling op veel andere telescopen, kijkt de Swift vooral naar gamma-straling: zeer energierijk licht. Hij is daarbij gespecialiseerd in de zogenaamde ‘gamma-flitsen’: snelle uitbarstingen van licht die optreden bij oa botsingen tussen neutronsterren. Héél boeiend!
Om zijn klus te klaren, heeft de satelliet drie instrumenten aan boord: een röntgentelescoop, de BAT (Burst Alert Telescope, dat is de gammaflitsmeter), en een vrij gewone telescoop voor UV en zichtbaar licht.
Wanneer de BAT een gammaflits detecteert, draait de satelliet zich razendsnel naar de juiste positie. Dat is in de ruimte een knappe prestatie – hij dankt daar zijn naam Swift aan. Vanuit die stand kan hij dan met de andere instrumenten het verschijnsel bestuderen.

De Swift met drie telescopen.

Succesvol

De Swift was bedoeld voor twee (!) jaar, maar deed zulke toffe ontdekkingen (zie de wiki-pagina in de links) dat hij in gebruik werd gehouden. Hij werkt al meer dan 20 jaar prima en kan nog decennia mee, maar helaas: door tegenvallend ruimteweer (meer zonnewind dan verwacht) zakte hij uit zijn baan op 600 km hoogte omlaag. Langzaam, steeds sneller. Inmiddels hangt hij op 300 kilometer, en naar schatting in oktober zal het voorbij zijn. Hij gaat verbranden in de dampkring.
We willen hem graag nog blijven gebruiken, maar de satelliet heeft zelf geen mogelijkheden voor baancorrecties. Gedoemd, dus. Tenzij…

Help!

Iemand moet Swift gaan helpen. Het ligt voor de hand om The Thunderbirds te bellen, maar NASA heeft besloten om zelf aan de slag te gaan. Ze doen dat samen met een commercieel bedrijf dat in opdracht van NASA speciaal hiervoor een nieuwe satelliet heeft ontwikkeld. Op 27 juni 2026.

Het onbemande ruimtevaartuig heeft de naam LINK. Het wordt met een raket gelanceerd en gaat rechtsstreeks naar de Swift toe. Eerlijk is eerlijk: dat is al een hele klus. Precies de goede hoogte. Precies de goede plek in precies de goede baan. Exact de goede snelheid. Langzaam naderen, want een botsing is fataal. Het is een precisiewerkje voor superspecialisten.

Bij de Swift aangekomen maakt de LINK zich vast. Ah, dat is eenvoudig gezegd, maar hoe gaan ze dat doen? Het is lastig. Eigenlijk kan het helemaal niet, want de Swift is er niet voor uitgerust: de satelliet heeft nergens een plek voor een koppeling. Dit is dus improviseren. Het moet bovendien razendvoorzichtig, want met drie telescopen en veel elektronica aan boord is de Swift een ontzettend kwetsbare installatie.

Wanneer de twee satellieten eenmaal aan elkaar vastzitten, zet de LINK zijn eigen motoren aan. Samen vliegen ze terug naar een hogere baan, en daar moeten ze vervolgens ontkoppelen. Eenmaal weer in bedrijf moet de Swift weer in staat zijn zich razendsnel naar nieuwe gammabursts toe te draaien. LINK moet dus uit de buurt zijn.

Het is de eerste keer dat er zoiets wordt geprobeerd. Een onbemande reddingsoperatie. Een huzarenstukje. SF in actie.

SF in actie

Meer lezen over huzarenstukjes van de toekomst? Korte verhalen zijn daar ideaal voor, bijvoorbeeld het verhaaltje https://www.lowlandsfiction.nl/post/het-tankstation-op-kepler-62-charles-van-wettum.

Meer verhaaltjes vind je op http://www.wettum.org/sf of in een van mijn verhalenbundels: Het zal anders, Anderen of Zwervers.

Het onbemande ruimtevaartuig LINK (links) moet de Swift-ruimtetelescoop (rechts) weer naar een hogere baan om de aarde brengen (illustratie).

Wiki over de Swift: https://nl.wikipedia.org/wiki/Swift_(satelliet)

NASA over de Swift: https://swift.gsfc.nasa.gov/index.html

Een nieuwsartikel: https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2026/06/17/reddingsmissie-voor-ruimtetelescoop-swift-nasa

Het einde is aanstaande!

Het explosieve einde van een machtige blazar komt misschien al binnen een eeuw! In de Royal Astronomical Society publiceerde een internationaal team van astronomen hun bevinding over Markarian 501, en het is spectaculair: de Grote Klap komt eraan!

Blazar

Een blazar is natuurlijk geen op een colbert lijkend jasje (dat trouwens ook door vrouwen wordt gedragen, maar hallo: daar zou ik nooit iets over schrijven!). Nee, het is een zwart gat in het centrum van een sterrenstelsel. Nu zijn die er veel: elk sterrenstelsel heeft er eentje. Speciaal aan een blazar is dat het zwarte gat heel actief is (dat wil zeggen: heel veel materie uit zijn omgeving opvreet en daarmee heel veel straling produceert) en vervolgens als extraatje met al die materie ook nog ‘jets’ produceert: enorme pilaren van heet gas die vanuit de kern met bijna de lichtsnelheid de intergalactische ruimte in worden geschoten. Niet zomaar een keertje een gaswolkje, maar miljoenen jaren ontzettend veel en aan een stuk door. Met enorme energie. Loodrecht op de schijf.

We zien zulke jets vaak: omdat ze zo enorm heet zijn, zenden ze veel licht uit. Ze steken uit de schijf van een sterrenstelsel de donkere intergalactische ruimte in. Het zijn absoluut opvallende verschijningen.

Wanneer zo’n honderdduizenden lichtjaren lange jet toevallig precies in onze richting wijst, wordt het daarmee een heel sterke bron van licht, zowel in het zichtbare spectrum als op heel energierijke golflengten. Een blazar, dus.

Markanian 501

De onderzoekers vonden bij de blazar in het sterrenstelsel Markanian 501 iets bijzonders. In plaats van de enkele energiestraal die normaal gesproken uit een galactische kern wordt verwacht, detecteerden onderzoekers twee afzonderlijke plasmastralen die de ruimte in schieten. Dat kan onmogelijk van één zwart gat afkomstig zijn, dus de conclusie was duidelijk: hier draaien twee supermassieve zwarte gaten dicht om elkaar heen. Elk van hen heeft vermoedelijk miljarden keren de massa van onze zon.

Afbeelding van Markanian 501 - artiestenimpressie

Door de nauwe spiraal verliezen ze snel energie en komen ze steeds dichter bij elkaar. De onderzoekers schatten dat ze binnen de komende 100 jaar op elkaar zullen storten.

Dit soort botsingen (ze treden vaker op!) zijn de meest gigantische explosies die in ons universum mogelijk zijn. Ze zijn zo sterk, dat ze het tafellaken van ruimte verfrommelen en die frommels als zwaartekrachtgolven door het heelal heen jagen (lees ook over het Lense-Thirringeffect).

Ver weg en lang geleden

Het stelsel Markanian 501 staat ongeveer 500 miljoen lichtjaar van ons vandaan, dus wat wij nu waarnemen is ongeveer 500 miljoen jaar geleden gebeurd. De explosie waarop wij nu wachten, is dus ook allang voorbij: hij vond plaats (ongeveer) 500.000 000 – (naar schatting van de onderzoekers) 100 jaar geleden.

‘Vindt zijn einde’ is trouwens niet helemaal waar: het is geen allesvernietigende klap. Er wordt wel gigaveel energie opgewekt en met materie gesmeten, maar er blijft wel iets over: een nieuw zwart gat. Het is een nog veel groter gat, want het heeft een massa die vrijwel net zo groot is als die van de twee botsende gaten samen. Het is dus meer een nogal explosieve fusie, dan een ontploffende stof zoals wij die kennen.

Meten maar..

Net als licht verplaatsen zwaartekrachtgolven zich met precies de lichtsnelheid. Effecten van een gebeurtenis komen dus langs beide kanalen hier op exact hetzelfde moment aan. We kunnen ze allebei meten, zowel de zwaartekrachtgolven als het licht in alle frequenties (elektromagmetische golven). Voor de zwaartekrachtgolven gebruiken we o.a. de installatie van Ligo (bij Pisa in Italië). De golflengten van het licht kunnen we observeren met gespecialiseerde apparatuur. Bijvoorbeeld het visuele deel van het spectrum met de optische telescopen van de James Webb (of tegen die tijd zijn opvolgers) en de gamma-en röntgenstraling met gespecialiseerde satelliet-telescopen.

We weten dat de gebeurtenis er aan komt. Volgende week misschien, maar vermoedelijk in ieder geval binnen honderd jaar – op de astronomische tijdschaal betekent dat: héél snel. Bij het eerste signaal dat de klap gaat beginnen, zullen alle digitale ogen op Markanian 501 worden gericht. Op die manier zullen we het hele proces langs verschillende kanalen kunnen observeren.

Het zal ons veel leren over de processen die optreden wanneer de grootste monsters uit ons heelal te dicht bij elkaar komen. Dit is écht Galactisch Vuurwerk!

Ligo bij Pisa

Ligo

Op en rondom het terrein van Ligo speelt mijn SF-verhaaltje ‘De koudedood’, dat in 2025 werd gepubliceerd in het kwartaalblad ‘ Fantastische Vertellingen 74’

Meer weten?

Meer over blazars: https://en.wikipedia.org/wiki/Blazar

Meer over het waarnemen van zwaartekrachtgolven: https://zwaartekrachtsgolven.nl/hoe-werkt-interferometer/

Het artikel over Markarian 501: https://academic.oup.com/mnras/article/548/4/stag291/8551337

Meer over mijn SF-verhalen: https://www.wettum.org/sf

Frame dragging & Zwammen

Frame dragging (officieel heet het ‘het Lense-Thirring-effect’) is een fenomeen dat voorspeld werd door Albert Einsteins algemene relativiteitstheorie. Het treedt op wanneer een massief, roterend object letterlijk de structuur van de lokale ruimtetijd verdraait en meesleurt tijdens zijn rotatie.

Frame dragging

De foto is een still uit een simulatie, kijk daarvoor op youtube: https://youtube.com/shorts/1P0tij7omr4?is=of_c7uOl0wDKpR43

Het draaiende centrum veegt de ruimte uit de omgeving op, ongeveer zoals een draaiende ragebol dat doet met een spinneweb. Zoals met het web ook de vastgeplakte vliegjes worden meegenomen, wordt door de rotatie de massa die zich in de oprollende ruimte bevindt, verscheurd en naar binnen getrokken.

Ah, dat is dus theoretisch. Maar gebeurt dit ook in het écht? Het antwoord is: ja! Rond draaiende zwarte gaten is het verschijnsel waargenomen door licht wat afkomstig is van sterren die tot flarden zijn getrokken en waarvan de materie al roonddraaiend neerstort in de zwaartekrachtput.

Naast de straling die wordt uitgezonden door de materie die in het draaiende gat stort, is ook directe waarneming mogelijk, namelijk door de zogenaamde zwaartekrachtgolven. De vervorming van de ruimtetijd dicht bij de draaiende massa wekt golven op. Geen licht of golven in de een of andere ether, maar golven van de ruimte zelf. Je kunt het je voorstellen als ‘een afstand van een meter’ die heen en weer schommelt tussen iets meer dan een meter en iets minder. Dat gegolf van de ruimte plant zich naar buiten voort, net als golven op het oppervlak van de vijver waarin een steen is gegooid. Ze doen dat met de lichtsnelheid.

Deze zwaartekrachtgolven kunnen we sinds paar decennia daadwerkelijk meten. Het is een dramatisch precies klusje, waarvoor giganauwkeurige apparatuur nodig is, maar: het kán. En de grote verrassing is, dat die golven inderdaad zijn gemeten en voldoen aan de verwachtingen die er volgens de theorie voor waren opgesteld. Einstein kreeg gelijk!

Voor frame dragging op meetbare schaal in het heelal zijn de allergrootste massa’s nodig: zwarte gaten of neutronsterren. Op kleinere schaal is het verschijnsel in theorie mogelijk, maar zeker niet aantoonbaar of waarneembaar. Misschien wel nooit. Of… Ach, in SF kan bijna alles.

Zwammen

Wat heeft frame dragging met zwammen te maken? Met paddenstoelen vanzelfsprekend helemaal niets. Met de SF-roman Zwammen wél. Het is namelijk de …

Ho. Stop. Wacht! De details daarvan kunnen we hier natuurlijk niet bespreken, dan verraden we te veel. Als je geïnteresseerd bent geraakt, dan moet je daarvoor het boek lezen: een spannende SF-roman die speelt op een hoogst onwaarschijnlijke plek, waarin je een heel bijzondere hoofdpersoon volgt op een bizarre tocht.

Het boek kun je vinden als ebook oa bij Kobo, als paperback bij bol, amazon of rechtstreeks bij de auteur: www.wettum.org/bestellen.

Bronnen:

Frame dragging: https://en.wikipedia.org/wiki/Frame-dragging

Zwammen: www.wettum.org/zwammen

Mercurius - een foto van de planeet