Lezers over de bundel ‘Anderen’

‘Anderen – verhalen over aliens en dus over ons‘ is een bundel met 25 SF-verhalen. In de inleiding zegt de auteur: Wereldbouw en de constructie van levensvormen is boeiend, maar niet het doel van mijn verhalen. Frederick Pohl zei ooit: ‘A good science fiction story should be able to predict not the automobile but the traffic jam’. Ik trek het zelf graag nog door: sciencefiction gaat niet over auto’s en ook niet over files, maar over de mensen die in de file staan. Toegepast: een verhaal over Anderen gaat óók over onszelf. Het is een manier om na te denken over menselijkheid, over betekenis van het individu en de soort, over verantwoordelijkheden en mogelijkheden en grenzen.

Gif over boek 'Anderen' : SF gaat over ons, ook als het niet over ons gaat.

Meer informatie over ‘Anderen’: www.wettum.org/anderen . Ebook bij alle adressen (ook kobo-plus), paperback bij Amazon.nl, bol.com of www.wettum.org/bestellen.

Maar ja, de bedoeling en wat lezers ervaren willen nog wel eens uit elkaar lopen. Dus wat vonden lezers ervan? Een paar ervaringen:

Ruben de Baerdemaker schrijft: “Ik was onder de indruk van dit boek, onder andere om deze redenen: 1. Charles van Wettum schrijft gewoon goed! Ik las veel mooie, rake zinnen; ontroerende ook. De taal in “De zangers van Enceladus” is niet minder dan betoverend. Deze auteur heeft een goed gevoel voor stijl en toon, en aandacht voor detail. 2. De ideeën achter de verhalen zijn steevast heel sterk … Hij baseert zich vaak op een astrofysisch, chemisch of filosofisch idee of (of meerdere) en werkt het uit in de logica van een verhaal … 3. Humor! De variatie in de verhalen was voor mij zeker een bonus, vooral omdat ze thematisch toch samenhangen. De manier waarop administratieve rompslomp en managementcultuur op de korrel genomen worden, is verfrissend als intermezzo … 4. De verhalen vertrekken vanuit een kijk op de wereld die natuurwetenschap verenigt met het spirituele … Dit boek speculeert over vormen van bewustzijn die het menselijke denken overstijgen – en daardoor de grenzen ervan blootleggen … 5. Intertext: van Wettum knipoogt regelmatig naar zijn voorgangers uit de Golden Age van SF – leuke easter eggs voor wie daarvan houdt. Samengevat: ik heb echt genoten van Anderen – het is knap geschreven, en levert veel stof tot nadenken.” Bron en volledige recensie: Goodreads

Karin van Veldhoven schrijft: “… Kortom: de schrijfstijl is prettig en vlot, de spanning zit er goed in. Herkenbare thema’s in zoals: hoogmoed, het grote geld, winstbejag, de mens met de houding, “ik weet het beter”, zorg en liefde naar elkaar. Een variëteit van menstypes en aliens, planeten, Melkweg etc. Aliens is een boek voor de scifi liefhebber én een uitnodiging voor andere lezers. Een aanrader!“ Bron en volledige recensie: Hebban

Jos Lexmond (NCSF): “… Veel te vlug aan het einde gekomen. Het had, wat mij betreft, nog wel een vijfentwintig verhalen langer mogen duren. De kwaliteit was hoog, de humor vol en de lat van het sense of wonder gebeuren, lag bij tijd en wijle hoog tot zeer hoog! … Als ik zou moeten kiezen welk verhaal ik het beste zou moeten noemen, dan (want daar heb ik natuurlijk al wel vast over nagedacht) had ik daar best wel moeite mee, maar uiteindelijk heb ik unaniem voor: De zangers van Enceladus gekozen. Niet dat andere verhalen me niet raakten, edoch dit verhaal raakte me diep door de impact van een goed bedoelende daad van onze toekomstige mede aardbewoners. Lof Charles!!! Hoe dan ook… als jullie als rechtgeaarde SF-liefhebber Anderen nog niet hebben gelezen… doen!!!” Bron en volledige recensie: NCSF – Nederlands Centrum voor SF.

Recensent Patrick van de Wiele schrijft op de site (bron en volledige recensie) Out Of This World: ‘Over het algemeen doen de verhalen terugdenken aan de “golden age of SF”, ten tijde van Asimov, Clarke, Heinlein, Pohl enz. Charles voegt er echter hier en daar zijn “droge” humor aan toe. En zo weet hij de aandacht van de lezer vast te houden. Ik heb dan ook van deze bundel genoten.’

Johan Klein Haneveld schrijft onder andere: “De bundel bevat enkele werkelijk fantastische verhalen. Er zijn verhalen waar de auteur zich probeert in te leven in niet-menselijke levensvormen en hun belevingswereld schetst. Dit geldt voor het vervreemdende ‘De pijn van herinneren’ en ‘Hak en Elite en het trekken van de ijzeraders’ – dat de overwegingen weergeeft van op silicium gebaseerde wezens. Ook goed zijn verhalen die wetenschappelijke speculatie ver doorvoeren, zoals het ‘extreme far future’ SF-verhaal ‘De laatste kuil’, dat (terecht) ook in de laatste ‘EdgeZero’ is opgenomen. ‘Brown’ speculeert over zogenoemde ‘bruine dwergen’ die zich tussen ster en planeet in bevinden en ik vond de ‘schuimwereld’ in ‘Schuimbal’ en wat daar gebeurde ook fascinerend … Verder zijn er verhalen waarin Van Wettum menselijke relaties wat meer onder de loep neemt… Zoals het huwelijk dat onder spanning staat in ‘Wat ons is gegeven’, waarbij een echtpaar een uitstapje maakt naar een bijzondere planeet. Ook de ontluikende relatie in ‘Jaag onze paarden naar de sterren’ en hoe die door een virus onder druk wordt gezet vond ik een goede basis bieden voor het verhaal. Verder is de relatie tussen moeder en zoon in het naar horror neigende SF-verhaal ‘Het was op een donderdag’ goed getroffen … Voor mij dus genoeg pareltjes in deze bundel om hem te kunnen aanbevelen, vooral voor wie geen genoeg kan krijgen van de stijl van de ‘gouden eeuw’ van de SF.” Bron en volledige recensie: Goodreads

SF: de auto, de file en/of de mens in de file

Op 26 april mocht ik meepraten in de podcast Culture Coated (gemaakt door Wim Wilms van Radio Benelux België) over ‘SF en economie, maatschappij, beurzen en wat al niet meer’. De link naar de podcast (pas op: hij duurt twee uur!) staat hier direct onder. Hieronder naar aanleiding van het gesprek een paar gedachten over SF en technologische ontwikkelingen.

De SF-auteur Frederic Pohl heeft ooit (ongeveer) gezegd: ‘Goede SF voorspelt niet de auto, maar de file.’ Daarmee bedoelde hij natuurlijk: niet de technologische ontwikkeling staat centraal, maar de gevolgen ervan. Hij was zeer actief vanaf de Gouden Jaren van de SF, de jaren ’50 tot ’70, toen de mensheid over technische vooruitgang nog optimistisch was en iedereen (of toch in ieder geval beleidsmakers) meenden dat de problemen van de mens zouden kunnen worden opgelost door wetenschap, groeiende kennis en technologische ontwikkelingen – al moeten we eerlijk zijn: ook al in die decennia waren er SF-auteurs die de gevaren en nadelen daarvan in hun verhalen beschreven.

Zelf breid ik de oneliner van Pohl graag uit tot: ‘SF gaat niet over de auto, ook niet over de file, maar over de mens in de file’. Meer dan in de decennia net na de Tweede Wereldoorlog besteedt SF aandacht aan de invloed die de ontwikkelende wetenschap heeft op mensen, zowel indivdueel als in groepen.

Zegeningen en vloeken

Natuurlijk hebben wetenschap en technologie ons veel goeds gebracht. Ik denk aan voedselproductie, medische wetenschap, transport- en communicatiefaciliteiten, verhoging van arbeidsproductiviteit en daardoor economische groei en rijkdom – we zouden (met onze wereldbevolking, onze gewenning aan de dagelijkse gemakken en luxe) niet meer zonder kunnen leven.

De periode van de Koude Oorlog liet diepe sporen na. Er ontstond wantrouwen in de wetenschap door de toepassing ervan in wapens (nucleair, chemisch, biologisch). Het wantrouwen werd versterkt door politieke systemen die allemaal (?) onbetrouwbaar bleken, met hun oorlogen, politici, bedrijven en rijke particulieren die (massaal?) uit bleken te zijn op gewin. Vertrouwen in technologie niet alleen minder vanzelfsprekend, maar zelfs verdacht.

Steeds meer (directe of indirecte) nadelige neveneffecten van technologie zijn duidelijk geworden: milieuverontreiniging en afvalproblematiek, klimaatproblemen, overconsumptie en overbevolking, nieuwe ethische dilemma’s, privacy, schaalvergroting, ontmenselijking, sociale verarming en vereenzaming, nieuwe vormen van armoede en klassenverschillen.

Moderne SF legt meer nadruk op de problemen die juist technologie met zich meebrengt en is daardoor over het algemeen pessimistischer. Het is geen wonder dat binnen SF de dystopie tot een apart genre is uitgegroeid: het honoreert de angsten die veel mensen voelen wanneer ze om zich heen kijken naar de ontwikkelingen in de wereld. Daarbij gaat het niet alleen om de techniek zelf, maar juist ook om de ontwikkelingen die door techniek mogelijk worden gemaakt of er zelfs een automatisch gevolg van zijn. We kunnen er niets aan doen, ondanks onszelf gebeuren de dingen: groeiende sociale problemen, wereldwijde verstedelijking en volksverhuizingen, individuele overprikkelijking en overbelasting, consumentisme in persoonlijke en zakelijke relaties, en nog heel veel meer. Het gevoel van machteloosheid is niet te vermijden.

Onoverzichtelijkheid en nieuwe mythen

De wereld is ongetwijfeld onoverzichtelijker geworden. Veranderingen gaan steeds sneller, ze worden elk decennium moeilijker te volgen – en dat geldt niet alleen voor ouderen. De gevolgen worden tegelijk maatschappelijk steeds ingrijpender: de voor vrijwel iedereen onbegrijpelijke techniek leidt tot steeds ingewikkelder procedures, steeds gecompliceerdere wet- en regelgeving, voortdurende aanpassingen in omgangsvormen en maatschappelijke gewoonten.

Er is steeds meer wat onze wetenschappers kunnen: medisch, genetisch, weer en klimaat, ruimtevaart, productiemethoden, en nog veel meer. Dus komen er ook voortdurend ingewikkelder beslissingen bij en daarmee ook grote verantwoordelijkheid. Zonder dat wijzelf enige keus hebben, worden we afhankelijker van de deskundigheid van anderen, en daarmee ook van hun kwaliteit, hun inzichten en (niet in de laatste plaats:) van hun ethiek.

Helaas: de ervaring leert dat vertrouwen in deskundigen regelmatig (vaak?) beschaamd wordt. Soms is dat omdat de problemen te complex zijn. Soms omdat mensen en organisaties niet competent zijn, maar toch iets moeten of doen. Vaak missen beleidsmakers het benodigde instrumentarium of worden ze door de veeleisende maatschappij opgezadeld met onuitvoerbare opdrachten. En ja: soms gaan dingen ook gewoon fout omdat de betrokken medemensen schurken zijn die er geen enkel probleem mee hebben om de boel te belazeren. Een mens wordt er cynisch van.

De problemen met deskundigheid worden enthousiast misbruikt door charlatans die zich van alles roepen en op die manier geld, macht en aanzien verkrijgen door het manipuleren van de mensen die het ook allemaal niet meer kunnen volgen. Het is van alle tijden, maar met de social media is dat boevenwerk wel een stuk eenvoudiger geworden. En hoe moeten mensen zich ook redden? Het onderscheiden van betrouwbare informatie en desinformatie wordt met de dag moeilijker. Welke informatiekanaal levert nog échte feiten? Welke factchecker moet ik geloven? Het is waarachtig geen wonder dat wantrouwen de kop opsteekt.

In de onoverzichtelijke wereld hebben de afgelopen decennia (volgens mij) de oude, grote verhalen langzamerhand terrein verloren – of misschien moet ik zeggen: ze hebben andere vormen gekregen. Ik denk dan aan de secularisering (in ieder geval in West-Europa), aan het verdwijnen van de samenhangende maatschappelijke ideologieën als sociaaldemocratie (met haar zorg voor de zwakkeren), liberalisme (met de rechten én verplichtingen van het individu).

De grote verhalen leverden betekenis en een samenhangende visie op handelen, maar het lijkt me dat ze minder belangrijk zijn geworden, en/of anders functioneren. Soms zijn ze vervangen door seculiere uitgangspunten die minstens net zo meedogenloos worden ingezet als de oudere ideologieën: marktgeloof, meritocratie, indvidualisme dat als overtuiging verkleed egoïsme blijkt te zijn. Maar ook restanten of aangepaste vormen van die oude overtuigingen, complottheorieën, geloofjes, ‘alternatieve’ geneeswijzen of levenswijzen en zelfs oeroude religies worden gekozen als middel om te midden van de grote massa een eigen identiteit te vinden. Het is een zoektocht om in de onbegrijpelijkheid van de wereld structuur te vinden. Een plaatsje voor jezelf. Betekenis.

Misschien zou je ook ontwikkelingen als extreme klimaatangst hieronder kunnen/ moeten rekenen. Al is de klimaatontwikkeling zeker zéér zorgelijk en is ferm ingrijpen heel hard nodig, soms lijkt de beweging meer zingeving en zo een deel van de persoonlijkheid van deelnemers te zijn geworden. Over het algemeen wordt de overtuigingskracht daarmee niet groter.

De file, dat ben je zelf

Het is allemaal inderdaad niet meer te overzien. Terwijl wij ons bezighouden met onze eigen zaken (de auto) overkomen ons al de rampen die niet zozeer afhangen van onze individuele keuzes, maar wel van de collectieve (de files). Ze beperken ons, soms zijn er aanrijdingen, onze vrijheid wordt bedreigd. We raken beschadigd, we lopen mis waar we op hadden gerekend. Het is niet onze (individuele) schuld, maar we zijn wél slachtoffer. We hebben het zwaar…

We klagen dus wat af – terecht of niet terecht. Slachtofferschap is populair: het levert geen risico’s op en je krijgt er (in ieder geval in je eigen bubbel) erkenning voor. Het past naadloos bij onze geïndividualiseerde wereld waarin we op zoek zijn naar likes. Het geeft betekenis aan het leven.

Voor SF-schrijvers op zoek naar onderwerpen is onze moderne maatschappij een paradijsje: met alle nieuwe technologiëen en maatschappelijke ontwikkelingen (de auto’s) zijn er evenveel vormen van problemen, beperkingen, frustraties, slechte ontwikkelingen (de files). Er zijn eindeloos veel mogelijkheden voor verhalen over mensen die in de files zitten of langs de zijlijn staan toe te kijken.

Toch… Af en toe is het nuttig om je de oeroude wijsheid te herinneren: ‘je staat niet in de file, je bent de file’. Niet in je eentje, wel in je Eendje. Dat meenemen in verhalen helpt de lezers zich een kort moment een beetje realiseren dat er in het leven niet alleen machteloosheid en slachtofferschap is, maar ook verantwoordelijkheid. Jij in jouw klein hoekje van de files van deze ingewikkelde wereld, en ik in ’t mijn.

Misschien zit er een klein stukje groot verhaal in elk van die kleine hoekjes. In elk klein verhaal. SF draait – daarvan ben ik overtuigd – om betekenis.

Religie en fantastische verhalen

Volgens mij begint het verhaal bij de diep menselijk behoefte om onze eigen wereld te begrijpen en te beheersen.

Onze basisbehoeften

De meest fundamentele drijfveer van de mens is om te voorzien in basisbehoeften: eten en drinken, gezondheid, veiligheid, voortplanting. Onderdeel van het vervullen van die behoeften is het bevredigen van onze nieuwsgierigheid: voor ons voortbestaan is het nodig dat we leren hoe de dingen in elkaar zitten, dat we greep krijgen op onze omgeving en ons bestaan.

Mensen hebben daarbij een dominante intuïtieve methodiek: we onthouden wat in een concrete situatie wel eens heeft gewerkt (of: wat lijkt te hebben gewerkt). Daaruit leiden we dan zoveel mogelijk algemene regels af, die we kunnen gebruiken voor ons toekomstige gedrag.

Voorbeelden? Je had hoofdpijn hebt en je wreef op je slaap met die ene plant en de hoofdpijn nam af. De pijn in je knie was gisteren minder en je had een zwarte steen in je broekzak. De keer dat je jouw voetbalteam won, had je die rode sokken aan. Toen het in een gesprek met iemand klikte, bleek die geboren in september. Toen je een klein prijsje in de loterij won, eindigde het lot op een zes. Voor de wiskundetoets waar je onverwacht een kleine voldoende voor kreeg, had een kruisje geslagen. Je zat in het bos en je hoorde het ruisen van de bladeren en het leek alsof er een stem sprak, en toen je thuis kwam reageerde je ineens goed op je geïrriteerde partner. Je keek in je beker met theebladeren, kreeg plotseling een idee wat er morgen zou gaan gebeuren en het gebeurde ook nog! Er vloog een duif op en direct daarna keek een leuke jongen lachend jouw kant op. Je richtte je aandacht gericht op het verkeerslicht en onmiddellijk sprong het op groen.

De menselijke valkuil is dat we geprogrammeerd zijn om toevalligheden verkeerd te interpreteren. Correlatie wordt causaliteit, incidentele werking wordt een methode, behoefte aan regie leidt tot zekerheden. Evolutionair is dat logisch: we kunnen beter iets herhalen wat niet werkt (dat kan immers geen kwaad) dan een keer iets missen wat wél werkt. Ook onze afkeer van onzekerheid is nuttig: alles wat we niet begrijpen, is gevaarlijk en elk klein wapentje in de strijd om te overleven is welkom.

Van intuïtie naar institutie naar instrument

Soms stuiten we langs de intuïtieve aanpak op werkelijk werkende verbanden. We hebben werkende kruiden ontdekt, we hebben proefondervindelijk procedures gevonden om de kans op ziekte kleiner te maken – zelfs als we het mechanisme erachter niet begrijpen, kan het werken. In andere gevallen leidt onze ingebakken behoefte aan structureren tot gewoonten die niet productief zijn: regendansen, astrologie, genezende stenen, en heel veel andere dingen. De grenzen zijn niet altijd scherp: de natuurwetenschapper Isaac Newton formuleerde niet alleen de wet van de zwaartekracht, maar zocht óók de steen der wijzen.

In de behoefte om de werkelijkheid te structureren en te beheersen, is het ontstaan van een religieuze stand en dogmatiek volgens mij onvermijdelijk. Naarmate we meer leren, worden systemen ingewikkelder. Er is veel kennis nodig en daar spelen deskundigen een rol in. Zij kunnen bijhouden welke regels er zijn, zij weten hoe het geleerde moet worden toegepast. Ik zie dat overal gebeuren: of het nu druïdenordes zijn, priesterkasten, gilden. Of medisch specialisten, consultants, coaches en influencers. Deskundigheid werkt!

Bij die deskundigen horen gewoonten en standaardaanpakken. Variërend van ‘zo doen we dat nu eenmaal’ tot ‘dit is de bewezen aanpak’. Ervaringen en inzichten worden vastgelegd in verhalen of in voorschriften, want ‘dat is de leer’. Er ontstaan opleidingen, cursussen, introducties en inwijdingen. Er worden officials aangesteld om de verdiensten van het systeem vast te leggen en te verdedigen. Mensen raken overtuigd, ze gaan in de leer bij deskundigen en worden volgelingen. De officials krijgen gezag en onontkoombaar gaat dat samen met macht. Natuurlijk lopen de belangen van volgelingen en officials parallel, maar net als alle organisaties krijgt ook de (formele of informele) instelling eigen belangen. Eén daarvan is het verkondigen of verdedigen van de eigen overtuigingen. Oftewel: het in stand houden van de eigen macht.

Voor slimme/ machtsbeluste/ onethische bestuurders is bovendien elke organisatie instrument voor het dienen van persoonlijke doelstellingen. Instituties worden instrument – los van de vraag of de gebruikers van macht nog enige affiniteit hebben met de inhoud krijgen zij de beschikking over middelen om volgelingen te manipuleren of in te zetten.

De trein van de geschiedenis loopt steeds over dezelfde sporen.

Religie en ideologie

Vanzelfsprekend geldt het bovenstaande niet voor de levensovertuiging die ik zelf aanhang. Toch?

Volgens mij geldt het bovenstaande voor ieder mens, voor iedere mensengemeenschap, voor iedere ideologie. Het bestaan van bovennatuurlijke entiteiten kan een onderdeel zijn van de modellen voor de werkelijkheid, maar het is daarvoor niet noodzakelijk – ook zonder ‘god’ of goden zijn we onderworpen aan de fundamentele menselijke processen.

Institutionele religies zijn wel de meest duidelijke illustratie. Verhalen rond het ontstaan van de wereld en mensen, verhalen over zingeving. Formalisering in leerstellingen en het ontstaan van formele of informele organisaties. Het ontstaan van religieus gezag en daarmee even vanzelfsprekend als afschuwelijk het misbruik ervan. Het vindt plaats in alle religies. In de godsdiensten met hun goden met eindeloos gevarieerde eigenschappen, maar ook in de godloze religies, zowel oude als moderne (bv scientology).

Het model geldt ook voor maatschappelijke ideologieën (denk aan communisme, kapitalisme, en m.i. alle anderen) en levensovertuigingen (denk aan vegetarisme of juist carnisme, fitness, en gebruik zelf verder uw eigen fantasie). Ontstaan uit de behoefte om te verklaren en te structureren en in zekere mate controle te krijgen. Vormgegeven met correlaties en al dan niet bewezen causaliteit. Formalisering met het ontstaan van leerstellingen en een kaste van deskundigen. Er zijn soms weldadige gevolgen voor aanhangers en niet-volgelingen die ervan afhankelijk zijn, maar even vaak zien we de onontkoombare machtsconcentratie waarbij ideologische belangen leiden tot manipulatie en misbruik en meedogenloosheid.

Fantastische verhalen

Het menselijk vermogen om in onze werkelijkheid systemen te bouwen is volgens mij grenzenloos, en daarmee ontstaat een even eindeloze bewegingsruimte voor fantastische literatuur.

Elk verhaal heeft een interne werkelijkheid en elk aansprekend verhaal doet een beroep op menselijke behoeften. Dat geldt ook voor fantasy en sciencefiction. Het wereldbeeld kan uiteraard afwijken van ons eigen, westerse, post-verlichting natuurwetenschappelijke wereldmodel – net zoals onze eigen verklarende systemen verschillen – maar het moet er wel zijn. Immers, zodra een invoelbare interne structuur ontbreekt, wordt een verhaal onnavolgbaar. Zelfs absurdistische verhalen doen hier een beroep op: zij geven weliswaar zelf niet aan wat de causaliteit is, maar kietelen wél onze onbewuste behoefte dat die er moet zijn.

De fantasie van onze fantastische auteurs kan dus zijn gang gaan: variërend van magisch tot strikt logisch tot onnavolgbaar intuïtief tot aansluitend bij wetenschappelijke of andere maatschappelijke causaliteiten. Lezers hebben wél behoefte aan een consequent systeem van causaliteit: willekeur werkt niet, want het is strijdig met de in de mens ingebouwde behoefte aan samenhang. Zolang de wereldbouw intern consequent is, zijn lezers bereid alles te accepteren. De verteller is de priester, de woorden bouwen de wereld, het verhaal wordt de werkelijkheid.

Sciencefiction en wetenschap

Wat mij persoonlijk aanspreekt in sciencefiction is het aanleunen tegen de natuurwetenschappelijke methode: een systeem om het verschil tussen correlatie en causaliteit systematisch te borgen. Daarbij wil sciencefiction gebruik maken van causaliteit die in onze eigen werkelijkheid bestaat of daar dicht tegenaan leunt.

Centraal in de natuurwetenschappelijke aanpak staat het zoeken naar mechanismen die verbanden leggen tussen verschijnselen (‘natuurwetten’) en het onderwerpen van die verbanden aan de eisen van meetbaarheid, toetsbaarheid, falsificeerbaarheid, reproduceerbaarheid. Het gaat niet om vertrouwen in de ‘natuurwetenschappelijke priester’, maar om het kritisch bevragen van verbanden, het aandragen van toetsbare alternatieven, het doen van falsificeerbare voorspellingen, en het uitvoeren van objectief toetsende metingen.

Gelukkig voor ‘harde’ sciencefiction-auteurs waaronder ik mezelf reken, is ook de toetsbare werkelijkheid niet eindeloos objectief. Juist in de extreme vormen van kwantummechanica, kosmologie en elementaire deeltjesfysica worden klassieke opvattingen over causaliteit steeds moeilijker toepasbaar – denk aan de steeds ingewikkelder rol van de waarnemer in het vaststellen van de uitkomsten van experimenten. Het betekent (voorlopig?) dat auteurs niet alleen een beroep kunnen doen op dingen die nog uitgevonden moeten gaan worden, maar dat er ook een fundamentele ruimte lijkt te zijn in het ‘onkenbare’ – waarmee sciencefiction ineens trekken lijkt te krijgen die voorbehouden waren aan fantasy.

De val van de wetenschap?

De homo universalis – het romantische idee van de wetenschapper die alle velden van kennis kan overzien –  bestaat niet meer: alle velden van deskundigheid zijn zó ver gespecialiseerd, dat tóch ‘vertrouwen’ weer om de hoek komt kijken. Voor een niet-ingevoerde lezer zijn wetenschappelijke claims (bijna?) niet meer te controleren.

Tegelijk blijken wetenschappers helaas gevoelig voor druk vanuit belangengroepen (bijvoorbeeld financiers van onderzoek), voor ‘gewone’ menselijke zwakten (zoeken naar bevestiging in plaats van falsifiëring), voor ideologische vooroordelen (onderzoek doen met conclusies waar de maatschappij om vraagt). Individuele wetenschappers en soms ook hele instituten hebben zo hun integriteit te grabbel gegooid. Sommige (vooral niet-natuurwetenschappelijke?) velden van ‘wetenschap’ krijgen daarbij trekken die meer passen bij ‘religieuze’ instellingen.

Het gevolg? Ik ben bang dat voor niet in natuurwetenschappelijke methoden ingevoerde medemensen het onderscheid tussen échte wetenschap en religie verdwijnt. Dat onbetrouwbare en ideologisch gedreven wetenschappers er onontkoombaar toe leiden dat het verschil tussen science en religie vervaagt. Dat échte, integere wetenschappers onderworpen worden aan hetzelfde wantrouwen dat maatschappelijk thuishoort bij de officials van religies en ideologieën. Dat daarmee aanhangers van met échte wetenschap strijdige ideologieën (zoals ‘klimaatontkenners’ – wat een idioot woord!) de mogelijkheid krijgen om de zekere bedreigingen voor onze wereld te ontkennen.

Rijdt ook deze trein over dezelfde historische sporen? Ik ben bang van wel – ah, hier liggen thema’s voor sciencefictionverhalen. Is het toeval dat dystopieën meer voor de hand liggen dan utopieën?

Een conclusie?

Ah, in mijn opzet had ik hier ruimte vrijgehouden voor een mooie conclusie en een visie op de toekomst. Maar weet u wat? Ik zie daarvan af, ik verlaat mijn voornemen om (nog meer?) ideologische uitspraken te doen, en laat het bovenstaande gewoon zijn wat het is: losse gedachten over onze wereld.

PS Ik heb zelf wél een levensovertuiging: ik ben geen nihilist (en zélfs dat is een overtuiging die aan de kenmerken voldoet), maar wil Jezus Christus volgen. Wie daar interesse voor heeft, kan via een ander kanaal dan dit essay wel contact met me vinden.

Griekse goden

Stemmen op SF!

Mijn SF-verhalenbundel ‘Anderen – verhalen over aliens en dus over ons’ staat op de longlist voor de wedstrijd van ‘de Literaire Parel’ voor selfpubbers. Er wordt de komende weken gestemd voor de shortlist. Ah, een SF-boek in de shortlist, hoe zou dat zijn? Dystopisch, bijna… Dus zonder al te hard aan te dringen: je kunt erop stemmen – voor een boek en voor een cover. Zie de link hieronder.
Eerst nog het boek lezen? Dat kan natuurlijk ook! Ebook of paperback, op alle adressen, bijvoorbeeld via bol.com: https://www.bol.com/nl/nl/p/anderen/9300000190642711/ (ook Kobo-plus; ebook via alle bekende ebook-adressen).
Wil je meer informatie lezen over het boek, of de paperback rechtstreeks bij de auteur aanschaffen (dat kan zelfs met ingeschreven opdracht!)? Dat kan via www.wettum.org/anderen
Wil je (eerst) een verhaal uit dit boek lezen? Kijk hier voor het verhaal ‘De laatste kuil’.


Stemmen kan via deze site: https://literaireparel.nl/stem/ Het kost niet meer dan 10 seconden.

‘Een ode aan waar het echt om draait’

Het is nu twee jaar geleden dat mijn verhalenbundel ‘Het zal anders’ uitkwam. Een dunne bundel met tien verhalen. Verkenningen, zowel in het universum van de verhalen die ik wilde gaan schrijven als in het zoeken naar mijn eigen vertelstijl.

Vorige week kreeg ik een berichtje met een ongevraagde recensie waar ik even van moest blozen. Ik ben er wel blij mee, en daarom citeer ik er uit.

“Wat een prachtige verhalen zijn het! Er spreekt zo’n liefde voor menselijkheid uit. Niet de variant van ‘De jongen, de mol, de vos en het paard’ van Charley Mackesy (1), maar juist de schoonheid van de complete menselijke ervaring: het niet-weten, het verdriet, de pijn. De dingen die technologie niet kan oplossen, alleen verdoven. Door de verhalen heen deden ze me denken aan het gebed om kalmte (2).”

“Je hebt ooit ergens gezegd dat jouw mannelijke hoofdpersonages af en toe passief zijn, maar ergens bekruipt me juist het gevoel dat ze met kalmte analyseren wat wel en wat niet binnen hun macht ligt, om keer op keer te kiezen voor menselijkheid en liefde. Het heil komt niet van de technologie, niet van de gezichtsloze machthebbers, maar van de liefde. Het boek is een prachtige ode aan waar het echt om draait. Ik heb genoten. Dank voor het schrijven en delen!”

Ik ben heel blij met wat deze lezer schrijft. Als ik zelf de bundel nu doorlees, zou ik sommige dingen zeker anders doen. Ik heb bijgeleerd over vertellen en schrijven, ik ben zelf veranderd, mijn gevoel bij onze wereld is veranderd. Ik realiseer me wel dat het boekje van aanpassingen niet noodzakelijk beter zou worden…

Gelukkig heb ik die keus niet: ik kan het verleden niet veranderen. Dit boekje is wat het is, het vertelt wat het vertelt, en het doet dat zonder mij. Ik moet daarmee leven en met zulke reacties lukt dat wel.

Meer info over de bundel op www.wettum.org/het-zal-anders.

Meer recensies over de bundel op https://www.hebban.nl/boek/het-zal-anders-charles-van-wettum

(1) De lezer verwijst naar mijn recensie van dit boek op Hebban met de titel ‘Geïllustreerde oppervlakkigheid’: https://www.hebban.nl/recensie/charles-over-de-jongen-de-mol-de-vos-en-het-paard

(2) Een verwijzing naar de theologen Fransiscus van Assissi en Reinhold Niebur: https://nl.wikipedia.org/wiki/Gebed_om_Kalmte

Het is de week van het korte verhaal. Ter gelegenheid daarvan in dit bericht mijn twee 55-woordenverhalen die door de jury van de wedstrijd van Lezenswaardig in de bundel werden geplaatst. Jarig (géén SF) werd 7e in de wedstrijd, Thuiswedstrijd (wél SF) 19e.

Jarig

De verzorgenden hebben gezongen en zelfs haar demente buurvrouw murmelde mee. Er was taart met een brandend kaarsje en een geurend zeepje. Wat heeft iedereen zijn best gedaan!
Weer een jaar. Weer een jaar, waarin niemand haar gerimpelde handen heeft genomen, haar in de ogen heeft gekeken en zacht heeft gezegd ‘ik houd van jou’.

Thuiswedstrijd

Het schip landt op de middenstip met zoemende zwaartekrachtmotoren, verblindende landingslichten en overal opvliegend stof. Terwijl vierbenige aliens over de loopplank het veld op stormen, walmt de mosterdgele atmosfeer ons tegemoet. De geur van rotte eieren kennen we nog van de uitwedstrijd.Ik vuur mijn team nog eens aan. Het is altijd lastig, Betelgeuse thuis.

De bundel met 140 zeer gevarieerde 55-woordenverhalen is te verkrijgen via bol.com: https://www.bol.com/nl/nl/p/lezenswaardig-2-55woordenverhalen/9300000223187371/

Valentijn: gratis eVerhaal ‘Ooghoogte’

Ah, de liefde… Het is de sterkste drijfveer van ons gedrag, de bron van onze mooiste en meest verschrikkelijke ervaringen, inspiratie voor de prachtigste kunst.

Of is het eigenlijk evolutionaire programmering die ons een machteloos instrument maakt van ons DNA? Nee, dat is niet romantisch dus daar gaan we het niet over hebben.

Cover van het ebook 'Ooghoogte'

Liefde zal altijd blijven bestaan, vaak tot onze vreugde en soms ook tot ons verdriet. Het is daarom onontkoombaar dat ook in de sciencefiction liefde in veel verhalen de hoofdrol speelt, of in ieder geval een belangrijke bijrol. Zoals in het korte ebook ‘Ooghoogte’ waarin Margot onverwacht tot in het diepst van haar ziel getroffen wordt door de ogen van Jasper, de spektakelboy uit de TimeTrap.

Om de liefde te vieren tijdens Valentijn 2025, is de epub van ‘Ooghoogte’ hieronder gratis te downloaden als pdf. Liever een epub? Die kun je opvragen via www.wettum.org/bestellen (gratis en zonder enige verplichting).

Smaakt het naar meer? Kijk dan ook eens op www.wettum.org voor verhalenbundels, of www.wettum.org/sf voor meer gratis digitale SF-verhalen. De liefde leeft. SF leeft!

2024: een terugblik

Het was een leuk schrijfjaar, dat tweeduizendvierentwintig.

Het schrijven was prettig om te doen en had ook succes: er kwamen twee boeken uit (met goede recensies, zie hieronder!), veel verhalen op leuke plaatsen (met ook positieve reacties, zie ook hieronder). Een paar beurzen waren bijzonder aangenaam om te doen: een beetje verkopen, maar vooral veel praten met andere SF-liefhebbers.

Op wedstrijden ging het aardig – niet bijzonder goede resultaten, maar ik ben aan het leren en wie weet. De belangrijkste resultaten staan hieronder.

De faceboekpagina’s over de boeken en de LinkedIn-pagina over Nederlandstalige SF werden goed bezocht. Het aantal gepubliceerde recensies was dit jaar wat lager dan vorig jaar – ik kan helaas niet alles tegelijk en dit is dan mijn bewuste keus.

Ik ga volgend jaar gewoon door, zoals ik dit jaar heb gedaan. Eén, misschien twee boeken staan er op de rol – vermoedelijk weer geselfpubbed door Muttew via Draft2Digital, in paperback en ebook. Ik ga weer aan wedstrijden meedoen (Hebban, Waterloper, en nog een paar), verhalen in tijdschriften en bundels plaatsen (van een stuk of vier is inmiddels plaatsing toegezegd). Een paar recensies wil ik ook schrijven – lezen is belangrijk als je wilt schrijven! En zeker bezoek ik een aantal beurzen – meer dan dit jaar maar ik blijf vooral via Amazon en ebook-locaties verkopen. Belangstelling? Kijk op www.wettum.org/bestellen .

Ik wens iedereen een prachtig 2025!

Beurzen

De planning op dit moment is

  • 22 maart: Bergse Boekenweek in Bergen op Zoom
  • 29 maart: MACCnificent in Pathé, Tilburg
  • 4 mei: 9000Con inSt Amandsberg, Gent (B)
  • 6 juli: Dordtse Boekenmarkt
  • 6 september: Fantasticon in Nieuw-Vennip
  • 25 oktober: FabelFest (?), Brugge (B)
  • 1 november: HSFcon in Maastricht
  • 8 november: Fantastic Reads, AnderWereld, LocHal, Tilburg

Boeken

In januari begon de verkoop van ‘Koepel Goes’, de KliFi-verhalenbundel. De eerste druk werd snel vervangen door een tweede, waarin het openingsverhaal sterk was aangepast – de 1e druk is niet meer verkrijgbaar. De tweede werd uitstekend ontvangen: leuke reacties, goede recensies en tevreden lezers. Lees hier meer.

In oktober kwam de verhalenbundel ‘Anderen’: een groot project met 25 verhalen. Ook deze bundel is uitstekend ontvangen. De eerste recensies zijn verschenen en ik ben meer dan tevreden. Lees hier meer.

Korte verhalen

Op verschillende plekken zijn verhalen gepubliceerd. Mijn favoriete websites zijn Fantasize en in België de zeer actieve site Out Of This World. In tijdschriften publiceer ik graag in Fantastische Vertellingen, de verenigingsbladen HSF en SF Terra. Incidentele publicaties waren er in Sintel en het Vlaamse blad Weirdo’s. Een volledige lijst is te vinden op deze site.

In anthologiën stonden verhalen van mij in Ganymedes (al voor de 4e keer – daar ben ik trots op!), in ‘SF in de polder’ (uit de EdgeZero-‘In de polder’-serie), in ‘Niet van deze wereld’ (een verhalenbundel van de site OOTW), in ‘Bang voor spoken?’ (Project van Finn Audenaert, een SF-spookverhaal schrijven was een absolute uitdaging!). Op de valreep verscheen mijn verhaal ‘De wondere wereld van onze bijen’ in de bundel ‘Grimdark in de polder’, het is een net-geen-horror-SF-verhaal (of net wel?).

Wedstrijden

In de wedstrijd Nederland in 2084 scoorde ik met mijn verhaal ‘Herleef’ een plaats als runner-up (2e-5e plek) en publicatie in de bundel. Daar was ik blij mee … Ook het verhaal ‘Het einde van mijn eenzaamheid’ haalde de bundel.

Van de Waterloperwedstrijd kon ik de altijd gezellige bijeenkomst niet bijwonen. De 13e plek van mijn steampunk-verhaal ‘Innovatie’ was heel leuk – een aanmoediging om met Waterloper door te gaan. Het verhaal komt nog wel ergens goed terecht …

De Harland Prijs is een wedstrijd waar ik sinds een paar aan mee doe, wel netjes scoor maar nooit geweldig (zo tussen de 30e en de 60e plek is daar blijkbaar mijn plek). Mijn verhaal ‘Moederliefde’ werd 59e – het krijgt in 2025 een plekje in een verhalenbundel over ons zonnestelsel. ‘De zangers van Enceladus’ eindigde daar net onder, het is inmiddels opgenomen in de bundel ‘Anderen’ en Jos Lexmond (NCSF) verkoos het tot zijn beste verhaal van de bundel: ‘De zangers van Enceladus raakte me diep door de impact van een goed bedoelende daad van onze toekomstige mede aardbewoners. Lof Charles!!!’ Zo zie je maar: het kan verkeren.

In de EdgeZero wedstrijd eindigde ‘De laatste kuil’ bij de jury als 3e en kwam daarmee in de bundel. Bij de publieksverkiezing eindigde ik als 7e – het was voor mij verrassend hoog en een prachtige erkenning voor een toch niet heel toegankelijk far-future verhaal.

Bij de Godijn-wedstrijd ‘Vuurspuwers’ kwam het volledig niet-draken- en echt KliFi-verhaal ‘De draken van de winter’ op de 19e plek en dus in de bundel. Ik was blij dat een behoorlijk fantasy-georiënteerde jury toch een sterk afwijkende benadering van het thema wist te waarderen.

Vergeten: heb je dat of ben je dat?

Ik las de laatste zin van mijn recente verhaal op de site Fantasize.nl ‘De zegen van vergessen’ nog eens over en ik kreeg een vreemd gevoel. De zin was ‘Ik nam me voor mijn broer nog te bellen. Toen ik thuis kwam, was ik dat vergeten.’ Mijn lastige gevoel was: ben je dat vergeten, of heb je dat vergeten?

De afbeelding bij het verhaal op Fantasize.nl is van Gert Jan van der Bemd

Het is vreemd, want met bijvoorbeeld ‘horen’ zou ik dat probleem niet hebben. ‘Ik ben gehoord’ betekent: er heeft iemand naar mij geluisterd. Vergelijk het met ‘de gehoorde uitleg’. ‘Ik heb gehoord’ betekent: er is geluid mijn oor binnengedrongen. Geen probleem, niemand zal ooit met ‘ik ben gehoord’ denken dat het over het eigen luisteren gaat.

Maar met het werkwoord ‘vergeten’ … ‘Ik ben vergeten’ betekent duidelijk: er wordt niet aan me gedacht, zoals in ‘het vergeten boek’. ‘Ik heb vergeten’ betekent: ‘er is iets niet meer in mijn geheugen aanwezig. Maar vreemd genoeg: bij ‘vergeten’ zou ik dat laatste ook formuleren als ‘ik ben iets vergeten’ – zie de laatste zin van mijn verhaal die ook door de (toch heel strenge!) redactie niet werd verbeterd. Of op zijn minst zou ik zeggen: ‘ik ben het vergeten’ kan óók.

Van Dale zegt: ‘ik heb het vergeten’ betekent ‘ik denk er niet aan’, terwijl ‘ik ben het vergeten’ gaat over het uit het geheugen verliezen. In een FAQ zegt Van Dale over de zin ‘ik heb/ ben mijn telefoon vergeten’: in het eerste geval heb je het apparaat ergens laten liggen of heb je verzuimd het mee te brengen. Als je iets vergeten bent, dan weet je het niet meer. De conclusie van de deskundige het kan allebei, maar ‘hebben’ heeft hier de voorkeur. Het is verschil is subtiel, ik kan het begrijpen maar als ik het op mijn eigen laatste zin probeer toe te passen, besef ik dat ik in die zin er voor allebei iets te zeggen zou zijn. Lastig.

Onze Taal zegt:

  • a. Werkwoorden die een toestand of handeling uitdrukken: hebben; hij heeft geslapen, hij heeft gehandeld;
  • b. Werkwoorden die een verandering van de ene in de andere toestand uitdrukken: zijn; hij is gestorven (van levende tot dode toestand); hij is gegroeid (van klein groter geworden);
  • c. Werkwoorden die een beweging, een verandering van plaats, uitdrukken: hebben of zijn. Hebben wanneer meer de beweging zelf is bedoeld, zijn wanneer meer aan het gevolg van de beweging wordt gedacht: hij heeft de hele ochtend gefietst (hij heeft urenlang een trapbeweging gemaakt); hij is naar Brabant gefietst (hij is per fiets daar aangekomen).

Bij toepassing ad c. op ‘vergeten’ sluit dit m.i. wel aan bij Van Dale, maar of het hiermee nu helemaal duidelijk is? Mijn eigen gevoel blijft meer naar het gebruiken van ‘Ik ben het vergeten’. Zou dat betekenen dat ik vooral in termen van beweging of verandering denk, en minder in vaste toestanden? Dat zou ik stiekem wel leuk vinden …

Wat ik me afvroeg: hoe gebruiken jullie het? Zijn jullie iets vergeten, of heb je het vergeten?

Als afsluiting een gedicht, dat wel over de woorden hebben en zijn gaat, maar niet over het hier genoemde probleem. Gewoon, omdat ik het mooi vind:

Hebben en zijn

Op school stonden ze op het bord geschreven.
Het werkwoord hebben en het werkwoord zijn;
Hiermee was tijd, was eeuwigheid gegeven,
De ene werklijkheid, de andre schijn.

Hebben is niets. Is oorlog. Is niet leven.
Is van de wereld en haar goden zijn.
Zijn is, boven die dingen uitgeheven,
Vervuld worden van goddelijke pijn.

Hebben is hard. Is lichaam. Is twee borsten.
Is naar de aarde hongeren en dorsten.
Is enkel zinnen, enkel botte plicht.

Zijn is de ziel, is luisteren, is wijken,
Is kind worden en naar de sterren kijken,
En daarheen langzaam worden opgelicht.

—————————————–
uit het werk van Ed Hoornik (1910-1970)

Portret van de hoofdpersoon door Gert Jan van der Bemd.

Alien ethiek

Iedereen wordt gedreven door zijn idee over wat goed is. Ook aliens.

Titelblad van de SF-verhalenbundel Anderen.

In mijn SF-bundel Anderen – verhalen over aliens en dus over ons verken ik naast wetenschappelijke en ecologische thema’s in een paar verhalen ook vreemdheid. Daar zit een dilemma: als de vreemdheid te groot wordt, is er helemaal geen contact meer en weten we niet eens van elkaars bestaan of is die ervaring volledig eenzijdig (1). Als de vreemdheid te klein wordt, zijn aliens gewoon een soort mensen en worden parallellen te voor de hand liggend. Het meest boeiend vind ik aliens wanneer hun aard met onze eigen menselijkheid schuurt: ‘Alien ethiek’ met lastige normen.

SF leent zich bij uitstek voor zulke verkenningen. Omdat de verhalen duidelijk niet over ons gaan, kunnen we comfortabel afstand houden. Maar vergis je niet: als wij de verhalen kunnen vertellen en begrijpen, dan gaan ze over ons. Onontkoombaar.

Doorvoelde ethiek is bijna per definitie onverdraagzaam: niemand kan ‘goed’ vinden wat volledig in strijd is met zijn diepste waarden. Kun je keuzes die volgen uit andere waarden dan wel verdragen? Misschien zelfs waarderen, bijvoorbeeld omdat daden een oprechte consequentie zijn van iemands andere waarden? Lastig, denk ik: mijn waarderen is altijd gebaseerd op mijn eigen ethiek. Ik vind het bijvoorbeeld mooi als iemand consequent is – maar waarom zou dat eigenlijk goed zijn? Of als iemand eerlijk is – maar waarom is dat een deugd? De conclusie is onontkoombaar: er is geen a priori reden waarom in een ander waardensysteem mijn zo gewaardeerde deugden iets zouden betekenen.

Westers denken is veelal gebaseerd op ‘de waarde van het individu’. Soms vanuit een Joods-christelijk concept van ‘persoonlijke verantwoordelijkheid tegenover God’ (en van daaruit tegenover medemens en bijvoorbeeld schepping), soms vanuit een humanistisch wereldbeeld. De bijbehorende ethiek gaat vaak over individuele rechten (rechten van de mens, vrijheid van meningsuiting) en verantwoordelijkheden. Daaraan hangen deugden als gewetensvorming, eerlijkheid, solidariteit, aanspreekbaarheid en nog veel meer. De set biedt ruimte voor veel verschillen: elke generatie, elke filosofische school, elke bubbel en zelfs elk individu heeft de ruimte om voor het eigen handelen normen te kiezen (bijvoorbeeld over solidariteit of klimaat) of prioriteiten te stellen (bijvoorbeeld eigen familie/ ras/ volk/ land/ soort eerst).

Discussie blijft meestal mogelijk doordat onderliggende basale normen worden gedeeld. Het is wel vaak ingewikkeld. Bijvoorbeeld in de tijd: heel wat opvattingen van onze voorouders zijn (waren? vinden wij?) onacceptabel en we veranderen dus tradities, straatnamen en geschiedschrijving – het is in diezelfde tijd dat (vaak langzaam, soms moeizaam) de waardenset is aangepast tot de normen waaronder nu wordt beoordeeld. Of in bubbels: ons onwelgevallige keuzes labelen we (woke, fascistisch, wappie) en het etiket blokkeert vervolgens pogingen tot begrijpen of invoelen – terwijl er misschien soms wel een verhaal te vertellen is, over geld of informatie of ervaringen. Als het binnen onze ene set basiswaarden al ingewikkeld is, hoe ingewikkeld wordt het dan wanneer zelfs basiswaarden ongelijk zijn?

Misschien is een manier om het gesprek wél te voeren: verhalen vertellen.

  • Wat betekent het voor onze ontmoeting wanneer een alien een buurman is met een set waarden die dicht bij de onze zit (2)?
  • Hoe zou het kunnen gaan het als de alien niet ons ‘individu-model’ hanteert, maar denkt vanuit ‘eer van de familie/ stam/ soort’ (3)?
  • Hoe zou een aliensoort kunnen functioneren als de leden niet eens een individueel zelfbeeld hebben (4)?
  • Hoe zou een ras functioneren dat zichzelf als onbevraagbaar superieur ziet (5) of dat nooit over zichzelf nadenkt (6)?

Bij veel ‘anderen’ zijn vanzelfsprekendheden anders. Wat voor ons een onopgeefbare waarde is, betekent in een ander systeem misschien helemaal niets. Invoelen is dan een zware opgave (7).

Ik denk dat sommige thema’s uit Anderen ook in onze laag-bij-de-grondse verhoudingen iets betekenen. De verhalen zijn geen filosofische overdenkingen, maar slechts verhalen met een aspectje. Meestal is dat filosofische randje gewoon een consequentie van een onderwerp – de verteller is nu eenmaal mens. De lezer zou een parallel kunnen zien, maar het vinden ervan en al helemaal het trekken van conclusies laat ik graag aan die welwillende lezer over. Ik heb mijn werk gedaan, nu zijn jullie aan de beurt.

Zelf trek ik me met veel plezier terug in de veilige omgeving van mijn SF.

De inhoudsopgave van de bundel Anderen vindt u onderaan deze pagina.

  • (1) Zie de verhalen ‘De grote jacht’ en ‘Jaag onze paarden naar de sterren’
  • (2) Zie de verhalen ‘Burengerucht’ en ‘Met excuses’
  • (3) Zie het verhaal ‘Bemanningsbeleid’
  • (4) Zie het verhaal ‘De zangers van Enceladus’
  • (5) Zie de verhalen ‘Altijd weer die pubers’ en ‘Met excuses’
  • (6) Zie het verhaal ‘Het gebeurde op een donderdag’
  • (7) Normen worden ook invoelbaar door een alien-wereld van binnen te ervaren. Verhalen waarin de mens afwezig is, zijn o.a. ‘De pijn van herinneren’ en ‘Dwalend in de ziel van mijn lief’