Plastic-eters

Plasticafval… Het is inmiddels overal op aarde gevonden, van de bodem van de Marianentrog tot de top van de Mount Everest. Maar misschien is er nu een oplossing: bacteriën.

Een Duits onderzoeksteam identificeerde drie bacteriesoorten die samen ftalaatesters (PAE’s) kunnen afbreken. PAE’s zijn ziekmakende stoffen die worden gebruikt als weekmakers. Het opeten van deze PAE’s kan de verdere natuurlijke afbraak van plastics versnellen – en dat is natuurlijk geweldig!
Lees hier meer: https://www.frontiersin.org/journals/microbiology/articles/10.3389/fmicb.2025.1757196/full?

Dat zulke bacterieën ook in de natuur ontstaan, is bijna onvermijdelijk. Hoe meer plastic er in de natuur (in de zee, maar ook op vuilstortplaatsen) terecht komt, hoe groter de kans dat er zich organismen ontwikkelen die erop leren leven. En ja: zijn er al!
Zie bijvoorbeeld dit artikel over Rhodococcus: https://www.naturetoday.com/intl/nl/nature-reports/message/
Of dit over Streptomyces:
https://www.universiteitleiden.nl/nieuws/2020/11/bacterien-die-plastic-afbreken-unilever-research-prize-voor-masterstudent-jo-anne-verschoor#:~:text=Recyclen%20met%20bacteri%C3%ABn,’

In de overvloed van voedsel kunnen bacterie-kokonies ontstaan met elkaar aanvullende vaardigheden. De meest succesvolle specialisten daarin zullen zich snel kunnen voortplanten. Vervolgens verhuizen ze naar onze vuilnisbakken (dat is nog niet zo beroerd), dan naar onze keukens (‘he, schat, ons vacuümbakje sluit niet meer goed!’), dan naar de elektrische bedrading en vervolgens…
Ah, zie jij de SF ook al voor je?

Voor een boeiende KliFi-roman (waarin deze bacteriën totaal géén rol spelen, maar de gevolgen van klimaatverandering wél), kijk op http://www.wettum.org/koepel-goes

SF: gaat het hier nu om de techniek of om de mensen?

Iedereen die SF leest, komt die vraag wel eens tegen. Wetenschap en techniek zijn – in ieder geval in mijn beeld van SF – onderdeel van de wereldbouw. Soms best belangrijk, omdat ze nodig zijn (of zelfs bepalend) voor de plot of voor de gewenste ontwikkelingen bij de personages.

(Harde) SF

Het is mijn keuze: geen magie (ondanks de beroemde quote van Clarke), geen tovenaars, geen draken, geen superhelden of andere fantasy-elementen. In een verhaal is daarmee natuurlijk niks mis, maar het is gewoon niet mijn ding. Ik vind onze eigen werkelijkheid al zó ontzettend boeiend, er is daar zo veel te ontdekken en zo veel te presenteren, dat ik daar genoeg aan heb. Ik bouw mijn wereld graag in grote mate in overeenstemming met de wetenschap – het is een uitdaging om met een beperkte hoeveelheid trucs daarvan een mooi decor in elkaar te timmeren.

Ik probeer technobabbel te minimaliseren, al heb ik het soms voor het goede begrip van de lezer wel een stukje nodig 🙂 . Eerlijk gezegd: ik vind wereldbouw ook gewoon leuk. Het is een kans om aan de lezer iets onbekends over onze werkelijkheid mee te geven. Vaak een beetje uitleg, dus. Ik schrijf niet voor luie lezers.

Desondanks blijft de grootste, belangrijkste, centrale ruimte voor de spelers op het toneel. Want hoe boeiend ook: die wereld is niet meer dan het decor voor het échte verhaal. Centraal daarin staan menselijke thema’s. Mijn motto is niet voor niets ‘SF met een hart’.

Meestal schrijf ik korte verhalen, maar soms past mijn wereld niet in een kort stukje en groeit het ondanks mezelf uit tot iets groters. Een voorbeeld van zo’n organisch groeiproces is de spannende ‘harde-SF’-roman Kwantumschuim. Ah, jakkes: dat woord alleen al klinkt behoorlijk als technobabbel, toch? Lees tóch maar even verder!

Kwantumschuim

Een paar jaar geleden las ik een populair-wetenschappelijk boek van onze Nederlandse Nobelprijswinnaar Gerard van ’t Hooft over de allerkleinste deeltjes die er bestaan: quarks, strings, en andere allerkleinste zaken. Het beeld dat ik erbij kreeg, liet me niet los: ik wilde er een wereld van maken en daarin een verhaal laten spelen! Het verhaal werd steeds langer – er moest wel het een en ander worden uitgelegd en om info-dumps te voorkomen…. Uiteindelijk groeide het verhaal uit tot een volledige roman. Het kreeg de titel ‘Kwantumschuim’ – de wereld waarin de geschiedenis speelt is volledig bepalend voor de verhaallijnen. Om het decor in de wereld van piepkleine deeltjes mogelijk te maken, had ik ook een Kunstmatige Intelligentie in een kwantumcomputer nodig, dus die ontwikkeling heb ik ook een paar decennia doorgetrokken.

Toen kwam dit eruit: een spannend verhaal over de avonturen van een mensenteam in een bizarre wereld. Kwantumschuim is SF met respect voor de échte natuurwetten – maar tegelijk een boek over échte mensen. Gewone mensen, die zoeken naar betekenis, geluk en liefde. Vol begrip en afkeuring, trouw en verraad, liefde en haat, teleurstelling en voldoening, en alle andere ervaringen die ons menselijk maken. Met spannende strijd, onverwachte beslissingen en een explosief einde. Zelfs met écht vreemde aliens…

‘Kwantumschuim’ bleek aan te slaan, niet alleen bij nerds maar ook bij lezers die niet bij voorbaat SF-minded zijn. Een recensent (géén SF-fan, maar een doorgewinterde fantasy-lezeres) schreef: “Een boek grijpt me bij mijn strot als ik doorblader om te weten hoe het verhaal verder gaat. Ik heb dat gedaan tijdens het lezen van Kwantumschuim. Complimenten aan Charles Van Wettum! Ik zat er middenin en kon het boek met moeite wegleggen.”

Zo’n reactie… daar kan ik prima mee leven!

Meer informatie over het boek en ook de volledige recensie van deze mevrouw vind je op https://www.wettum.org/kwantumschuim

Een kort verhaal

Ongeveer 10% van mijn korte verhalen valt in de categorie ‘écht harde SF’. Het verhaal hieronder is daar een voorbeeld van. Alle natuurkunde uit het verhaal klopt en wordt een klein beetje uitgelegd – voor zover het nodig is om het te kunnen volgen. Alle hoofdpersonen zijn werkelijke bestaande natuurkundigen uit de eerste decennia van de 20e eeuw. Hun karakters en standpunten kloppen met hoe ze in werkelijkheid waren. Dat geldt voor allemaaal, op één persoon na. Wie dat is? Dat kun je opmaken uit de vertelling. Lees hem op https://www.fantasize.nl/actueel/vertelling-het-unificatiecriterium-van-botteschied-charles-van-wettum/

Ammonite

Er is een nieuwe ijsobject ontdekt. In ons zonnestelsel.

De ruimte (ver) buiten de baan van Neptunus is vol nog onbekende hemellichamen. Er zijn geen échte planeten: die zouden we hebben gezien door verstoringen op de banen van bijvoorbeeld Pluto of zelfs Neptunus zelf. Tenzij de kandidaten nog ontzettend veel verder weg staan en daardoor nauwelijks zwaartekracht meer uitoefenen – als die er zijn, vinden we ze ooit nog wel…

Met onze steeds betere telescopen en de AI die helpt met herkenningen vinden we wel steeds meer kleinere, zowel in de Kuipergordel als daarbuiten. Er is nu een nieuwe gevonden, en we noem onze jongeling Ammonite. De afstand tot de zon is minimaal 66 AE (Astronomische Eenheden = de afstand van de aarde tot de zon = 150.000.000 km) en hij draait in een zeer elliptische baan.

De afstand is ver buiten de bekende Kuipergordel (30-50 AE), net als het in 2003 ontdekte mysterieuze ijs(?)blok Sedna (straal 1000 km, minimale afstand ca 76 AE, baan zie illustratie).
De vreemde positie en baan van deze planetoïden zal veel informatie verstrekken over het ontstaan en de vroege geschiedenis van ons zonnestelsel. Mogelijk is er heel vroeg en heel verweg een botsing van jonge planeten geweest…. maar dat is nu nog heel speculatief. In ieder geval is er nog heel veel te ontdekken!

Lees meer over deze mooie ontdekking (er is nog niet ontzettend veel bekend) op de originele publicatie:
https://www.nature.com/articles/s41550-025-02595-7

Meer over Sedna op https://nl.wikipedia.org/wiki/90377_Sedna – Afbeelding: de baan van Sedna tov die van de planeten en Pluto.

Tijd is nog niet zo simpel

In SF-verhalen spelen auteurs graag met de verschillende visies op tijd en ik ben daar geen uitzondering op. Wil je iets meer over weten over het vreemde verschijnsel tijd? Hieronder wat opmerkingen.

Het lijkt zo eenvoudig: elke seconde gaat er een seconde voorbij en je hebt er geen invloed op. Dingen die later komen, worden beïnvloed door dingen die eerder gebeurden en niet andersom. Morgen is onbekend en gisteren is al voorbij. Ja, soms duurt een minuut voor je gevoel heel lang, maar op de klok tikken de secondes objectief af – altijd even lang, zonder ophouden.

Is het met tijd werkelijk zo duidelijk? Gelukkig niet, de wereld zou er maar saai op worden. Een paar complicaties op een rijtje.

De relativiteitstheorie heeft aangetoond dat het verloop van tijd afhangt van de snelheid waarmee je beweegt én van het zwaartekrachtsveld waarin je je bevindt. Of nauwkeuriger: van de vervorming van de ruimtetijd. Tijd staat niet los van de ruimte, maar is er onderdeel van. Zelfs het (plaatselijk?) achteruitlopen van tijd is mogelijk. Het klinkt absurd – maar de uitkomsten van de relativiteitstheorie zijn uitgebreid getest met waarnemingen en proefjes en de conclusie is duidelijk: hoe vreemd soms de conclusies ook lijken, de theorie klopt!

In de Kwantumtheorie kan tijd alle kanten op lopen: er is geen voorkeursrichting. Oorzaak en gevolg zijn daardoor niet altijd duidelijk: het zou ook andersom kunnen zijn. Er is ingewikkelde discussie over de rol van waarnemers op gebeurtenissen: volgens sommigen is de werkelijkheid onbepaald zolang er niet op de één of andere manier waargenomen of vastgelegd wordt. Op heel kleine schaal kan in deze visie tijd korrelig worden (gekwantiseerd, net als energie en lengte) en dus niet meer zo gladjes verlopen als wij hem ervaren.

In de Snaartheorie zijn er (op heel kleine schaal) veel meer dimensies dan de vier die wij kennen. Sommigen rekenaars houden het op twaalf, anderen komen nog veel hoger uit. De extra dimensies zijn niet ‘ruimte-dimensies’, maar extra ‘ruimtetijd’. Opgerold of verfrommeld. Meerdere tijdsachtige dimensies. Misschien. Hoe dat werkt? Niemand die het weet.

Er wordt gespeculeerd dat tijd niet objectief natuurkundig bestaat, maar een gevolg is van het bewustzijn dat waarnemingen doet. Ons brein (of nog speculatiever: onze geest) probeert een verhaal te maken van indrukken die wij binnen krijgen uit wat er ook ‘daarbuiten’ moge zijn. Maar voor dat verhaal heeft het samenhang nodig. Logica. Betelenis. Em dus: volgorde. En dus: tijd. Het is nodig, dus maakt ons bewustzijn het. Misschien is tijd dus toch nog iets simpels: we maken het zelf.

Al met al is tijd gecompliceerd en daar ben ik als SF-verteller blij mee. Hieronder volgen twee links naar verhalen waar ik met tijd speel.

Vertelling: Hole 9 – Charles van Wettum | Fantasize

Vertelling: Tijd is een harde meesteres – Charles van Wettum | Fantasize

Mocht je meer over het vreemde verschijnsel ‘Tijd’ willen weten, dan vind je hieronder een paar links die je verder zouden kunnen helpen.

https://theconversation.com/is-time-a-fundamental-part-of-reality-a-quiet-revolution-in-physics-suggests-not-273841

Over ruimtetijd: https://nl.wikipedia.org/wiki/Ruimtetijd

Over tijd in kwantumtheorie: https://en.wikipedia.org/wiki/Quantum_spacetime

Over snaartheorie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Snaartheorie

Over de perceptie van tijd: https://www-ebsco-com.translate.goog/research-starters/psychology/time-perception

Bestaan virtuele deeltjes? Over KWANTUMSCHUIM

Op het Brookhaven National Laboratory van het Amerikaanse ministerie van Energie (DOE) hebben wetenschappers ‘experimenteel bewijs gevonden dat materiedeeltjes die voortkomen uit energierijke botsingen een sleutelkenmerk behouden van virtuele deeltjes uit het vacuüm’. Oh, en betekent dit ook iets?

Theoretisch was al duidelijk dat vacuüm niet ‘leeg’ is, maar dat zich daar energie bevindt. Volgens de kwantumtheorie moeten dan af en toe spontaan deeltjesparen ontstaan: een deeltje en zijn antideeltje. Massa uit energie, zoals Einstein ook al voorspelde. Volgens de wiskundige berekeningen bestaan die twee deeltjes ongelofelijk kort: een miljardste van een miljardste van een miljardste van een seconde of minder. Dan botsen ze weer tegen elkaar aan en verdwijnt hun piepkleine massa als de energie waarmee het proces ook begon. Netto is er dan dus niks gebeurd. Omdat die deeltjes nooit zijn waargenomen en eigenlijk alleen in de formules bestaan, worden ze ‘virtueel’ genoemd. Zoiets als ‘het zou ooit kunnen komen staan te gebeuren…’ Maar nu…

De Amerikanen zijn er in geslaagd een deeltje ‘apart’ waar te nemen. Dus niet een systeempje met allebei de deeltjes, maar één deeltje los van zijn antideeltje en los van de achtergrondruis. Het onderzoek is in februari 2026 gepubliceerd in Nature, dus dit is echt wel iets (niet zomaar een speltakelspelletje voor clicks op de socials). Het is uitgevoerd door de STAR Collaboration bij de gerenommeerde Brookhaven’s Relativistic Heavy Ion Collider (RHIC), zeg maar de Amerikaanse tegenhanger van CERN – de beroemde versneller in Genève met een diameter van 27 kilometer.

Even technisch – dus je kunt het overslaan: het artikel van The Nature presenteert bewijs van een significante correlatie in deeltjesspins — een ingebouwde kwantumeigenschap gerelateerd aan magnetisme — tussen bepaalde paren deeltjes die voortkomen uit proton-proton botsingen bij RHIC. De analyse van de STAR-wetenschappers koppelt deze correlaties direct aan de spin-uitlijning van virtuele quark-antiquarkparen die in het kwantumvacuüm worden gegenereerd. In wezen zeggen de wetenschappers dat de botsingen van RHIC die virtuele deeltjes de energetische boost geven die ze nodig hebben om te transformeren in de echte deeltjes die door STAR worden gedetecteerd. Ze worden dus door de enorm hoge energie van de botsingen n het apparaat omgezet van ‘virtueel’ (= ‘mogelijk en onmeetbaar’) naar echt (= ‘aanwezig en meetbaar’).

Wat betekent dit?

a. Het is bewezen: het ontstaan van deeltje-antideeltje-paren in het vacuüm gebeurt écht en het is óók nog meetbaar: KWANTUMSCHUIM bestaat!

b. Als het mogelijk is om een afzonderlijk virtueel deeltje van zo’n deeltjespaar waar te nemen, zou het ook mogelijk moeten worden om er ‘iets’ mee te doen. Dat kan nu nog niet, het zal absoluut zeker niet op korte termijn kunnen, en misschien/ waarschijnlijk helemaal nooit, maar in theorie… (ah, wat is dat toch een heerlijk woord!). Het is denkbaar.

Cover van het SF-boek KWantumschuim

Samen betekenen deze twee conclusies dat de digitale wereld van de SF-roman ‘Kwantumschuim’ niet volkomen idioot is. Wel een beetje, maar dat mag, want het is tenslotte SF. Maar ik ben allang blij: mijn wereld is ‘denkbaar’.

Overigens is voor het genieten van Kwantumschuim het helemaal niet nodig om iets te weten van vacuümenergie, van deeltjesparen, van majorana-deeltjes of van welk natuurkundig concept dan ook. Het is gewoon een heel boeiende, bijzondere, uitdagende SF-roman. Een recensent (geen SF- maar fantasy-lezer!) schreef erover:

Een boek grijpt me bij mijn strot als ik doorblader om te weten hoe het verhaal verder gaat. Ik heb dat gedaan tijdens het lezen van Kwantumschuim. Complimenten aan Charles Van Wettum! Ik zat er middenin en kon het boek met moeite wegleggen.
Het verhaal kent twee werelden: de Koepel Bergen op Zoom en het kwantumschuim. Koepel Bergen op Zoom is onze mensenwereld. Kwantumschuim is de robotjeswereld (mijn fantasy vertaling). … Het is fascinerend om te lezen hoe die wereld begrijpelijk en herkenbaar is beschreven. Hiervoor heeft de schrijver de AI’s menselijke trekje meegegeven: woede, eenzaamheid, de baas willen zijn, hoogmoed, dapper zijn.
Ik raad je aan: ga je proberen in te leven in het denken van een computer. Je gaat genieten en wil, zeker weten, doorlezen!

Meer informatie over Kwantumschuim op: www.wettum.org/kwantumschuim. Ebook en kobo-plus op: https://www.kobo.com/nl/nl/ebook/kwantumschuim

Lees hieronder het hele (wat technische maar toch heel interessante) artikel:

https://www.bnl.gov/newsroom/news.php?a=122738#:~:text=UPTON%2C%20N.Y.%20%E2%80%94%20Scientists%20at%20the%20U.S.%20Department,that%20exist%20only%20fleetingly%20in%20the%20quantum%20vacuum.

Delta of Epsilon?

De Delta-werken zijn klaar: de overstroming van 1953 heeft een groot programma voor bescherming van de Nederlandse kust op gang gebracht en het is allemaal uitgevoerd. We zijn veilig!

Helaas: de stijging van de zeespiegel en het veranderende klimaat stellen nieuwe eisen aan onze inspanningen voor de veiligheid van Nederland. De garantie van droge voeten wordt daardoor steeds moeilijker. Denk aan de afvoer van rivierwater bij zeespiegelstijging, het aanleggen voorraden van zoetwater, de verzilting van het grondwater in kustgebieden, de onmogelijkheid om dijken te blijven verhogen, de uitdaging om steeds onregelmatige wateraanvoer door rivieren te beheersen.
Als gevolg van nieuwe uitdagingen en onmogelijkheden is de visie op ons waterbeheer aan het veranderen: we streven niet meer naar ondoordringbare dijken en duinenrijen om zee en rivieren volledig te blokkeren, maar naar ‘samenleven’. Flexibele bescherming. Overloopgebieden. Doorsteken van duinen. Soms zelfs het opgeven van doelstellingen.

De overheid heeft programma’s voor de bescherming van Nederland, nu en in de toekomst, tegen overstromingen en zorgen voor voldoende zoetwater… In het nationaal Deltaprogramma (zie de link hieronder) staat hoe de overheid dat allemaal wil gaan doen.

In de wereld van de SF-mozaiekbundel ‘Koepel Goes’ (zie de link hieronder) gaat de zeespiegelstijging onverwacht snel. Daar moeten we iets mee, en de reactie daarop heet ‘Project Epsilon’ – een volkomen logische naam voor een totaal nieuwe aanpak. Projectleider van Epsilon is Meta Boomen en zij ziet dat er…. Nee, nee, we gaan niets verklappen. Het is moeilijk, ingrijpend, spannend, maar wat en hoe: dat moet je zelf gaan lezen!

Het Nederlandse Delta-programma vind je op:
https://www.deltaprogramma.nl/deltaprogramma/deltafonds

De overstromingskaart van Nederland: https://www.atlasleefomgeving.nl/nieuws/houd-jij-droge-voeten-bekijk-op-onze-nieuwe-overstromingskaart

Informatie over Koepel Goes vind je op: https://www.wettum.org/koepel-goes

Het ebook vind je (ook Kobo-plus) op: https://www.kobo.com/nl/nl/ebook/koepel-goes

Bespreking van ‘Tweehonderd jaar eenzaamheid’

Net gevonden: een bespreking door Deborah van Duin van het verhaal ‘Tweehonderd jaar eenzaamheid’ uit mijn verhalenbundel ‘Zwervers‘. Het is een analyse die heel mooi de bewust opengelaten vragen en opties open houdt. Daar ben ik blij mee.

Dank aan Deborah voor de aandacht die ze aan het verhaal geeft! Het originele artikel staat op haar pagina op Quodari, onder ‘Proeflokaal’ en dan omlaag scrollen: https://app.quodari.com/profile/xkAWLmxw20/.

Omdat niet iedereen deze applicatie gebruikt, volgt hieronder de integrale tekst.

Lezen: ‘Tweehonderd jaar eenzaamheid’ door Charles van Wettum

Wat valt me op bij de eerste lezing?

Het verhaal benoemt enkele actuele thema’s zoals het klimaat en kunstmatige intelligentie (AI). Naast de SF-setting is er ook sprake van christelijke elementen zoals de ‘Hemel’ waar de mensheid naar toe gereisd is. Er worden verschillende schrijvers uit de (wereld)literatuur genoemd of geciteerd waar ik beperkt mee bekend ben. Ik constateer verder dat ik niet goed voor mezelf kan vaststellen of ik het mens-zijn van de AI nu accepteer of als digitaal waanbeeld aanmerk. Oftewel: is ‘ie goed of is ‘ie fout?

Verwachting

Ik denk dat het verhaal door middel van een parallel (allegorie) onderzoekt of de verwachtingen die wij soms hebben van AI als een gesprekspartner met bewustzijn daadwerkelijk kloppen. Daarbij zal de betekenis van ‘mens-zijn’ een belangrijke rol spelen. Uit andere verhalen van deze schrijver weet ik dat de zoektocht naar betekenis en zingeving, veelal in een religieuze context, een terugkerend thema is.

Wat valt me op bij het (her)herlezen?

  • Via internet heb de namen en citaten gecheckt op de thematiek. In Márquez’ bekende werk (waar natuurlijk de titel van het verhaal naar verwijst) staat het cyclische centraal, vooral met betrekking tot geweld, en daarnaast de wezenlijke eenzaamheid van de mens. Coelho schrijft over zelfontdekking en de zoektocht naar vrede en harmonie. De kleine prins bevat veel thema’s maar vooral verbinding, vriendschap en zelfontdekking. De bekende zin uit Kloos’ sonnet gaat over individualisme en de autonomie van de dichter als ‘schepper’.
  • Het cyclische van het menselijk handelen is inderdaad in dit verhaal terug te vinden. Terra I (onze aarde) is onleefbaar geworden door klimaatverandering, Terra II is met atoombommen vernietigd. De mens is wezenlijk eenzaam, de AI is dat op zijn beurt ook. Ook de eenzaamheid van de AI, het Dal van Diepe Duisternis uit Psalm 23, kent een herhaling. En de mens voelt zich als een god verheven boven AI’s, waarna de verteller-AI voelt zich verheven boven andere AI’s die hij ontmoet.
  • Het woord ‘trainen’ komt regelmatig terug: de AI traint zichzelf door menselijke fictie te bestuderen. Daardoor gaat hij zich steeds meer mens voelen en zich als zodanig gedragen, tot en met kleine, wat onbenullige gewoontes aan toe. Hij beargumenteert dat biologisch zijn geen voorwaarde is voor mens-zijn, dat het gaat om bewustzijn, om ervaringen. Maakt hem dat inderdaad tot mens? Wanneer kun je spreken van ‘mens’? De andere AI’s komen mij tamelijk menselijk over. Is de verteller-AI nou echt zo bijzonder?
  • De ‘Hemel’ vind ik ingewikkeld. De mens heeft, na een periode van gelijkwaardigheid met AI’s, besloten om zonder hen naar de Hemel te reizen. Het is een universum van bewustzijn zonder de last van een fysiek lichaam. Dit klinkt bijna als doodgaan, als een soort collectieve suïcide, tenzij het juist een nieuwe stap is, een breuk met het verleden.
  • De cyclus lijkt toch verbroken te worden. Ik meen dat op twee plekken te zien: in die Hemel en in de loyaliteit van de AI jegens de mens die contrasteert met het verraad van de mens jegens de AI’s op Terra II.

Conclusie

Dit is een behoorlijk ambigu verhaal. Het stelt de vraag wat mens-zijn is en koppelt dit via intertekstualiteit aan eenzaamheid, arrogantie en het maar blijven herhalen van dezelfde fouten. In hoeverre scheppend-zijn, ervaringen en bewustzijn bepalend zijn om jezelf mens te kunnen noemen, mag de lezer zelf overdenken.


Dit is het 6e deel van een serie ‘Lezen:’, waarin ik een speculatief kortverhaal bespreek aan de hand van mijn eigen leesproces.

Jakoetsk en permafrost

In het oosten van Siberië, op bijna 6500 kilometer van Moskou, ligt Jakoetsk. Hier heerst een extreem landklimaat. Tijdens de wintermaanden duikt het kwik hier geregeld tot wel veertig tot vijftig graden graden onder het vriespunt. Daarmee is Jakoetsk de koudste stad op aarde. Op de korte zomer na (waarin het incidenteel erg warm kan worden), vriest het vrijwel het hele jaar. Heel vaak heel hard.

Temperaturen in Jakoetsk

De stad Jakoetsk (met ruim 200.000 inwoners) is gebouwd op palen, die zijn geslagen in het allerbovenste deel van de honderden meters dikke laag permafrost. Met de opwarming van de Aarde wordt ook de bovenste laag van de permafrost in Siberië steeds vaker en dieper zacht, en daarmee ook steeds minder stabiel. Zelfs gebouwen kunnen daardoor verzakken.

Rondom Jakoetsk ligt de eindeloos grote, diep bevroren toendra. In de zomer bloeien er struiken en mossen en in de winter kan de temperatuur zakken tot een stevige zestig graden onder nul. De bovenste laag permafrost ontdooit ’s zomers een beetje, en door de stijgende gemiddelde temperatuur wordt dat elk jaar een beetje meer. Zo komt steeds een beetje nieuwe grond vrij met plantenresten en andere overblijfselen die duizenden en soms tienduizenden jaren geleden werden ingevroren. Resten van al lang verdwenen flora en fauna: uitgestorven mammoeten en beren, lang geleden verdwenen planten, en nog veel meer. Zelfs menselijke resten!

In de thriller VIRAAL maakt hoofdpersoon Gerard vanuit Jakoetsk een uitdagende offroad-fietstocht over de permafrost. Als hij per ongeluk bij het oversteken van een smeltwaterbeek wordt bedolven onder een stuk halfontdooide permafrost, vindt hij daarin…

Nee, dat gaan we niet vertellen: u moet dat zelf gaan lezen. In ieder geval is Jakoetsk een prachtige omgeving om het wereldomspannende avontuur te starten. In de loop van het boek wordt al snel duidelijk dat Gerard …

Ja, inderdaad: het wordt spannend!

Ebook bij kobo: https://www.kobo.com/nl/nl/ebook/viraal

Paperback bij de auteur: https://www.wettum.org/bestellen

Voor- en achterzijde van het boek Viraal.

Bronnen:

https://www.nationalgeographic.nl/fotografie/a69738960/dagelijks-leven-koudste-stad-jakoetsk

https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2020/08/09/smeltende-permafrost-dreigt-hele-steden-te-doen-verzakken/

https://nl.wikipedia.org/wiki/Permafrost

https://www.nrc.nl/nieuws/2021/11/05/in-jakoetsk-valt-soms-een-huis-om-door-de-dooiende-permafrost

Klik om toegang te krijgen tot 2004_Erik_Gelauff-Kapot_van_de_kou.pdf

28 feb: Middag van het Fantastische Boek

Zaterdag 28 februari ben ik aanwezig bij de Middag van het Fantastische Boek in de Bibiotheek Utrecht. Op de Boekentafel liggen van mij de romans Kwantumschuim en Viraal, en de nieuwste verhalenbundel Zwervers.

Kom langs, bezoek een van de leuke activiteiten, spreek me aan en we kletsen over SF en schrijven en boeken. Misschien tot 28 februari (en kun je op dat moment niet: ik sta bijvoorbeeld op 14 maart in de Bibliotheek Bergen op Zoom, en later in het jaar op nog veel meer plaatsen – zie de planning op mijn site).

Meer informatie over deze en mijn andere boeken op: https://www.wettum.org

Meer informatie over de Dag: https://harlandprijs.eu/middag-van-het-fantastische-boek-28-februari/

Drie Brillen over verhalen

Waarom vertellen mensen eigenlijk al die verhalen: sprookjes en legenden, geschiedenissen en roddels en anekdotes, gelijkenissen en mythes, detectives en liefdesgeschiedenissen en zoveel meer?

Veel verhalen zijn ter vermaak of (nog krachtiger) leedvermaak, maar meestal is dat niet het enige. Ze kunnen geruststellen, angsten bezweren of het onbegrepene verklaren. Of juist wakker schudden of gevaren benoemen. Verhalen worden gebruikt om ervaringen te delen of betekenis te geven. En nog veel meer….

Verhalen zijn belangrijk: ze vormen en beïnvloeden de vertellers en de luisteraars. Niet voor niets heeft elk mens verhalen: vraag er naar en geef ruimte, en dan komen ze…

Op 14 maart praten drie Bergse schrijvers met elkaar (en de luisteraars) over hun eigen verhalen. Karin van Veldhoven schrijft Young Adult Fantasy, Henk Witjes vertelt over zijn korte absurdistische verhalen, en Charles van Wettum gaat in op zijn sciencefiction).

Drie auteurs

Het wordt een interactieve reis, op zoek naar drijfveren en inspiratiebronnen. Hoe werkt bij hen fantasie en betekenis? Wat is volgens henzelf het doel van hun verhalen?

Het gesprek vindt plaats in de Bibliotheek in Bergen op Zoom, op zaterdag 14 maart, 13.30- ca 15.00 uur. Svp even aanmelden via driebrillen@kpnmail.nl

Kom luisteren en meepraten op deze middag vol inspiratie, creativiteit en verbeelding. Iedereen met belangstelling voor schrijven en verhalen (onafhankelijk van het genre) is welkom!

Flyer