Een subjectieve bespreking.
Dit is de derde klimaatbundel van Johan Klein Haneveld bij Uitgeverij MACC. In deze bundel wilde de samensteller/redacteur verhalen uit het genre ‘klimaatfictie‘ (en die heeft in onze wereld bijna per definitie een dystopische omgeving), maar tegelijk moest er uitdrukkelijk vooruit worden gekeken. Niet (alleen) dystopisch somberen, maar strijd, een boodschap van het zoeken en grijpen van kansen, mogelijkheden, oplossingen. De toekomst is aan ons – maar wat en hoe?
Eén ding is zeker: het thema is door de 27 (!) auteurs uiterst fantasievol en gevarieerd ingevuld.
De opdracht
De auteurs hebben in overgrote mate naar de opdrachtgever geluisterd. Ze plaatsen hun verhalen in omgevingen die variëren van een herkenbaar ‘bijna hier en bijna nu’ tot andere planeten tot hartverscheurende dystopieën.
Een aantal verhalen beschrijft klimaatfictie in onze eigen wereld of een voorstelbare dystopische toekomst ervan. De verleiding om te vervallen tot een platitude als ‘wanneer samen beter ons best doen’ of maatschappelijk zwarte-pieten was klaarblijkelijk niet altijd te weerstaan. Al lezend dacht ik: misschien hoort die invalshoek ook wel gewoon bij het onderwerp. Incidenteel krijgt het verhaal zelfs een moraliserend sausje.
Diametraal daartegenover staan in de bundel de fantasievolle interpretaties die de opdracht positioneren in compleet andere werelden, met toch regelmatig heel duidelijk herkenbare parallellen. Ik merkte bij het lezen dat juist de vreemdheid die deze verhalen droegen de impact van de (vaak toch impliciete) boodschap versterkte. Voor mij betekent het dat de opdracht van de redacteur succesvol was.

Hoopvol?
Ook de opdracht om ‘strijdlustige’ verhalen te schrijven, leidde tot variaties. De aangereikte opties varieren van beschreven technologische oplossingen tot een vage suggestie van kansen. Van aanklacht tegen het heden tot een pad naar de toekomst. Van opstandige enkelingen tot maatschappelijke processen. Van zelfopoffering tot het listig vernietigen van tegenstanders.
Zo geven sommige verhalen hoop in de vorm van complete oplossingen. Andere beperken zich tot een vage suggestie dat een verbetering ‘misschien mogelijk wel eens zou kunnen komen staan te gebeuren’. In enkele verhalen (o.a. in het kannibalenverhaal van de samensteller zelf) lukte het mij niet goed om strijdlustige cq hoopvolle elementen te vinden – maar misschien staat mijn antenne daarvoor niet scherp genoeg afgestemd. Is het voldoende om vast te stellen dat in hopeloze situaties niet elk mens ten onder gaat? Misschien wel….
Strijdlust cq hoop blijkt in ieder geval subjectief en kent duidelijk vele vormen.
Breed en goed aanbod
De bundel heeft dus voor velen iets. Van lichte fantasy tot SF. Van realistische kortetermijn klifi tot hoogspeculatieve exobiologie. Van juridisch pleidooi tot multiversum. Van geboorte tot consumptie van lichaamsdelen. Van KI tot plastic goden. Van spierloze puber tot superman-op-rijm. Van multiversum tot geen-idee-waar-we-zijn.
Dat sommige verhalen een lezer meer aanspreken dan andere, is dan onontkoombaar. Wanneer ik dus hieronder een paar verhalen noem, is dat een volledig subjectief rijtje van wat mij bijbleef. Dat is niets ten negatieve van de andere verhalen: er was geen enkele bijdrage die m.i. niet opgenomen had kunnen worden.
Mijn favorieten
Eerst de verhalen die mij het meest tot nadenken stemden – en dat is wat mij betreft de hoogste lof.
Het hoogtepunt van de bundel is voor mij Frans van der Eem met ‘Schaduwen van groen’. Een inktzwarte maar afgrijselijk voorstelbare dystopie. Ondanks de zwartheid is er hoop en volharding. Het verhaal realiseert wat mij betreft de hele intentie van de bundel: een échte must-read.
Anna Lopez Dekkers maakt in ‘De Aard’ is ons gegeven’ de religie van consumentisme invoelbaar, en de strijd daartegen ook. Het is een origineel en goed geschreven verhaal. Voor mij een topper in deze bundel.
In ‘Alle stemmen behouden’ gebruikt Jasper Polane een andere planeet om ons eigen verhaal te vertellen. Vervreemdend en juist daardoor komt het unheimisch dichtbij. Aangrijpend in de machteloosheid en moed die hij beschrijft.
Er zijn ee paar verhalen die ik hier graag even wil vermelden.
‘Heimwee naar Ambolesi’ van Marco Knauff mist m.i. échte hoop, maar de sfeer van het verhaal is prachtig genoeg om het hier te noemen.
‘Nadat lobbyist Tarik Gülmez met Roundup wordt besproeid’ van Roderick Leeuwenhart is horror en toch nét nog rationeel. Een riskant evenwicht, dat m.i. goed uitpakt.
De prijs voor de langste titel gaat naar Finn Audenaert. Zijn verhaal wordt boeiend door het consequent doorgevoerde taalspel: een overdaad aan woorden (de titel is een goede voorspeller!) in een zeer poëtische stijl die past bij het door de auteur gekozen decor.
‘Koningin Economie’ van Inge Sleegers ervoer ik grotendeels als de synopsis van een roman die nog geschreven moet worden. Maar het klonk wel heel erg boeiend, dus wat mij betreft: schrijf hem!
In ‘Bunkeren’ van Tom Kruijsen en Cornelie Moolhuizen was de geschetste context zó ontzettend dystopisch en tegelijk invoelbaar, dat ‘hoop’ een naar het bizarre neigende invulling kreeg. Vervelend en toch mooi.
De ‘Plastic Coup’ van Patrick Berkhof sprak me aan door de aan de klassieke Griekse goden refererende setting. Mooi opgebouwd en verteld, en voer voor legendes.
Trouwens: ook alle hier niet genoemde verhalen waren leuk om te lezen. De bevalling van Marjan Brouwers, de rijmen van Mark Groenen, de kittens van Esther Wagenaar, de Maga-stad van Theo Barkel, de atomen van Liesbeth Jochemsen, en nog veel meer: heel veel fantasie, allemaal goed geschreven, vermakelijke verhalen. Over mijn eigen verhaal ‘Houtingen’ (dat speelt in mijn Koepel Goes-wereld) heb ik uiteraard geen mening.
Conclusie
Al lezend heb ik me uitstekend vermaakt, en dat is voor mij een belangrijk criterium. Er waren voldoende verhalen met grote impact; de rest was zeer onderhoudend. Ik complimenteer de redacteur met zijn uitstekende opzet en alle auteurs met hun uitwerkingen. Het is een mooie én (in zijn verscheidenheid als klifi) relevante bundel geworden.
Mijn advies: proef zelf alles en herken je eigen toppers.

Lees ook wat de redacteur Johan Klein Haneveld zelf over het boek vertelt.
