KI houdt de gemoederen nogal bezig. Is het creatief? Verdringt het artiesten? Doet het iets met ons besef van realiteit? Zomaar een paar gedachten naar aanleiding van een parallel die ik trek met fotografie. Reageer vooral – het is een probeerseltje.
NB: dit stukje zegt niets over gebruik van afbeeldingen en teksten voor het trainen van KI zonder auteursrechten te betalen – dat vind (ook) ik onacceptabel. Noch zegt het iets over milieu-effecten van datacenters: die vind (ook) ik veel te groot.
Foto’s
De parallel met fotografie is volgens mij duidelijk: foto’s en bij KI plaatjes (of teksten) zijn niet de werkelijkheid.
Bij fotografie wordt alleen licht gevangen. Alle andere aspecten van de realiteit zijn uit beeld, of komen daar hoogstens terug in via de observaties van degene die de foto bekijkt. De reductie van de werkelijkheid bij fotografie is daardoor groot. Een foto slaat het driedimensionale plat. Het legt een frame op. Het kan desinformeren, bijvoorbeeld door onderwerpkeuze of het suggestief afbeelden. Het kan zorgen voor desinformatie, bijvoorbeeld wanneer bij doellijntechnologie de camera niet exact op de lijn staat: dan liegt de foto.
KI reduceert de werkelijkheid eveneens, maar op een andere manier. Niet door lichtgevoelige korreltjes op een film of een chip, maar met taal- of beeldassociatie. Het product is net zo plat, net zo onpersoonlijk, net zo inspiratieloos als een foto-negatief (oeps, kent iemand die nog?) Fototoestel noch KI hebben besef van de realiteit, of een ziel of , dus wat verwacht je anders?

Wat deed fotografie met ons?
De invloed van fotografie was veelzijdig: naast baanverlies voor de kwalitatief mindere kunstschilders zorgde de nieuwe techniek voor nieuwe manieren van kijken naar de werkelijkheid. Er ontstond bijvoorbeeld kunstfotografie, waarin de artistieke kwaliteit van de fotograaf zichtbaar kon worden in dimensies die ook al in de schilderkunst speelden: suggestie van emoties, het opwekken van emoties, het realiseren van oogstrelende composities, het spelen met de werkelijkheid.
Fotografie bracht ook eigen mogelijkheden. Denk aan manipulatie van beelden. Of aan lange belichtingstijden en het fotograferen op frequenties waar onze ogen niets mee kunnen. Fotografen brachten op die manier onzichtbare dingen in beeld. Onze realiteit werd daardoor groter en toegankelijker. Wat begon reductie bleek ook mogelijkheden te geven voor verrijking.
Daarnaast heeft fotografie een eigen invulling van creativiteit ontwikkeld. Als er een goede fotograaf aan het werk is, dan spatten de emoties van het beeld. Dat is niet de prestatie van het toestel: het is de mens achter het apparaat die de creativiteit inbrengt. Het apparaat doet alleen zijn kleine dingetje in overeenstemming met de opdracht van de mens.

En schilders?
Met de intrede van fotografie veranderde volgens mij ook de schilderkunst. Artiesten die zich vooral bezig hielden met het maken van goede kopietjes van wat je ziet, kregen het moeilijk. De goede artiesten gingen ‘gewoon’ verder met wat ze altijd al hadden gedaan: goede, creatieve kunst maken. Wel werd, denk ik, de druk daarop groter. Als leek kan ik me voorstellen dat het sindsdien meer gaat over ideeën, over boodschap, over interpretatie en creatieve vindingen.
Er waren natuurlijk schilders die hun werk aan de nieuwe techniek van fotografie verloren. Bijvoorbeeld portretschilders. Ze raakten niet per definitie werkloos, want anderen konden er nog wél mee aan de slag, en ook nu nog zijn er kunstenaars mee bezig. Ze leveren blijkbaar iets dat een foto niet doet. Creatief! Zou het kunnen, dat de verliezers bij nader inzien gewoon tóch niet creatief genoeg waren? Niet zo creatief als ze zelf dachten?

Onze eigen waarneming
Trouwens: zien of ervaren wijzelf dan wel de échte realiteit? In ieder geval vervormt ons eigen waarnemen óók de werkelijkheid. Of misschien beter: vormt het ónze werkelijkheid. Conform fysische theorie als bijvoorbeeld kwantummechanica. Conform psychologie: ‘je ziet wat je bent’. De waarnemer creëert zijn realiteit. Door verwachtingen. Door zijn referentiekader. Door selectieve waarneming. Het is niet voor niets dat een getuige zo ongeveer de slechtst beschikbare vorm van bewijs is.
Dat KI de werkelijkheid vervormt, is vanzelfsprekend juist. Het heeft net zo min een idee van realiteit als het fofotoestel. Er komt iets uit dat platgeslagen is. Net als bij fotografie. Net als bij onze eigen waarneming.
De vraag
Volgens mij is de grootste vergissing die wij kunnen maken, te denken dat één vorm van waarnemen (bijvoorbeeld die van mijn ‘ik’) een onwankelbare, juiste, of zelfs maar bij benadering correcte definitie van realiteit zou opleveren.
De vraag bij KI is volgens mij: kunnen wij hier iets mee voor onze eigen, menselijke ontwikkeling? Kan KI verrijkend zijn voor ons beeld van de werkelijkheid – zoals het fototoestel dat was met de kunstfotografie, microscopische fotografie, foto-journalistiek, astronomische fotografie?
Gaat KI menselijke creativiteit verdringen? Als de vergelijking met fotografie iets betekent, is volgens mij het antwoord: waarschijnlijk niet. Wel: veranderen. Vermoedelijk zal er een schifting optreden, net zoals bij kunstschilders.
Veel KI-producten (op dit moment?) zijn prut en karakterloos. Ik denk dat ze dat in veel opzichten ook zullen blijven – net zoals veel foto’s en ook veel tekeningen en verhalen. Dat ligt niet aan het fototoestel, maar aan de mensen aan de knoppen. Want creativiteit wordt niet gerealiseerd door het fototoestel (of de KI), maar door de mensen die er gebruik van maken. Zij zijn de (echte) creatievelingen. En ja: die zijn er. En ze blijven zichtbaar. Hoewel (pas op: is dit een desillusie?) misschien schaarser zijn dan wij graag zouden willen geloven.
Vanzelfsprekend mag iedereen die dat leuk vindt, blijven schilderen. Al dan niet creatief. Zoals ik SF blijf schrijven, al dan niet creatief. Erkenning van creativiteit dwing je af met het werk dat je levert, niet met achterhoedegevechten over definities.

SF
Realiteit en waarneming. De frictie ertussen is een centraal thema in de SF. Voor een paar plekjes waar je het idee tegenkomt, zou je bijvoorbeeld kunnen kijken bij:
‘De modderkruipers van Beveland’ – een kort verhaal in ‘Nare sprookjes in de polder’, uitgeverij EdgeZero (2025)
‘UY Scuti’ – een kort SF-drakenverhaal in ‘Vreemde Draken‘, uitgeverij MACC (2025)
In de roman Kwantumschuim komen de hoofdpersonen terecht in een omgeving die voor henzelf niet waarneembaar is, maar die ze met technische trucs wél zichtbaar maken. Maar wat betekent dan ‘realiteit’ nog?

