De Techbro’s, of een sociale wereld?

Boekbespreking ‘De Techbro’s’. Auteurs: Georg van Hal en Laurens Verhagen. Uitgeverij De Arbeiderspers. Juni 2026, 432 pagina’s. ISBN 9789029555463. Euro 27,99. Ik las het ebook.

Het boek ‘De Techbro’s’ gaat over de ideologie en plannen van het kleine groepje witte mannen dat in een paar decennia de economische macht heeft gegrepen in de USA – en daarmee in de westerse wereld: Musk, Bezos, Thiel, Zuckerberg en hun entourage van enkele bekende en veel onbekende mannen, plus een enkele verdwaalde vrouw. Met hun techno-bedrijven leveren ze digitale diensten (waaronder communicatie en social media, financiële diensten, entertainment), AI met civiele en militaire toepassingen, innovaties op elk denkbaar gebied waaronder medisch, logistiek en vervoer zowel op de grond als in de ruimte. Noem de innovatie maar op: ze zijn erbij betrokken. Ze hebben macht en invloed veroverd. Ze kopen en starten aan de lopende band nieuwe bedrijven. Ze zijn stinkend rijk geworden.

Dat is op zichzelf allemaal al heel intrigerend, maar het boek Techbro’s gaat een stap verder dan het beschrijven van de economische successen. De belangrijke vragen zijn: Wat drijft hen? Hoe denken ze? Wat willen ze? Van Hal en Verhagen zijn erin gedoken. Wat zij bovenhalen, vond ik beangstigend.

Ik geef hier eerst aandacht aan wat het boek zegt over de ruimtevaartplannen. Daarna over de rest.

De ruimte en de macht

De bro’s met als aanvoerder Elon Musk zijn geobsedeerd door de ruimte. Het is hun Nieuwe Wereld: de enige plek waar nog ongereguleerde expansie mogelijk is. Daar kan geld verdiend worden, zonder dat je op de vingers wordt gekeken. Voor hen is het de plek waar de mensen (i.c. zijzelf) kunnen overleven als het op de aarde definitief fout gaat. De toekomstige woonplaats, waar zij met hun volgelingen kunnen werken aan een maatschappij die past bij hun idealen.

De verovering van de ruimte heeft trekken van een romantische herhaling van de 15e en 16e eeuw. Een ontdekking van een Nieuwe Wereld. De verovering van de Amerika’s. Het Wilde Westen. Het land van onbegrensde mogelijkheden. De Techbro’s zien zichzelf als de helden van deze nieuwe fase voor de mensheid. Woonruimten en wetenschappelijke laboratoria en fabrieken en data-centra in de ruimte. Kolonisatie van de maan. Steden op Mars. Exploitatie van kometen. Voordat de auteurs dieper ingaan op het waarom, onderzoeken ze of dit allemaal eigenlijk wel kan.

De auteurs constateren ongerechtvaardigd optimisme en daar hebben ze gelijk in. De gevaren van ruimtereizen worden gebagatelliseerd. Technische problemen worden onder het tapijt geveegd met het argument: ‘dat lossen we t.z.t. wel op’. Musks plaatjes van koepels op Mars zijn niet alleen extreem geromantiseerd, maar gewoon fout.

Zulk optimisme is niet vreemd, want het geschetste toekomstbeeld is een reclamefolder. Of misschien beter: een beleggersbrochure. Een stralend-transparante Mars-koepel is fysiek onmogelijk: inwoners zullen door straling zullen worden geroosterd. Futuristische oppervlaktesteden met wolkenkrabbers zijn op Mars net zo absurd als groene weiden en bossen en zeilschepen op oceanen. ‘De Techbro’s’ heeft gelijk: het plaatje dat Musk laat zoen, is net zo idioot als lege stoeltjes aan de rand van een zwembad in de folder van een all-inclusive hotel. Maar het verkoopt, en daar gaat het om.

Helaas schieten de auteurs volgens mij wat door in hun allergie. Hun verhaal wordt er eentje uit de historische lijn van ‘een mens kan onmogelijk harder dan 100 km/ uur gaat, want ze zullen in stukken worden gescheurd’, of ‘als ze nog een stukje doorvaren, zullen van de rand van de wereld tuimelen’. Ja, ongetwijfeld duurt de ontwikkeling langer dan Musk suggereert. Er zullen tegenvallers en ongelukken zijn. Er is veel meer nu nog onbekende technologie nodig dan Musk en zijn kompanen op dit moment hopen. Het worden geen koepels, maar ondergrondse woongrotten. Geen… Heel veel problemen, dus. Heel veel gevaren. Veel veranderingen in de plannen. Het zal totaal anders uitpakken dan in de folders. Maar principieel onoplosbaar? Heel veel van wat nu normaal is, was ooit onmogelijk.

In een eerder hoofdstuk maakten de auteurs een vergelijking met de ontdekkingsreizen over de wereld. De parallellen zijn duidelijk. De eerste projecten worden gefinancierd door overheden. Zodra potentiële winsten zichtbaar worden, verschijnen de grote bedrijven met steeds meer financiers en dus steeds grotere commerciële belangen. Handel floreert in de ongereguleerde vrije ruimte waar het recht van de sterkte geldt, inclusief piraterij en oorlogsvoering en alle vormen van immoreel ‘zakendoen’ met vooruitzicht van enorme potentiële winsten. Er is de zoektocht naar ‘lebensraum’, waar aanhangers van elk waanzinnig idee samen hun heilstaat kunnen vestigen.

In dat kader zijn verwijten van onveiligheid van ruimtereizen ook een parallel. De auteurs schatten ze het aantal mislukte lanceringen op 1% en met het volume dat de Techbro’s voorzien, gaat het dan om duizenden doden. Ze noemen dat ‘maatschappelijk onacceptabel’. Maar, zal een bro antwoorden: ‘so what? Het aantal vergane schepen van de VOC was vele malen groter.’ De auteurs halen rapporten aan over verziekte werksfeer in bedrijven van Musk. Over racisme en vrouwenhaat. Over immoreel zakendoen, wetsontduiking, omkoping, illegale concurrentie. Elke denkbare misstand floreert. Maar voor de bro’s zelf zijn risico’s en misstanden peanuts, net zoals ze dat in de bestuurskamer van de VOC waren.

‘Hoeveel mag een sprong voorwaarts voor de mensheid kosten?’ zullen de bro’s vragen. Als het antwoord is: ‘veiligheid en klimaat en eerlijk zakendoen zijn óók belangrijk’, dan zal hun antwoord zijn: ‘en daarom zijn jullie armoedzaaiers en zul je dat altijd blijven – terwijl wij de mensheid vooruit helpen en daar toevallig ook rijk en machtig mee worden.’

Geld en macht

Ondertussen wordt er in de ruimte ook nu al stevig verdiend aan duurbetaalde communicatiediensten, patenten, medische- en materiaaltechnologie, militaire diensten. Het huidige verdienvermogen van ruimtevaart is groter dan wij ons kunnen voorstellen, en de gouden bergen van de toekomst lonken. Er ontstaan technologieën met onvoorspelbare toekomstige winsten: nieuwe vormen van communicatie, transport en toerisme, mijnbouw, militaire toepassingen, woonruimteverhuur, wetenschappelijk onderzoek en nog veel meer.

Zoals de auteurs over Peter Thiel opmerken: hij had al heel vroeg begrepen dat je pas echt geld gaat verdienen als je een monopolie hebt. Wat de ruimte betreft, worden de markten van de toekomst op dit moment verdeeld. Nieuwe monopolies ontstaan.

Er wordt zelfs gewerkt aan nieuwe ‘landen’: onafhankelijke staatjes, op aarde en in de ruimte, met een eigen corporatie als regering, bedrijfsreglementen als wetten, en zonder hinderlijk toezicht op wetgeving of moraal. Het is een stap op weg naar het ideaal van de bro’s: zijzelf als enige machthebber.

Kan het allemaal? In tegenstelling tot de bro’s zelf twijfelen de auteurs. Maar niet te lang: ze stappen over op het hart van hun boek: de filosofie.

Filosofische drive

De échte en angstwekkende boodschap van het boek is de ideologie die de Techbro’s drijft: een diabolische mix van white supremacy, anarchokapitalisme (ongereguleerde marktmacht), libertarisme (hyperindividualisme met een ongeremd recht van de sterkste).

Het ‘koloniseren’ van Mars (Musk) en de ruimte (Bezos) is niet alleen een technisch project, maar vooral een politieke kans: het moeten de locaties worden waar maatschappijen worden ingericht die passen bij hun idealen. Wit. Wokeloos. Patriarchaal. Dictatoriaal.

Aangezien de bro’s ook zelf daarvan heel lang willen blijven profiteren, zijn ze erg geïnteresseerd in levensverlenging, eeuwig leven, digitaal opslaan van persoonlijkheden en alles wat de SF in die opzichten heeft verzonnen. Vanzelfsprekend horen daar eugenetica en transhumanisme bij, als de mogelijkheden voor genetische en technologische optimalisering van de mens. Een moraal- en regelvrije omgeving helpt: daar kun je vrij experimenteren zonder ethische toetsen.

De rol van SF

De Techbro’s halen veel inspiratie halen uit de SF van de jaren ’50 en ’60 – niet alleen de technische vergezichten maar ook de ideologische en politieke. Of ze de ideeën van Heinlein (bijv Starship Troopers), Scott Card (Enders Game), Asimov (Foundation), Rand (The Fountainhead) en anderen toepassen zoals die door de auteurs bedoeld zijn, of juist de boeken voor hun karretje spannen, is een academische discussie. Feit is dat de filosofische getinte SF aan de Techbro’s de ideologische basis heeft geleverd voor hun ideale werelden, en dat ze hun ontzagwekkende kapitalen inzetten om de randvoorwaarden daarvoor te realiseren.

Het politieke klimaat in de VS is uitermate behulpzaam. Dat is niet vreemd: het is mede door hun eigen inzet gemaakt tot wat het momenteel is. De auteurs laten zien hoe macht en invloed zijn gekocht, hoe wetgeving wordt gemanipuleerd, hoe politieke pionnen op het bord worden gezet en hoe juridische doelstellingen worden gerealiseerd – alles los van democratische controle, zonder enige zorg voor zwakkeren of ethische overweging rond vrijheid, gelijkheid of broederschap. Het meedogenloze, extreem individualistische, witte-mannen-eerst en volledig van elk moreel besef gespeende egoïsme van de paar bro’s en de kliek rondom hen wordt in het boek voortreffelijk gedocumenteerd en overtuigend gepresenteerd.

Toekomstthema’s

De auteurs volgen de Techbro’s over de breedte van hun overoptimistische techno schema’s. Niet alleen de ruimte, Maan en Mars komen aan de orde, maar ook AI (Intelligent? Creatief? Bewust? Het komt eraan en het duurt niet lang!), eugenetica, levensverlenging, integratie van bio met tech, en nog veel meer.

Er worden veel en terechte kanttekeningen gemaakt, zowel technisch als ethisch, en dat is absoluut nuttig. Er komen kritische AI-deskundigen aan het woord, zelfs specialisten die ooit bij de grote techs in dienst waren, maar door ongewenste en kritische visies daar het veld hebben moeten ruimen. Zij concluderen dat de bro’s (te) optimistisch zijn, (te) eenzijdig gericht op snelheid, (te) weinig oog hebben voor risico’s en lak hebben aan alle moraal en ethiek.

De critici hebben natuurlijk gelijk. Regelgeving is noodzakelijk – of zijn we al te laat? Ze moet zijn gebaseerd op een ethiek – moeten we die nog ontwikkelen? Wetgeving voor het verdelen van de rechten in de ruimte – de parallel met de piraterij op de Atlantische Oceaan komt er al aan. De handhaving van eventuele afspraken – wie gaat dat doen? Hoe verder je in het boek komt, hoe meer het ondoenlijk lijkt de Techbro’s te remmen.

Doorontwikkeling van AI? De auteurs beschrijven de stand van zaken, en het werd me duidelijk: ik als ‘gewone’ burger heb werkelijk geen idee hoever de toepassingen al zijn.

Eigen ‘Techbro-staten’ die los functioneren van enige democratische controle en zelf alles regelen en toestaan? Ze zijn er al!

Je leest met huiver over Prosperia, een gebied in Honduras. Het land is gekocht met startkapitaal, geleverd door Thiel et al. De juridische infrastructuur is gekocht met omkoping van lokale politici en de verwijdering van onwillige rechters. De munt van het gastland is vervangen door crypto. Beperkende wetgeving door de oppositie wordt genegeerd, en er is vanzelfsprekend een prima bewapende eigen beveiligingsdienst. Een staatje in een staat, met meer kapitaal en machtiger vrienden dan de ‘gaststaat’. Niet erkend, nee. Nóg niet – maar ‘erkenning’ interesseert een libertaire staat niet. Had u gedacht dat zoiets kon?

Prosperia is niet de enige. Er zijn meer zogenaamde ‘netwerkstaten’: een experiment met boorplatforms herinnert aan Waterworld. Gekochte grond in Californië ligt klaar. En nu u het zegt: ja, een mooi stuk van Groenland zou ideaal zijn.

Voor hun idealen moeten de bro’s af van lastige overheden, woke journalisten of kritische organisaties hen op de vingers kijken. Op aarde is mooi, maar blijft riskant. Op termijn is het voor hen veiliger hun maatschappijen niet op aarde te vestigen, maar gewoon op de maan of in de ruimte of zelfs op Mars?

Wat het lezen met me deed

Ben ik door het lezen van ‘De Techbro’s’ zwartgallig geworden?

De neiging tot neerslachtigheid wordt enigszins gecompenseerd door genuanceerde deskundigen die eveneens worden geciteerd. Zoals altijd is evenwicht moeilijk, en het is een prestatie van de auteurs dat ze er consequent naar blijven zoeken wanneer zowel de optimisten als de tegenstanders in extremen vervallen. De confrontatie van standpunten dwingt de lezer om zelf na te denken, en dat is absoluut winst.

Ik vroeg me al lezend af: heeft onze maatschappij wel een mechanisme dat kan beheersen hoe de bro’s werken aan clusters van eigen bedrijven en eigen staten en eigen munten? Natuurlijke correctiemechanismen voor een stabiel evenwicht? Ik betwijfel het.

De Techbro’s gaan zonder terughoudendheid door. Staan we dus aan de vooravond van een tijdperk van piraterij en wetteloosheid en ethische waanzin waarin al onze morele en ethische overwegingen tot op het bot worden beproefd? Ik vermoed het.

En wat doet dat met onze wereld? Fysiek: klimaat, grondstoffen, druk op voedsel- en watervoorziening. Politiek: het ondergraven van alle bestaande instituties rond besluitvorming, wetgeving, toezicht. En economisch: het verdwijnen van solidariteit en eerlijke verdeling, bestaanszekerheid, zorg voor zwakkeren. Kan onze wereld al dat bro-geweld aan? Ik denk van niet.

Gaan we deze onvermijdelijke transitie doormaken met de bestaande systemen van overleg, democratische besluitvorming en compromissen? Het is onwaarschijnlijk. Maar wat komt ervoor in de plaats? Wordt dat beter dan wat ze nu hebben? Slagvaardiger? Eerlijker? Beschaafder? Ik heb er weinig hoop op.

Kan de Techbro-beweging worden gestopt zonder revolutie? De auteurs beschrijven hun hoop in een heel kort slothoofdstukje. Ze leggen de nadruk op Europa dat zich met een onafhankelijke en democratische koers zal moeten losmaken van de in decennia opgebouwde afhankelijkheid van de VS. Zal dat lukken in de wereld waarin (dis)communicatie wordt beheerst door meedogenloze tegenstanders met eindeloze middelen, marktmacht, social media en digitale wapens, juridische kanonnen, en militaire steun?

Conclusie?

Het boek ‘De Techbro’s’ is een must-read voor iedereen die inzicht wil krijgen in de achtergronden van de technologische race in de ruimte, van de ideeën en doelstellingen van de mannen die aanvoerders zijn in de technologische ontwikkelingen, en van de machtsverhoudingen in de USA en daarmee in het Westen en dus ook voor een groot deel in de wereld.

Het boek geeft inzicht. Het voedt cynisme over de beweegredenen van de machthebbers en hun bedrijven. Het reduceert hoop op een goede uitkomst op korte termijn. Het inspireert kleine mensen (zoals mij) om zoveel mogelijk weg te blijven van alles wat door deze voor mij walgelijke ideologieën wordt besmeurd (en tegelijk moet je wel kunnen leven…)

Dat de macht in onze wereld ligt bij mensen zonder moreel kompas, was iedere waarnemer al heel lang duidelijk. Dat is vermoedelijk altijd zo geweest en het zal waarschijnlijk altijd zo blijven. Ik zie het als winst dat door dit boek de meedogenloosheid ervan weer eens duidelijk wordt.

Volgens mij is het onafhankelijker maken van de EU een onvoldoende oplossing. Als het al lukt: het helpt maar even. We blijven nog onderworpen aan het denken dat de basis is voor deze ontwikkeling. Uiteindelijk zal het op zijn best leiden tot een verschuiving van de verwoestende filosofie naar nieuwe techbro’s binnen de EU-grenzen.

Er is een revolutie nodig. Filosofisch, inderdaad. Want de drijfveer achter de ontwikkeling is niet Amerikaanse politiek, maar extreem doorgevoerde zelfzucht. Op zichzelf best redelijke uitgangspunten als ‘iedereen moet voor zichzelf zorgen’, ‘de overheid moet zo klein mogelijk zijn’, en ‘marktwerking is goed’ , worden verabsoluteerd. Ze worden verheven tot dogma’s. Ze zijn verleidelijk, maar iedereen zal herkennen dat ze tot in het extreme doorgetrokken leiden tot een meedogenloos recht van de sterkste, een verwoesting van onze maatschappelijke structuren en vernietiging van ons klimaat. We zien het gebeuren.

Het zou krachtig zijn, als het boek ‘Techbro’s’ inspiratie kan leveren aan ons, ‘gewone’ mensen, om te laten zien dat gewoon sociaal zijn, gewone solidariteit, gewone zorg voor de medemens, gewone aandacht voor degenen die het minder hebben getroffen, gewone tolerantie en zelfs gewoon altruïsme niet uitzonderlijk zijn, maar wezenlijk onderdeel van écht menszijn. Niet alleen als persoonlijke keuze, maar ook als basis voor het inrichten van onze maatschappij. Een collectieve keuze, niet marktmacht, maar voor onderlinge zorg. Niet voor rechten, maar ook voor plichten. Niet het recht van de sterkte, maar solidariteit met de zwakken. Niet ‘ik’, maar ‘wij’.

Of dat gaat gebeuren? Daarover gaan niet de Techbro’s, maar u en ik.

Het zal u duidelijk zijn: ik raad iedereen aan dit boek te lezen.

Een reactie plaatsen