Auteur van de Week?

In juni 2026 was ik een week lang ‘auteur van de week’ op een FB-boekenpagina. Zes stukjes geschreven. Mijn best voor gedaan. In de tijd verdwenen – zo gaat dat. In een (ongetwijfeld tevergeefse) poging de stukjes een iets langer leven te geven, herplaats ik ze hier.

Maandag.

Deze week ben ik hier ‘auteur van de week’. Zeer vereerd, en leuk iedereen hier te ontmoeten! Auteur vind ik trouwens een te groot woord voor wat ik doe. Ik noem mezelf ‘verhalenverteller’. Om precies te zijn: SF-verhalenverteller.

Sciencefiction – ik vind het geweldig! Als je iets van (mijn) SF wilt proeven: ik geef elke dag een link naar een verhaal(tje) – zie helemaal onderaan.

Eerst heel kort over mezelf. Charles, dus. Echtgenoot, vader van vier en opa van dertien. In 2021 gepensioneerd na een leven werken in het onderwijs. Ik schrijf sinds een paar jaar verhalen. Ik vind dat leuk, maar wel moeilijk: ik heb inmiddels veel geleerd en leer nog dagelijks verder.

Mijn eerste publicatie was in 2019: een kort verhaaltje in het tijdschrift Fantastische Vertellingen. Als ik het nu lees, denk ik… (nee, dat komt misschien nog wel – dat gevoel hoort bij leren). Sindsdien zijn er korte verhalen verschenen in bundels en tijdschriften. Als selfpubber heb ik een paar verhalenbundels en drie romans uitgebracht (zie voor een overzicht https://www.wettum.org). Er is nog van alles onderweg…

Een SF-verhaal lezen? Dat kan: ‘Hole 9’ staat in mijn verzamelbundel ‘Zwervers’, je vindt het digitaal hier: https://www.fantasize.nl/actueel/vertelling-hole-9-charles-van-wettum/

Dinsdag: SF schrijven – hoe kom je erop?

Iedereen heeft in zijn jeugd wel een paar momenten die hem voor het leven hebben gevormd. Soms positief, soms negatief. Ze hebben grote impact, en ze veranderen je. Radicaal. Of je het wilt of niet.

Voor mij was één van die momenten in 1969: ik keek ’s nachts op tv naar de maanlanding en het was betoverend!
Mensen op de maan! Een voetstap die nooit zou verdwijnen! Zo ver weg en toch rechtstreeks op tv! Ik was compleet ondersteboven, en zoals dat gaat met nieuwsgierige elfjarigen: ik wilde veel meer weten. Over het heelal en hoe dat daar allemaal werkt. Over ruimtevaart. En bovenal: ik wilde astronaut worden.
Als voorbereiding las ik alles wat ik kon vinden. Over sterren, planeten, raketten, natuurkunde en alle aanverwante onderwerpen. Eerst in pa’s dikke Winkler-Prins encyclopedie. Daarna boeken uit de bieb en zelf verzamelen. Populair-wetenschappelijk, maar ook verhalend. Ik ontdekte schrijvers als Verne, Asimov, Niven, Van Vogt, Heinlein, Clarke en vele anderen. Ik las álles.

Mijn paar vluchtige pogingen tot het schrijven liepen niet goed af. Bij een sf-opstel reageerde mijn docent Nederlands met: ‘Dat kan helemaal niet.’ Onvoldoende. Andere korte verhalen bleven daarna onafgemaakt. Een wel voltooid omvangrijker manuscript werd een paar keer afgewezen en is in de stroom van verhuizingen verdwenen. Het schrijven smoorde.

Nog steeds grenzeloos nieuwsgierig startte ik in 1975 met de studie natuur- en sterrenkunde. Als 2e jaars student solliciteerde ik op de unieke vacature voor ESA-astronaut. Vanzelfsprekend was ik kansloos (nog niet eens afgestudeerd!); het werd Wubbo Ockels. Het leven gong door: ik trouwde, studeerde af, ging lesgeven, werd vader – er gebeurde van alles. De volgende vacature voor een Europese ruimtevaarder kwam in 1998. Voor mij veel te laat.

Het leven was druk. Pas een paar jaar voor mijn pensionering kwam er weer ruimte in mijn hoofd voor SF. Eerst lezen, maar al snel ook de behoefte om te schrijven. Mijn eerste verhaal (geschreven in 2019 op basis van een idee uit 1975) werd geaccepteerd door het tijdschrift Fantastische Vertellingen. Daarna…

‘Goede SF’ vind ik nog steeds geweldig! ‘Goed’ is voor mij de combinatie van creativiteit en harde logica. Grenzeloze fantasie en kille wetenschap. De meedogenloze Realiteit en het alles mogelijk makende ‘what if’. De zich razendsnel ontwikkelende technologie en de altijd blijvende menselijkheid.
Hard en hart. ‘Goede SF’ put voor mij uit het beste van twee boeiende werelden.

Een SF-verhaal waarin dat (volgens mij 😉) zichtbaar wordt, lees je hier:
https://edge-zero.com/geheugenmanagement-charles-van-wettum/

Woensdag: SF met een hart

Schrijven? Eerlijk gezegd vind ik het ontzettend moeilijk. Er is zo verschrikkelijk veel waar je tegelijk aan moet denken! Het basisidee voor het verhaal zelf is voor mij meestal geen probleem: ik kom een boeiend artikel tegen, of ik lees iets intrigerends, en plop: daar hebben we een eerste idee. Het is een start voor wat een verhaal zou kunnen worden.

Voor mijn verhalen gebruik ik een dubbelloops-aanpak. Linkerloop is de wereldbouw, en daar zit (meestal) de ‘SF-creativiteit’. Rechterloop zijn de hoofdpersonen en hun levens vol relaties en problemen en dagelijkse dingetjes. Hen wil ik (meestal) op ‘gewone mensen’ laten lijken om hun ervaringen invoelbaar te houden.
Voor een interessante plot moeten (van mezelf) die twee samenhangen. De wereldbouw moet een zinvolle rol spelen in het verhaal – anders wordt het SF-element irrelevant. Tegelijk moeten de personages ervaringen opdoen die voor ons herkenbaar zijn – anders worden de personages oninteressant. Gelukkig zijn zowel onze realiteit als mensen boeiend en gevarieerd genoeg voor heel veel inspiratie.
Een paar dagen na het eerste idee staat meestal een grove versie van het verhaal op papier. Pas dan begint het échte ploeteren. De zoektocht maar goede en afgeronde verhaallijnen. Spanningsbogen. Geloofwaardigheid van de hoofdpersonen. Een (liefst verrassende) plot met een intrigerende plottwist (en vooral geen gaatjes laten vallen!). Point-of-view. Goede woordkeuze. Functionele en afwisselende zinsbouw. Realistische dialogen. Betekenisvolle karakterontwikkeling. Taalvouten verwijderen, en dus ook dus tahlfouten, taalfouden dus en dus taalfauten. Stopwoorden. Leestekens,,,,!!!!!!!!!
Als alles klaar is, leg ik het opzij. Een tijdje later… Herlezen. Proeflezers. Lezen op een ander medium. Kromme tenen bij alles wat fout is, niet lekker loopt, inconsequent is, veel beter kan. Frustratie, af en toe héél veel frustratie.

Ja, ik vind schrijven moeilijk. Het is een ambacht. Altijd maar blijven leren van fouten. Verbeteren. Feedback zoeken (wat mij betreft: hoe scherper hoe beter – een paar keer slikken, soms nog héél vaak slikken en dan weer vooruit!). Kritische zelfreflectie, en weer verbeteren. Dezelfde tekst zo lang doorworstelen dat je er stevig van baalt. Schrijven is voor mij gewoon écht hard werken. Zoals met alles: ze zeggen dat je ergens 10.000 uur mee bezig moet zijn voor je er een beetje goed in wordt. En dan nog is het échte, ambachtelijke arbeid.

Maar gelukkig: aan het eind van de tunnel is er (meestal) de bevrediging van een verhaal. Soms is het niet helemaal geworden wat je ervan gehoopt had, soms is het (onverwacht?) een pareltje. Hoe dan ook: het maakt het werk goed, want ‘dit heb ík gemaakt’!

Een voorbeeld? Hieronder een ‘hard SF met een hart’-verhaal. Het heeft heeft zowel een bizarre wereld als redelijk invoelbare hoofdpersonen. Het is inmiddels een paar jaar oud – als ik het nu zou schrijven, zou ik sommige dingen anders hebben gedaan (maar betekent dat ook: beter…?). Hoe dan ook: ik vind het een leuk en geslaagd verhaal.
https://www.fantasize.nl/actueel/vertelling-hak-en-elite-en-het-trekken-van-de-ijzeraders-charles-van-wettum/

Donderdag: onze realiteit zit vol mogelijkheden

Met sciencefiction kun je heel veel kanten op – zoals ook al blijkt uit de grote variëteit in films en series die op streamingsdiensten te zien zijn.
Elke auteur mag natuurlijk van alles verzinnen (en ik adviseer: geniet ervan!) – maar voor mijn eigen verhalen blijf ik graag dicht bij wat min of meer natuurwetenschappelijk verantwoord is: wat op de een of andere manier ooit misschien zou kunnen.

Dus voor mij geen tovenaars en dwergen en elfen, geen superhero’s of gevechten met lichtzwaarden. Soms is er een wetenschappelijke aanpak te vinden (voor draken is me dat een paar keer aardig gelukt 😀 ), maar verder…

De eis van ‘min of meer wetenschappelijk’ biedt geweldige kansen. Zelfs binnen de grenzen van wat wij weten, is onze werkelijkheid bizar. Ik wil graag de lezers van mijn verhalen kennis laten maken met de onbekende, intrigerende, vaak contra-intuïtieve of zelfs onlogische uithoeken van onze realiteit. ‘Echt’ is vreemd genoeg. Om zulke situaties op te roepen, zijn er heel wat verschillende aanpakken mogelijk.

  1. ‘What if’ is een bekend uitgangspunt. Stel dat iets in onze geschiedenis anders was gelopen. Stel dat we uitvinden hoe we in de tijd kunnen reizen (en ja: theoretisch natuurkundig kan dat!). Stel dat…
  2. ‘Extrapoleren’ is een bron van inspiratie: neem een ontwikkeling en trek die door. Zet vervolgens mensen in die wereld en kijk wat er gebeurt. Computers en AI, zeespiegelstijging, energievoorziening, grondstoffentekorten, miniaturalisatie, afnemende rekenvaardigheden, kapitalisme, dalend geboortecijfer, migratie… de lijst met mogelijkheden voor extrapolatie is eindeloos.
  3. Aan de grenzen van onze kennis is onze wereld enorm boeiend. Denk aan de wereld van het hele grote, of juist die van het hele kleine. Kwantumtheorie. AI. Relativiteit. Bizarre vormen van (aards) leven. Vreemde objecten in de ruimte. Eigenaardigheden in wetenschappelijke waarnemingen. Overal zijn er situaties die oproepen tot ‘stel je toch eens voor dat…’

Binnen de soms absurde werelden die de SF kan bouwen, leven de hoofdpersonen van de verhalen. Ze hebben er ruzie, maken vrienden, worden verliefd en plegen misdaden. Ze zijn soms held, soms lafaard, meestal twijfelaar. Af en toe leider, vaker machteloos volger. Ze zijn er net zoals gewone mensen. Daarom zijn mijn ‘SF met een hart’- verhalen ook vaak ‘gewoon’. Romantisch, of spannend, of verrassend, of verdrietig, of eng, of … Net als het normale leven, maar (het blijft wel SF 😀): altijd in bijzondere omstandigheden.

Een voorbeeld? Hieronder een verhaal over gewone mensen in een echte SF-omgeving, waarbij een huidige trend (in dit geval: doping in de sport) uitdagend ver wordt doorgetrokken. Veel plezier ermee!
https://ootw-magazine.weebly.com/fiction/charles-van-wettum-de-dag-dat-nederland-de-sprint-won

Vrijdag: Klimaatfictie

Vanzelfsprekend is ‘klimaat’ een thema in veel hedendaagse SF. Het is een actuele crisis, gevaarlijk en veelzijdig. Eventuele oplossingen (als we daaraan al toekomen) doen een groot beroep op technologie en maatschappij. Het lijkt een beetje op de crisis van de atoombom zoals die was in de jaren ’60 en ’70.
Dat het klimaat verandert, is glashelder. In welke richting, hoe snel en wat precies de gevolgen zullen zijn: dat is nog niet helemaal duidelijk. Juist dat onbekende maakt het een bron voor speculatie. Heerlijk veel ruimte voor creativiteit.

De verhalen die rondom klimaatproblematiek ontstaan, noemen we klimaatfictie: KliFi of CliFi. Als inderdaad het klimaat achteruit blijft hollen, dan gaan we dat merken! Denk aan stijging van de zeespiegel, stijgende temperaturen, wereldwijde veramdering in weerpatronen, droogte en zoetwaterschaarste, en nog veel meer. Daarmee verandert de maatschappij op wereldschaal, op het niveau van landen, maar ook het leven van elk individueel mens.
Met het verkennen van gevolgen gaan veel SF-verhalen over crisissen en technische oplossingen – die soms helpen en soms ook niet.

Ook een van mijn eigen boeken is KliFi. ‘Koepel Goes’ speelt in het onderlopende Zeeland. Het bevat zeven verschillende, maar op elkaar aansluitende kortere verhalen waarin Zeeland onderloopt en de inwoners worden ondergebracht in een enorme betonnen bunker. De bouw ervan, de betrokken mensen, het leven erin… Twee hoofdstukken uit de mozaïekbundel zijn zelfs detective-verhalen.

Hieronder een kort KliFi-verhaal over waterschaarste. Het zou zomaar kunnen gebeuren, deze zomer bij mij in de straat: https://www.fantasize.nl/tag/de-waterman/

Extreme consequenties van een klimaatramp kun je ook bij een ander ras laten plaatsvinden. Dat is voor ons iets minder bedreigend: https://www.lowlandsfiction.nl/post/het-tankstation-op-kepler-62-charles-van-wettum

Voor- en achterzijde van het boek Viraal.

Zaterdag: SF én thriller – kan dat?

Een SF-verhaal kan vanzelfsprekend best spannend zijn, maar ik denk dat gemiddeld ‘thriller-lezers’ en lezers van harde SF verschillend ‘soorten’ leesinteresses hebben. De laatsten houden naast spanning vaak ook van wereldbouw, beschrijvingen van exotische eigenschappen, en een beetje verklaring ervan. Thriller-liefhebbers hebben meestal waarschijnlijk minder affiniteit met zulke uitwijdingen en gaan meer voor de klik van plottwists, heftige gebeurtenissen, en spektakel.

Zijn de eisen strijdig? Nee. Of minstens: niet per definitie, want er zijn best veel boeken die de twee genres combineren. De doorgewinterde SF’er zal dan vaak merken dat de wereldbouw wat beperkter is. Daar staat tegenover dat juist het ‘onbekende’ een bron van grote spanning kan zijn.

Ook ik heb het gedaan: SF én thriller. Op de boekpagina van ‘Viraal’ schrijft ik: “Is dit een thriller? Jazeker, het is een spannend boek. Geen who-done-it, geen spionage, geen stromen bloed of rondsluipende misdadigers, maar de spanning van een ingrijpend incident, en als gevolg daarvan onzekerheid, onmogelijke keuzes, vertrouwen, verraad. Goed doen is soms goed, soms onduidelijk, soms onmogelijk en soms fout. Geen spanning is zo groot als onzekerheid, in individuele mensenlevens en in de maatschappij.”
Dat de spanning geslaagd is, blijkt uit de recensie van Jos Lexmond: ‘Ik werd het boek in gesleurd en het liet me niet meer los. Het is een heel ander verhaal dan dat we van Charles gewend zijn, maar jongens… wat is het mooi. En Spannend! Jazeker… met een hoofdletter!

Dus: als je een lezer van spannende boeken bent en eens iets wilt proberen, dat niet helemaal de gebaande thriller-paden volgt: probeer ‘Viraal’! De boekpagina vind je hier: https://www.wettum.org/viraal

Interesse in een kort maar wel spannend SF-verhaal? Misschien kan dit je bevallen:
https://ootw-magazine.weebly.com/fiction/charles-van-wettum-bridge-in-de-convectiezone

Een reactie plaatsen