We gaan zwerven!

Er komt een nieuwe verhalenbundel: Zwervers!

Dertien korte SF-verhalen in die de grenzen van technologie verkennen, maar vooral gaan over ons. Over hoe nieuwsgierig we zijn en de gevolgen daarvan. Over wat technologie doet met ons als individu en ons als maatschappij. Over contra-intuïtieve natuurwetten en wat er gebeurt als we die grenzen ontmoeten.

De verhalen zijn soms spannend. Soms vertederend. Soms verdrietig, net als het leven. Maar ze hebben altijd iets om even verder over na te denken.

Het ebook komt rond 1 december. De paperback is gepland voor twee weken daarna. Meer informatie vindt u hier.

Hieronder vast het voorwoord – een korte gedachte over het idee achter deze bundel. Niet noodzakelijk bij het lezen van de verhalen: die zijn gewoon leuk, spannend, intrigerend, roerend. Wel aardig om te lezen voor wanneer je er over wilt doordenken.

Voorwoord

De mens leeft in piepklein reservaat.

De fysieke leefruimte waarin wij zijn ontstaan en waarin wij leven is een dunne schil rondom onze thuisplaneet. De hele woonruimte is niet meer dan een paar kilometer dik: als we verder omhoog gaan, wordt de omgeving vijandig. Nog verder weg worden de problemen om te overleven al snel groter. Het heelal is verzadigd van harde straling, rondvliegend gruis, jagende gas- en plasma wolken, verscheurende magnetische velden, waanzinnige explosies en vermoedelijk heel veel meer gevaren waar we nu nog niets van weten. Onze ‘veilige’ aarde is een piepkleine enclave, beschermd door atmosfeer en magnetosfeer. Nee, wij leven in een kosmologische rariteit, en buiten dat beschutte stukje ruimte… Het heelal is niet ingericht op het overleven van de mens.

Het echte probleem dat wij, mens, hebben met ‘onze’ werkelijkheid is fundamenteler: het grootste deel ervan is te vreemd voor ons. Onze intuïtie en onze logica zijn ontstaan in onze beperkte leefomgeving: gebaseerd op niet te hoge en niet te lage temperatuur, met niet te grote snelheid, onder niet te kleine en niet te enorme afmetingen. Verschijnselen buiten ons piepkleine referentiekader heeft onze soort nooit meegemaakt, ze hebben ons niet gevormd in ons denken en we hebben instrumenten nodig om er gedachten over te vormen. Zoals we telescopen nodig hebben om ver te kijken en microscopen om het kleine te zien, hebben we wiskunde en fysische modellen nodig om de werkelijkheid te beschrijven die ligt buiten het kleine stukje van de realiteit dat ons heeft gevormd. Kwantumprocessen, relativistische effecten en nieuwere vormen van natuurkunde zijn daardoor contra-intuïtief – letterlijk strijdig met hoe wij dingen aanvoelen. Principieel onvoorstelbaar. De modellen zijn wiskundig juist, ze worden bevestigd door fundamenteel onderzoek en waarnemingen, maar blijven voor onze menselijke logica absurd. Het is duidelijk: het universum is niet ingericht voor het welbevinden van de mens, en tegelijk is de mens niet toegerust op het begrijpen ervan.

Volgens mij is dit ongeveer onze situatie: de mens heeft net de deur van zijn geboortegrot geopend en steekt nieuwsgierig zijn hoofd naar buiten. Hij kijkt verbaasd rond naar de plek waar hij leeft. Alles is niet alleen anders dan in zijn kleine grotje, maar zelfs fundamenteel anders dan hijzelf. Hij zal altijd en overal bang moeten zijn. Elke stap daarbuiten is gevaarlijk voor zijn lichaam, bedreigend voor zijn geest, ongevoelig voor zijn welbevinden en vreemd aan zijn logica. Het is een paradox: hoe meer wij leren over ons heelal, des te moeilijker wordt het te begrijpen. Hoe dieper wij onderzoeken, des te meer verdwalen we in een bizar duister doolhof.

Toch ligt misschien ligt het meest onverklaarbare verschijnsel van ons heelal wel heel erg dichtbij: ons bewustzijn. Is dat bewustzijn een functie van materie – zodat bijvoorbeeld digitale systemen er ook over zouden kunnen gaan beschikken – of is het iets meer? Of misschien zelfs wel: iets anders? Heeft het te maken met de rol van waarnemer, die in sommige fysische theorieën zo’n vreemde rol speelt? Juist ons (menselijk?) bewustzijn, met zulke vreemde eigenschappen als zelfreflectie en creativiteit en onbaatzuchtige liefde en verlangen naar betekenis, zou wel eens het meest bizarre deel van de werkelijkheid kunnen zijn.

Ik vind dat hoopvol. Misschien ligt juist daar onze kans om meer te zijn dan zwervers in een onbegrijpelijk universum.

Een reactie plaatsen