Ik las de laatste zin van mijn recente verhaal op de site Fantasize.nl ‘De zegen van vergessen’ nog eens over en ik kreeg een vreemd gevoel. De zin was ‘Ik nam me voor mijn broer nog te bellen. Toen ik thuis kwam, was ik dat vergeten.’ Mijn lastige gevoel was: ben je dat vergeten, of heb je dat vergeten?
De afbeelding bij het verhaal op Fantasize.nl is van Gert Jan van der Bemd
Het is vreemd, want met bijvoorbeeld ‘horen’ zou ik dat probleem niet hebben. ‘Ik ben gehoord’ betekent: er heeft iemand naar mij geluisterd. Vergelijk het met ‘de gehoorde uitleg’. ‘Ik heb gehoord’ betekent: er is geluid mijn oor binnengedrongen. Geen probleem, niemand zal ooit met ‘ik ben gehoord’ denken dat het over het eigen luisteren gaat.
Maar met het werkwoord ‘vergeten’ … ‘Ik ben vergeten’ betekent duidelijk: er wordt niet aan me gedacht, zoals in ‘het vergeten boek’. ‘Ik heb vergeten’ betekent: ‘er is iets niet meer in mijn geheugen aanwezig. Maar vreemd genoeg: bij ‘vergeten’ zou ik dat laatste ook formuleren als ‘ik ben iets vergeten’ – zie de laatste zin van mijn verhaal die ook door de (toch heel strenge!) redactie niet werd verbeterd. Of op zijn minst zou ik zeggen: ‘ik ben het vergeten’ kan óók.
Van Dale zegt: ‘ik heb het vergeten’ betekent ‘ik denk er niet aan’, terwijl ‘ik ben het vergeten’ gaat over het uit het geheugen verliezen. In een FAQ zegt Van Dale over de zin ‘ik heb/ ben mijn telefoon vergeten’: in het eerste geval heb je het apparaat ergens laten liggen of heb je verzuimd het mee te brengen. Als je iets vergeten bent, dan weet je het niet meer. De conclusie van de deskundige het kan allebei, maar ‘hebben’ heeft hier de voorkeur. Het is verschil is subtiel, ik kan het begrijpen maar als ik het op mijn eigen laatste zin probeer toe te passen, besef ik dat ik in die zin er voor allebei iets te zeggen zou zijn. Lastig.
Onze Taal zegt:
- a. Werkwoorden die een toestand of handeling uitdrukken: hebben; hij heeft geslapen, hij heeft gehandeld;
- b. Werkwoorden die een verandering van de ene in de andere toestand uitdrukken: zijn; hij is gestorven (van levende tot dode toestand); hij is gegroeid (van klein groter geworden);
- c. Werkwoorden die een beweging, een verandering van plaats, uitdrukken: hebben of zijn. Hebben wanneer meer de beweging zelf is bedoeld, zijn wanneer meer aan het gevolg van de beweging wordt gedacht: hij heeft de hele ochtend gefietst (hij heeft urenlang een trapbeweging gemaakt); hij is naar Brabant gefietst (hij is per fiets daar aangekomen).
Bij toepassing ad c. op ‘vergeten’ sluit dit m.i. wel aan bij Van Dale, maar of het hiermee nu helemaal duidelijk is? Mijn eigen gevoel blijft meer naar het gebruiken van ‘Ik ben het vergeten’. Zou dat betekenen dat ik vooral in termen van beweging of verandering denk, en minder in vaste toestanden? Dat zou ik stiekem wel leuk vinden …
Wat ik me afvroeg: hoe gebruiken jullie het? Zijn jullie iets vergeten, of heb je het vergeten?
Als afsluiting een gedicht, dat wel over de woorden hebben en zijn gaat, maar niet over het hier genoemde probleem. Gewoon, omdat ik het mooi vind:
Hebben en zijn
Op school stonden ze op het bord geschreven.
Het werkwoord hebben en het werkwoord zijn;
Hiermee was tijd, was eeuwigheid gegeven,
De ene werklijkheid, de andre schijn.
Hebben is niets. Is oorlog. Is niet leven.
Is van de wereld en haar goden zijn.
Zijn is, boven die dingen uitgeheven,
Vervuld worden van goddelijke pijn.
Hebben is hard. Is lichaam. Is twee borsten.
Is naar de aarde hongeren en dorsten.
Is enkel zinnen, enkel botte plicht.
Zijn is de ziel, is luisteren, is wijken,
Is kind worden en naar de sterren kijken,
En daarheen langzaam worden opgelicht.
—————————————–
uit het werk van Ed Hoornik (1910-1970)

