Alien ethiek

Iedereen wordt gedreven door zijn idee over wat goed is. Ook aliens.

Titelblad van de SF-verhalenbundel Anderen.

In mijn SF-bundel Anderen – verhalen over aliens en dus over ons verken ik naast wetenschappelijke en ecologische thema’s in een paar verhalen ook vreemdheid. Daar zit een dilemma: als de vreemdheid te groot wordt, is er helemaal geen contact meer en weten we niet eens van elkaars bestaan of is die ervaring volledig eenzijdig (1). Als de vreemdheid te klein wordt, zijn aliens gewoon een soort mensen en worden parallellen te voor de hand liggend. Het meest boeiend vind ik aliens wanneer hun aard met onze eigen menselijkheid schuurt: ‘Alien ethiek’ met lastige normen.

SF leent zich bij uitstek voor zulke verkenningen. Omdat de verhalen duidelijk niet over ons gaan, kunnen we comfortabel afstand houden. Maar vergis je niet: als wij de verhalen kunnen vertellen en begrijpen, dan gaan ze over ons. Onontkoombaar.

Doorvoelde ethiek is bijna per definitie onverdraagzaam: niemand kan ‘goed’ vinden wat volledig in strijd is met zijn diepste waarden. Kun je keuzes die volgen uit andere waarden dan wel verdragen? Misschien zelfs waarderen, bijvoorbeeld omdat daden een oprechte consequentie zijn van iemands andere waarden? Lastig, denk ik: mijn waarderen is altijd gebaseerd op mijn eigen ethiek. Ik vind het bijvoorbeeld mooi als iemand consequent is – maar waarom zou dat eigenlijk goed zijn? Of als iemand eerlijk is – maar waarom is dat een deugd? De conclusie is onontkoombaar: er is geen a priori reden waarom in een ander waardensysteem mijn zo gewaardeerde deugden iets zouden betekenen.

Westers denken is veelal gebaseerd op ‘de waarde van het individu’. Soms vanuit een Joods-christelijk concept van ‘persoonlijke verantwoordelijkheid tegenover God’ (en van daaruit tegenover medemens en bijvoorbeeld schepping), soms vanuit een humanistisch wereldbeeld. De bijbehorende ethiek gaat vaak over individuele rechten (rechten van de mens, vrijheid van meningsuiting) en verantwoordelijkheden. Daaraan hangen deugden als gewetensvorming, eerlijkheid, solidariteit, aanspreekbaarheid en nog veel meer. De set biedt ruimte voor veel verschillen: elke generatie, elke filosofische school, elke bubbel en zelfs elk individu heeft de ruimte om voor het eigen handelen normen te kiezen (bijvoorbeeld over solidariteit of klimaat) of prioriteiten te stellen (bijvoorbeeld eigen familie/ ras/ volk/ land/ soort eerst).

Discussie blijft meestal mogelijk doordat onderliggende basale normen worden gedeeld. Het is wel vaak ingewikkeld. Bijvoorbeeld in de tijd: heel wat opvattingen van onze voorouders zijn (waren? vinden wij?) onacceptabel en we veranderen dus tradities, straatnamen en geschiedschrijving – het is in diezelfde tijd dat (vaak langzaam, soms moeizaam) de waardenset is aangepast tot de normen waaronder nu wordt beoordeeld. Of in bubbels: ons onwelgevallige keuzes labelen we (woke, fascistisch, wappie) en het etiket blokkeert vervolgens pogingen tot begrijpen of invoelen – terwijl er misschien soms wel een verhaal te vertellen is, over geld of informatie of ervaringen. Als het binnen onze ene set basiswaarden al ingewikkeld is, hoe ingewikkeld wordt het dan wanneer zelfs basiswaarden ongelijk zijn?

Misschien is een manier om het gesprek wél te voeren: verhalen vertellen.

  • Wat betekent het voor onze ontmoeting wanneer een alien een buurman is met een set waarden die dicht bij de onze zit (2)?
  • Hoe zou het kunnen gaan het als de alien niet ons ‘individu-model’ hanteert, maar denkt vanuit ‘eer van de familie/ stam/ soort’ (3)?
  • Hoe zou een aliensoort kunnen functioneren als de leden niet eens een individueel zelfbeeld hebben (4)?
  • Hoe zou een ras functioneren dat zichzelf als onbevraagbaar superieur ziet (5) of dat nooit over zichzelf nadenkt (6)?

Bij veel ‘anderen’ zijn vanzelfsprekendheden anders. Wat voor ons een onopgeefbare waarde is, betekent in een ander systeem misschien helemaal niets. Invoelen is dan een zware opgave (7).

Ik denk dat sommige thema’s uit Anderen ook in onze laag-bij-de-grondse verhoudingen iets betekenen. De verhalen zijn geen filosofische overdenkingen, maar slechts verhalen met een aspectje. Meestal is dat filosofische randje gewoon een consequentie van een onderwerp – de verteller is nu eenmaal mens. De lezer zou een parallel kunnen zien, maar het vinden ervan en al helemaal het trekken van conclusies laat ik graag aan die welwillende lezer over. Ik heb mijn werk gedaan, nu zijn jullie aan de beurt.

Zelf trek ik me met veel plezier terug in de veilige omgeving van mijn SF.

De inhoudsopgave van de bundel Anderen vindt u onderaan deze pagina.

  • (1) Zie de verhalen ‘De grote jacht’ en ‘Jaag onze paarden naar de sterren’
  • (2) Zie de verhalen ‘Burengerucht’ en ‘Met excuses’
  • (3) Zie het verhaal ‘Bemanningsbeleid’
  • (4) Zie het verhaal ‘De zangers van Enceladus’
  • (5) Zie de verhalen ‘Altijd weer die pubers’ en ‘Met excuses’
  • (6) Zie het verhaal ‘Het gebeurde op een donderdag’
  • (7) Normen worden ook invoelbaar door een alien-wereld van binnen te ervaren. Verhalen waarin de mens afwezig is, zijn o.a. ‘De pijn van herinneren’ en ‘Dwalend in de ziel van mijn lief’

Een reactie plaatsen